Dinsdag 07/07/2020

Parlement zonder papieren

Kongo heeft sinds eind juli een transitieparlement. In een oude theaterzaal moet een meerderheid van acteurs uit de oorlog samen met een minderheid van politieke opposanten en vertegenwoordigers van het maatschappelijk middenveld het land naar verkiezingen leiden. Een herculestaak. 'We hebben nog niets. Behalve ons voornemen om hier een democratie uit te bouwen.'

Kinshasa

Van onze verslaggever ter plaatse

Maarten Rabaey

In de gangen van het Palais du Peuple hangt een weeë geur. Jaren leegstand hebben er hun tol geëist. Het alomtegenwoordige stof van Kinshasa is in elke kier gedrongen. De leidingen van de toiletten zijn doorgeroest. In een badkamer nabij de vertrekken van de parlementsvoorzitter verdampt het brakke water. Niemand kijkt er van op. De bezoekers hebben andere dingen aan hun hoofd.

Zoals een tropenhelm, ooit het statussymbool van de blanke koloniaal. Voor Kyky Makina (28) dient hij nu als rekwisiet. "Ik kom hier bij de parlementsvoorzitter geld vragen voor mijn soukous-orkest Rock Mangengenge", zegt hij. "Ik woon in de cité Mama Mobutu, waar zijn Mouvement de Libération du Congo (MLC) veel aanhangers heeft. Ze vertelden me dat we voor hen zullen mogen optreden tijdens de verkiezingscampagne."

De stembusgang is gepland voor 2005. "Als alles goed gaat", zegt Lemba Ngombi. De bejaarde chef coutumier uit de rurale provincie Bandundu is nog niet overtuigd van de slaagkansen. Hij heeft in zijn leven te veel ellende gezien om al zijn hoop te stellen in de westerse denkwijze over politiek. Voor hem is de Afrikaanse traditie heilig. Wijzen zoals hij vellen het oordeel. Ook als er conflicten zijn. Hij is zopas benoemd tot voorzitter van de Bemiddelingscommissie bij Conflicten tussen Traditionele Dorpsoudsten, en komt hier vandaag alle documenten opvragen. Maar er is een probleem.

"We hebben nog geen papier", zegt kamervoorzitter Olivier Kamitatu (MLC) in zijn riant kantoor. "Pas vandaag komt de eerste lading binnen, een gift van de Britse ambassade." Kamitatu wacht ook nog op de rest: balpennen en kopieermachines. Aan computers denkt hij nog niet. Er is een nog grotere prioriteit: ruimte. "Buiten dit bureau en mijn vergaderzaal zijn er nog geen kantoren", zucht hij. "Dit was een cultuurhuis. Het is niet voorzien op de vijfhonderd kamerleden en de honderdtwintig senatoren, laat staan op acht commissies en vijfentwintig ondercommissies. Er is nog geen administratie. We hebben nog niets. Behalve ons voornemen om hier een democratie uit te bouwen."

Kamitatu heeft nu maar een kwartier de tijd. Hij loopt van hot naar her om de plenaire zitting over de aangepaste begroting van 2003 voor te bereiden. De verandering drong zich op omdat de transitieregering na haar inauguratie in juli op vraag van de internationale donors met een propere lei is begonnen.

De plenaire zitting moet plaatsvinden in de theaterzaal, waar door de Chinese bouwers van het Palais in 1978 meer beton dan licht is in gepompt. Uit de gifgroene klapzetels stijgt een muffe lucht op. Alleen de kamervoorzitter en zijn medewerkers zitten op het podium in lederen zetels. Ze worden even voor zijn plechtige intrede in zeven haasten de zaal binnengebracht. Op het hoofd van enkele werklui.

De zitting begint chaotisch. Door het gebrek aan papier zijn er niet genoeg kopieën van de begroting voorradig. Vijf wetsontwerpen over de hervorming van de staatsmijnmaatschappij Gécamines zijn al helemaal niet te bespeuren. Als Kamitatu ze dan maar mondeling laat voorlezen en meteen wil stemmen - "want dit dossier vereist spoed" -, beginnen de meeste parlementsleden met de handen op hun tafels te kloppen. Er volgt een reeks interpellaties. Kamitatu bindt in. Maandagochtend worden de politieke debatten voortgezet. Met papier.

Na het tumultueuze debat wordt druk nagekaart. Jean-Paul Nkanga, fractieleider van de PPRD, de partij van president Joseph Kabila, is geïrriteerd. "Deze transitie is begonnen in 1990. Als we nu opnieuw talmen zijn we over vijftien jaar nog bezig." Hij is vol vertrouwen dat Kabila's aanhang zal groeien. "We hebben het meeste verloren bij deze transitieregeling, dat klopt. Maar allemaal omdat onze chef d'état toegevingen deed voor de vrede. De bevolking zal dat niet vergeten. Zij die misdaden tegen de mensheid pleegden zullen verantwoording moeten afleggen."

Uit niets blijkt dat sommige van deze parlementsleden tot voor kort elkaar naar het leven stonden tijdens de vijf jaar durende regionale oorlog. "Iedereen heeft schuld aan het bloedvergieten. Het besef leeft dat we allemaal verantwoordelijk zijn voor het verleden", zo maakt Kamitatu zich sterk. "Ik zal in mijn parlement geen onderlinge conflicten dulden. We vragen daarom dat de acht groepen van het transitieparlement niet als fracties zetelen maar door elkaar gaan zitten. Zo leren ze elkaar kennen."

Het wantrouwen blijft niettemin groot. Parlementsleden van verschillende rebellenbewegingen die we interviewen in de enige vergaderzaal, willen niet samen op de gang wachten. Er worden geen handen geschud. Mwami Mopipi, een volksvertegenwoordiger van de Mai-Mai (traditionele krijgers die zich omvormden tot goed bewapende burgermilities) uit Bukavu, in Zuid-Kivu, zegt ronduit dat niet iedereen thuishoort in het Palais du Peuple. Zelfs niet in Kongo. Hij heeft het gemunt op Kongolezen die tijdens de oorlog collaboreerden met de Rwandese bezetter. Vooral voor de Banyarwanda en Banyamulenge heeft hij geen goed woord over. Deze van oorsprong Rwandese Tutsi wonen al decennia in Kongo, maar het bleef onduidelijk tot welke nationaliteit ze behoorden. Het dreef velen in handen van de opstandelingen.

"Hun nationaliteit wordt een netelige kwestie", zegt Mopipi. "Ik denk dat zij die de oorlog steunden om de Kongolese nationaliteit te verwerven een fout maakten. Het Kongolese volk zal over hun lot beslissen. Maar ze hebben ons geprovoceerd. Het wordt moeilijk, zeker nu ze plots met zoveel zijn. Voor de oorlog waren ze met veertigduizend, nu zouden ze al met vierhonderdduizend zijn. We vrezen dat Rwanda zijn overbevolkingsprobleem oplost door Rwandezen in Oost-Kongo te huisvesten. De inheemse Hunde van Masisi zijn voor hen verdreven."

Mopipi, die als traditionele chef in het maquis zijn onderdanen tot verzet aanzette, meent dat de Verenigde Naties deze kwestie moeten regelen. "We snappen niet waarom ze zo aarzelen." Zo niet zal dit conflict verder ontsporen, stelt hij. Want ook al is er vrede in Kinshasa, voor hem is er nog altijd oorlog. "In Kivu bevindt zich in Shabunda nog altijd een bataljon van het Armée Patriotique Rwandaise (APR), het Rwandese leger. Het komt er nog geregeld tot confrontaties met onze Mai-Mai. Ons doel is vrede maar dan moeten de anderen die stap ook zetten." Geen enkel parlementslid praat echter graag over het bloed dat aan de handen van zijn partijcenakels kleeft. "De voorziene Waarheids- en Verzoeningscommissie? Een formaliteit", zegt Omer Ntumba Shabangi wa Ngandu, vice-fractieleider van de Mouvement du Libération du Congo (MLC), de voormalige rebellenbeweging van huidig vice-president Jean-Pierre Bemba. "Er zijn inderdaad erge dingen gebeurd maar er wordt snel vergeten. Kongolezen hebben een zachtaardige cultuur. Het volk heeft ons al vergeven. Hier gooit men niet met stenen."

De MLC, "die een volwaardige politieke beweging werd", maakt zich geen zorgen over misdaden tegen de mensheid zoals kannibalisme waarvan haar rebellen beschuldigd werden. "Allemaal propaganda om ons te verzwakken in de aanloop naar de verkiezingen. Wij willen ons nu inschrijven in de democratie. We knopen weer aan bij het moment dat Mobutu het einde van zijn eenpartijstaat aankondigde (april 1990, MR)."

De ingenieur is ervan overtuigd dat bij verkiezingen zijn fractie veel winst zal boeken, maar waarschuwt nu al dat de geplande datum van juni 2005 onhaalbaar lijkt. "Het is mogelijk maar tijd wordt een probleem. Het parlement is nu al in vertraging door het gebrek aan middelen en moet nog allerhande voorbereidend wetgevend werk doen. Wij zijn van mening dat er beter goede verkiezingen te laat komen dan slechte te vroeg."

De MLC wil eerst werk maken van een gezonde economie, poneert uitvoerend secretaris Thomas Luhaka. In een vroeger leven was hij nog vice-minister van Defensie bij de rivaliserende rebellenbeweging Rassemblement Congolais pour la Démocratie, Mouvement du Libération. Hij kent dus de economische inzet van het conflict maar al te goed: het RCD-ML was betrokken bij de plundering van mijnen. "In de strijd om grondstoffen gold tot nu toe het recht van de sterkste", erkent Luhaka. "Maar nu komt er een parlementaire onderzoekscommissie die alle mijnconcessies zal herzien. Bedrijven die het algemene belang van Kongo schaadden, zullen worden gesanctioneerd."

Prioriteit voor een stabiel investeringsklimaat is veiligheid. Dat ligt niet voor de hand in een land waar nog allerlei milities dood en terreur zaaien. Op de Kongostroom, de economische levensader van het land, varen nog altijd nauwelijks boten uit angst voor overvallen. "Er moet werk gemaakt worden van de demobilisatie maar gelijktijdig moeten we ook een leger- en politiemacht van nationale eenheid oprichten", zegt Luhaka. "Alleen kunnen we die nu nog niet betalen: met ons budget van 300 miljoen dollar moeten we een land regeren zo groot als West-Europa. Ter vergelijking: de VN-waarnemersmacht Monuc kan putten uit een budget van 645 miljoen dollar."De middelen zijn ook dichter bij huis niet eerlijk verdeeld. François Lumumba, de oudste zoon van de vermoorde Kongolese onafhankelijkheidsheld en eerste premier Patrice Lumumba, laakt de 'ongelijkheid van kansen' in de volksvertegenwoordiging. "Een transitieparlement met hoofdrolspelers van de oorlog is de prijs die we betalen voor vrede. Maar de verkiezingen mogen daar niet onder lijden. We moeten vooraf eerlijke voorwaarden scheppen. Dit land heeft snel nood aan wetten op partijfinanciering en een wet op de openbare omroep. Nu hebben alleen de regeringspartijen toegang tot de zendtijd op staatsradio en -televisie. Ook wij van de politieke oppositie hebben daar recht op."

Lumumba vertegenwoordigt in het transitieparlement de Mouvement National Congolais Lumumba (MNLC). Het nationalistische erfgoed van zijn vader is na jarenlange bezetting door buitenlandse troepen misschien meer dan ooit actueel maar hij wil geen vergelijking trekken met de vroege jaren zestig. "We zijn patriotten die willen samenwerken met de buurlanden", zegt hij. "Wij zijn naar jullie normen sociaal-democraten. We geloven in de markteconomie maar die kan volgens ons alleen groeien als er sociale rechtvaardigheid is." Het welzijn van de bevolking is op dit moment echter allesbehalve de zorg van Leofete Isoyongo, parlementslid van de RCD. "Het is een schande", fulmineert hij. "Ons salaris is nog niet uitbetaald." Isoyongo is een van de vele afgevaardigden die interpelleerden omdat ze hun beloofde startvergoeding van tweeduizend dollar nog niet kregen. "We hebben dit nodig voor onze huisvesting en onze reizen", zegt hij, "om te weten wat er bij de bevolking leeft."

Net vandaag gaan de rechters van Kinshasa in staking omdat ze al drie maanden geen salaris, tussen veertien en dertig dollar, meer kregen. Onderwijzers en ambtenaren wachten al de hele transitieperiode op hun loon, tien à twintig dollar per maand. Het zal pas uitbetaald worden als het aangepaste budget 2003 is goedgekeurd. Maar de minister van Begroting heeft slecht nieuws. De transitieregering vraagt opnieuw uitstel. Na vele interpellaties verlaat hij onder luid protest de zaal. De budgetcontrole wordt een werk van lange adem. Ntumba van het MLC doet een pijnlijke vaststelling. "Hé, we hebben nog geen rekenmachines."

François Lumumba, zoon van: 'Een overgangsparlement met daarin ook de hoofdrolspelers van de oorlog is de prijs die we voor de vrede betalen'

MLC: 'Beter goede verkiezingen te laat dan slechte te vroeg'

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234