Woensdag 20/10/2021

Parlement trekt ten strijde tegen VERKRACHTING

Voor een keer geen klassiek steekspel tussen oppositie en meerderheid in het parlement. Morgen keuren alle partijen een resolutie goed waarin ze concrete aanbevelingen doen opdat de regering verkrachtingen in ons land beter kan aanpakken. Vijf problemen en de gesuggereerde oplossingen.

Sporenonderzoek kan pas na aangifte

Het zoeken naar sporen van de dader op het lichaam en de kleding van het slachtoffer vraagt specifieke kennis en moet volgens een vaste, wettelijke procedure verlopen. Een arts verzamelt pas bewijsmateriaal, zoals sperma, na een opdracht van het parket. En daarvoor moet het slachtoffer eerst een aangifte doen bij de politie. "Maar slachtoffers vinden vaak pas na járen de moed om een klacht in te dienen. En tegen dan is het bewijsmateriaal verloren, want als je nog sporen wil vinden moet je binnen de 72 uur een onderzoek voeren", weet Karin Jiroflée (sp.a).

Doe beide in gespecialiseerde centra

Gespecialiseerde centra in ziekenhuizen, met artsen, psychologen en juristen onder één dak, kunnen ervoor zorgen dat de drempel om een aangifte te doen, wordt verlaagd. De slachtoffers krijgen er medische en juridische begeleiding. Willen zij aangifte doen van verkrachting, dan kan de politie hen ter plaatse verhoren. Staatssecretaris voor Gelijke Kansen Elke Sleurs (N-VA) opent dit jaar zo'n centrum in een Vlaams, Brussels en Waals ziekenhuis. Maar oppositie en meerderheid pleiten ervoor om minstens één centrum per provincie te voorzien.

Lang niet alle bewijzen worden geanalyseerd

Het onderzoek naar sporen van de dader gebeurt via de zogenaamde SAS-test (seksuele agressieset). Zoals gezegd kan dat onderzoek pas gebeuren na een aangifte. "Maar dan nog worden de gegevens te weinig geanalyseerd", zegt Nele Lijnen (Open Vld). Een voorbeeld: het NICC in Brussel, een van de negen erkende laboratoria om DNA-analyses uit te voeren, kreeg in 2014 maar voor 19 procent van de SAS-tests die het bewaarde een aanvraag tot analyse door het gerecht.

Verplicht de analyse

Voor de politieke partijen in ons land is de oplossing eenvoudig: verplicht de analyse van SAS-tests. "Het is een te belangrijk instrument om bewijs te verzamelen en de dader te vatten", benadrukt Lijnen.

Te weinig info in pv's

Verkrachting blijft grotendeels onder de radar: negen op de tien slachtoffers doen volgens de Vrouwenraad geen aangifte. "En als ze het wel doen, wordt er te weinig informatie bijgehouden. Zo noteert de politie het geslacht en de leeftijd van slachtoffer en dader niet. En ze houdt evenmin de eventuele band met de dader bij", weet Jiroflée. "Alleen het aantal minderjarigen wordt geregistreerd. Nochtans is al deze info belangrijk om het fenomeen te kennen en vervolgens gericht aan te pakken."

Register van seksuele misdadigers

De registratie door de politie moet beter. Bij het opstellen van het proces-verbaal moet de politie het geslacht en de leeftijd van zowel het slachtoffer als de dader noteren én moet hij de mogelijke relatie tussen de twee vermelden. Daarnaast pleiten de partijen ook voor een nationaal register van seksuele misdadigers met hun DNA-gegevens. "Zo kunnen we ook daderprofielen opstellen en recidive proberen te voorkomen", zegt Lijnen.

Na tien jaar verjaren seksuele misdrijven

Na tien jaar verjaren seksuele misdrijven. Tenzij het over minderjarigen gaat: dan geldt er een verjaringstermijn van vijftien jaar. Die periode waarbinnen het slachtoffer een klacht moet indienen, begint pas te lopen zodra het slachtoffer meerderjarig is.

Termijn herbekijken

Meerderheid en oppositie willen de verjaringstermijn heroverwegen. Een specifieke termijn willen ze er in hun aanbevelingen nog niet op plakken. Zowel Lijnen als Jiroflée vindt dat seksuele misdrijven nooit zouden mogen verjaren. Maar in het verleden stonden CD&V en N-VA hierover op de rem, omdat slachtoffers het signaal moeten krijgen zo snel mogelijk een aangifte te doen. "Dat klopt, maar we moeten hier toch vertrekken van de gemoedsrust van het slachtoffer", vindt Jiroflée.

Te veel vage seponeringen

Het aantal verkrachtingszaken die parketten verticaal klasseren, daalt jaar na jaar. Toch werd tussen 2010 en 2015 nog altijd iets meer van de helft (50,21 procent) geseponeerd. "De magistraten moeten daarvoor een reden opgeven. Het probleem is dat er geen aparte argumenten bestaan voor verkrachtingszaken. Ze moeten dus grijpen naar algemene redenen, en dat zorgt soms voor erg bizarre klasseringen", stellen Lijnen en Jiroflée vast. "Zo werden de voorbije jaren bijna twintig verkrachtingszaken geseponeerd omdat het om een misdrijf 'van relationele aard' ging en bijna tachtig zaken omdat het aan 'het gedrag van het slachtoffer' lag. Bijzonder stigmatiserend."

Seponering moet exact gemotiveerd

Het parlement wil dat magistraten een apart arsenaal aan argumenten krijgen. Zo worden ze gedwongen om hun seponering beter te motiveren. "We hopen dat dit ook tot een lichte daling zal leiden", zegt Lijnen. Verwijzen naar 'het gedrag van het slachtoffer' zal niet langer tot de mogelijkheden behoren. "Zo willen we ook een mentaliteitswijziging teweegbrengen bij de magistraten, die nu soms nog te veel aan 'victim blaming' doen."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234