Zaterdag 16/10/2021

Parijse polsslagen

Een diva, een militante fotografe en een monumentaal schilder. Alle drie krijgen ze deze zomer een expo in Parijs, en drie keer is het de moeite van de trip waard.

En toen werd het toch nog zomer, ook in Parijs. Daar pakken de gevestigde cultuurhuizen nog tot september uit met drie tentoonstellingen om u tegen te zeggen. In de hoofdrollen, twee straffe dames - de muze Misia en de éminence grise van de Nederlandse fotografie Eva Besnyö - en een al even fascinerende vent: Gerhard Richter.

Misschien stond het wel in de sterren geschreven dat de knappe Maria Godebska (1872-1950) zou uitgroeien tot de muze van haar belle époque. Het leven van de vrouw met het koosnaampje Misia leest als een galante avonturenroman, waarin de mannen bij bosjes voor de bijl gaan. Het zijn niet de minsten: de schilders Toulouse-Lautrec, Bonnard, Vuillard, Renoir en Vallotton, componisten als Ravel en Satie, theatervolk, tot de modeontwerpster Coco Chanel toe. Het spoor van vernieling dat Misia in de salons heeft aangericht, is perfect te volgen in een monografische tentoonstelling in Orsay (

), die in het najaar naar het Bonnardmuseum van Le Cannet verhuist. De anekdotes over de femme fatale fungeren als het kader en de ideale uitvlucht om het uitvoerig over kunst te hebben, van postimpressionisme tot vroeg expressionisme en andere nieuwerwetse stromingen.

Misia's verhaal begint zowaar in België. Nadat haar moeder in het kraambed was gestorven, werd het meisje in Halle opgevoed door haar opa, de wereldvermaarde cellist Adrien Servais. Het wicht groeide op in een riante villa, op een wolk van geld en goede smaak. Tijdens een vakantie in Knokke viel de jonge Henry van de Velde voor haar charmes en haar bevallige lijf, maar onze toekomstige sterarchitect liep een blauwtje dat hem nog lang zou heugen: tijdens een trip naar Londen gooide zijn aanbedene zich even later in de armen van de tekenaar Félicien Rops. De man zou haar vader kunnen zijn, maar hij ging gretig met haar maagdelijkheid aan de haal.

Even later sloeg Godebska de delicate intellectueel Thadée Natanson aan de haak; met haar bruidsschat kon de man zijn trendy tijdschrift La revue blanche oprichten, een vrijplaats voor symbolisten, anarchisten en andere nieuwlichters. Henri de Toulouse-Lautrec mocht de tekening voor de reclamecampagne maken: als uithangbord voor het hippe blad belandde Misia's elegante gestalte in het straatbeeld, als een icoon van de avant-garde. In de salon van het echtpaar Natanson ontmoette de vrouw des huizes de dichter Stéphane Mallarmé en een stoet andere kunstenaars. Zo word je zonder veel moeite de 'koningin van Parijs', en dat is meteen de ondertitel van de expo.

Een krakende ka

Het compliment is allesbehalve overdreven, want al in de eerste zaal lijkt het alsof je in een galerij met staatsieportretten bent beland. Zowel Edouard Vuillard als Félix Vallotton worden op Misia verliefd. Deze laatste vat haar gestalte in beklemmende zwart-wittekeningen, als in een vroege graphic novel. Ook Vuillard heeft zijn muze almaar opnieuw geschetst en gefotografeerd. Misschien is het kleine, langwerpige schilderijtje dat hij van de hals van een wegkijkende Misia maakt, wel het mooiste wat hier te zien is. Het is dan ook een waardige opener van de tentoonstelling.

Als een lint van complimentjes rijgen de portretten, de foto's, de partituren-met-opdracht en de beschilderde waaiers zich vervolgens aaneen doorheen vijf grote zalen. Misia wordt vereeuwigd in klassiek aandoende schilderijen (van Renoir en Bonnard) en modernistische taferelen (van Vuillard, Vallotton en dezelfde Bonnard, die van veel markten thuis was). Ravel en Satie dragen composities aan haar op, en wanneer Natansons huwelijk slagzij maakt, schrijft Octave Mirbeau er een heus toneelstuk over. Proust modelleert een personage uit Sodom en Gomorra naar de dame, wier profiel even goed opduikt in de karikaturen van het blad La vie parisienne als in geheime dagboeken.

Met enige overdrijving gesteld: Misia's kruis is het kruispunt van de avant-garde. De vrouw die door tijdgenoten wordt getypeerd als 'een fraaie, bloeddorstige panter' of 'een gevaarlijke fee die mensen maakt en kraakt', zal later nog trouwen met een persmagnaat en met de Catalaanse schilder José Maria Sert, terwijl zij er een aanzienlijk aantal schimmige relaties met minnaars op nahoudt; dat een van haar huwelijken wordt ontbonden wegens onvruchtbaarheid is in die tijd een godsgeschenk voor al wie een actief seksleven leidt. Ook cultureel is Misia een veelvraat.

Na nog minstens twee of drie levens vol muziek, liefde en morfine geeft Misia in 1950 de geest. Gabrielle 'Coco' Chanel zal haar lichaam opmaken voor de begrafenis. Het doek valt, de mythe gloeit op.

De eerste Eva is de beste

Aan de overkant van de Seine, in het Musée du Jeu de Paume, is het een Hongaars-Nederlandse fotografe die de toon zet (

). De biografie van Eva Besnyö (1910-2003) oogt wat minder spectaculair dan die van La Godebska, maar in haar lange leven heeft ook zij aardig wat watertjes doorzwommen. Op haar twintigste koos zij voor de fotografie en trok zij naar Berlijn: het fascistische Hongarije was joodse, linkse intellectuelen liever kwijt dan rijk.

In Duitsland kon Besnyö de ervaring, die zij had opgedaan in het atelier van avant-gardefotograaf Jószef Pécsi, goed gebruiken. In de kunstenaarslogementen en de donkere kamers werd getimmerd aan een nieuwe maatschappij en aan de beelden die erbij hoorden: gewaagde camerastandpunten, vogel- en kikkerperspectief, tegenlicht, onverwachte close-ups, dynamische cadrages, op het eerste gezicht banale details, shots van werkende mensen en straatscènes gingen tot de canon behoren.

Toen de nazi's de macht veroverden, reisde de jonge, knappe vrouw de liefde achterna richting Amsterdam. Daar werd zij opgenomen in de kring van de schilderes Charley Toorop, de moeder van haar levensgezel John Fernhout die zij in Berlijn had ontmoet. Toen ging het snel. Met de foto's die Besnyö in Duitsland en op vakantie bij het Balatonmeer in haar geboorteland had gemaakt, trof zij als geen ander de tijdgeest. Tentoonstellingen volgden elkaar op, en de deuren van de artistieke tegencultuur zwaaiden open.

De volgende jaren zou de fotografe in Nederland actief zijn in linkse en antifascistische culturele verenigingen, tot zij als joodse in 1941 tegen een beroepsverbod aanliep, onderdook en haar werk onder de naam van haar nieuwe vriend publiceerde. Na de oorlog maakte Besnyö naam met foto's in de stijl die we vandaag 'humanistisch' noemen, strak vormgegeven maar vol mededogen met de wereld. Als jongbejaarde sloot zij zich in de jaren zeventig met veel enthousiasme aan bij Dolle Mina en andere feministische actiegroepen die ijverden voor vrije anticonceptie en abortus. Zelden was de benaming éminence grise beter op zijn plaats. Toen de grijze dame in 2003 overleed, was zij 93 en beroemd.

Het is dus helemaal geen verrassing als het Jeu de Paume vandaag uitpakt met een fors retrospectief van dit Hongaars-Hollandse maar vooral Europese oeuvre. Dat ook een ruim publiek de weg naar de expositie vindt, heeft dan weer te maken met de vrij grote toegankelijkheid - noem het gerust 'begrijpelijkheid' - van de foto's die zijn geselecteerd. Enerzijds is zwart-wit altijd schoon: het laat de wereld inkoken tot vormen die we kunnen vatten. Anderzijds oogt de esthetiek die in de jaren dertig, veertig en vijftig nog behoorlijk experimenteel was, vandaag vertrouwd en zelfs huiselijk, zonder ooit klef te worden.

Ook de onderwerpen die Besnyö in beeld heeft gebracht, behoren tot ons eigen universum. De mensen op deze foto's zouden onze grootouders kunnen zijn, de strakke architectuur een herinnering aan de gouden tijd van het modernisme, de ruïnes van Rotterdam een fragment uit een oorlogsdocumentaire op Canvas. Zo heeft elke opname wel iets innemends. Als het niet de inhoud is, dan kunnen we wel aan de slag gaan met de vorm.

Voor hun keuze focussen de curatoren Marion Beckers en Elisabeth Moortgat op de eerste helft van Besnyö's carrière, en dat is verstandig. Hoe knap we haar latere werk mogen vinden, en hoe noodzakelijk haar bergingswerk als sociaal bewogen activiste ook was - de eerste Eva is de beste. In elk beeld voel je de polsslag van een spannende tijd, toen alles wat mogelijk was meteen in de praktijk werd gebracht. Besnyö's Rolleiflex tast de oppervlakte van de dingen af en volgt de beweging van de lichamen die zich aan haar lens voordoen. Zie hoe Magda rillend wegkijkt op de aanlegsteiger in het Balatonmeer: haar lijf staat schots en scheef in het beeldkader, en toch is alles in evenwicht. Stel vast hoe traag het licht naar binnen valt in een modernistische villa. Volg de diagonaal van de cello op de rug van het zigeunerjongetje, en besef hoe mooi de wereld is.

Zo dwalen we van het ene sterke beeld naar het andere, tot aan de uitgang. Daar gebeurt iets vreemds. In een zijzaaltje wordt de documentaire film Eva Besnyö, de keurcollectie uit 2002 vertoond, waarin Leo Erken de bejaarde fotografe volgt in de drie jaren die voorafgingen aan de overbrenging van haar archief naar het gereputeerde Maria Austria Instituut in Amsterdam. Bijna een uur lang zit je geboeid en ontroerd te kijken naar een oude, fiere vrouw die loslaat, in veiligheid brengt, twijfelt en beslist hoe haar oeuvre de tijd zal trotseren.

Gerhard Richter, bis

Het is een heerlijk toeval, maar op het affiche voor het retrospectief dat het Centre Pompidou aan Gerhard Richter wijdt (

), wendt een jonge vrouw de blik af. Na Vuillards Misia, en Magda aan de oever van Besnyö's Balatonmeer is het de derde gestalte die wegkijkt en zo iets vertelt over de gretige blik van de kunstenaar.

Zo zitten we meteen waar de samenstellers van deze overzichtstentoonstelling ons willen krijgen. Panorama is de Parijse versie van het Richter-retrospectief dat eerder in de Londense Tate Modern te zien was en uitgebreid in deze krant aan bod kwam.

Rond een wigvormige ruimte in het hart van de expositie is het beste werk van de kunstenaar uit Dresden min of meer chronologisch in tien zalen opgehangen. Een en ander moet de slingerbeweging van figuratie naar abstractie en terug visualiseren, en Richters inspiratiebronnen - de (kunst)geschiedenis, de fotografische beeldvorming, de actualiteit - recht doen. Bovendien zorgen enkele architecturale ingrepen in de ruimte ervoor dat de bezoekers onwillekeurig gaan deel uitmaken van de collectie en dat de werken onderling een dialoog aangaan.

Toch moet je een tentoonstelling als deze eigenlijk twee keer bezoeken. Je kijkt dan je ogen uit naar wat iemand met verf en flarden van onze beeldcultuur aanricht, je gaat vrij associëren en verbanden leggen. Daarna keer je terug, om met kennis van zaken te speuren naar citaten en verwijzingen die Richter in zijn uitgeveegde verleden heeft verstopt.

Zijn het de waterlelies van Monet? Duchamps naakte vrouw die een trap afdaalt? Een actrice uit Warhols Factory? Het bombardement van Dresden, geprojecteerd op een imaginair Parijs? De lijken van de leden van de Rote Armee Fraktion in de Stammheimgevangenis? De Twin Towers op 11 september 2001? Richters oom Rudi, een prominente nazi, of zijn tante Marianne die werd vermoord omdat zij mentaal gehandicapt was? Zo laat een schilder zien dat hij niet zonder reden een van de grootste levende kunstenaars is.

- Misia, reine de Paris: tot 9 september in het Musée d'Orsay.
- Eva Besnyö, l'image sensible: tot 23 september in het Musée du Jeu de Paume.
- Gerhard Richter. Panorama: tot 26 september in het Centre Pompidou.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234