Dinsdag 07/12/2021

Parijse Bibliothèque Nationale de France toont voor het eerst haar verboden erotica

Opvallend is hoe het subversieve aspect van seks - seks als verzet tegen de gevestigde orde, als manier om tegen de schenen te stampen - domineert

Hellevaart naar de tuin der lusten

De Parijzenaars spoeden zich dezer dagen met zevenmijlslaarzen naar hun Bibliothèque Nationale de France. En masse verlustigen ze zich er in de wufte tentoonstelling L'Enfer de la Bibliothèque. Eros au secret. Een adembenemende selectie uit vijf eeuwen ondergrondse erotica mag immers voor het eerst het daglicht trotseren. DOOR DIRK LEYMAN

PARIJS l In deze literair-erotische peepshow (verboden voor min-zestienjarigen) vertolken auteurs als D.A.F. de Sade, Apollinaire, Jean Genet of erotomaan Pierre Louÿs de hoofdrollen. Maar ook de spermaspatten van Salvador Dalí, een oraal kunststukje van Man Ray, Japanse erotische prenten en vroege pornofoto's porren het lustgevoel aan.

Je kunt er niet naast kijken als je in de avondschemering de Quai François-Mauriac nadert. Een verlichte roze X op een van de vier imposante glazen torens van de Bibliothèque Nationale de France (BNF) waarschuwt én lokt tegelijkertijd. Het simpele maar efficiënte icoon van de geruchtmakende tentoonstelling slingert zich door heel Parijs, tot in het metrostation Croix Rouge toe, dat een sensueel opwarmertje biedt van de erotische esbattementen in de BNF. En daarmee doet Parijs zijn reputatie als libertijnse stad weer volop eer aan: "Partout, on est libertin par temperament; à Paris, on l'est par principe."

De Très Grande Bibliothèque, een van de laatste architecturale paradepaardjes van wijlen president François Mitterrand, heeft nochtans lang geaarzeld of ze zich van haar vrijpostigste kant zou tonen. Was het wel verstandig om eindelijk L'Enfer, haar geheime nis barstensvol lange tijd verboden erotica, open te stellen? "L'Enfer bleef maar de fantasie en de verbeelding voeden: de enen zagen het als een kerker, de anderen als een galant boudoir. Dus vroegen we ons af hoe je een bezoek eraan zou kunnen organiseren", zegt tentoonstellingscommissaris Marie-Françoise Quignard in Le Monde.

Maar kun je in dit internettijdperk, waarin de seksuele acrobatieën je in mpeg- en quicktimeformaat als kogels om de oren fluiten, nog wel verbluffen met hoofdzakelijk papieren erotica? In ieder geval is de tentoonstelling van het etiket 'verboden voor min-zestienjarigen' voorzien, waarmee de interesse al bij voorbaat is aangescherpt. "Het is een voorzorgsmaatregel", meent Quignard. "Op die manier kan niemand ons verwijten dat we de jeugd perverteren." En zie, het visje bijt. Ook op een ijzige vrijdagavond begeven heel wat nieuwsgierigen zich naar de warme buik van het afstandelijke gebouw om er met eigen ogen L'Enfer te betreden én te aanschouwen.

In het hart van de tentoonstelling - na een processie van pikken, borsten, billen én de meest vernuftige seksuele handelingen - stuit je kwansuis op een aantal aandoenlijk ogende, door de tijd bijna vermolmde houten fichebakken. De inhoud ervan is evenwel niet onschuldig. Dit huzarenwerk van William Viennot bevat de steekkaarten waarop de brave borst tussen 1886 en 1909 in een vlekkeloos handschrift de toenmalige inhoud van L'Enfer inventariseerde. De taak werd slechts toevertrouwd aan de betrouwbaarste medewerkers: Viennot had zich al gauw van eenvoudige stagiair ontpopt tot meester-archivaris. Vaak werden de boeken uit L'Enfer immers zo verschroeiend gevaarlijk geacht dat tot diep in de jaren zeventig enkel mannelijke bibliotheekbedienden catalogiseerwerk mochten verrichten. En restauraties aan de collectie werden slechts bij uitzondering aan vrouwen overgelaten, die dan wel getrouwd of op rijpere leeftijd dienden te zijn, zodat ze de stoet van onbetamelijkheden van auteurs als de Sade of de gravures van Félicien Rops konden weerstaan.

De mythische L'Enfer heeft zijn wortels in de periode 1830-1844 en de roerige geschiedenis ervan is meteen een van de mogelijke parcoursen door de tentoonstelling. Op dat moment besloot de Franse nationale bibliotheek een aparte rij goed afgeschermde planken te voorzien voor werken die de lusten opwekten én 'in strijd met de goede zeden' werden geacht. Politieke of religieuze pamfletten kwamen er eigenlijk niet in, dit papieren lustprieel bood enkel een vrijplaats voor bandeloze erotiek of pornografie. Zo wou de bibliotheek zelf verhinderen dat dergelijk spul in verkeerde handen kwam. Slechts bij hoge uitzondering kregen wetenschappelijke onderzoekers toegang tot L'Enfer, zoals de afdeling algauw werd genoemd.

Geleidelijk aan ontstond zo een collectie van 1.700 geconfisqueerde of geschonken werken, waarin waarlijk alle seksuele aberraties én lusten zich verenigden: flagellanten, sadisme, masochisme, bestialiteiten à volonté. Ook inbeslagnames door de politie leverden een rijkelijke oogst op. Niet enkel erotische of pornografische romans (waarin de libertijnse achttiende eeuw hoog scoorde) maar ook gravures, foto's of allerhande erotische 'sujets libres' vloeiden de Hel binnen. Kenners zijn er dan ook van overtuigd dat slechts de bibliotheek van het Vaticaan (dat niet meteen van zins is zijn archieven open te zetten) een ruimere en exquisere collectie pornografie en erotica in handen heeft. Maar ook de British Library houdt naar verluidt zijn pornografische kroonjuwelen nog op de knip.

De schrijver Guillaume Apollinaire, met Les Onze Mille Verges (1907) - van orgie tot kannibalisme - zelf verantwoordelijk voor een pornografisch meesterwerk, was er als de kippen bij om in 1913 mee de eerste Enfercatalogus te publiceren. De BNF hield zijn Enfer aan tot mei 1968, toen alle zedelijke kluisters met de straatstenen overboord werden gegooid. Maar in 1983 heropende de Hel, zij het om puur praktische redenen: zeldzame erotica krijgen er intussen nog steeds een plaats, zonder dat er nog speciale belemmeringen bestaan om ze in te kijken.Toch is niet het in de eerste plaats de geschiedenis van L'Enfer die bij de eerbiedige toeschouwers van de tentoonstelling het meeste animo opwekt. Nee, ze zijn gekomen om te kijken naar the real thing: de inhoud van l'Enfer én hoe onze voorzaten zich - al dan niet literair verantwoord - in de clandestiniteit aan seks overgaven. Dat gebeurt zonder besmuikte lachjes maar met een vaak loden ernst: in een licht sacrale sfeer schuifelen de bezoekers voorbij de ruim 350 getoonde boeken en foto's in de in toepasselijk rozige en boudoirrode tinten gehulde ruimte. Vreemd, want er valt vaak te gniffelen of in je vuistje te lachen.

Opvallend is hoe het subversieve aspect van seks - seks als verzet tegen de gevestigde orde, als manier om tegen de schenen te stampen - domineert. Want als de seksualiteit beteugeld wordt, zoekt ze altijd weer geheimere en nog inventievere beddingen. Daarnaast valt op de erotomanen wisten te variëren op een thema: er werd als het ware maximaal genot gepuurd uit het hoe dan ook gelimiteerde aantal menselijke lichaamsopeningen. Je staat dan ook regelmatig versteld staat van zoveel - anoniem gebleven - inventiviteit.

Evenzeer een constante is hoe elk nieuw medium meteen ook door seks wordt ingepalmd. De opkomst van de fotografie in de 19de eeuw gaf meteen aanleiding tot schunnige plaatjes, die nu vaak een hoog- en droogkomisch gehalte hebben en maar matig zinnenprikkelend zijn. Vaak etaleren ze een giechelachtige seksualiteit: een roos in de destijds opvallend sterk behaard gehouden flamoes, dames met kokette kapsels die bucolisch tasten aan elkaars geslachtsdelen of die op bevel de ogen wegdraaien wanneer ze gepenetreerd worden door een - zo lijkt het vaak - toevallige besnorde passant. Zo is er ook ongewilde situatiehumor: een landloper houdt zijn plunjezak op de rug terwijl hij op zijn hondjes een beurt geeft aan een deerne die zich bereidwillig plooit in een als mierzoet prentje ingekleurde foto uit 1866.

Zeer systematisch te werk ging de fotograaf Auguste Belloc. Hij liep in 1860 evenwel tegen de lamp en zag zijn collectie in beslag genomen vanwege obsceniteiten. Achter de kaften van de Oeuvres complètes de Buffon verstopte hij duizenden fotoafdrukken waarin hij zich bovenmatig gefixeerd toonde door het vrouwelijke geslachtsdeel en meteen als inspirator fungeerde voor het geruchtmakende schilderij L'Origine du Monde (1867) van Gustave Courbet.

Indrukwekkend is ook de collectie van de notoire verzamelaar Paul Caron en zijn beelden verstopte achter albumhoezen waarop tafereeltjes uit het boerenleven de gewaagde inhoud verhulden. Ook het zwart-witte patina geeft de taferelen waarbij naakte, mollige vrouwen samen met een teddybeer of pluchen konijn op de gevoelige plaat worden gelegd iets ver wegs en koddigs. Maar tegelijk demonstreren de foto's ze door de jaren heen ook een voorzichtige emancipatie. De naakte vrouw in de jaren dertig van de twintigste eeuw weerspiegelt al een heel ander zelfbewuster beeld dan de plompere modellen, vaak prostituees, vijftig jaar eerder.

L'Enfer toont een verbluffende schatkamer van pamfletten, 'libelles', boekillustraties lithografieën en gravures, die vaak ook bestemd waren voor de geheime genoegens van gegoede burgers. Bijzonder geestig is de serie Portes et fenêtres. Les Douzes Arrondissements de Paris (1830). Het zijn een soort uitklapbare pittige pop-uptaferelen die een tijdlang erg in zwang waren. Achter een deurtje of raam krijg je zicht op een schalkse erotische prent waarop een bisschop, een koning, een keizer of een hoogedele zich afgeeft met een dame. De commentaren zijn raak: "Voila Madémoiselle, le resumé de l'histoire de France", wanneer de keizer klaarkomt. De prenten behoorden overigens toe aan Léon Gambetta, een vroegere Franse eerste minister. Spotternijen tegen kerk en koning in erotische vorm waren heel populair. Vooral de seksuele appetijt van Marie-Antoinette - 'de Franse Messalina' - krijgt het tijdens de Franse revolutie bijvoorbeeld zwaar te verduren.

Ook begerenswaardig zijn de obscene lithografieën Précis historique de l'histoire universelle, waarin de landen een erotische weergave krijgen en Italië verzinnebeeld wordt in de eruptie van de Vesuvius: een zaadspuitende vulkaanfallus.

Al spoedig maakten ook tal van optische illusies opgeld. Te bewonderen vallen de zogenaamde 'pièces anglaises' die mits enig bijlichten verborgen erotische scènes bevatten van rampetampende koppels in het koren of de wonderlijke mechaniek - met dank aan de Belg Joseph Plateau - van de 'phénakistiscope', een draaischijf waarmee de beweging van een roede in een vulva met hoge snelheid wordt gesimuleerd. De bezoeker kan draaiend aan een wieltje zelf het tempo sturen.

Hoogwaardiger én een van de onbetwiste trekpleisters is de uitnemend goed voorziene collectie Japanse erotische prenten waarop L'Enfer prat gaat, afkomstig van drie gulle schenkers. Ruim tweehonderd gravures en een honderdtal prenten uit de Edoperiode (1600-1868) tonen confronterende erotische kunst, waarbij de mannelijke geslachtsdelen dusdanig uitvergroot zijn dat ze wel zwaar timmermansgerief lijken én voyeurisme een driftig bespeeld thema is.

En zo komen we tot de plat de résistance van de tentoonstelling: de overvloedige literaire pornografie en erotiek, van pakweg Aretino tot Cathérine Millet, die bijzonder omzichtig en tekstueel deskundig is omlijst. Op dat vlak is dit haast een modeltentoonstelling, met een overvloed van manuscripten die bij de rechtgeaarde bibliofiel onwillekeurig hallucinaties veroorzaken. Uit dat overzicht blijkt dat nogal wat negentiende- en twintigste-eeuwse Franse schrijvers van faam zich heimelijk uitleefden in erotische nevensprongetjes, als uitlaatklep of als vingeroefening.

Een van hun voedstervaders is allicht de zestiende-eeuwse Venetiaan Pietro Aretino (1492-1556), "het archetype van de schandaalschrijver", die met zijn Ragiamento tekent voor een van de oudste erotische pareltjes die L'Enfer in zijn bezit heeft. Aretino had in zijn paleis destijds een volwaardige harem onder de pannen, geronseld uit volksmeisjes en prostituees én aangevuld met concubines. Zijn Ragiamento waarin de courtisane Nanna aan haar vriendin Antonia raad vraagt over haar dochter, maakte school. Trendsetters in het genre zijn ook Thérèse philosophe (1748), Margot la Ravadeuse, Diderots La Religieuse én het beroemde Memoirs of a Woman of Pleasure. Fanny Hill van John Cleland.

Met de erfenis van markies D.A.F. de Sade (1740-1814), volgens Apollinaire "de meest vrije geest die er ooit heeft bestaan", schakelt de tentoonstelling in een hogere versnelling. Seks gaat vanaf dan gepaard met wreedheden, maar zo te zien wel geboekstaafd in het bijzonder verfijnde handschrift van de markies. Het is een sinister genot om voor het manuscript te staan van Les infortunes de la vertu (1791) van de Sade én ook een onschuldig briefje te lezen van zijn zoontje terwijl de libertijn voor de zoveelste keer in de gevangenis toeft, vervolgd voor zijn choquerende geschriften. Het oeuvre van de Sade, dat pas vanaf 1948 én niet na rumoerige processen door Jean-Jacques Pauvert uit de wereld van de clandestiene uitgaven werd gehaald, vult in l'Enfer op zijn eentje ettelijke planken. En hoe officieel verguisd hij ook was, ondergronds tierden zijn boeken als Justine en Les 120 Journées de Sodome vanaf hun verschijnen welig.

Wat zijn gedoodverfde al even erotomane tegenstander Rétif de la Bretonne natuurlijk de ogen uitsteekt en aanzet tot zijn Anti-Justine: "Mijn doel is om een boek te maken dat veel smakelijker is dan de zijne", verklaarde hij. Bretonne gaf zich vervolgens over aan tweehonderd pagina's obsceniteiten over de vrouw en voegde er zelfs een apologie van de incest aan toe.

In de negentiende eeuw draait de Franse censuur de duimschroeven aan én het valt op hoeveel Franse auteurs moeten uitwijken naar België om hun werken gedrukt en uitgegeven te krijgen. Belgische uitgevers zoals Jules Gay en Henry Kistemaeckers specialiseren zich in erotische letteren. De beroemdste uitgever is wel Auguste Poulet-Malassis, die met veel risico Les Fleurs du Mal van Charles Baudelaire uitbracht én na een duur proces in 1862 naar België moet uitwijken.

Later zal Poulet-Malassis Félicien Rops in Parijs introduceren bij Baudelaire, die hem algauw "de enige ware kunstenaar die ik in België heb gevonden" zal noemen. Hun samenwerking wordt bezegeld in Les Epaves, waarvan Rops het frontispice maakt. Vanaf 1874 installeert Rops zich in Parijs, waar hij naast zijn officiële ook al niet zeer brave werk ook een onnavolgbaar aantal clandestiene uitgaven van erotische gravures voorziet, én die Eros au secret nog een Belgisch tintje geven. En het mag al even ironisch heten dat de catalogus van de expo kennelijk ook in België is gedrukt.

Het slotdeel van de tentoonstelling, die in zijn overvloed geen enkel moment van verveling oproept, is gewijd aan een aantal Franse schrijvers met erotische pijlen op hun boog. Natuurlijk de al eerder genoemde Apollinaire (die er trouwens ook vroeg bij was om Sade te verdedigen) maar ook de surrealist Louis Aragon, die met zijn Le Con d'Irène ophef maakte, en de geheimzinnige Pauline Réage (pseudoniem van Dominique Aury) en haar Histoire d'O (1954), dat uiteindelijk pas in de jaren zeventig een mondiaal succes kende. En natuurlijk ontbreken Pierre Louÿs, Georges Bataille en Jean Genet niet, de auteur die met het door Jean Cocteau geïllustreerde Querelle de Brest (1947) de homo-erotische letteren - opvallend schaars bedeeld in de tentoonstelling - verrijkte.

Vooral de in Gent geboren Pierre Louÿs behoort tot de literaire erotomanen hors catégorie. Pas na zijn dood in 1925 vonden zijn weduwe en zijn secretaris bij de verzamelaar-schrijver een ware fundgrube aan erotische geschriften, romans gedichten en documenten, waarover bij leven niet het minste vermoeden bestond. Zo hield hij een Catalogue chronologique et descriptif des femmes avec qui j'ai couché bij, waarin hij zijn uiteindelijk 2.500 veroveringen bijhield in woord en beeld. Hij maakte zelfs invitatiekaartjes waarin hij de dames - vaak van lichte zeden - sommeerde om op dat welbepaald uur langs te komen. Ook zijn postuum uitgegeven Trois filles de leur mère wordt intussen gekoesterd als een literair-erotische klassieker. Louÿs was een pathologische verzamelaar, van vrouwen, van erotica én van boeken. Als hij zijn zinnen op iets had gezet, rustte hij niet voor hij de volledigheid had bereikt.

Dat seksualiteit nog altijd de justitiële antennes onverwacht op scherp kan zetten, bewijst de affaire-Pierre Guyotat, waarmee de tentoonstelling afsluit. Nog in 1970 werd zijn scabreuze Eden, eden, eden - nochtans veiligheidshalve voorafgegaan door drie voorwoorden van Michel Leiris, Michel Foucault en Roland Barthes - verboden voor minderjarigen. Censuur en seksualiteit blijven een aan elkaar gewaagd stel, ook in het tijdperk waar L'Enfer een anomalie uit een verleden tijdperk is geworden. Want seks is ook een kwestie van het aftasten van grenzen én de plaats van het experiment. Iets wat Salvador Dalí en Man Ray maar al te goed wisten. Zij tekenen voor twee van de meest ophefmakende beelden van de expositie.

Van Dalí, homo provocatus van de kunsten, is er een 'dessin automatique' waarmee hij een gedicht over de zelfbevrediging van Georges Hugnet illustreert. Terwijl hij zich met de linkerhand afrukte, voltooide hij de tekening met de rechterhand: "Espasmo-grafifisme. Je me masturbe jusqu'au sang!" Het kost weinig moeite om de grote spermavlek te ontwaren, die het midden van het kriebelige tafereel - geen meesterwerk - opsiert.

Man Ray is dan weer vertegenwoordigd met een foto van een wel erg frontaal staaltje orale seks, waarin men de krullerige lippen van zijn minnares Kiki de Montparnasse kan waarnemen, terwijl ze iemands pik afzuigt. Het perspectief doet vermoeden dat het geslacht van Man Ray zelve betrokken partij is. De nochtans bijzonder gedetailleerde catalogus geeft geen uitsluitsel.

L'Enfer de la Bibliothèque. Eros au secret. Tot 2/3 in de BNF, www.bnf.fr, Parijs, Quai François-Mauriac, metro: Quai de la Gare, gesloten op maandag. Catalogus 38 euro.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234