Zaterdag 31/07/2021

Parijs denkt. Een Republiek tegen de wereld

Nergens staat de intellectuele mensensoort zo hoog in aanzien als in Frankrijk. “De intellectueel hoort bij Frankrijk als de Eiffeltoren, stokbrood en rode wijn”, zo zegt Marc-Olivier Padis van het tijdschrift Esprit in het boek Parijs denkt. De Nederlandse historicus en politiek filosoof Marijn Kruk gaat in deze publicatie na waar “de Franse voorliefde voor het abstracte en het theoretiseren” vandaan komt. Hij stelt - met lichte verbazing - vast hoe gemakkelijk denkers als Alain Finkielkraut, Michel Onfray en de onontkoombare Bernard-Henri Lévy nog steeds hun welluidende en soms provocatieve frasen in de media kwijt kunnen. En waarom worden starre linkse denkers als de 72-jarige Alain Badiou, met zijn maoïstische roots, er nog altijd zo aan de borst gedrukt? De erfenis van Emile Zola, die het begrip ‘intellectueel’ tijdens de Dreyfusaffaire muntte, wordt in Parijs met veel vertoon getorst. Kruk maakt met veel kennis van zaken een rondgang langs de Franse haute intelligence. Hij kan een monkellach over al die verbale krachtpatsers en gedreven pennenvoerders niet verbergen. Keurig en spits brengt hij de hete hangijzers die het debat kruiden in kaart: de zoektocht naar de Franse ‘identiteit’, republiek en godsdienst, de erfenis van mei ’68, het koloniale verleden en het integratiemodel. En hij gluurt binnen bij de Ecole Normale Supérieure, dé kweekschool van de denkende elites, waar zowel Sartre als Bernard-Henri Lévy de stiel van publieke intellectueel leerden.

De kant van Swann

Proust verliefd

Het Parijs van Marcel Proust hervonden

De Bezige Bij zet een Marcel Proustoffensiefje in, met drie nieuwe uitgaven omtrent de mondaine schrijver van A la recherche du temps perdu. Het kroonstuk is de door Thérèse Cornips grondig herziene vertaling van De kant van Swann. In zijn voorwoord vat Ieme van der Poel de roman in één zin samen, ook een kunst: “De Recherche is een verhaal over liefde en jaloezie, over homoseksuele en lesbische relaties, over verfijnde emoties en het bizarre genot dat een mens zoekt in de bordelen van Parijs.” Jan Pieter van der Sterre, Rokus Hofstede en Martin de Haan werken intussen aan een nieuwe Proustvertaling. In Proust verliefd biedt William C. Carter een onbeschroomde inventaris van de (platonische?) liefdes van Proust, die altijd weer in de ban raakte van schone jongelingen (en af en toe ook een dame) uit de gegoede kringen. Zijn brievensalvo’s leverden hem niet veel op. Later viel hij eerder op chauffeurs (zoals op zijn privéchauffeur Alfred Agostinelli), kelners en prostitués. Carters biografische schets leest lekker weg en is zowel pittig als schrijnend. Henri Raczymow stelde dan weer een gids samen waarmee je het Parijs van Proust kunt nalopen, met name het Parijs van de rechteroever van de Seine en de westelijke, bourgeoiswijken tussen Monceau, Faubourg Saint-Honoré, Concorde, Auteuil, het Bois de Boulogne en Etoile. Raczymow citeert veel en besteedt veel zorg aan zijn beeldmateriaal, dat het Parijse societyleven van destijds tot leven wekt. Maar in zijn slotbeschouwing capituleert Raczymow voor de “overmacht van de literatuur”: Proust is moeilijk te reduceren tot “plekken”, want hij kon ze als geen ander laten versmelten en hertekenen.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234