Woensdag 25/11/2020

parels voor new york

In de dagen voor Pasen bracht het Collegium Vocale van Philippe Herreweghe Bachs Mattheuspassie naar New York. Het ensemble werd er bedankt met een minutenlange staande ovatie. Verslag van een waanzinnige muzikale reis.

elcome in the United States of America. Over weinige ogenblikken zal een vliegtuig vol topmuzikanten op JFK landen, een video in het vliegtuig laat de passagiers ondertussen minstens een dozijn keer weten dat ze welkom zijn in dit land. Het is een welkom in alle toonaarden.

Maar of deze wat overenthousiaste begroeting ook gemeend is?

Het eerste echte 'menselijke' contact na landing doet daaraan twijfelen. Aliens die dit land willen bezoeken, moeten behalve met de administratieve calvarietocht vooraf ook rekening houden met een leger grensbewakers dat er vanuit lijkt te gaan dat buitenlanders die de VS bezoeken per definitie iets in hun schild voeren. En de zaak wordt er niet minder verdacht op als die buitenlanders ook nog eens allerhande vreemde voorwerpen bij zich hebben.

Met het Collegium Vocale reizen cello's en gamba's mee, evenals hun wat buitenmaatse zusterinstrumenten, de contrabassen. Dergelijke instrumenten de VS binnenkrijgen blijkt nog minder vanzelfsprekend dan aliens.

Jens Van Durme, artistiek coördinator van het Collegium Vocale, zucht diep. Om de instrumenten hier te krijgen moest hij samen met zijn collega, tourmanager Peter Van den Borre, door een procedure die hij "een administratieve nachtmerrie" noemt. Van Durme en Van den Borre hebben al het nodige gedaan, maar nog is niet alle leed geleden.

Al hun inspanningen ten spijt mocht één cello niet mee op de vlucht van American Airlines. Waarom is niet precies duidelijk. Terwijl Van den Borre hemel en aarde beweegt om de cello via een andere vlucht alsnog in New York te krijgen, spuwt Van Durme zijn gal. "Pure kafka is dit. Ik heb mensen de VS zien binnenstappen met surfplanken, met ski's, met alles wat je maar wilt. Maar o wee als je een contrabas of cello dit land wilt inkrijgen."

Marcel Ponseele, als sinds mensenheugnis hoboïst van het Collegium Vocale, staat erbij en kijkt ernaar. Ponseele was sowieso al niet helemaal overtuigd van deze missie. De hoboïst, een autoriteit in zijn vak, heeft al vaker gemusiceerd in de VS. Een reeks opvoeringen van de h-Moll-Messe van Bach in de meer zuidelijke staten staat hem nog helder voor de geest. "Ik herinner me een optreden met een inleiding", vertelt Ponseele. "Daarin werd verband gelegd tussen het werk van Bach en de financier van het optreden. Achteraf kwam een man me vertellen dat hij er geweldig van genoten had. 'I just love the sound of your wooden trompet', zei hij."

Morgen brengen Ponseele en de rest van het Collegium Vocale Bachs Mattheuspassie in het majestueuze Lincoln Center in New York. Is de scepsis van Ponseele terecht, en krijgen we hier een botsing tussen misschien wel het hoogste wat de Europese cultuur heeft voorgebracht en een Amerikaans publiek dat er in het beste geval als een soort curiosum naar staat te kijken? Wait and see. Eén ding staat in elk geval nu al vast. Deze Mattheuspassie wordt geen routineklus.

New York is halte nummer twee in een reeks opvoeringen die dit ensemble de komende week ook nog in Barcelona, Amsterdam en het Duitse Baden Baden zal brengen. En de tournee is niet alleen logistiek een huzarenstuk. Het optreden van morgen is gepland om half acht 's avonds plaatselijke tijd. Voor de zopas gearriveerde muzikanten van het Collegium Vocale betekent dat: optreden van half twee tot bijna 5 uur 's nachts.

"En zo'n tournee is op zich al geen evidentie", vertelt Bart Vandewege, zanger bij het Collegium en nog een rist andere gezelschappen. Om het tijdverschil te overwinnen heeft hij, samen met fluitist Jan Van den Borre en violiste Michiyo Kondo, een bar in de wijk Soho opgezocht. Onder het genot van een glas Brooklyn lager vertelt hij hoe hij met het Collegium Vocale ooit een tournee van vijftien optredens op achttien dagen afwerkte. Het was een tournee die eindigde in een collectieve huilpartij. "Vanwege de intensiteit en de uitputting."

Of ook deze tournee zo zal eindigen? De mogelijkheid valt niet uit te sluiten. Met de Mattheuspassie brengt het Collegium Vocale een werk dat zelfs naar de normen van de klassieke muziek extreem lang duurt. Drie uur om precies te zijn. Niet alleen in het publiek willen dan wel eens slachtoffers vallen. "Ik heb ooit geweten dat een zanger tijdens de uitvoering zijn partituur liet vallen", zegt Vandewege. "In slaap gevallen."

"Een Mattheuspassie vergt drie uur opperste concentratie, ook en vooral als je zelf niet moet zingen of spelen. Die concentratie opbrengen is op zich geen probleem. De muziek is er interessant genoeg voor. Het grote gevaar schuilt eerder in het omgekeerde. De muziek is zo geweldig goed dat je de neiging hebt om erin te verdwijnen. Op die momenten heb je de neiging om te vergeten dat je ook zelf nog moet presteren."

Vandewege vertelt hoe hij gisteren nog, tijdens de première in Gent, zo'n moment van opperste vervoering heeft beleefd. "Toen Christine Busch, onze eerste violiste, de eerste bewegingen uit de aria 'Erbarme dich' speelde, ging ik als vanzelf helemaal mee. Ze speelt dat ook zo verpletterend goed. Toen de aria afgelopen was, zat ik in een andere wereld. Het kostte me heel veel moeite om die betovering te doorbreken en zelf te gaan zingen. Het was alsof het geen zin meer had."

Internationale top

Een uur later zijn we samen met een tiental andere leden van het Collegium Vocale op weg zijn naar een hip restaurant in Greenwich Village. Onderweg vertelt Vandewege hoezeer het Collegium Vocale de afgelopen decennia is geïnternationaliseerd. Vandewege zegt dat hij veel leden van het ensemble niet meer kent. En dat die internationalisering het soms extra vermoeiend maakt. "Ooit was de voertaal in dit gezelschap plat Gents. Vandaag worden er voortdurend andere talen gesproken, in die mate dat je aan het eind van de dag niet meer weet welke taal je aan het spreken bent."

De tafelgesprekken in het restaurant in Greenwich Village zijn een perfecte illustratie van wat Vandewege bedoelt. De voertaal van die gesprekken is een mengeling van Frans, Duits, Engels en Nederlands. Vermoeiend, inderdaad, maar tegelijk het logische gevolg van de ambitie van het Collegium Vocale om wereldtop te zijn. En wereldtop zijn ze ondertussen geworden. Het Collegium als een soort FC Barcelona van de oude muziek? "Ja", zegt Jan Van den Borre, fluitist en een van de steeds schaarser wordende Belgen in het ensemble. "Zo is het precies. Hoger kun je in ons vak niet geraken. Toen ik gevraagd werd om aan deze tournee deel te nemen, voelde het alsof Barcelona me had gevraagd om met hen de Champions League te spelen." Van den Borre is een fluitist die gespecialiseerd is in oude muziek. Maar blijkbaar is hij ook vertrouwd met de allerjongste muziek.

Als hij zijn steak naar binnen heeft gewerkt, vraagt hij me of ik iets van rock ken. "Een beetje? Kijk dan eens naar de vrouw die naast je zit."

De vrouw naast me is Kim Gordon, de bassiste van de invloedrijke New Yorkse noiseband Sonic Youth. Mooier kun je het niet dromen. De Morgen dineert in een restaurant in Greenwich Village, gezeten tussen een violiste van het Collegium Vocale en de bassiste van Sonic Youth. Een zitplaats tussen twee vrouwen die elk op hun manier de absolute top zijn. De fine fleure van de Europese klassieke muziek aan de ene kant, het allerbeste van de Amerikaanse popcultuur aan de andere. Een mooie plek om dood het vallen, was het niet dat we zo graag leven.

Verschroeiend intens

De Alice Tully Hall van het New Yorkse Lincoln Center, iets na 11u 's ochtends. Christine Busch, de eerste violiste tijdens deze tournee, speelt de eerste noten van de aria 'Erbarme dich'. Het is maar een repetitie, maar de intensiteit bij zowel de violiste, de contratenor als de dirigent Philippe Herreweghe is verschroeiend. De muziek slaat een mens uit het lood. Elk besef van tijd en ruimte verdwijnt. Zelfs als die ruimte New York heet.

'Erbarme dich' is een populaire aria. Het is dé hit van de Mattheuspassie. Een stuk muziek dat rechtstreeks op de traanklieren mikt. Maar is dat ook zo als je het stuk al duizenden keren hebt gehoord en gespeeld? "Ja", zegt Marcel Ponseele. "Deze muziek is niet te verwoesten." En dan lacht hij. Ponseele zit nog met zijn ontbijt in de maag. Het was een vet, heel Amerikaans ontbijt, vanochtend. Hij wijst naar zijn handen, die volgens hem nog altijd glimmen van het vet. "Dit is wat de Amerikaanse cultuur ons heeft gegeven. En hoor wat wij hen vanavond gaan teruggeven."

Het Collegium Vocale wil vanavond veel geven. Dat voel je al tijdens de repetitie. Philippe Herreweghe dirigeert tijdens deze repetitie alsof zijn leven ervan afhangt. Er is zijn lichaamstaal, zo krachtig dat zelfs een dove de Mattheuspassie zou kunnen begrijpen. Om zijn visie op het werk nog te verduidelijken bedient hij zich van Frans, het Duits, het Engels, het Nederlands én een taal die een combinatie is van die vier. In de praktijk gaat dat ongeveer zo.

- "When you sing: 'nun ist mein Jesus hin', il faut imaginer: il peut être parti pour toujours.

- J'ai oublié quelque chose - le papadadam - est ce que c'est possible de faire plutôt, un peu plus - papadàdam.

- Bravo. Das war so schön. Et puis, nog één ding, the only thing for me dass ein bisschen fremd war - le quarante A.

Muzikale aanwijzingen als de voorgaande worden afgewisseld met opmerkingen over de juiste uitspraak van het Duits. In het volste besef dat het Amerikaanse publiek van vanavond die taal niet machtig is. "Het is niet omdat je publiek geen Duits verstaat, dat het niet merkt dat het niet juist is", zal Herreweghe daar later op de dag over zeggen. "Als je goed op de tekst werkt, heeft dat als gevolg dat de expressie dieper in de ziel van de zangers zit. En dat voelen de mensen, ook als ze geen bal van de tekst verstaan. Het heeft te maken met authenticiteit. En je hoeft de taal niet te kennen om authenticiteit te voelen. Persoonlijk versta ik niets van Balinees ballet. Maar ik maak me sterk dat ik het wel voel, of die dans goed of slecht is uitgevoerd."

250 dagen onderweg

De eerste repetitie zit erop, we lunchen met een welgezinde dirigent. Bij het aperitief loopt hij even weg, om terug te keren met foto's van zijn buitenverblijf in Toscane, niet ver van Siena, de plek waar hij tijdens de zomer concerteert voor een beperkt publiek van melomanen. Herreweghe vertelt ook dat hij dol is op kranten. Hij leest er naar eigen zeggen drie per dag. "Journalistiek, het was ook wel iets voor mij geweest", zegt hij.

Herreweghe studeerde ooit voor dokter en psychiater. Hij heeft er nooit wat mee gedaan. Achttien was hij toen hij het Collegium Vocale begon samen te stellen. Sindsdien is het steeds harder gegaan.

Vanavond staat Herreweghe met zijn Collegium Vocale in New York, morgen landt hij met zijn ensemble in Barcelona. Een hectisch bestaan, maar voor Herreweghe is het de normaalste zaak van de wereld. De dirigent, binnenkort 65, vertelt dat hij ongeveer 250 dagen per jaar onderweg is. En dat dit nomadische bestaan stilaan op hem begint te wegen. "Ik wil muziek blijven maken, maar het reizen zou ik toch graag wat willen beperken. Ik ben blij dat ik hier vanavond in New York mag dirigeren, maar het is natuurlijk een waanzinnige inspanning."

Dirigeren is niet van de poes, vertelt Herreweghe. Soms, als het goed is, kan hij nog altijd gepakt zijn door de muziek. Maar nooit in die mate dat het tot concentratieverlies leidt. "Het publiek mag wenen, wij, de uitvoerders, mogen dat niet. Het is in de eerste plaats hard werken. Tijdens zo'n Mattheuspassie sta ik drie uur lang te zwaaien. Na de uitvoering ben ik twee kilo lichter."

En dan moet er vaak ook nog gestudeerd worden. Herreweghe doet dat in de schaarse dode momenten tussen het reizen, het repeteren en de optredens. Zo studeert hij vandaag op een partituur van een werk van Stravinsky. "Onmiddellijk na deze tournee start ik met een reeks uitvoeringen van een pianoconcert van Stravinsky", zegt hij. "Het is een werk dat ik nooit eerder heb gedirigeerd. Dat betekent dat ik moet blokken, nu. Blokken zoals een student moet blokken."

Blokken moet Herreweghe niet meer doen als het over de partituur van de Mattheuspassie gaat. Hoeveel keer hij het heeft gedirigeerd weet hij niet meer, hij schat een keer of driehonderd. "Geef me muziekpapier, en ik schrijf het voor u op. Ik ken het werk ondertussen vanbuiten."

Herreweghe herinnert zich nog hoe hij als kind van zeven, aan de hand van zijn moeder, in Gent zijn eerste Mattheuspassie beleefde. Goed tien jaar later zong hij voor het eerst mee in het koor, nog eens vier jaar later, hij was 22 toen, heeft hij de Mattheuspassie voor het eerst gedirigeerd.

Vandaag, veertig jaar later, brengt hij de compositie nog altijd met de gretigheid van de beginneling. Van enige verveling is geen sprake. "Die blijvende fascinatie heeft in de eerste plaats te maken met de fantastische muziek", zegt hij. "En het helpt ook dat ik het niet 300 keer heb uitgevoerd met telkens dezelfde muzikanten. Julian Prégardien, de solist die deze uitvoeringen moet dragen, is een jonge kerel van 27. Ik ben al een eind in de zestig. Ik vind het heel motiverend om mijn ervaring door te geven aan die nieuwe generatie. Om hun leraar te zijn."

De aanvoer van vers talent is het werk van Dominique Verkinderen, als echtgenote van Guy Verhofstadt ooit the first lady van ons land, vandaag zowel zangeres als talentscout bij Collegium Vocale. "Dominique luistert naar ongeveer vierhonderd zangers per jaar", vertelt Herreweghe. "Om zangers te recruteren reist ze naar Berlijn, Kopenhagen, Wenen enzovoorts. Soms, voor heel belangrijke beslissingen ga ik mee, maar meestal doet ze dat alleen. We voelen elkaar na al die jaren van samenwerken perfect aan."

De recrutering uit het buitenland heeft ervoor gezorgd dat het Collegium vandaag een internationaal gezelschap is. "Heel in het begin, toen ik 18 was, waren het allemaal studenten van de universiteit van Gent. Petit a petit zijn we beginnen samen te werken met Nederlanders, later ook Duitsers. Vandaag werken we, als ik me niet vergis, met 23 verschillende nationaliteiten."

Die internationalisering is een mes dat aan twee kanten snijdt, geeft Herreweghe toe. "Muzikaal zijn we vandaag tien keer beter dan in de begindagen, maar het Collegium Vocale is niet meer de vriendengroep die het was toen we nog jong waren. Het Collegium was toen een soort biljartclub die elke week samenkwam om te spelen. Als we toen op tournee waren, gingen we 's avonds soms samen dansen. Vandaag staan er op het podium wel eens mensen waar ik de voornaam niet van ken. Je kunt dat jammer vinden, maar er staat tegenover dat het Collegium vandaag onvergelijkbaar veel beter is dan toen. Vandaag werken we samen met de wereldtop. Christine Busch, de vrouw die eerste viool speelt bijvoorbeeld. Naar mijn smaak is zij de beste barokvioliste ter wereld."

Voor iedereen toegankelijk

Terwijl we een collectie oesters naar binnen werken, vertelt Philippe Herreweghe dat hij een agnosticus is. Het betekent dat de verrijzenis van Christus, de religieuze kern van de Mattheuspassie die hij al zo vaak heeft opgevoerd, voor hem niet zoveel betekent. Waarom hij dat werk niettemin wil blijven opvoeren?

Herreweghe zegt dat de Mattheuspassie voor hem in de eerste plaats "een menselijk drama" is. "Het is een aangrijpend drama van een mens die veroordeeld wordt en geëxecuteerd. Het probleem dat u aanraakt is trouwens nog veel groter bij een opvoering van de Cantates van Bach. Veel van die cantates zijn geschreven om een punt van een religieus dogma uit te leggen. De teksten zijn vaak droge theologie."

De Mattheuspassie heeft volgens Herreweghe ook een literaire kracht. Al zou het werk volgens hem ook zonder die kracht overleven. "Zelfs als je de tekst van de Mattheuspassie zou vervangen door die van het telefoonboek, zou dit werk overeind blijven. De muziek is zo oneindig mooi. Ik weet wel, je kunt niet objectief zeggen welke muziek de mooiste is die er bestaat. Maar je hebt wel, net als in de schilderkunst, werk dat op een bijna natuurlijke wijze komt bovendrijven. In de schilderkunst heb je Velasquez, Vermeer, of Rembrandt. De totale bovenlaag. In de muziek kom je dan, als je over die bovenlaag spreekt, bij de laatste kwartetten van Beethoven uit, de Psalmensymfonie van Stravinsky, de Vespers van Monteverdi en onvermijdelijk ook de Mattheuspassie. Ik weet het, dit is een persoonlijke visie. Maar stel de vraag aan honderd mensen die professioneel met muziek bezig zijn, en ze zullen allicht alle honderd de Mattheuspassie noemen."

Bovendien, zegt Herreweghe, heeft die Mattheuspassie nog iets extra's, iets dat andere werken uit de bovenlaag van de muziekgeschiedenis niet hebben. "Het is werk dat zo goed als iedereen aanspreekt. De laatste strijkkwartetten van Beethoven vind ik fantastisch, maar het is vrij hermetische muziek. De Mattheuspassie is toegankelijk voor iedereen. Het is, letterlijk, muziek voor mensen van zeven tot zevenenzeventig. Zelfs kinderen horen dat graag."

Herreweghe twijfelt dan ook niet aan de zin van een uitvoering voor een Amerikaans publiek. Al zal het vanavond ongetwijfeld anders zijn dan in Europa. "Als ik het werk in het concertgebouw in Amsterdam laat uitvoeren, doe ik dat voor een publiek dat er door en door vertrouwd mee is. Ze hebben het vaak al honderd keer gehoord. In de VS wordt het werk haast nooit opgevoerd, en al helemaal niet op de manier waarom wij dat vandaag uitvoeren."

Herreweghe doelt daarmee op de uitvoeringswijze waarmee hij zijn naam en faam heeft gevestigd. Samen met zijn Collegium Vocale was hij eind jaren zestig en begin van de jaren zeventig een van de pioniers in de historische benadering van barokmuziek. Vergelijk een oude uitvoering van de Mattheuspassion onder leiding van Herbert von Karajan met een uitvoering onder leiding van Herreweghe (beiden staan op YouTube) en u zult begrijpen hoe ingrijpend anders die benadering is. In Europa is de uitvoeringspraktijk van Herreweghe en consorten vandaag de norm geworden. "Maar in Amerika is ze nog altijd onbestaande", zegt de dirigent.

Langste applaus

Het is iets na zeven als een kleine duizend Amerikanen zich een weg banen naar hun zitje in de uitverkochte Alice Tully Hall in New York.

Terwijl ze het programmaboekje bestudeert, zegt een dame dat het Collegium Vocale hier vanavond met ongeveer zeventig muzikanten zal staan. "Must have cost a fortune to bring them over", zegt haar man.

Een waar woord, al is het woord fortuin hier zeer relatief. Het Lincoln Center ondergaat vandaag een complete renovatie. Zo is onlangs ook de Alice Tully Hall onder handen genomen. Een ambitieus project, dat voornamelijk gefinancierd wordt door mecenassen waarvan de gulsten een vermelding in het programmaboekje hebben gekregen. Zo staat het echtpaar Bruce en Suzie Kovner in de categorie 'Bravo Champion', een lijstje waar je maar in geraakt als je tenminste 20 miljoen dollar hebt bijgedragen.

Iets zuiniger was blijkbaar Ralph Lauren, de modemagnaat die zich met een gift van 3 miljoen dollar of meer een 'Bravo partner' mag noemen. David Rockefeller toont zich hier wat aan de gierige kant. Hij staat in het programmaboekje vermeld als een eenvoudige 'sustainer', de categorie waar de vrekken staan die tussen 1 en 3 miljoen dollar hebben betaald. Tel al deze sommetjes op en je komt aan een bedrag dat hoger ligt dan de totale Vlaamse cultuurbegroting.

Het publiek dat vanavond naar het Collegium Vocale komt kijken is een wat ouder publiek. Relatief oud, zichtbaar rijk, zonder uitzondering blank en ontzettend beschaafd. Ze leren ons dat Amerikanen behalve heel erg luid ook oorverdovend stil kunnen zijn. Als na de eerste koorzang 'Kommt, ihr Töchter, helft mir klagen', de eerste stilte valt, kun je een speld horen vallen. Niemand kucht, niemand schuifelt, dit publiek luistert drie uur lang, haast zonder te ademenen. Als het laatste koraal, het overweldigende 'Wir setzen uns mit Tränen nieder' is afgelopen, blijft het nog eens vijf lange seconden stil. Waarna een vijf minuten durende staande ovatie volgt, vergezeld van luid bravo- en 'woehoe'-geroep. De grootste bijval is voor de gambiste, op een verdienstelijke tweede plek eindigt Marcel Ponseele, de hoboïst, de man met zijn 'wooden trompet'.

Na afloop vertelt de directrice van het Lincoln Center dat dit het langste applaus uit de geschiedenis van de zaal is geweest. Herreweghe blijkt niet onzettend diep onder de indruk. "Het was dan ook een héél erg lang werk", zegt hij.

Nog een rockster

Een dag later, terug in België. Fluitist Jan Van den Borre heeft met zijn iPhone een bericht gestuurd vanuit Barcelona, de plek waar het Collegium Vocale morgen concerteert. Hij zegt dat het zeker Kim Gordon was, de vrouw die in Greenwich Village naast ons zat. En dat hij in Barcelona trouwens opnieuw een rockster tegen het lijf is gelopen. Een foto levert het bewijs. Naast Van den Borre staat de beroemde rockbariton Mark Lanegan. "Ik sta op de guestlist voor vanavond", schrijft hij. "Je was beter nog iets langer bij ons gebleven."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234