Maandag 06/12/2021

Parels uit privécollectie huis Jeurissen in Hasselts Modemuseum

'Dat Versace zelf winkels opende, daar was ik het hart van in'

'Wij kochten kleren als waren het kunstwerken'

In het Modemuseum van Hasselt is vrijdag de tentoonstelling Modologie geopend met stukken uit de privécollectie van de familie Jeurissen. Hun kledingzaak is een begrip in Hasselt en wijde omgeving. 'Het is zeldzaam in deze branche dat er een derde generatie aan het roer staat', zegt Brigitte Jeurissen.

Door Agnes Goyvaerts

HASSELT l Ze maakten de pionierstijd van de prêt-à-porter van dichtbij mee. Ze kochten de eerste stukken van beginnende ontwerpers als Thierry Mugler en Azzedine Alaia, toen nog compleet onbekend. De createurs werden vaak echte vrienden. 'Ik denk niet dat onze kinderen vandaag al met één ontwerper persoonlijk contact hebben gehad."

"Ik ben te zenuwachtig", zegt Maurice Jeurissen, en tot zijn vrouw: "Doe jij maar, we vertellen toch hetzelfde." Over goed vier uur moet de tentoonstelling in het Hasseltse Modemuseum openen en er is een probleem. Het glas dat voor de etalages komt, arriveert eerst niet en blijkt vervolgens de trap niet op te kunnen. Mevrouw Jeurissen besluit zich er niet over op te winden. Ze vertelt over 'hun mooiste tijd' van de mode, toen alles opwindend was. "Zelf had ik geen achtergrond in de mode, mijn vader was reder in Antwerpen. In 1959 ben ik getrouwd. Maurice had toegepaste kunsten gestudeerd, maar zijn ouders, die in Hasselt al een modezaak hadden, stonden erop dat hij die voortzette. Vijf jaar later trokken ze zich terug. De tijd was rijp om meer te investeren in de nieuwe prêt-à-porter. We trokken naar Parijs en ontdekten Courrèges. We openden een 'shop in shop' en verkochten honderden truitjes van hem. Klanten kwamen vaak van ver. Antwerpen en Knokke stelden toen nog niets voor als winkelstad, Brussel weinig. We hadden speciale dingen. Kijk, deze blouse ontwierp Karl Lagerfeld voor Chloé in 1964, ze is met de hand geschilderd."

De jaren zeventig waren spannende tijden: prêt-à-porter was een relatief nieuw fenomeen en er stonden jonge createurs op met gewaagde ontwerpen. Montana, Mugler en Gaultier in Parijs, Cavalli en Fendi in Italië. "Wij kochten mode aan als kunst, met ons hart, omdat we er verliefd op waren. Niet met grote budgetten zoals nu. Via via ontdekten we ontwerpers en zochten we hen op in hun atelier, zoals je dat met een schilder doet." In een van de vitrines hangt een beige tweed jasje, met grove veters in kruissteek versierd. "Het is een van de drie eerste stuks die Thierry Mugler maakte." In een andere vitrine staan vier zandlopersilhouetten van dezelfde Mugler met op de achterwand de bekende ster, het parfumflesje van Angel dat zo beroemd is geworden. Deze erg naar het lichaam gesneden kleren waren toch niet gemakkelijk te dragen, opper ik. "In het begin hadden we nog een hele rist naaisters in dienst. Kleren werden vaak helemaal uit elkaar gehaald en aan de maten van onze klanten aangepast." Maurice Jeurissen was vooral onder de indruk van de moderniteit van die generatie: "Ze keek vooruit. Ze verviel nooit in folklore. Nu trekken ontwerpers op reis naar India om dan het volgende seizoen met een etnisch thema voor de dag te komen."

Mevrouw Jeurissens ogen twinkelen als ze terugblikt. "Je maakte altijd nieuwe kennissen. Op de shows zat er links een Amerikaan en rechts een Engelsman, nu heb ik de indruk dat er veel minder gepraat wordt. Ook met collega's uit België wisselden we van gedachten. Wij sliepen meestal in hetzelfde hotel als de mensen van De Rop uit Beveren en bij het ontbijt polsten we bij elkaar naar wie wat had aangekocht."

Na een tijdje verlegde het zwaartepunt zich van Parijs naar Milaan. De nieuwe goden heetten Armani, Versace, Ferré en Cavalli. "We zijn een week op vakantie geweest bij Cavalli", herinnert Maurice Jeurissen zich vrolijk. "We vlogen met een helikopter naar zijn villa, waar hij spaghetti voor ons maakte."

Inmiddels is de mode veel zakelijker geworden. De merken worden belangrijker en de zaakvoerders veeleisender. Maurice en Brigitte Jeurissen hebben hun winkel nu overgelaten aan hun zoon Christophe en diens vrouw Patricia. "De eerste keer dat Christophe meeging naar Krizia in Milaan, werden we verplicht voor een enorm bedrag aan te kopen. Toen we onze bestelbon hadden ingevuld en ze het eindbudget zagen, vonden ze het nog te weinig. Toen heeft Christophe het hard gespeeld en hebben we de bestelling geannuleerd. Kijk, Hasselt is ook maar een klein stadje en wij verkopen zoveel verschillende merken dat we niet bij een huis zo'n groot order kunnen plaatsen."

Of ze ooit een foute aankoop deden? "We hebben de eerste collectie van Rifat Ozbek aangekocht. Helemaal wit, midden in de winter. Niet één stuk hebben we ervan verkocht. Maar we bleven hem volgen en daarna liep het wel los. De grootste tegenslag? Toen Versace in België eigen winkels opende. Toen zijn we veel klanten kwijtgespeeld en het volgende seizoen kregen we het merk niet meer, de exclusiviteit was voor henzelf. Ja, ik heb toen een mooie ruiker gekregen van Santo Versace, maar ik was er het hart van in."

Zag ze als jong meisje uit de grote stad Antwerpen de verhuizing naar Hasselt wel zitten? "Neen", lacht ze samenzweerderig. "Maar daarover zeg ik het best niet te veel." En ja, ze heeft nagedacht over een tweede boetiek in de Scheldestad. Maar schoonmama besliste er anders over. "Une bonne maison n'a pas de succursales", zei ze, want de klanten verwachten dat de zaakvoerders aanwezig zijn. Ondanks een weinig spijt erkent ze het gelijk van schoonma: "Het contact met de klanten is uiterst belangrijk. Ik kocht ook stukken aan met een klant in het achterhoofd, omdat ik haar smaak kende. Meestal liep dat goed af, soms ook niet. Dat waren extravagante kleren en als die dame het niet kocht, bleven we ermee zitten."

Al die tijd hielden de Jeurissens stukken van diverse ontwerpers bij. In hun privémuseumpje hangen zo'n 250 stuks. Eerste stukken van Miyake, van Lagerfeld voor Chloé, van Tarlazzi, van Ter et Bantine. Ook souvenirs zoals foto's van henzelf met ontwerpers en kunstenaars.

De scenografie van de tentoonstelling is het werk van zoon Dimitri, frontman van designbureau Base. Hij vatte het idee op om te werken met etalages, legt hij uit. "De kennismaking met mode gebeurt voor de meesten via het uitstalraam. Toen ik in het Paleis voor Schone Kunsten zijn tentoonstelling opstelde, ontmoette ik Martin Margiela. Hij zei me dat hij altijd bij Jeurissen aan de vitrine kwam turen naar wat de buitenlandse ontwerpers hadden gedaan."

Modologie loopt tot 7 januari 2007.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234