Zaterdag 19/06/2021

Festivals

Paradise City Dag 2: Game! Set! Match!

Paradise City Beeld Lilith Geeraerts
Paradise CityBeeld Lilith Geeraerts

Het kasteeldomein in Perk ging zaterdag in grauwe sluiers gehuld, maar die grijswaarden konden het kleurrijke sprookje nauwelijks uit Paradise City halen. Wat overbleef? Een dag vol emotie in elektronica, krakende knieën en ... wenen in Wimbledon.

Indien we al voor één sporttak een zwak zouden hebben, dan moet het wel amateurtennis zijn. Zou dat liggen aan ons schabouwelijke gebrek aan talent of aanleg? Vast wel. Maar de kracht of snelheid waarmee een Serena Williams triomfeert, boeit amper. Eerder ontroert de ambitie, toewijding, geveinsde souplesse en panache van de enthousiaste leek. Op eenzelfde manier wist Indian Wells (****) ons te emotioneren met zijn wil om te scoren, en zijn fascinatie voor de zachte 'pok' die zo’n balletje maakt. Dat merkte je niet alleen aan de visuals, waarin voortdurend tennis-scores verschenen en een vintage Atari-scherm het tennisveld moest voorstellen. De Zuid-Italiaanse Pietro Iannuzzi - de echte naam van Indian Wells - overtuigde net zo goed met een dj-set die niet zo zeer bedoeld leek om in de Premier League te belanden, dan wel om een zwoele zaterdagmiddag zoek te maken op het rode grind.

null Beeld Bas Bogaerts
Beeld Bas Bogaerts

Met een zachte opslag lijmde hij het trance-achtige ‘Nessun Dorma’ van Lacrima behoedzaam aan de deep house van ‘Nobody Knows’ van Myr. - subtiel genoeg om de dromerigheid van die eerste song geen brute oplawaai mee te geven. Een nerveuze ritselbeat stuwde Myr. dan weer voort, terwijl de eerste dansers behoedzaam de plankenvloer vulden. Terwijl rookpluimen en andere zwart-witte visuals de achtergrond vulden, vloeide de set naadloos over in het house-nummer ‘The Difference in You’ van Schodt en ‘Disguised’ van Dom Kane pres Faulty Robot - twee aces waarmee deze Italiaan scoorde. In zijn set geen foute services of netballen, trouwens. Zelfs John McEnroe zou geen reden zien om hier niét hitsig van te worden.

Uiteindelijk sloot de set in schoonheid af met Gerre Hancocks ‘A Christmas Symphony’: auditief genot dat subtiel gepareerd werd met ‘Demons’ van Matt Draper & Costa Pantazis. Geinig! Als Wimbledon Paradise City had geheten, kon je nu wel stellen: Game. Set. Match.

Zo schuchter als de eerste dansers oogden bij Indian Wells, net zo vertrouwd voelden alle heupen aan toen een paar honderd man op een kluitje samentroepte voor de Berlijnse techneut Jan Blomqvist (****). ‘Damage Is Done’ werd gestanst op een gitzwarte bas-synth en een net zo zweverige als gehakkelde voordracht van Blomqvist zelf. Vaak leek het of Trentemøller en VUURWERK het op een fris akkoordje hadden gegooid. Emotie in elektronica: met die wapenkreet in het achterhoofd ondernam dit trio - Christian Dammann maakte zich dienstbaar als elektro-drummer en Felix Lehman als pianist - een verkenningstocht langs knisperende techno, etherische house, kristallijnen melodieën, soulvolle vocals en obscure lyrics. Het klonk donker. Het klonk lékker.

null Beeld Bas Bogaerts
Beeld Bas Bogaerts

“Don't wanna get old, don't wanna die young" hoorden we Blomqvist verzuchten in ‘More’. In die song vertolkte Elena Pitoulis overigens een glansrol vanaf een bandje. Minder besluiteloos dan de zanger klonk, verbleven u en ik na zijn set in besliste euforie: of we nu oud dan jong zullen sterven, met dit concert leek de toekomst sowieso een stuk minder donker. Al zagen we net zo goed iemand door emoties overweldigd worden: een traan wegpinken kon dus ook bij Blomqvist.

null Beeld Bas Bogaerts
Beeld Bas Bogaerts

Publieksopwarmers Mickey (***) en Exon Bacon (**) draaiden dan weer soulvolle house om de spieren op te warmen, de ene al wat harder dan de andere. Exon Bacon hield zich vooral aan funky discosamples, terwijl wat oudere hippies goedkeurend knikten en de eerste keer daags door de krakende knieën gingen. Saxofoonsolo’s en strijkers zijn natuurlijk nooit een slecht idee voor bij een mimosa en een croissant, en ook Mickey trok met zijn groovy housy elektro enthousiaste vroege vogels aan.

Op de Paradise City Stage, de meest afgesloten ruimte van dit openluchtgebeuren, opende SKY H1 (**). De dame kwam recht uit de Brusselse cultuurscène en haar muziek was nogal zwaar op de maag voor het publiek dat net de lunch binnen had. Er stonden dan ook maar weinig supporters - om niet te zeggen geen - ook al zou dit voor haar een thuismatch moeten zijn. De afwezigheid van fans was trouwens niet de eerste keer, en compleet onterecht. Geef SKY H1 een podium bij zonsondergang of dageraad, en je ervaart emotionele electronica op haar best. Donkere, harde beats op fluffy ambient en op de meest smaakvolle manier. Alleen jammer dat ze er op Paradise City niet veel zin in leek te hebben. Maar dat kon je haar misschien niet echt kwalijk nemen, voor een belachelijk lege tent.

SKY H1 op Paradise City Beeld Lilith Geeraerts
SKY H1 op Paradise CityBeeld Lilith Geeraerts

Verder draaide ook XXXY (***) (‘Triple x-y’ uitgesproken) een verdienstelijke set tussen acid, house en garage in. Veel nineties dus op het tweede podium, en dat trok een hoogst interessante combinatie wellustigen aan. Meer dan de helft van de dansers heeft de eerste acid-golf waarschijnlijk nog meegemaakt, en veranderde dan ook in een dankbaar in het rond dansende menigte. De rest van de plankenvloer werd gevuld door de tweede golf nineties kids - ergens tussen de twintig en dertig - die goed hebben gekeken naar de danspassen en kledij van de voorgaande. De twee generaties maakten er samen een fijn feest van, onder het goedkeurend oog van de meer dan goedgekeurde dj.

XXXY op Paradise City. Beeld Bas Bogaerts
XXXY op Paradise City.Beeld Bas Bogaerts

Méér hadden we dan weer verwacht van Nosaj Thing (***), die een paar minuten lang geinig flirtte met de erfenis van Diana Ross, en ook wel wat fraaie beats aan elkaar plakte. Maar verder wist de in Los Angeles geboren producer weinig gensters te slaan. Het publiek leek duidelijk happig op een meer dansbare set dan die van Jason Chung en zocht al gauw andere oorden op. Een beetje zonde, want Chung wist ons wel aangenaam te verrassen met een set die eerder inzette op de verrassing dan op de verleiding. In zowat elke soundscape die hij aanraakte, zat net zoveel tristesse als een funky swag verweven. Maar wat baten swag en funk, als de uil niet houdt van Chung(k)?

Nosaj Thing op Paradise City. Beeld Bas Bogaerts
Nosaj Thing op Paradise City.Beeld Bas Bogaerts

Veel gladder gleed Kornél Kovàcs (****) in je gehoor, terwijl hij zijn speelse set bracht. In Perk stelde hij The Bells voor. De gelijknamige classic doet bij elke technofan ongetwijfeld een belletje rinkelen, maar met de mijlpaal van Jeff Mills heeft het recente debuut van Kornél Kovàcs evenwel niets te zien. De Zweedse producer hield in het kasteeldomein van Paradise City méér van speelse riedeltjes, warme strijkers en kekke stemmetjes. En van songs die hij doodleuk tot het einde afspeelde, voor ze in een andere te mixen. Luiheid is des duivels oorkussen, maar tijdens deze set sliepen we er als met fluwelen oorschelpen op. Ons hoogtepunt? ‘Move Me’ van Mood II Swing, dat moeiteloos overging in ‘The Fatal Flaw in Disco’ van Mark Seven. Met die overgang raakte Kovàcs meteen ook een teer punt: zijn set raakte of movede iederéén, maar ze toonde in eenzelfde beweging ook het fatale manco in disco: je hoeft écht niet sexy te zijn om te dansen. Konden we dat al onze ex-vriendinnetjes nu ook maar wijsmaken.

null Beeld Bas Bogaerts
Beeld Bas Bogaerts

Wanneer Moscoman (*****) zijn set aftrapte, stonden de technoliefhebbers nog ergens ver van het podium te twijfelen of ze het wel zouden wagen om de tent in te stappen - te dicht bij de speakers komen zou wel eens fataal kunnen zijn, want ze staan loeihard. De mensen die wél al stonden te sjansen in de buurt van de dj waren waarschijnlijk niet meer helemaal bij zinnen, en die zetten dan ook allerlei soorten dansen in: slows, tango’s en zelfs hier en daar iets dat lijkt op klassiek ballet. Terwijl het énige wat enigszins gepast zou zijn op de muziek van Moscoman een soort van Kosovaarse volksdans is: de man speelde gevaarlijk met beats zo hard als de Russische ziel, en met toonladders die hij uit de meer zuiderse Oostbloklanden heeft gestolen.

In ieder geval kwam er geen grog aan te pas om de ledematen op te warmen; in de eerste helft van de set vielen zelfs de nodige eerste druppels ter verkoeling. Tijdens het verdere verloop van de maatschappijkritische technoset - woorden als 'machine slaves', 'low wages', 'prisons' en 'perversion' verschenen beurtelings op het scherm, alsof we in een Dziga Vertov-film verzeild waren - begon het te stortregen dat het geen naam had, en laat dat nu de beste manier zijn om een degelijk van een echt knaloptreden te onderscheiden. Het volk bleef staan, zwol aan en kwam tot culminatie tijdens een mix van Moloko’s ‘Sing It Back’ en ‘I Feel Love’ van Donna Summer. Mensen zeiden tegen elkaar “dit is het beste dat ik hier al heb gezien!” En ze hadden gelijk! (Moet je nog twijfelen? Vijf sterren!)

null Beeld Bas Bogaerts
Beeld Bas Bogaerts
Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234