Maandag 17/06/2019

Interview

Pär Zetterberg: “Uit de schijnwerpers wil ik belangrijk zijn”

Zetterberg laat zijn huis in het Zweedse Falkenberg achter voor Anderlecht. “Want dat is mijn club.” Beeld Photo News

Vandaag gaat Pär Zetterberg officieel aan de slag als assistent-coach bij Anderlecht. Uitgerekend 25 jaar geleden veroverde hij zijn eerste Gouden Schoen. Wij zochten de Zweed op in zijn geboortedorp Falkenberg.

"Let's make a ride", zegt Pär Zetterberg (48). Hij leidt ons rond door Falkenberg, langs een strand. "Als het echt koud wordt, raakt het zeewater wel honderd meter ver bevroren", vertelt hij. We passeren zijn vroegere school en het stadion van zijn oude club Falkenberg, voor we langs een met bomen omzoomd meertje rijden. "Als het dichtgevroren is, speel ik hier al heel mijn leven ijshockey." De tocht gaat verder langs het pittoreske centrum. "Zie je wat ik allemaal achterlaat? Ik doe het allemaal voor Anderlecht, want dat is mijn club."

Bij Zetterberg thuis worden we verwelkomd door Scott, een witte, 10 jaar oude golden retriever. "Ik ben heel blij dat ik weer aan de slag ga bij Anderlecht. Het is tien jaar geleden sinds ik vertrokken ben. Ik vind dat ik een erg interessante rol ga vervullen. Ik hoop dat ik een aantal dingen kan verwezenlijken. Zeker in het begin is observeren het belangrijkst. Zo moet ik mijn plaats in het plaatje vinden, om van daaruit iets op te bouwen."

U begint vandaag aan uw job op winterstage in Spanje. Daar zult u kunnen observeren.

Pär Zetterberg: "Eens we een akkoord hadden, heb ik met Michael Verschueren besproken wanneer ik best zou starten. We waren het er snel over eens. Met de stage heb ik een hele week om spelers en stafleden goed te leren kennen en om te leren hoe er gewerkt wordt. Het zou verkeerd geweest zijn om er meteen in te stappen, op een moment dat Hein Vanhaezebrouck van de ene wedstrijdvoorbereiding naar de andere werkte. Ik zal bij elke training aanwezig zijn en tijdens de wedstrijden mee op de bank zitten."

Hoe uitvoerig hebt u destijds gepraat met Vanhaezebrouck?

"Onze eerste gesprekken waren heel positief. Ik kende hem al van vroeger, als speler. Ons eerste gesprek duurde twee en een half uur. We dachten niet over alles hetzelfde, maar door discussies kun je allemaal beter worden. Dat zal met de nieuwe coach niet anders zijn. Uiteindelijk beslist de trainer, want hij is baas over de ploeg. Ik ben er om te helpen en om de spelers zodanig bij te staan dat ze op hun best kunnen presteren.

"Maar om terug te komen op Vanhaezebrouck: ik heb nog altijd enorm veel respect voor hem. Ik had graag op lange termijn met hem gewerkt. Maar je weet: als de resultaten niet positief zijn, is het altijd de trainer die daarvoor de tol betaalt.”

Was u verrast door zijn ontslag?

"Ik ken Anderlecht al zo lang. De enige die sneuvelt als de resultaten niet goed zijn, is de trainer. Je kunt de spelersgroep niet van de ene op de andere dag veranderen. De nederlaag tegen Cercle heeft veel twijfels veroorzaakt, dan weet je dat zoiets kan gebeuren.

"Ik ga naar Anderlecht om de spelers te helpen, achter de trainer te staan en de Anderlecht-manier van spelen te brengen. Of dat nu met Vanhaezebrouck, Belhocine of een ander moet gebeuren, zal daar niets aan veranderen."

Anderlecht speelt al een hele tijd zonder 10. Is dat iets wat u met de nieuwe coach (de komst van Fred Rutten was nog niet bekend toen het interview werd afgenomen) en met Frank Arnesen moet uitklaren?

"De coach moet beslissen hoe hij wil spelen, maar ik heb nooit anders geweten dan dat Anderlecht met een nummer 10 speelde. Zo behaalden we de mooiste resultaten. Maar als je niemand hebt die het team op die positie beter maakt, wordt het moeilijk. Daarom wil ik eerst observeren."

Eind november verloor Anderlecht met zes spelers uit de jeugd op STVV. Jonge gasten met lef en technische kwaliteiten, dat lijkt precies het DNA van Anderlecht.

"Daar ben ik het mee eens. Veel van hen deden het goed. Ze hebben techniek, ze durven. Ze durven ook fouten te maken. En ze hebben een groot volume. Maar als je zoveel jongeren in de ploeg hebt, heb je ook spelers nodig die hen coachen op het veld. Als je niet over die leiders beschikt, kan dat een probleem worden.

"Kompany en Vanden Borre kwamen in mijn periode als talentrijke jongeren in de ploeg en we hadden vier tot vijf leiders. We waren soms hard voor hen, maar zo leerden ze wat het betekent om een echte profvoetballer te zijn. De jongens die nu op het veld staan hebben die hulp ook nodig."

Zijn Gouden Schoenen (1993, 1997) staan opgesteld bij hem thuis. “Ik was de eerste Zweed die in het buitenland een individuele trofee pakte.” Beeld Photo News

Van wie leerde u het meest?

"Als nummer 10 leerde ik het meest van Marc Degryse, toen ik op mijn 23ste terugkeerde van een uitleenbeurt aan Charleroi. Ik keek naar alles wat hij deed, want hij was op dat moment de ster van het Belgisch voetbal. Degryse was niet alleen een fantastische voetballer met veel kwaliteiten, hij was ook erg intelligent. Hij had een beetje dezelfde stijl als ik: klein, technisch begaafd, niet de snelste op lange rushes, maar hij kon op elk moment het verschil maken met assists en goals."

Later leidde u zelf jonge spelers op. Dat kan nu van pas komen.

"Dat wordt zeker een van mijn taken: de jongeren coachen, ze laten begrijpen wat het betekent om prof te zijn. De trainer heeft niet altijd de tijd om met iedereen te praten, daar kan ik een belangrijke rol spelen. Ik wil het beste uit elke jongere naar boven halen. Ze mogen op eender welk moment bij mij komen met hun vragen.

"De rol die ik ga vervullen ontbreekt al sinds Jean Dockx overleed. Ik ga doen wat hij deed. Toen ik bij Anderlecht voetbalde, was Dockx een van de belangrijkste mensen bij Anderlecht. Iedere speler had respect voor hem. Hij sprak met iedereen en hielp iedereen beter te worden."

Dockx wilde nooit hoofdcoach worden, hij was nooit een bedreiging voor iemand.

"Ik heb ook niet de ambitie om hoofdcoach te worden. Ik hoef niet in de schijnwerpers te staan, maar ik wil wel belangrijk zijn voor de club."

U won als eerste en enige buitenlander twee Gouden Schoenen.

"Er hebben nochtans veel goede buitenlanders in België gespeeld. Ik kwam destijds bij een club terecht die me echt onder de arm nam. Daardoor werd ik belangrijk. Ik had ook goede ploegmaats die mijn rol op het veld accepteerden en meegingen in mijn manier van voetballen. Daardoor kon ik presteren op het niveau waarop ik speelde. Daarom is Anderlecht mijn club. Daarom bleef ik er ook zo lang."

U had heel hard gewerkt om als 16-jarige uw weg naar de eerste ploeg te vinden. Hoe hard was het om dan toch op een dag te horen dat ze u wilden uitlenen aan Charleroi?

"Zo ging dat niet. Ik wist nog maar pas dat ik diabeticus was toen Aad de Mos in de krant verklaarde dat mijn carrière voorbij was. De Mos zei wat veel mensen dachten: je kunt geen profvoetballer zijn als je diabetes hebt. Dat triggerde mij. Ik dacht: what the hell are you talking about? We hadden ruzie omdat hij in de krant vertelde wat hij tegen mij had moeten zeggen. Toen heb ik gezegd: 'Ik blijf hier niet zolang die man hier is.' Ik had nog een contract voor twee jaar, maar ik ben toen naar Verschueren gestapt om te zeggen dat ik niet wou blijven.

"Verschueren en Vanden Stock wilden mij niet kwijt, maar ze stemden er wel mee in om mij uit te lenen. Dan konden ze ook zien of ik het niveau aankon met mijn ziekte. Niemand wist toen of dat wel kon, want ik was de eerste speler met diabetes op profniveau."

U won de Gouden Schoen in 1993 en 1997, telkens in een jaar waarin de Rode Duivels zich kwalificeerden voor een WK. Sterk.

"Ik herinner me dat er vooral vanuit de Belgische bond iedere keer kritiek kwam omdat er geen Rode Duivel won. Dat begreep ik ook wel. In 1993 kwalificeerden ze zich voor Amerika. Ik was bijzonder trots op die eerste Gouden Schoen, ook omdat ik de eerste Zweedse voetballer was die in het buitenland een individuele trofee veroverde. (lacht) Sindsdien ben ik ruim voorbij gestoken door Zlatan Ibrahimovic, maar toen betekende dat toch wel wat."

Is er dit jaar iemand van Anderlecht die in aanmerking komt?

"Neen. En dat zou niet mogen. Ik heb in mijn tijd nooit anders geweten dan dat Anderlecht meerdere kandidaten leverde voor de Gouden Schoen en vaak won er iemand van ons. We gaan er alles aan doen om dat te veranderen."

Wie zijn jouw favorieten dit keer?

"Hans Vanaken en Alejandro Pozuelo staken erbovenuit. Ze zijn technisch heel sterk. Die twee zouden niet misstaan bij Anderlecht."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden