Zaterdag 16/01/2021

Papier-Matisse

Tate Modern overtreft zichzelf met de sublieme expositie over de laatste jaren van de Franse schilder Henri Matisse (1869-1954). Gekluisterd aan zijn bed of rolstoel, verlegde hij de grenzen van de collage: een vreugdevolle uitbarsting van kleur en beweging - nu eens paginagroot, dan weer muurbreed.

Hooguit één minuut amateurfilm met trillende beelden van een bejaarde Henri Matisse. Daarmee begint de tentoonstelling in Tate Modern, Londen.

Het is 1945. Matisse zit in een rolstoel en knipt vol overtuiging in gekleurd papier. Hij mag dan 76 zijn en niet in de beste gezondheid verkeren, hij knipt vaardig en snel met een grote kleermakersschaar. Een mooie jonge vrouw, een van zijn assistentes, houdt het papier vast. Matisse heeft zich altijd weten te omringen met vrouwelijk schoon - modellen, muzen, minnaressen - tot hij zijn laatste adem uitblies.

Wat in de film opvalt, is dat Matisse precies weet wat hij wil. De bladen mogen dan omkrullen en plooien, hij knipt driftig voort, weet perfect wat hij doet en wat het resultaat van zijn knipwerk zal zijn. Het oog van de kunstenaar is nog altijd onfeilbaar.

En dan zoomt de camera in op die twee bedrijvige, meesterlijke handen van een van de grootste kunstenaars van de twintigste eeuw. En je beseft: een echte kunstenaar stopt nooit, kán niet stoppen. De handen van de bejaarde Auguste Renoir waren krom van de reumatoïde artritis maar hij liet zijn penselen aan zijn polsen vastbinden om toch voort te kunnen schilderen.

Beethoven was stokdoof maar componeerde toch zijn 9de symfonie; Louise Bourgeois bleef, tot haar laatste adem, kleine poppetjes naaien. Een kunstenaar laat zich niet tegenhouden door ziekte of ouderdom. En als op een dag de geest, de ogen of de handen niet meer meekunnen, dan is het ook écht gedaan. Zonder kunst, geen leven.

Nazitransport

Henri Matisse had al een indrukwekkend oeuvre geschilderd, toen hij in 1941 op zijn 72ste een zware operatie voor darmkanker onderging die hem voor de rest van zijn dagen invalide maakte. Hij was vanaf dan meestal aan zijn bed of rolstoel gekluisterd. Daarvóór had hij - samen met Pablo Picasso, zijn naaste vriend en grootste vijand - de kunstwereld op haar kop gezet.

Matisse had, vóór Picasso, de Afrikaanse kunst ontdekt en gebruikt in zijn schilderijen. Vanaf zijn verblijf in 1906 in het Zuid-Franse vissersdorpje Collioure was Matisse bruut beginnen schilderen met gebruik van laaiende, onnatuurlijke kleuren. Hij werd aanvoerder van de 'fauvisten', de 'wilde schilders'.

Matisse ging daarna steeds minder perspectief en steeds meer monochrome kleurvlakken in zijn schilderijen introduceren: kleur was ruimte voor hem. Hoogtepunten zijn La chambre rouge (1908), waar een vrouw verdwijnt in het rood van de kamer en de patronen van het behang, en Porte-fenêtre a Collioure, een nagenoeg abstract werk met vuilgrijze en fletsgroene kleuren, waarin met veel goede wil een open deur gezien kan worden. Het is een oorlogsschilderij uit 1914. Matisse hield dit werk tot aan zijn dood bij zich.

Maar daarover gaat de tentoonstelling in Londen dus niét. Die focust op de collages die Matisse begon te maken toen het schilderen hem te moeilijk viel na zijn zware operatie in 1941. Schilderen gebeurt meestal rechtstaand aan de ezel en vergt zware fysieke inspanningen die Matisse niet vaak meer kon opbrengen.

De kunstenaar zette zich aan het uitknippen van beschilderd papier, waarmee hij een soort minimalistische collages maakte. Ongetwijfeld greep hij daarmee terug naar de beginjaren van het kubisme, maar tegelijk laat het zien hoezeer Matisse zijn kinderlijke, verwonderde blik op de wereld had kunnen bewaren.

"Een tweede leven", noemde hij die laatste veertien jaar van zijn bestaan. De dokters hadden hem na zijn operatie hooguit nog enkele maanden gegeven en die wou hij ten volle benutten. Het zouden uiteindelijk geen maanden, maar jaren van tomeloze energie en onstuitbare creativiteit worden. En hoe ouder hij werd, des te ambitieuzer, complexer en grootschaliger werden zijn collages.

Aanvankelijk had hij uitgeknipte vormen in papier - een appel, een kruik, een koffiekan - gebruikt om de compositorische mogelijkheden van een stilleven te onderzoeken. Voordat hij het tafereel echt schilderde, schoof hij de uitgeknipte silhouetten over een blad als waren ze stukken van een schaakspel.

Uiteindelijk, als de compositie hem beviel, pinde hij de stukken vast en begon te schilderen. Op een vergelijkbare manier gebruikte hij de collage toen hij in 1937 de decors en kostuums ontwierp voor een choreografie bij de eerste symfonie van Dmitri Sjostakovitsj.

Met de imposante serie Jazz zou alles veranderen. Oorspronkelijk was Matisse gevraagd om illustraties bij gedichten te maken, maar de collages gingen een eigen leven leiden. Tussen 1943 en 1946 werkte Matisse aan een buitengewone reeks kleurrijke collages die vooral het circus als thema hadden - een messenwerper, trapezisten, clowns en een paard, samen met de iconisch geworden Icarus: een zwarte (vallende?) figuur tegen een blauwe achtergrond met gele, exploderende sterren, waarin sommigen een verwijzing naar de Tweede Wereldoorlog zagen. Het hart van de zwarte figuur is gekrompen tot een rode cirkel.

De titel Jazz slaat niet op een thema maar wel op de techniek van improvisatie die Matisse hanteerde en die typisch is voor de jazz.

Tate Modern heeft een huzarenstuk verricht en brengt in één ruimte alle zestien originele collages van Jazz samen, plus twee van de honderd gedrukte exemplaren van de inmiddels bijna mythische boekuitgave. In de collages zingen de kleuren en dansen de vormen. Matisse maakt echte sculpturen van papier en brengt vormen terug tot hun allereenvoudigste essentie. Het is een ode aan het leven, terwijl de oorlog volop woedt.

Die oorlog trof Matisse ook persoonlijk, hoewel hij in onbezet gebied leefde: zijn vrouw en dochter werden opgepakt door de nazi's en riskeerden op transport gezet te worden. Dat is gelukkig net verijdeld kunnen worden.

Wonderlijk gezicht

Het werken met collages moet Matisse dermate zijn bevallen dat hij op grotere schaal begon te werken. Hij behing in 1946 de muren van zijn appartement op de boulevard Montparnasse in Parijs met dierlijke silhouetten van inktvissen, vogels en haaien, en van organische vormen als wier en koraal. Hij knipte de vormen uit wit schrijfpapier en pinde ze vast op het beige behang. Zo herschiep hij de wereld van Oceanië om zich heen. Zijn inspiratie werd gevoed door een reis die hij zestien jaar vroeger naar Tahiti had gemaakt.

Het lijkt erop dat Matisse, die op dat moment grotendeels immobiel was, een bijna paradijselijke wereld in zijn atelier creëerde. Later, nadat hij verhuisd was naar Vence, tussen Grasse en Nice, hing hij de muren van zijn atelier vol met kleurige collages. Meestal ging het om vegetatieve vormen: uitgeknipte bladeren die bewogen in de wind als er een tochtje door het atelier waaide. Dat moet een wonderlijk gezicht zijn geweest.

In zijn atelier in Nice ging hij daarna nog een stap verder. Hij gebruikte de muren om er reusachtige taferelen en figuren in uitgeknipt papier op vast te hechten. "Aangezien ik vaak het bed moet houden vanwege mijn zwakke gezondheid", zei hij, "heb ik maar een tuin om mij heen gecreëerd waar ik als het ware in kan wandelen - met bladeren, fruit en een vogel." Het zou leiden tot de monumentale compositie De parkiet en de zeemeermin van bijna 3,5 bij 8 meter, die ook in Londen te zien is.

"Ik ben eindelijk op een moment aanbeland waarop ik kan zeggen wat ik wil zeggen", aldus Matisse. Zonder de kunstgeschiedenis geweld aan te doen, kun je stellen: Matisse maakte toen in en van zijn appartement de eerste installaties en 'environments'.

Matisse en de non

Collages?, denkt u nu. En daar vult men in Tate Modern zo maar even veertien zalen mee? Is dat niet wat veel? Het antwoord is eenvoudig: nee. Omdat Matisse de collage nu eenmaal zeer inventief en voor diverse doeleinden gebruikte en ook de tentoonstelling zeer gevarieerd en intelligent opgebouwd is: nu eens is ze intiem, dan weer overweldigend groots. Van boekontwerp en -illustratie tot muurgrote compositie, met tussendoor foto's, films en schilderijen.

Matisse gebruikte de collagetechniek ook om een van zijn grootste projecten voor te bereiden: de kapel in Vence. Matisse was na zijn zware operatie verzorgd geworden door Monique Bourgeois, die niet alleen studente bij hem werd maar ook model voor hem stond. De jonge vrouw besloot na een tijd, zeer tegen de wil van Matisse in, om in te treden in het klooster.

Als Soeur Jacques-Marie benaderde ze jaren later, in 1947, de kunstenaar opnieuw om advies te geven bij het ontwerp van een glasraam. De ambitieuze Matisse had al snel de volledige decoratie van de kapel ontworpen: glasramen, muurschilderingen en de kazuifels van de priesters.

Alle ontwerpen zijn in Londen te zien, evenals een film die de evolutie van de ontwerpen toont: Matisse die schuift met uitgeknipte vormen in papier - of zijn assistentes instructies geeft met een aanwijsstok - tot de compositie juist zit. La Chapelle du Rosaire in Vence is nog altijd intact en kan bezocht worden. Matisse noemde de kapel "het resultaat van mijn hele actieve leven".

En de waarlijke hoogtepunten moeten dan nog komen. Matisse knipte uit azuurblauw papier een serie naakte vrouwen in verleidelijke poses - de Nus bleus (1952) - waarvan Tate er vier samenbrengt. Silhouetten van telkens een meter bij tachtig centimeter groot, vaak virtuoos in één keer geknipt. Met golvende vormen en blauw als de zee.

Hij maakte ook nog een eenvoudige maar alweer monumentale vrouw die een amfora draagt, een compositie met achteloos rondslingerende granaatappels, en de abstracte, uit gekleurde vierkanten opgebouwde Slak. Hij liet gekleurde vormen exploderen als een vuurwerk van kleuren. En voerde acrobaten en slangenmensen op, terwijl hij zelf niet meer uit de voeten kon.

Zo moeten we die laatste werken dan ook zien: als een ode aan het leven, aan de onstuitbare levensdrift en de onblusbare creatieve energie. Matisse was een kunstenaar die leefde voor de kleur. Hij liet in zijn kunst een tuin tot leven komen die tot op vandaag barst van de energie. En hij deed dat met niets meer dan minimale middelen: beschilderd papier en een schaar. Maar hij beschikte natuurlijk over gigantisch veel talent en onuitputtelijke inspiratie.

Matisse, the Cut-Outs is geen tentoonstelling, het is een belevenis - ontroerend en verbluffend.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234