Zaterdag 27/02/2021

Paparazzo in schaapskleren

New Yorker Oscar Abolafia (81), een van 's werelds beste celebrity-fotografen, komt na vijftig jaar glitter en glamour met een boek. Hoe slaagde hij erin om al die iconen op onbewaakte momenten te vatten?

Oscar wie? Oscar Abolafia. Zijn naam zegt misschien niet veel, maar hij is de man die als enige Elvis Presley en Frank Sinatra samen op de foto kreeg. Vol trots toont hij het beeld als we hem in Amsterdam ontmoeten. "In 1969 was ik in Las Vegas om een portret te maken van Nancy Sinatra die daar moest optreden. Ook Elvis Presley zong er die avond. Ik hoopte op een foto van hen twee, maar ik kreeg iets veel beters. Backstage zag ik Frank Sinatra, Nancy's vader. En plots kwam Elvis binnen om hem te begroeten. Alsof dat nog niet genoeg was, wandelde ook Fred Astaire binnen. Ik wist meteen dat ik dit maar één keer zou meemaken: Sinatra, Astaire en Elvis op één foto."

Tijdens ons gesprek zal de Amerikaanse fotograaf herinneringen blijven ophalen. Aan elke foto kleeft een verhaal. We worden spontaan overvallen door het 'opa vertelt'-gevoel. Maar dan wel de allercoolste bompa ter wereld. Want hij zit vol verhalen over Andy Warhol, Twiggy, Jacky Kennedy, Mohammed Ali, Michael Jackson, Salvador Dalí, Jim Morisson, Richard Nixon, Elizabeth Taylor, John Lennon, Madonna, David Bowie, Sophia Loren, Marlon Brando, Faye Dunaway en Johnny Cash. Hij portretteerde hen niet alleen. Hij was er ook dikke vrienden mee. Abolafia vertelt zo gepassioneerd dat we soms vergeten dat we tegenover een tachtiger zitten. Enkel wanneer hij af en toe de draad kwijtraakt -"Where was I?" - merken we dat hij al 81 jaar op de teller heeft.

Oscars achterkant

In die 81 jaar belandde hij op de mooiste plekken ter wereld. Backstage bij Twiggy's eerste optreden in de VS waar ze in één klap de minirok introduceerde. Op het 'gevecht van de eeuw' tussen Muhammad Ali en Joe Frazier in Madison Square Garden. Met Grace Jones in een New Yorkse nachtclub of met Michael Jackson in Studio 54. Hoe flikte hij het in godsnaam om al die groten voor zijn lens te krijgen?

Hij was onder meer dikke vriendjes met presentator Johnny Carson van The Tonight Show, in die tijd ongeveer de enige show op tv die ertoe deed en waar alle celebrity's de revue passeerden. "Daar leerde ik omgaan met beroemdheden. Wanneer je ze wel of juist niet moet aanspreken en hoe je dat het best doet. Ik babbelde tegen hen zoals ik tegen iedereen doe. Daardoor reageerden ze heel normaal op me." Bijvoorbeeld die keer toen Abolafia actrice Bette Davis aansprak toen ze aan het ijsberen was in de backstage. Toen hij zich voorstelde, zei ze: "Oscar? Mijn eerste man heette ook zo." En ze begon spontaan te vertellen over hoe het bekende filmbeeldje naar haar man was vernoemd. "De eerste jaren dat ze Academy Awards uitreikten, had het gouden beeldje nog geen naam. Toen ik president was van de Academy en het beeldje zag, zei ik direct: 'Dat is Oscar. Ik had meteen zijn kont herkend.'" En voilà, het ijs tussen Oscar en Bette was gebroken.

Oscars vrouw, de Nederlandse Yoke van Berge Henegouwen, is ook bij het interview. Zij trok in 1968 vanuit Leiden naar New York en ontmoette Oscar een paar weken later. Het koppel is al 46 jaar getrouwd en woont nog altijd in New York.

"Oscar was ontzettend knap toen hij jong was. Bovendien was hij altijd goed gekleed in een mooi pak. Dat viel op, zeker in de jaren 60 en 70, toen het T-shirt zijn intrede deed en kleding vooral comfortabel moest zijn. Bovendien heeft Oscar een sociale gave. Waar hij ook is, hij praat tegen iedereen. In de trein, op een feestje, maakt niet uit. Dat heeft hem als fotograaf ook ontzettend geholpen."

Abolafia lacht: "Als ik nu terugkijk, denk ik dat ze gelijk heeft. Maar op dat moment had ik dat niet door. Mijn doel was altijd: gewoon de beste foto maken. Om naadloos op te gaan in de high society wilde ik graag mooie pakken. Die liet ik maken door modeontwerper Jacques Bellini, de man die Liza Minnelli een smoking aantrok. Ik maakte wat backstagebeelden voor hem, onder meer van Liza op Broadway, in ruil voor mijn kostuums."

Die pakken kwamen goed van pas, want het werkterrein van Abolafia waren de highsocietyfeestjes van New York. Eerder had hij gewerkt als modefotograaf. Maar zitten wachten in een studio was hem wat te passief. Hij begon bekende mensen te fotograferen en versierde een job bij Status Magazine, een blad voor socialites van de man die de term 'jetset' uitvond, Igor Cassini. Als telg uit de Italiaans-Russische aristocratie maakte hij trouwens voluit deel uit van die high society. Dankzij Cassini scoorde Abolafia uitnodigingen voor de chicste feestjes van de stad. Hij trok erheen met zijn Leica-camera om alles vast te leggen op de gevoelige plaat. "De rijke mensen, zoals de Vanderbilts, hadden in die tijd niet veel meer te doen dan feestjes afschuimen. Glitz and glamour was toen echt een big thing. Het onderwerp was superfotogeniek, want iedereen liep rond in de mooiste kleren."

Party crasher

Aanvankelijk maakte Abolafia keurige foto's van de happy few. Maar op aanraden van Status-beeldredacteur Frank Zackary gooide hij het over een andere boeg. "In plaats van meteen toe te slaan, wachtte ik een paar uur. Tot de gasten zich echt amuseerden en volledig op hun gemak waren. Zo slaagde ik erin om de rijkelui te vatten als gewone mensen zoals jij en ik." Met de publicatie van die beelden speelde Status Magazine meteen al zijn feestinvitaties kwijt. Maar Abolafia was een belangrijke les rijker. "Ik wist nu hoe ik échte momenten kon vangen. Stel dat ik nu een foto van je neem. Dat gaat een tof beeld zijn. Maar als ik een tijdje wacht, dan neem je een slok water of praat je met je mond vol. Dan pas krijg je een eerlijke, oprechte en openhartige foto van een echt mens." Terstond durf ik mijn bord niet meer aan te raken.

Foto's stelen van bekendheden op onbewaakte momenten: dat riekt naar paparazzi-gedrag. Waar trekt Abolafia de grens? "Paparazzo is an sich geen negatief woord. In de Fellini-film La Dolce Vita uit 1960 zat een persfotograaf die zo heette. Fellini inspireerde zich voor die naam op het Italiaanse woord paparazzi: het irritante zoemende geluid van een mug. In de late jaren 60 werden opdringerige fotografen in de VS 'paparazzi' genoemd", legt hij uit. "Ik kende een heleboel paparazzi-fotografen. Sommigen waren heel vriendelijk en maakten ook goede foto's. Maar de tijdschriften wilden zich er niet mee associëren. Wilde je gerespecteerd worden als fotograaf, dan moest je het netter aanpakken. Daar heb ik voor gekozen. Maar vergeet niet dat celebrity's de fotografen op een manier ook nodig hebben. Die exposure hield hen letterlijkin the picture."

Abolafia stond op de payroll bij de beste bladen van dat moment: Life, Time, People Magazine, Vanity Fair en Harper's Bazaar. Die vroegen hem voor zijn uitzonderlijke netwerk en gevoel voor timing. Hij was altijd op het juiste moment op de juiste plaats. Bijvoorbeeld toen Malcolm Forbes, feestbeest en uitgever van het gelijknamige blad, zijn 70ste verjaardag vierde in Marokko. Een legendarisch feest in het Mendoub-paleis in Tanger. Forbes charterde drie vliegtuigen, waaronder een Concorde, om de hele high society van New York en Londen over te laten vliegen. Elizabeth Taylor was de gastvrouw.

Ook Abolafia was geïnviteerd, samen met een hoop andere fotografen. "Op het feest 's avonds was er een gigantisch diner. Maar ik schoof niet mee aan tafel. Anders dan veel fotografen kwam ik nooit in de verleiding om mee te feesten. Ik bleef altijd een observator, uit op dat ene fantastische beeld. En dat kreeg ik die avond ook. Ik stond al paraat op het beste plekje toen Elizabeth Taylor en Malcolm Forbes de menigte toespraken. De andere fotografen moesten zich behelpen met minder goede hoeken. Mijn dubbelportret kwam op gigaformaat in het magazine."

Abolafia is net als zijn celebrity's. Na een tijdje komt hij pas op dreef. Het ene na het andere succesverhaal borrelt bij hem op. "Met mijn vrouw kwam ik in de zomer vaak naar Nederland. Dan reisden we door naar Monte Carlo, in die tijd een booming place. Zo ook in 1978, de zomer dat Prinses Caroline van Monaco trouwde met de Parijse bankier Philippe Junot. Het shot waar iedereen op aasde, was natuurlijk van Caroline en Junot. Opnieuw was er die avond een feest. Terwijl de andere fotografen beneden zaten te eten en te drinken, bleef ik boven. Op een onbewaakt moment begon Junot te dansen met Carolines moeder, princes Grace van Monaco. En opnieuw was ik de enige die er beelden van had. De andere fotografen waren laaiend toen ze het ontdekten. En dat allemaal dankzij een heel eenvoudige truc die ik leerde van mijn vrouw: elke dag om zes uur 's avonds eten. Als ik 's avonds naar een event ging, vertrok ik met een volle maag en kon ik enkel bezig zijn met mijn foto's."

Fabrieksfotograaf

De carrière van Abolafia nam een vlucht in de jaren 60, maar begon eigenlijk al tien jaar eerder. "In de fifties had je als tiener de keuze: ofwel verderstuderen, ofwel je brood beginnen te verdienen. Ik had geluk en vond een job bij een fotograaf. Zo kon ik bijleren en tegelijkertijd wat geld verdienen."

Abolafia groeide op in New York in een conservatief gezin van Joods-Spaanse migranten. Ontsnappen aan die beklemmende thuissituatie stond hoog op zijn prioriteitenlijstje. Via een zoekertje in de krant scoorde hij een assistentenjob bij topfotograaf William Vandivert. Die documenteerde tijdens WO II de oorlog voor Life Magazine. In 1947 richtte Vandivert samen met onder meer Robert Capa en Henri Cartier-Bresson het bekende fotoagentschap Magnum op. Abolafia: "Samen met William doorkruiste ik de hele VS. In die tijd was hij vooral bezig met industriële fotografie. Ik moest hem helpen om al die fabrieken perfect uit te lichten. Alle technische knowhow heb ik van hem geleerd."

Na een paar jaar begon zijn ambitie op te spelen en wilde hij het alleen proberen. "Dat bleek veel moeilijker dan ik dacht. Vooral opdrachten binnenhalen, viel behoorlijk tegen. Ik keek ontzettend op naar Richard Avedon en consorten en besliste om modefotograaf te worden. Ik nam een fotostudio over en begon reeksen te maken. Elke week leverde ik mijn portfolio af bij Harper's Bazaar. Als ik hem de week erna kwam ophalen, was er geen feedback. Op den duur werd ik wanhopig. Ik had geen idee wat ze van mijn werk vonden en wat ik moest doen om er een job binnen te halen", vertelt Abolafia geanimeerd. Al was hij in die tijd vooral gefrustreerd en platzak.

Abolafia-files

"Dus besloot ik het over een andere boeg te gooien. Ik wist Viva, een supermagere actrice en muze van Andy Warhol, te overtuigen om naakt voor me te poseren. Toen ik die foto's binnenstak bij Harper's Bazaar bleef ik een paar minuten wachten aan de deur. Plots kwam de redactrice naar buiten gestoven. 'Waarom toon je me dit in godsnaam?', riep ze. Ik was in mijn opzet geslaagd: ik had haar letterlijk uit haar kot gelokt. Dit was mijn eerste ontmoeting met haar. En ze gaf me meteen een job. Om je in the picture te spelen, moet je creatief zijn."

Abolafia is altijd een persfotograaf pur sang geweest. Hij werkte in opdracht van de bladen. Nooit verkocht hij werk in een galerie of gaf hij een fotoboek uit. Tot vorig jaar. Toen kreeg hij in Amsterdam zijn eerste tentoonstelling ooit: The Virgin Collection. Deze zomer verscheen het bijbehorende boek, Icons by Oscar, een 300-pagina's tellende klepper op groot formaat met foto's uit zijn hele carrière.

En dat allemaal dankzij Abolafia's Nederlandse achternicht Ellis Kamerling. Zij ontdekte zijn werk in 2014 toen ze hem opzocht in New York. Ze was meteen bijzonder enthousiast en wilde Abolafia de bekendheid geven die hij verdiende. Naast de expo en het boek verkoopt ze nu ook zijn fotoprints via de luxewebshop Vida Real. Aan Abolafia de eervolle taak om uit zijn archief van vijftig jaar fotograferen - goed voor 300.000 prints - een kleine 150 beelden te selecteren voor het boek.

Het overgrote deel van zijn foto's ligt gewoon bij hem thuis, in een donker kamertje vol archiefkasten, in zijn appartement in de Upper West Side, New York. Hij vertelt trots over wat hij zelf 'The Abolafia Files' noemt: "Ik weet van elke foto waar hij ligt. Laatste belde People Magazine voor een foto van regisseur John Huston met acteur Michael Caine uit de film The Man Who Would Be King met Sean Connery. Dan kan ik hen dat beeld dezelfde dag nog bezorgen. En natuurlijk stuur ik hen ook een factuur voor herpublicatie", merkt Abolafia scherp op. "Mijn goede geheugen heb ik te danken aan dit archief. Op elke foto schreef ik de datum. Omdat ik al mijn foto's van buiten ken, herinner ik me ook de data."

Abolafia is het fotograferen nog niet verleerd, maar de celebrity'szijn wel uit zijn vizier verdwenen. "De zangers en beroemdheden van nu zeggen me niets meer. Justin Bieber, zeg, komaan!" De laatste jaren richtte hij zijn lens op het New Yorkse pretpark Coney Island. Sinds de jaren 90 fotografeert hij er gewone mensen die er een dagje uit zijn, zoals grote Joodse gezinnen. Maar eten doet hij nog steeds om zes uur. Je weet maar nooit op welk feestje je nog belandt.

Icons by Oscar verscheen bij Terra Lannoo, 59,50 euro, oscarabolafia.com

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234