Vrijdag 24/09/2021

InterviewDe kinderen van Bert Anciaux

‘Papa heeft zoveel bagger over zich heen gekregen dat mama tegen ons zei: jullie gaan níét in de politiek’

null Beeld Marco Mertens
Beeld Marco Mertens

Engagement zit hun familie in het bloed, zo bewijzen de kinderen van Bert Anciaux en ‘ons Damienne’ een paar intense uren lang. Stijn zoekt oplossingen voor het fileprobleem in Brussel, en Britt, pas thuis van een stage in Rwanda, is net afgestudeerd als arts. Tussendoor strijden ze voor een gezonder leven en een groener klimaat.

Op de dag van het interview wordt ons land overspoeld door hoosregen: grote delen van Luik, Limburg en Vlaams-Brabant staan onder water. Het huis van de familie Anciaux, in de groene rand rond Brussel, bleef gespaard, maar de bezorgdheid is voelbaar bij Stijn en Britt, de twee middelste van de vier kinderen van Bert Anciaux. “Omdat we weten dat dit pas het begin is.”

Stijn Anciaux: “En dan hebben wij nog het geluk dat we op een goeie plek wonen. Er zijn landen in Afrika waar het in jaren niet heeft geregend, en waar de oogsten keer op keer mislukken.”

Britt Anciaux: “De klimaatverandering laat zich voelen. Het zal alleen maar extremer worden.”

Dat bevestigde ook professor Klimaatwetenschappen Wim Thiery in Terzake: ‘Er is een heel duidelijke link tussen dit soort fenomenen en de klimaatopwarming.’

Stijn: “Je zou denken: nu kan niemand het nog ontkennen. Maar ik las daarnet een artikel over de link tussen de overstromingen en de klimaatopwarming, en de vaakst gegeven reactie was een lachende smiley. De comments gingen van ‘in de tijd van mijn grootouders waren er ook al overstromingen’ tot ‘eerst komen ze af met corona en nu met de klimaatopwarming, als ze maar geld uit onze zakken kunnen halen.’ (zucht) Ik trek me dat aan. Mensen geloven liever convenient lies om the inconvenient truth maar niet te moeten inzien.”

Britt: “In de geneeskunde gebeurt hetzelfde. Ik wijt dat aan het internet: als je online iets opzoekt, schieten de algoritmes in gang en krijg je nadien telkens soortgelijke berichten. Zo worden antivaxers elke keer opnieuw gesterkt in hun overtuiging. Ik heb vaak de neiging om te zeggen: kom eens hier aan tafel zitten en lúíster gewoon.”

Je weet waarover je praat: je bent in juni afgestudeerd als arts.

Britt: “Dat is het enige wat ik wilde worden. Mijn opa (politicus Vic Anciaux, red.) en mijn tante Hilde zijn huisartsen, al heb ik opa nooit als arts gekend: hij heeft zich volledig aan de politiek gewijd. Het beroep intrigeerde me, ik vond het mooi hoe mijn tante altijd klaarstaat voor de familie, en hoeveel respect en dankbaarheid ze krijgt van haar patiënten.”

Stijn: “(tegen Britt) Je hebt wel wat barrières moeten overwinnen.”

Britt: “Op mijn veertiende was ik al vastbesloten en schakelde ik over naar wetenschappen, ondanks het negatieve advies van leerkrachten die zeiden dat het niet zou lukken. Het lukte wél, maar na het zesde slaagde ik niet voor het ingangsexamen. Ik ben dan biomedische wetenschappen gaan studeren, enkel en alleen om mijn kennis bij te spijkeren en later te kunnen overstappen naar geneeskunde. Die studie heb ik nu afgerond, en ik ben aanvaard voor de specialisatie pediatrie.”

Stijn: “Ik vind dat bijzonder, mensen zoals Britt die als kind al een duidelijke roeping hebben. Ik had geen idéé. Het is voor veel jonge mensen op die leeftijd een probleem, denk ik. Ik zie velen die maar doen wat hun vrienden doen, of kiezen voor de universiteit waar hun vrienden zitten. Ik was in het middelbaar goed in wiskunde en wetenschappen, dus ik koos voor handelsingenieur. Niet vanuit een passie of interesse, gewoon omdat het een logisch vervolg leek.”

Britt: “Stijn is tijdens die studie heel erg veranderd. In de middelbare school was ik voorzitter van Jongeren Keren Het Klimaat. Onze jongste zus Kato was ook lid. We onderzochten onder andere de impact van de vleesindustrie op het klimaat. Ik schrok daarvan en begon vegetarisch te eten, waarop ons moeder zei: ‘Stijn is zo’n grote vleeseter, hij zal jouw stuk wel opeten.’ Wat natuurlijk niet de bedoeling was, ik wilde dat ze mínder vlees zou kopen. (lacht) Uiteindelijk heb ik het een jaar volgehouden, maar Stijn, die grote vleeseter van toen, eet intussen wel vegetarisch. Hij is helemaal gekeerd.”

Stijn: “Dat komt door mijn vriendin Julie. Ze is heel geëngageerd, ze was jaren geleden al bezig met thema’s als discriminatie, Black Lives Matter en de klimaatopwarming. Dat was het pre-Greta- en pre-Anuna-tijdperk, en ik was nog sceptisch, zoals vele anderen. Ze stopte me enkele documentaires toe, waaronder Cowspiracy en Merchants of Doubt: ‘Kijk daar maar eens naar.’ Die docu’s hebben mijn ogen geopend. Ik zat in mijn laatste jaar handelsingenieur en ben overgeschakeld op Environmental Management aan de ULB. Zo interessant. In onze kapitalistische samenleving draait alles om groei, dat is het allerhoogste doel. Als handelsingenieur stelde ik me daar geen vragen bij, maar aan de ULB zag ik in dat oneindige groei niet bestaat. We botsen op de limieten van onze planeet, het kan zo niet verder.”

Zie je ook oplossingen?

Stijn: “Ik hoop op technologische ontwikkelingen. Met de ondergrondse opslag van kooldioxidegas is nog veel mogelijk.”

Britt: “Allemaal goed en wel, maar ik mis toch een kortetermijnvisie. Er worden vooral heel veel plannen gemaakt voor de toekomst. En die worden dan nog voortdurend uitgesteld.”

Europa stelde vorige week zijn nieuwe klimaatplannen voor. Het streefdoel is om tegen 2050 klimaatneutraal te zijn, en dus geen broeikasgassen meer uit te stoten. Hebben we nog zoveel tijd?

Stijn: “Zoals het er er nu voor staat: nee. In het onlangs gelekte rapport van het VN-klimaatpanel IPCC staat zwart op wit dat het sléchter gaat dan in alle voorspelde worstcasescenario’s. Dat is geen goed nieuws. We moeten nú reageren. Dat kunnen we zelf doen: minder vlees eten en lokale voeding kopen maakt echt een verschil. Je kunt je energieverbruik in de gaten houden. Je lichten niet laten branden. En nadenken over je transportmiddelen. Julie en ik zijn net voor de pandemie uitbrak zes maanden door Zuid-Amerika getrokken: we hebben daar úren in lokale bussen gezeten, puur uit overtuiging, om geen vliegtuig te nemen.”

Britt: “En sorteren. Minder plastic kopen. Het lijkt allemaal banaal, maar je maakt er echt een verschil mee.”

Stijn: “We zeggen hier niets nieuws, hè. Mensen weten dat wel. Maar iedereen heeft zijn eigen waarheid. Wetenschappers worden niet meer serieus genomen. Dat is jammer.”

De wetenschappers hebben het voorbije anderhalf jaar wel aan geloofwaardigheid gewonnen, met dank aan de coronacrisis.

Stijn: “Is dat zo? Ik had dat ook gehoopt. Het leek even zo, vooral tijdens de eerste golf, toen de wetenschappers en virologen dagelijks in het journaal zaten en mensen luisterden naar wat ze vertelden. Maar het effect is weer verdwenen. Kijk naar wat Marc Van Ranst al heeft meegemaakt. Misschien is de crisis te lang blijven aanslepen.

“Ik denk sowieso niet dat er veel van de coronacrisis zal blijven hangen. Onze maatschappij is een ratrace. In Zuid-Amerika heb ik gezien hoe het anders kan. De mensen zijn daar nog echt verbonden met de aarde en de natuur, wij zijn volledig losgekoppeld. Tijdens de pandemie leek het heel even te veranderen, iedereen zat thuis en kwam tot rust. Maar ook op dat gebied vervalt alles stilaan in het oude. Kijk maar naar de files die er weer elke ochtend staan.”

Dat zie jij van dichtbij gebeuren: je werkt bij Brussel Mobiliteit.

Stijn: “Ik ben verkeersanalist. Ik probeer bij te dragen aan een in mijn ogen zeer goed en ambitieus mobiliteitsplan voor Brussel.

“Daarvoor werkte ik als onderzoeker voor een Duits bedrijf. We deden onderzoek voor de Europese Commissie op het gebied van energie. Boeiend, alleen zag ik weinig direct resultaat. Er kwamen wel beleidsvoorstellen op basis van onze onderzoeken, maar ik zag nooit de concrete gevolgen van mijn werk. Dat heb ik nu wel. Ik vind het prachtig om Brussel mee uit te bouwen tot een duurzame, leefbare en moderne hoofdstad.”

IEDEREEN CORONA

Britt, jij bent net terug van een stage in Rwanda.

Britt: “Ik werkte in het universitair ziekenhuis van de hoofdstad Kigali, op de kinderafdeling. Het was fantastisch. Ik wilde altijd al naar Afrika gaan, ik was al anderhalf jaar bezig met het plannen van een stage in Tanzania, maar er kwam steeds iets tussen, en sinds de pandemie was het helemaal onmogelijk om daar te raken. Toen Rwanda een groene zone werd, heb ik me daarop gefocust. Het was mijn laatste kans om een stage te doen als student, en ik ben zo blij dat ik het gedaan heb.

null Beeld Marco Mertens
Beeld Marco Mertens

“Ik was aangenaam verrast hoe goed de zorg er is. Al kun je Rwanda niet vergelijken met de buurlanden: Rwanda is vrij progressief op het vlak van gezondheid. Er is sociale zekerheid, en mensen die een verzekering hebben, betalen slechts tien procent van hun medische kosten. Die verzekering kost acht dollar voor een jaar. Er zijn mensen die zelfs dat niet kunnen betalen en geen toegang hebben tot de zorg, maar dat is gelukkig een minderheid.”

Hoe is de coronasituatie daar?

Britt: “Ze hebben het vrij goed onder controle. Er zijn zeer strikte regels. Toen ik aankwam, was er al een avondklok, werd je voortdurend getest, mochten de bussen voor maximaal 50 procent gevuld zijn… Eind mei barstte de Nyiragongo-vulkaan bij de Congolese stad Goma uit en sloegen duizenden mensen op de vlucht. Dat deed het aantal besmettingen stijgen, en de regels werden meteen verstrengd. Het is door die aanpak dat Europa het land groen inkleurt, vermoed ik.”

Hoe loopt de vaccinatiecampagne?

Britt: “Toen ik vertrok, was amper 2 procent van de bevolking gevaccineerd. Voor zover die cijfers dan nog kloppen. De mensen met wie ik in contact kwam – artsen, studenten, gidsen – hadden een vaccin gekregen, maar bij de plaatselijke bevolking gaat het traag. Er zijn in Afrika weinig vaccins ter beschikking. En er is ook veel twijfel bij de mensen zelf: er wordt onzin verteld over de vaccins. Maar dat komt wel goed, denk ik. Het heeft even tijd nodig, dat was hier ook zo. Wij zitten intussen aan de vooropgestelde 70 procent, en er was in het begin óók twijfel of we dat wel gingen halen. Ik ergerde me daaraan: er werd zoveel commentaar gegeven op de vaccinatiecampagne, iedereen wist hoe het beter kon. Net zoals we plots ook met elf miljoen virologen zaten. Dan denk ik: laat je toch gewoon even leiden!”

Jullie hebben thuis allemaal corona gehad.

Britt: “Ik zelfs twee keer. De eerste keer in het begin van de pandemie, ergens midden april. Geen idee waar ik het heb opgelopen. Onze lessen en stages waren stopgezet, maar we werden ingeschakeld voor de covid-triagediensten bij de ziekenhuizen. Men ging er toen nog van uit dat mondmaskers niet nodig waren, dus we stonden daar onbeschermd. Achteraf gezien heel erg, maar goed. Ik ben die periode ook een weekend gaan helpen in het woonzorgcentrum waar mijn vader directeur is, ik kan het ook daar opgelopen hebben. Ik had milde klachten: hoofdpijn, vermoeidheid. Ik moest in quarantaine, en in zekere zin was dat rustgevend. Er was toen nog heel weinig informatie, waardoor het best chaotisch en stresserend was om daar bij dat ziekenhuis te staan, terwijl iedereen die ik kende bezig was met taarten bakken of puzzelen. Tijdens mijn quarantaine had ik ook even de kans om stil te vallen.

“De tweede keer was een maand of vijf later. Toen ben ik wel heel ziek geweest. Daaraan zie je dat het iedereen kan treffen: ik ben 24 en in goede gezondheid, maar ik kon dagenlang mijn bed niet uit.”

Stijn: “Ik weet ook niet waar ik het heb opgelopen. Hoe goed je ook oplet, je kunt het risico niet uitsluiten.”

Britt: “Het lijkt nu alsof we onvoorzichtig zijn geweest of de regels niet hebben gevolgd, maar we zijn net héél voorzichtig geweest. Vake was zo ongerust dat hij het virus zou meenemen naar zijn woonzorgcentrum. We hebben zelfs hier thuis, binnen onze bubbel, altijd afstand gehouden. Maar we hebben allemaal beroepen waarbij we met veel mensen in contact komen, en dan is het risico onvermijdelijk.”

Was de pandemie voor jou, als geneeskundestudent, ook boeiend? Je maakte de zorg mee op het scherp van de snee.

Britt: “Ja, eigenlijk wel. Het was een situatie die we wellicht nooit meer gaan meemaken. Ik heb na mijn besmetting meermaals gevraagd om op de covid-afdeling te mogen helpen: ik had toch antistoffen. Maar ze stonden het niet toe, ze wilden geen risico nemen met studenten.

“Wat me ook zal bijblijven, is die donderdagavond waarop premier Sophie Wilmès rond elf uur aankondigde dat we in lockdown gingen. Ik stond op de spoed, we waren de afdeling aan het reorganiseren. En dan dat nieuws. De sfeer toen was heel bijzonder.”

Wat denk jij, als arts: raken we ooit weer van het virus af?

Britt: “Nee, dat denk ik niet. Corona zal blijven. We zullen ermee moeten leren leven, we kunnen niet nog jaren in een soort lockdown zitten. De vaccins zijn onze beste bondgenoot. Ik zie het wel gebeuren dat we naar een jaarlijks vaccin gaan, net zoals de griepspuit.

“Ik wil het graag nog een keer benadrukken: laat je vaccineren. Doe het voor jezelf, en voor je medemens. De vaccins zijn veilig. Elk medicijn heeft bijwerkingen, maar die wegen in dit geval niet op tegen de voordelen.”

Hoe groot acht je de kans dat er een variant komt waartegen de huidige vaccins niet beschermen?

Britt: “Dat weet ik niet, daar kan ik me niet over uitspreken. De vaccins werken tegen de varianten die we nu kennen, dat is een zekerheid.”

VUILE SPELLETJES

Jullie vader was minister in de Vlaamse en de federale regering en, net als zijn vader, Vic Anciaux, partijvoorziter van de toenmalige Volksunie. Hebben jullie ooit overwogen om ook in de politiek te gaan?

Britt: “(beslist) Nee.”

Stijn: “Ik denk spontaan aan een uitspraak van ons moeder: ‘Gulle gaat níét in de politiek, hè!’ (lacht) Zij heeft van dichtbij gezien wat het is, natuurlijk. Vake heeft destijds veel bagger over zich heen gekregen. Dat woog enorm op hem, en zij zat met de miserie.

“Mij spreekt de politiek wel aan. Al zou het sowieso achter de schermen zijn. En niet op de manier waarop vandaag aan politiek wordt gedaan, met de vuile spelletjes en de verwijten. Er is geen respect meer. Ik zou trouwens ook niet weten bij welke partij ik me zou moeten aansluiten. Ik heb veel bedenkingen bij hoe onze democratie werkt. In feite is het een particratie: de partijen hebben te veel macht.”

Britt: “Daar volg ik Stijn helemaal in. Ik stem ook niet op partijen maar op personen, vaak mensen die ik ken via ons vader, en van wie ik weet dat het competente mensen zijn. Ik heb al op drie, vier verschillende partijen gestemd.”

Stijn: “Ik ook.”

Ben je voorstander van een technocratie?

Stijn: “Goh. Ik ben een voorstander van onze democratie, maar als ik zie hoe ze in de praktijk wordt gebracht, heb ik bij bepaalde zaken wel twijfels. Ik vind het een goed idee om mensen aan te stellen die ervaring en expertise hebben in een bepaald gebied. Het is toch onbegrijpelijk hoe ministers bij ons switchen van het ene domein naar het andere, vaak uit totaal uiteenlopende sectoren? En dat dan nog om de vier jaar! Dat kan niet, ze kúnnen niet al die kennis hebben.”

Jullie vader heeft toch ook verschillende ministerposten bekleed, van Huisvesting over Mobiliteit tot Sport?

Stijn: “Ja, maar hij heeft nooit klakkeloos een partij gevolgd. Hij zei: ‘Ik ben verkozen voor wie ik ben en waarvoor ik sta, dus als mijn standpunten niet in lijn liggen met de partijvisie: so be it.’ Hij heeft daar problemen mee gehad, maar ik heb hem er altijd voor bewonderd. Hij durfde tegen de stroom in te zwemmen. Dat zie ik nu niet meer.

“Vandaag kan alles in de politiek. Kijk naar Trump: iemand die totaal niet competent is, kan de machtigste persoon ter wereld worden. Verkiezingen worden gewonnen op social media. Heb je The Social Dilemma gezien, de documentaire over de impact van sociale netwerken? Daar sta je toch wel even bij stil.”

Britt: “Daarom vind ik het beter om engagement te tonen zonder in de politiek te gaan. Ik ga pediatrie doen, in mijn ogen de meest pure vorm van geneeskunde. In de kindertijd kan veel vermeden worden: diabetes en overgewicht, bijvoorbeeld, beginnen op jonge leeftijd. Je moet kinderen het belang meegeven van gezond eten en bewegen. Daar wil ik me als arts op toeleggen.”

Stijn: “Da’s mooi. Eigenlijk is geneeskunde het grootste engagement dat er bestaat. Je wijdt je leven aan het leven van je medemens. Ik kijk graag naar Topdokters op Play4. Als je ziet hoe die mensen zich inzetten voor hun job, om anderen te genezen, dat is ongelooflijk.”

Britt: “Je moet gepassioneerd zijn. Als het vanuit je hart komt, is het het mooiste beroep dat er is. Hoe pijnlijk het ook kan zijn om een patiënt te verliezen, want dat is óók een deel van de job.”

Zeker als het om kinderen gaat.

Britt: “Dat besef ik. Ik heb nog geen kindje van dichtbij weten sterven, maar ik zal er ooit mee geconfronteerd worden, en dat zal zwaar zijn. Ik zal moeten leren om daar afstand van te nemen. En focussen op het hoofddoel: kinderen genézen.”

Jullie moeder en zus Lien staan in het onderwijs.

Britt: “Allebei in Molenbeek. Lien in een lagere school, moeke in een middelbare school.”

Stijn: “Oké, correctie. Dát is het grootste engagement. Er zitten heel veel anderstalige kinderen op die scholen. Kinderen uit kansarme gezinnen ook, waar de ouders soms amper naar hun kind omkijken en geen enkele interesse tonen voor school. Bij het oudercontact komen ze niet opdagen. Moeke en Lien zouden het zichzelf veel gemakkelijker kunnen maken door te kiezen voor een andere school, maar ze willen niets anders. Ze halen er voldoening uit om die kinderen kansen te geven. Moeke las onlangs het krantenartikel over drie jongeren die in Elsene mensen hadden gered uit een brandend flatgebouw. Ze blonk van trots: ‘Dat was er ene van mij.’ Dáárvoor doen ze het.”

Jullie vader zei ooit dat hij in de politiek was gegaan om de wereld te verbeteren. Dat engagement lijkt bij jullie allemaal in het bloed te zitten.

Stijn: “We hebben dat heel hard meegekregen. Van jongs af was het motto: doe iets voor je medemens. Ons vader draagt dat hoog in het vaandel. Hij organiseerde op zijn twaalfde al stakingen op school voor meer rechten voor de leerlingen.”

Britt: “Het was niet dat hij ons pushte, engagement zit gewoon in onze manier van leven. We zijn allemaal naar de Chiro gegaan, we hebben allemaal leiding gegeven. Dat is ook een vorm van lokaal engagement.

“Wat ik zo fijn vind, is dat we allemaal in een ander domein actief zijn. We zijn geen familie van advocaten of dokters. Er komt veel kennis samen rond de tafel. Als ik iets wil weten over economie ga ik naar Stijn, wil ik iets weten over onderwijs ga ik naar moeke of Lien.”

Wat doet jullie jongste zus Kato?

Britt: “Ze zit in haar tweede jaar rechten. Ze is nog zoekende, al heeft ze al iets laten vallen over de VN. Dat is het enige wat ik, naast geneeskunde, ook ooit heb overwogen: rechten studeren en dan iets doen met mensenrechten. Ik sluit niet uit dat het er alsnog van komt: als arts kan ik op dat gebied ook iets betekenen. Ik wil geen vakidioot worden die enkel met het zuiver medische bezig is.”

De wereld willen verbeteren kan ook frustrerend zijn.

Stijn: “Het ís frustrerend, maar je moet dat kunnen loslaten. Ons vader kon dat niet, hij heeft daarvan afgezien.”

Britt: “Ik heb het daar toch ook moeilijk mee. Zoals nu met de antivaxers. Dan denk ik: léés dan toch! Hou niet zo halsstarrig vast aan je eigen mening!”

Stijn: “Ik probeer niet meer om de hele wereld te veranderen. Wat echt telt, zijn de mensen om me heen. Dat die niet onverschillig in het leven staan.”

Britt: “Maar toch. Er is zoveel negativiteit. Als ik mensen hoor zeggen: ‘Ik wil geen kinderen, ik wil ze niet laten opgroeien in deze maatschappij,’ dan weet ik niet wat ik moet denken.”

null Beeld Marco Mertens
Beeld Marco Mertens

Stijn: “Ha, maar dáár kan ik hun wel gelijk in geven, hoor. Het jammere is dat enkel de geëngageerde mensen, die beseffen welke impact we hebben op het klimaat, twijfelen over kinderen. Zij zouden net wél kinderen moeten krijgen, en hun inzichten doorgeven.”

Willen jullie kinderen?

Britt: “(tegen Stijn) Jij zegt altijd: twee kinderen, toch?”

Stijn: “Klopt, twee is demografisch en ecologisch verantwoord. Maar mijn vriendin wil heel graag pleegzorg doen, en ik zie dat ook zitten. Het is nu nog niet aan de orde, maar ooit gaan we dat doen.”

Zijn jullie al lang samen?

Stijn: “Vier jaar.”

Jullie hebben op dat gebied een mooi voorbeeld: jullie ouders zijn dertig jaar getrouwd.

Britt: “Dat bepaalt mee onze kijk op de liefde, daar ben ik zeker van. Ik heb vriendinnen met gescheiden ouders en die zeggen veel sneller dat ze nooit gaan trouwen. Ik geloof wel in de eeuwige liefde, ik zie hier thuis dat het kan.

“Ik ken mijn vriend Tom al heel lang. We zaten in dezelfde vriendengroep en deden allebei geneeskunde. Hij was altijd een belangrijke persoon voor mij. Maar dé vonk is pas twee jaar geleden overgesprongen. Eerder was er van verliefdheid geen sprake. Ik kan zelf niet verklaren hoe dat komt.”

TE VEEL COMMENTAAR

Hoe was het voor jullie om op te groeien met de familienaam Anciaux?

Britt: “Vake was minister toen wij nog kind waren. Dan ben je daar niet echt mee bezig. Hij was natuurlijk heel bekend toen, en als we onze naam zeiden, kregen we haast altijd de reactie: familie ván? Maar erg vonden we dat niet. We weten ook niet hoe het zou zijn mocht hij geen minister geweest zijn.”

Stijn: “We konden nooit ergens anoniem naartoe, hij werd heel vaak aangesproken. Wij vonden dat vooral grappig. Soms liepen we een eindje achter hem, en dan hoorden we mensen fluisteren: ‘Kijk, dat is Bert Anciaux!’”

Was hij een aanwezige vader?

Britt: “Hij heeft altijd hard gewerkt. Zeker toen hij minister was. Hij was vaak al weg toen wij uit bed kwamen. Moeke heeft toen heel veel overgenomen, zij bracht ons naar school en naar de hobby’s. Maar we hebben nooit het gevoel gehad dat we een vaderfiguur misten. Hij heeft dat harde werken gecompenseerd door op andere momenten tijd voor ons vrij te maken. Hij is altijd een gezinsmens geweest.”

Stijn: “Dat komt ook doordat hij zoveel commentaar kreeg op zijn werk, denk ik. Hij zag in dat hij de wereld niet zou kunnen verbeteren zoals hij zou willen, en dat hij zijn waarden uit zijn familie moest halen.”

Zijn jullie streng opgevoed?

Stijn: “Absoluut niet. Net heel vrij, eigenlijk.”

Britt: “We kregen wel waarden en normen mee, maar streng zijn ze nooit geweest. We mochten veel.”

Stijn: “Ook omdat ze voelden dat het niet nodig was, denk ik. We hebben nooit gerebelleerd of zo. Toch niet thuis. (grijnst) Met vrienden durfde ik al eens wat kattenkwaad uit te halen. Ik was dan ook de enige jongen thuis, hè.”

Moest je je laten gelden tegenover je drie zussen?

Britt: “Nog steeds! Gelukkig ben ik nog de tweede in rij. Britt en Kato zijn jonger. Die hadden – nee, hébben niks te zeggen. (lacht)

Britt, begin september breng jij een boek uit dat je samen met je vader en grootvader hebt geschreven.

Britt: “(knikt) Over generaties zal het heten. Ik vond het geweldig om dat te kunnen doen met mijn vader én mijn grootvader, die 90 jaar wordt. Het is geen politiek boek, dat wilde ik niet. Het gaat over ons, en over onze kijk op de maatschappij. Een beetje zoals wij hier nu doen, tijdens dit interview, maar dan vanuit drie verschillende generaties.

“Ik moet bekennen dat ik het wel spannend vind. Mijn vader en grootvader zijn publieke figuren, zij zijn eraan gewend om in de media te komen. Ik niet, dat is ook niet mijn ambitie, maar met dit boek komt de spot ook een beetje op mij te staan.”

Voor het zover is, gaan jullie nog samen op reis, verklapte jullie vader me.

Britt: “We gaan allemaal mee: onze ouders, Stijn, Lien, Kato en ik, onze partners, en Liens zoontje van twee. We spraken daar al heel lang over, maar er kwam telkens iets tussen. We gaan naar het zuiden van Spanje, intussen een oranje zone, maar we zijn allemaal gevaccineerd, dus normaal gezien mag dat geen probleem zijn. Ik kijk ernaar uit!”

‘Over generaties’ door Vic, Bert & Britt Anciaux verschijnt begin september bij uitgeverij Pelckmans.

© Humo

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234