Maandag 11/11/2019

De naam van de vader

"Papa had me voorbereid op zijn dood"

Beeld Karel Duerinckx

Bijna twintig jaar nadat Herman de Coninck stierf in Lissabon, is Laura (38) nog altijd het 'miniatuurmensje' uit de gedichten van haar vader. Hij dichtte wat hij niet kon uitspreken, zij tekent het. "Af en toe moet ik weer even met hem praten."

Niemand kiest zijn eigen vader, maar bij een beroemde verwekker gelden net iets meer verwachtingen, of vooroordelen. Want wat als je in de voetsporen treedt van een vader die je onmogelijk kunt overklassen? En wat als je jondernemers, maar ook criminelen over de band met hun bekende vader en de erfenis van zijn achternaam. Vandaag: Laura de Coninck, dochter van de dichter die zijn volk poëzie leerde lezen, Herman de Coninck.

Met haar goudbruine teint, indrukwekkend gespierde ledematen - "met dank aan de trilplaat" - en het nonchalante knotje dat boven op haar hoofd balanceert, lijkt het wel alsof Laura de Coninck tussen twee goede golven door even van haar surfplank is gestapt, speciaal voor ons. Het enige dat ontbreekt is een Australisch accent. Gelukkig klinkt haar zachte Antwerps minstens even zonnig.

Hoewel het schooljaar alweer even de dagelijkse routine dicteert, zijn de sporen van haar vakantie in Gigaro nog duidelijk zichtbaar. Samen met haar vriend, fotograaf Thomas Legrève, en hun twee kinderen Noa (9) en Amos (6) keert Laura elke zomer trouw terug naar het Zuid-Franse kuststadje waar haar vader haar als klein meisje al mee naartoe nam.

"Elk jaar gingen we daar de laatste twee weken van augustus naartoe, een traditie die ik nog steeds in stand hou", vertelt Laura. "Kristien (Hemmerechts, De Conincks derde vrouw, JA) heeft daar een huisje. We vinden het allebei belangrijk dat mijn kinderen die pek kennen, het is een beetje mijn tweede thuis. Mijn vader is er nooit ver weg. Ik zie hem nog zo op zijn espadrilles naar het strand lopen: zonnehoedje op, plooistoeltje onder de arm."

In Gigaro schreef De Coninck overigens ook het beroemde 'Slaapliedje voor Laura in Gigaro', dat kenners tot zijn mooiste gedichten rekenen, maar daarover later meer.

Achter een door klimop en kinderfietsen ingepalmde gevel in hartje Antwerpen woont het gezin De Coninck-Legrève, een tramritje verwijderd van Laura's ouderlijke huis waar haar vaders gedicht 'Thuis' ter nagedachtenis omhoog hangt.

Na het gedenkdicht en de mislukte poging om het Pieter De Coninckplein van voornaam te veranderen, eert 't Stad zijn geliefde dichter alsnog met een standbeeld. Sinds kort waakt Herman de Coninck in de Antwerpse Zoo over de flamingo's, een zwaar witmarmeren hoofd op een bronzen lichaampje.

Het werk van kunstenares Elke Van Steenbergen bleef niet onbesproken. Oude vrienden van de dichter vonden het anorectische mannetje met de priemende blik 'weinig geschikt gezelschap om een pint mee te pakken', een enkeling nam zelfs het woord 'gedrocht' in de mond.

Eerlijk, Laura, wat vind jij nu van dat standbeeld?
"Tja. Het is bijzonder, dat is wel het minste dat je erover kunt zeggen. (lacht)

"Het is fijn dat zijn betekenis voor de Vlaamse letteren officieel erkend wordt. Oorspronkelijk wilden we een gedichtenpad door de stad, maar omdat dat niet haalbaar was, zijn we voor een standbeeld gegaan. Het mocht echter geen statige buste worden, dat zou hij zelf ook ongepast vinden. Het moest iets poëtisch zijn, iets dat bij zijn gedichten past.

"Samen met Kristien ben ik op aanraden van een bevriende kunstkenner bij Elke Van Steenbergen gaan kijken, en daar zagen we heel gevoelige werken. Puur op basis van die eerste indruk dachten we dat het wel snor zat. Maar aangezien zij mijn vader nooit ontmoet heeft, is het beeld vooral haar interpretatie van wie hij in zijn gedichten en brieven was: een ziener, degene die heeft wat hij ziet en ziet wat hij heeft. Als beeld vind ik het echt een intrigerend, mooi werk. Maar het is niet de lieve, zachte man die ik ken.

"Wanneer ik bij mijn vader was, maakte hij altijd tijd voor mij. Dan werke hij 's nachts wel door." Beeld RV

"Ach, uiteindelijk moet je het loslaten. Wij verwachtten bijna dat hij daar zelf zou staan, zijn ziel in een standbeeld gegoten. Maar zo werkt het natuurlijk niet."

Op 22 mei 2017 zal het twintig jaar geleden zijn dat je vader bezweek aan een hartaanval. Is Herman de Coninck voor jou nog dezelfde vader die je op je 18de verloor?
"Aan de herinneringen die ik van hem heb als vader, is niets veranderd. Die zijn me erg dierbaar. Maar zijn enorme nalatenschap als dichter heb ik pas later begrepen. Vroeger las ik hem nooit zo bewust, dat ben ik pas na zijn dood gaan doen. Op belangrijke momenten in mijn leven greep ik terug naar zijn gedichten, zocht erin naar antwoorden.

Beeld RV

"Hij heeft bijvoorbeeld heel mooi beschreven hoe hij het overlijden van zijn eigen ouders verwerkte. Dat hij me kon troosten voor zijn eigen dood gaf me een heel veilig gevoel.

"Wanneer ik droevig was, herlas ik ook graag 'Slaapliedje voor Laura in Gigaro'. Vooral deze zinnen: 'Moge ook jij een paar duizend gedachten niet hebben, en daaronder slapen. (Ik heb ze voor jou gehad. En soorten verdriet. Ze waren de moeite niet.)'

"Wat hij daar beschrijft, voelt heel vertrouwd. Het helpt om te weten dat jouw pad al eens bewandeld is, het maakt je verdriet draaglijker. Ik hoop mijn kinderen op eenzelfde manier te kunnen troosten.

"Zodra ik zelf moeder werd, begon ik de gedichten die over mij als kind gingen helemaal anders lezen. In de kinderen die hij verhaaltjes voorleest, zie ik nu mijn eigen kinderen.

"Ik neem zijn verzamelde werk ook altijd mee op vakantie. Als ik er niet in lees, ligt het gewoon op mijn nachtkastje. Dat vind ik ook geruststellend."

Heb je een lievelingsgedicht?
"'Slaapliedje voor Laura in Gigaro' heeft mij het meest getroost, maar het allermooiste gedicht dat hij ooit geschreven heeft, vind ik 'Verjaardagsvers'. Hij schreef het na het auto-ongeluk waarbij zijn eerste vrouw omkwam en dat mijn broer Tomas maar op het nippertje overleefde. Hoe hij de ogen van zijn dode vrouw beschrijft die hij daarna in mijn broer weerspiegeld ziet. Heel pakkend vind ik dat.

"Maar hij heeft zo veel geschreven dat ik per thema eigenlijk wel een favoriet kan aanduiden. Afhankelijk van wat er op dat moment in mijn eigen leven speelt, ontdek ik bij elke leesbeurt ook andere dingen in zijn gedichten."

Heb je nooit de ambitie gehad om zelf te gaan dichten?
"Nee, daar heb ik mij nooit aan willen wagen. Hij was zo bezeten door die taal. Jaren kon hij doen over de plaatsing van twee woorden. Daar ben ik niet nauwkeurig genoeg voor. Om mijn gevoelens op een rij te krijgen, schrijf ik wel dingen neer, maar dat zijn eerder brieven aan mezelf. Ik heb de drang alles te analyseren, dat heb ik van mijn moeder, een psychologe. Ik uit mezelf beter in beelden. Wanneer ik overweldigd word door mijn gevoelens, smijt ik ze tegen een wit canvas aan."

Beeld Karel Duerinckx

Je lijkt me iemand die heel veel voelt.
"Daarom teken ik. Al tekenend krijg ik vat op de werkelijkheid. Als ik lang geen potlood of penseel heb vastgehad, word ik onrustig. Ik vraag me vaak af hoe mensen dat doen: een stolp over hun emoties plaatsen en olifantenhuid kweken. Ik ben er nog altijd niet in geslaagd. (lacht)

"Noem mij naïef of onbezonnen, maar ik kan mijn emoties totaal niet doseren. Wat ik voel, komt vrij hard binnen en moet er meestal meteen weer uit. Het helpt dat ik een vrij evenwichtig leven leid. Ik heb al 22 jaar dezelfde vriend, die gelukkig even passioneel is als ik. Wij konden elkaar geen twee uur missen of we begonnen al liefdesbrieven te schrijven. Ik heb veel geluk gehad dat ik zo snel de juiste ben tegengekomen, anders was ik mezelf waarschijnlijk onderweg verloren.

"Het is eigenlijk simpel: ik ben erg positief ingesteld, maar als ik triest ben, huíl ik. En dan bedoel ik niet zacht een traan wegpinken, nee, echt snikken en stikken. Ik heb er geen controle over. Niet dat ik zo dramatisch ben, hoor. Eerder gevoelsmatig; ik kan niet doen alsof."

Lijk je daarin op je vader?
"Hij voelde het allemaal wel, maar hij kon het - behalve op papier - lang niet uiten. Ik weet dat mijn mama hem dat verweet. Ze heeft hem vaak genoeg verteld dat ze het zo niet langer trok. Zij wilde een eigen leven en een eigen carrière, maar hij wimpelde dat altijd weg omdat hij vooral zijn eigen ambitie volgde.

"Toen ze bij hem wegging, had hij zo veel spijt dat hij een ander mens werd. Veel emotioneler, sneller geraakt. Uit die gekwetste man kwam plots een heel betrokken vader tevoorschijn.

"Wanneer ik bij hem was, maakte hij altijd tijd voor mij, ook al had hij een strakke deadline. Dan werkte hij 's nachts wel door. Voor mij als kind was dat natuurlijk fantastisch, maar ik geloof dat het voor Kristien toch niet altijd rozengeur en maneschijn was om 'de vrouw van' te zijn. Zij was uiteindelijk wel degene die alleen in een koud bed moest slapen.

"Overdag zat mijn vader op de redactie (na dertien jaar als redacteur voor 'Humo' werd De Coninck in 1983 hoofdredacteur van het 'Nieuw Wereldtijdschrift', JA) en 's nachts werkte hij aan zijn eigen gedichten. Hij wilde alles. Dat herken ik bij mezelf. Ik vind altijd dat er te weinig uren in een dag zijn.

'Toen ik een dagjob bij Libelle kreeg, zat ík opeens 's nachts op mijn gemak te tekenen terwijl de kinderen lagen te slapen. Nu ben ik daar wel minder volhardend in dan hij - veel langer dan een paar dagen houd ik zo'n werkritme niet vol. Maar ook op de redactie heb ik vaak aan hem moeten denken. Ik vond het heel leuk dat onze levens zo spiegelden."

Heb je het je vader ooit kwalijk genomen dat hij voor drie tegelijk leefde? Als hij het wat rustiger aan had gedaan, was hij er nu misschien nog.
"Ik was mij als kind al erg bewust dat het leven elk moment gedaan kon zijn. Mijn broer had geen mama meer. Daar sliep ik 's nachts niet van. Mijn mama was er altijd voor mij: zij deed het huishouden, kwam me van school halen, stak me in bed. Ook nu nog is zij degene die mij het best kan troosten.

"Haar dood had ik onmogelijk kunnen verwerken. Het klinkt vreemd, maar mijn papa had me eigenlijk al een beetje voorbereid op de zijne. Hij cultiveerde zijn zwakke gezondheid, maakte er mopjes over. Dan verkondigde hij dat hij niet oud zou worden omdat hij zou sterven aan longkanker of een hartaanval. En het liefst een stevige, zodat hij meteen de pijp uit was. Ik heb het hem nooit kwalijk genomen. Dat was hoe hij leefde. Stoppen met roken zou hem doodongelukkig gemaakt hebben.

"Dat ook een relatie elk moment voorbij kan zijn, besefte ik toen mijn ouders uit elkaar gingen. Maar dat heb je voor het grootste deel wél zelf in handen. Hun scheiding was voor mij een soort van catharsis. Ik had gezien hoe hard ze er allebei van afzagen en besloot dat ik het nooit zover zou laten komen.

"Mijn vader heeft me toen op het hart gedrukt om aan mensen te tonen dat je ze graag ziet, hier en nu. Stel niet uit, krijg geen spijt, word geen 'achteraffer'. Die raad heb ik altijd opgevolgd. Als mijn ouders niet gescheiden waren, had ik niet alleen een heel andere vader gehad, maar was ik zelf ook iemand anders geweest."

Het valt me op dat je broer weinig ter sprake komt wanneer je over je kindertijd en de scheiding vertelt.
"Tomas is acht jaar ouder dan ik. Bij de scheiding zat hij volop in zijn puberteit. Hij is altijd bij mijn vader blijven wonen, maar zat ook op internaat. We zagen elkaar niet zoveel. Ik weet eigenlijk niet goed hoe hij het allemaal beleefd heeft, we hebben daar vrij weinig met elkaar over gesproken.

"Ik herinner me wel nog dat ik in alle staten was omdat ik een onbekende, naakte vrouw in de badkamer had aangetroffen. Toen heeft Tomas me gerustgesteld: 'Ja ja, dat is Kristien, de nieuwe vriendin van papa'. Hij was ouder en wijzer dan ik, kon het allemaal wat beter vatten."

Jij wordt wel vaker in de media opgevoerd als 'het kind van Herman de Coninck', jouw broer amper. Hoe komt dat?
"Hij en mijn vader kwamen niet altijd even goed overeen, wat natuurlijk met hun geschiedenis te maken heeft. Eigenlijk was mijn vader niet klaar voor Tomas toen hij geboren werd. Plots was zijn vriendin zwanger, gingen ze trouwen, kregen een kind. Het ging allemaal nogal snel voor hem. Toen zijn vrouw wegviel, bleef hij achter met een baby van wie hij amper wist wat hij ermee aan moest.

"Tomas is in het begin vooral opgevoed door zijn grootouders. Daarna kwam mijn moeder. Zij heeft hem geadopteerd en de moederrol op zich genomen, net zoals Kristien dat later ook deed. We delen dezelfde ouders - voor mij is hij gewoon mijn grote broer naar wie ik erg opkeek.

"Maar de band tussen Tomas en mijn vader is altijd ingewikkeld gebleven. Mijn broer had vaak het gevoel dat hij te weinig liefde had gekregen. Toen mijn vader zijn fouten uiteindelijk inzag, was Tomas zwaar aan het puberen - niet de makkelijkste jongen om mee om te gaan. Net zoals ik kan hij moeilijk zijn emoties doseren, maar hij is daarin veel explosiever dan ik.

"Volgens mij hielp het ook niet dat hij een zus had voor wie alles wél vlot verliep. Pas op, Tomas en ik komen heel goed overeen. Maar soms voel ik mij schuldig dat ik een heel andere vader heb gehad dan hij."

'Het liefste wat ik heb is elf geworden', 'een dochter waar niets anders mee te doen valt dan beminnen', en 'de liefste van mijn vrouwen'. Je vader schreef uitsluitend in superlatieven over jou. Steekt dat niet bij je broer?
"Hij komt ook voor in mijn vaders werk, hoor. Maar die gedichten zijn pijnlijker, zoals 'Verjaardagsvers'. Tomas heeft erg in de knoop gelegen met zichzelf, een lange zoektocht doorgemaakt. Je leest in die gedichten dat mijn ouders zich veel zorgen om hem hebben gemaakt.

"In zijn ogen was ik de voorbeeldige dochter die de show kwam stelen, hij het probleemkind. Zijn eigenwaarde is daardoor niet altijd even groot. Voor de onthulling van het standbeeld had Kristien ons beiden gevraagd een korte speech te houden. Hoewel hij blij was daarin erkend te worden, heeft hij toch bedankt. Hij voelt zich daar te onzeker voor.

"Ik denk dat Tomas het erg betreurt dat hij zijn vader nooit heeft kunnen vertellen dat hij zijn moeilijke jaren ruimschoots heeft goedgemaakt. Hij is gaan studeren, heeft vandaag een gelukkig gezin met twee kinderen, en een goede job als opvoeder. Maar dat alles zal zijn vader nooit weten. Dat is bitter."

Helpt het jouw carrière als beeldend kunstenares erg vooruit dat je 'de dochter van' bent?
"Dat zal wel zo zijn, zeker? Mensen die mijn vaders gedichten graag lazen, zijn geneigd er dingen uit mijn vaders werk in te herkennen, en dat is natuurlijk fijn. Het mooiste compliment dat je mij kunt geven, is dat ik in beelden doe wat mijn papa met woorden deed. Mijn werk zal altijd aan dat van mijn vader gelinkt worden, maar het is een vergelijking die ik heel graag hoor.

"Maar het mes snijdt aan twee kanten. Er zijn ook mensen die denken dat ik bij wijze van spreken een drol op papier kan zetten en nog steeds applaus zal ontvangen, gewoon omdat ik mijn naam mee heb. Gelukkig slaag ik er vrij goed in zulke afgunstige reacties uit mijn geheugen te wissen."

Zie jij zelf ook overeenkomsten tussen jouw tekeningen en de gedichten van je vader?
"Ik omschrijf mijn eigen werk het liefst als suggestief: weinig lijnen, maar wel krachtige. Kleine verwijzingen roepen vaak meer op dan het hele verhaal. Dat heb ik van mijn vader. Ik herinner me nog dat hij zei dat je in plaats van de vrouw beter haar lippenstift beschrijft die op het glas achterblijft wanneer ze weg is.

"Mijn werk is net zoals dat van mijn vader erg persoonlijk. Omdat ik simpelweg niets anders kan maken. Ook als het een illustratie in opdracht is, komt het gevoel waarop het werk gebaseerd is altijd uit mezelf. Rood is de centrale kleur in mijn verder vrij sobere tekeningen. Rood staat voor gevoel. Ik kan enkel tekenen wat ik zelf voel."

Tot voor kort was jij ook bij Libelle aan de slag als beautyredactrice. Lipgloss en antirimpelcrème overdag, wasco's en waterverf 's nachts. Dat lijken twee wel verschillende werelden.
"Niet per se. Ik ben altijd gepassioneerd geweest door schoonheid, ik wil mooie dingen maken. Maar omdat ik van mijn illustraties en schilderwerk niet kan leven, heb ik er altijd een dagjob bijgenomen. Zo heb ik nog als kapster gewerkt, dermatoloogassistente, afslankingsspecialiste, en visagiste. Iemand opmaken, vind ik hetzelfde als schilderen, maar dan op iemands gezicht. Ik vind het fascinerend hoe iemand met de juiste make-up er niet alleen beter uitziet, maar zich ook beter voelt.

"Schrijven over winterhuid was voor mij echt een verademing, heel concreet in vergelijking met het zware schilderproces. Elke keer opnieuw jezelf heruitvinden geeft mij ontzettend veel stress. Ik moet altijd door de hel om een goede tekening op papier te krijgen."

Heb je dat van je vader, die existentiële crisis als noodzakelijk onderdeel van je werkproces?
"Goh, is dat niet eigen aan kunstenaars in het algemeen? Maar ik geloof wel dat mijn vader zich bij momenten heel onzeker en miskend voelde, zeker naar het einde van zijn leven toe. Hij wilde zo graag dat poëzie ingeburgerd geraakte in het dagelijkse leven, ook bij jongeren.

"Toen ik op het conservatorium zat, probeerde hij via mij gedichten te slijten aan mijn studiegenoten, als was hij een of andere huis-aan-huisverkoper. 'Zeg, Laura, zou dit gedicht niet goed werken op het podium?' Daarom niet per se zijn werk, hoor. Zolang mensen maar meer gingen lezen. Hij had het gevoel dat poëzie niemand meer interesseerde. Heel verdrietig werd hij daarvan."

Hij is er wel in geslaagd zichzelf onsterfelijk te maken. Zijn gedichten worden nog steeds onderwezen op elke middelbare school, er is de jaarlijkse Herman de Coninckprijs, en ook jij blijft hem lezen. Ik kan me voorstellen dat dat het gemis verteerbaar maakt.
"Absoluut. Ik ben erg dankbaar dat hij zo veel heeft nagelaten. Mijn vriend zijn vader is ook gestorven, een jaar na de mijne ook opeens dood neergevallen. Maar van hem blijven enkel herinneringen over. Daarom benijdt hij mij soms wel.

"Tot op de dag van vandaag benaderen mensen mij omdat ze gehoord hebben dat ik 'de dochter van' ben. Dan citeren ze woord voor woord een gedicht van mijn vader, waarna meestal een heel persoonlijk verhaal volgt. Hun dochtertje had een hersenvliesontsteking en was er bijna niet doorgekomen, maar ze vonden hoop in dit ene gedicht, dat ze keer op keer herlazen. 'En jij bent dat miniatuurmensje!', roepen ze met tranen in de ogen, omdat ik het onderwerp ben van hun lievelingsgedicht.

"Dat grijpt mij enorm aan. Ik besef dat het echt uitzonderlijk is dat mijn vader zijn liefde voor mij zo openbaar heeft gemaakt. Neem nu het gedicht waarin hij beschrijft hoe hij een vrouw op de trein afscheid ziet nemen van haar man ('Nu', JA), en dan zegt 'zo hoop ik dat ik mijn dochter, over vijftig jaar, een vorige eeuw in kan beminnen, deze, in deze zinnen'. Als ik dat lees, is het alsof hij opstaat uit de dood om mij telkens opnieuw te bevestigen hoeveel hij van mij houdt. En die liefde gaat nooit weg, want ze is in woorden neergeschreven."

Ik hoorde dat je je vader af en toe nog spreekt.
"Ja, dat klopt. Wanneer ik ergens mee zit, of juist heel blij ben, of gewoon de nood voel om een update over mijn leven te geven, richt ik mij tot mijn vader. Ik wil hem laten weten dat ik nog aan hem denk.

"Meestal gebeurt dat wanneer ik onderweg ben, in de auto. Soms doe ik het maanden niet, maar vroeg of laat steekt die behoefte om met hem te praten toch weer de kop op. Naarmate zijn sterfdatum nadert, wordt dat gevoel sterker, onbewust ben ik er dan toch meer mee bezig. Na al die jaren kan ik soms nog overspoeld worden door verdriet, zo intens dat ik er helemaal overstuur van ben. Terwijl ik ondertussen toch al langer zonder hem leef, dan met hem. Soms vraag ik me af of het stilaan niet zielig wordt dat ik die repeat-knop van herinneringen blijf induwen. Ik vertel mijn kinderen zoveel over opa Herman dat zelfs zij hem missen." (lacht)

Het is een vraag met een beetje stof op, maar wel een mooie om mee af te sluiten: geloof je dat er na de dood nog iets komt?
"Ik geloof heel erg dat wij omringd worden door iets dat we niet kunnen zien maar dat wel over ons waakt, net zoals ik voel dat mijn papa hier nog ergens rondhangt. Noem het energieën of beschermengelen, maar voor mij is alles bezield. Bestaat daar geen naam voor, een pantheïst of zo?

"Als ik na een autorit veilig ben thuisgekomen, dan bedank ik mijn auto daarvoor met een aai over zijn klink. (lacht) Ik neem niets voor vanzelfsprekend.

"Vroeger had ik daar weleens discussies over met mijn vader. Als kind was ik ervan overtuigd dat je na je dood opnieuw geboren werd. Ik kon gewoon niet geloven dat het zomaar gedaan zou zijn. Toen mijn vader die visie op leven en dood te horen kreeg, wees hij me terecht. 'Als je dood bent, ben je dood, Laura. Dan is er niks meer.' Daar was ik toch even niet goed van. (lacht)Ik heb dat dan maar van hem aangenomen, maar na zijn dood ben ik teruggekeerd naar mijn oorspronkelijke opvatting. Het kán niet dat hij helemaal weg is, dat klopt niet met mijn gevoel. Doordat hij nog zo aanwezig is in mijn leven, valt het bijna niet op hoelang hij er al niet meer is. Bijna."

Lees alle afleveringen in ons dossier.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234