Vrijdag 30/10/2020

Boekrecensie

Paolo Cognetti bereikt de top van zijn kunnen niet in ‘Zonder de top te bereiken’ ★★☆☆☆

Een stukje van het Himalayagebergte, in Nepal.Beeld AFP

Bestsellerauteur Paolo Cognetti (42) trekt door Nepal, maar uit zijn reisboek leer je noch hem, noch de bergen van Dolpo beter kennen.

Aan het einde van zijn veertigste levensjaar vertrekt de Italiaanse bestsellerauteur Paolo Cognetti met vrienden naar de Nepalese regio Dolpo in de Himalaya. In een maand zullen zij te voet, en met een 47-koppige karavaan – mensen én muildieren – in hun kielzog, over meer dan 5.000 meter hoge passen langs de grens met Tibet trekken.

Dolpo belooft ‘klein Tibet op Nepalees grondgebied’ te zijn, onaangetast door de moderne tijd en een alternatief voor Tibet, dat volgens de schrijver ‘onbereikbaar’ is geworden. Niet vanwege grenskwesties of visumproblemen, maar omdat ‘het oude rijk van monniken, kooplieden en nomadische herders’ eenvoudigweg niet meer bestaat. Eerst was er de bezetting van het Chinese leger in de jaren 50, de Culturele Revolutie in de jaren 60 en 70, en tot slot het nieuwe kapitalistische China dat de Tibetanen instantnoedels en nep-Coca Cola bracht.

Zonder de top te bereiken is Cognetti’s eerste non-fictiewerk en moet gezien worden als de afsluiter van het drieluik dat hij schreef over de bergen. Eerder verschenen de romans De acht bergen en De buitenjongen.

In Cognetti’s rugzak zit ditmaal de reisklassieker De sneeuwluipaard (1978) van de Amerikaan Peter Matthiessen (1927-2014), nog steeds verkrijgbaar in elke boekwinkel in de Nepalese hoofdstad Kathmandu. Met zijn reisgezelschap legt Cognetti een flink stuk af van de route die erin wordt beschreven, en hij herleest het boek onderweg, op zoek naar verwantschap en herkenning. Niet iedereen is fan van

Matthiessens ‘hallucinante proza’: als Paolo zijn reisgenoot Nicola, met wie hij een tent deelt, er hardop uit voorleest, valt deze prompt in slaap.

Bombastische inzichten en beschrijvingen mogen niet aan zijn tentgenoot besteed zijn, Cognetti zelf is er dol op en vlecht ze met Zuid-Europese emotie door zijn reisverhaal. ‘Die puurheid strookte met de puurheid in mijzelf – dat was de gedachte waaraan ik vorm trachtte te geven: de wind, de beek, het licht en de rots waren van dezelfde materie als mijn bloed, mijn vezels en mijn organen, en brachten die net zo in trilling als de trom van de monnik mijn membranen had doen resoneren. Boem, boem, boem: hieruit besta ik, hieruit, hieruit. De bergen voerden me naar de essentie.’

Geen dieper inzicht

Als de door hoogteziekte geteisterde Cognetti op 3.900 meter het dorp Saldang bereikt, beseft hij dat hij zich vlak bij de Chinese grens bevindt; op zo’n twintig kilometer ligt het Tibet dat niet meer bestaat. Als hij ergens theedrinkt, ziet hij tussen het vaatwerk, zakken rijst, pakjes instantnoedels, blikjes frisdrank en huwelijksfoto’s ook foto’s van de dalai lama staan, ‘alsof hij een oom was of een huisgenoot’.

In een volgend bergdorp, Dho, rijden jongens in leren jacks op motoren met over de speakers Indiase popmuziek. Een verbaasde Cognetti vraagt hoe die motoren hier komen. Gedemonteerd op de rug van muilezels, vanuit China. Waar rijden die jongens heen? ‘Nergens’, antwoordt de gids uit Oost-Nepal: ‘Aan het eind van het dorp houdt de weg op.’

De schrijver is van slag: ook de Dolpo-regio is ten prooi gevallen aan de Chinezen.

Hier openbaart zich een gebrek van dit boek, een dieper inzicht in dat wat voor Cognetti’s ogen plaatsvindt: hij is de reiziger die hoopt op authenticiteit en traditie, en teleurgesteld is als die wereld niet meer blijkt te bestaan. Maar de actuele authenticiteit is juist het verlangen naar Red Bull, Bollywood-films, snelle motoren, Facebook en gsm’s met 4G.

Bovendien: met deze reis naar een koninkrijk ‘dat niet meer bestaat, dat niemand van ons ooit nog zal kunnen zien’, viert Cognetti ook zijn eigen ‘afscheid van dat andere verloren koninkrijk, mijn jeugd’. Maar wie hoopt de bestsellerauteur beter te leren kennen, wordt teleurgesteld. Dat hij van de bergen houdt, ofschoon hij last heeft van hoogteziekte, wisten we al. Er is geen sprake van een ware terugblik op zijn leven. Hij laat vallen dat hij in New York heeft gewoond en zittend op een pier in Brooklyn zeemansverhalen schreef. Maar we komen niet te weten hoe hij terugkijkt op die beginjaren als schrijver. Ook rept hij niet over de invloed van zijn boeksucces, hoe hij nu woont, leeft, met wie, en hoe hij zijn sterrendom combineert met een verstild leven in de bergen.

Aan het einde van zijn voetreis, afgedaald tot onder de 3.000 meter, laat hij eindelijk het warme douchewater weer over zijn lichaam lopen en geniet van ‘twee vingers dikke jakbiefstuk, gebakken bergaardappelen en een fles Australische rode wijn – gevolgd door een lange, eindelijk urenlange diepe slaap’.

De reiziger ten voeten uit: globalisering verpest onze reizen, behalve als we vinden dat we luxe verdiend hebben; dán zijn de geneugten van import van harte welkom.

Paolo Cognetti, 'Zonder de top te bereiken', De Bezige Bij, 144 p., 18,99 euro. Vertaald door Yond Boeke en Patty Krone.Beeld rv
Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234