Zondag 20/10/2019

Pamflet over de kunstwereld: de reacties

Filosoof Frank Vande Veire schreef een ophefmakend pamflet over de kunstwereld. In 'I Love Art, You Love Art, We All Love Art, This is Love' (DM 2/8) verwijt hij kunstenaars, critici en curatoren een schimmenspel op te voeren. 'Alles wijst erop dat men ons iets wil verbergen, dat kunst ons misschien helemaal niet zoveel te zeggen heeft', schrijft hij. Hij noemt ook man en paard: Jan Hoet, Thierry De Cordier, Wim Delvoye en Jan Fabre worden door Vande Veire in hun hemd gezet. Dat smeekte om een reactie: van de geviseerden en van andere stemmen uit de kunstwereld.

Thierry De Cordier,

"Hierbij mijn luchtig antwoord op de frustraat Frank Vande Veire. Vooral de veralgemeningszucht, alsook duidelijke afrekeningsmotieven, zijn in die mate bepalend dat ik aan zijn rancuneus betoog liever geen woorden vuil maak. Je kunt evengoed met een kameel in discussie treden. Dan maar het volgende. (29 juli 2003, late voormiddag. Het katholieke pamflet van de heer Frank Vande Veire gelezen.) Franky, Franky, Franky. 's Namiddags, in een ultieme poging om op hem te gelijken, koop ik een beige short, een kleurrijk hemd en een paar paterssandalen. Alzo verkleed begeef ik mij - weliswaar voorzien van een zaklantaarn - naar het Gentse stadscentrum. Ik dwaal er rond op de pleinen, tussen de talloze menigte en haar rumoer. Maar ik kom niet aan spreken toe. Ik zwijg. 'Spreken moet je', beveelt iemand mij. Ik weiger. En keer huiswaarts. Spreken heeft er niets mee te maken. Het is er zelfs te veel aan. En bovendien liggen die nieuwe kleren mij niet. Ik maak er een pakje van. Misschien stuur ik ze wel naar het neue type Frank Vande Veire zelf op. De volgende dag, trek ik opnieuw mijn droevig zwart kostuum aan en wandel vervolgens, zoals dagelijks, het atelier binnen. Ik bekijk al die zwijgzame dingen die er opgesteld staan. Zwijgzaam? Ze schreeuwen, godverdomme. Maar Frank Vande Veire hoort ze niet. Arme socioloot, denk ik bij mezelf en zet me aan het werk. Monddood."

Wim Delvoye,

kunstenaar

"Ik bedank De Morgen voor deze mogelijkheid om te reageren. Natuurlijk vind ik het eerder 'een pamflettaire karikatuur' dan een kritiek. Het zijn een hoopje verwijten, zeg maar, en er zit zelfs geen lijn in. Dikwijls hebben ze verder niets in zijn vaag betoog van doen, bijvoorbeeld het feit dat ik West-Vlaming ben. Ik heb Frank Vande Veire goed gekend, maar ik ben er toch niet echt van verrast. Frank was allang een verbitterd en jaloers man geworden, een gedesillusioneerd man, een 'intellectueel' die iets meer van de kunstwereld had verwacht, voor zichzelf wel te verstaan, en die nu hard om zich heen schopt en (in zijn wanhoop) niemand spaart.

Context: Frank had eens een kunstcriticusprijs gewonnen en werd door Piet Coessens en Cathy de Segher als een soort aankomende Jan Hoet of kunst-Messiah opgehemeld. Piet is nu geen directeur meer van het Paleis en Cathy heet nu Catherine en woont nu in New York en runt The Drawing Center, een belangrijke plek aldaar. Tijden zijn veranderd. Volgens insiders had Frank ondertussen op de verkeerde kunstenaars 'gewed'. En hij begon toen overal luidruchtig ruzie te maken, op feestjes en zo. Hij voelt zich blijkbaar aan de kant gezet en de kunstenaars - uitgerekend van zijn generatie - over wie er min of meer een consensus bestaat dat ze 'het goed doen' (De Cordier, Fabre, Tuymans, Delvoye) moeten het nu ontgelden, moeten de schuld krijgen waarom Hij, de Filosoof, gemarginaliseerd is geraakt. Als je nagaat wie dan wel zijn goede kunstenaars zijn, wordt alles duidelijk. Arme Frank. Hij gaat tekeer als een Don Quichote tegen de 'wereldvermaarde filosofen' en de 'kwezelachtige snobs' en ziet in zijn ijdelheid zichzelf als het miskend genie. Hij ziet de 'platheid' van zijn eigen tekst niet. Zijn zeer persoonlijke én demagogische gebruik van allerhande adjectieven. Vage begrippen (als 'het kleinburgerlijke' en 'het regressieve') worden in de mand geworpen zonder enige precisering. Losse vegen uit de pan. Wat wilt hij nu eigenlijk zeggen? Hij is werkelijk paranoïde en ziet overal 'strategieën', 'smakeloosheid', 'bedrog' en andere begrippen uit de art speak van de jaren tachtig. Arme en gedateerde Frank. Voor iemand die woorden als 'dekmantel' en 'schaamlap' in de mond neemt, is hij wel héél doorzichtig. En onvoorzichtig. Gezien de context. Dank je. Dat lucht op!"

Jan Fabre,

kunstenaar

Met vakantie en niet voor commentaar bereikbaar.

Jan Hoet,

curator

"Het gaat hier over een pamflettaire karikatuur van een mislukt pastoor!"

Bart De Baere,

directeur Museum van Hedendaagse Kunst Antwerpen

"Het pamflet suggereert: 'Ik zie het niet meer'. Nochtans zijn er heel wat kunstenaars in Vlaanderen met ontzettend interessante dingen bezig en proberen we een kritisch institutioneel draagvlak voor hedendaagse kunst uit te bouwen. Daarover wordt evenwel met geen woord gerept. Frank Vande Veires pamflet slaat op een toestand van een aantal jaar geleden, vind ik.

"De kritiek op Jan Hoet is erg eenzijdig, ook. Hoet heeft van hedendaagse kunst, die in Vlaanderen een zaak van ingewijden was, een publieke aangelegenheid gemaakt. En wat het zogenaamde gebrek aan discours betreft: in Hoets handelen zat en zit héél veel discours."

Johan Vansteenkiste,

voorzitter van IBK, steunpunt voor de beeldendekunstensector in Vlaanderen

"Wij hebben het polemische pamflet van Frank Vande Veire in onze nieuwsbrief opgenomen en rondgestuurd. We vinden namelijk dat hij, met dat pamflet maar ook met zijn boeken en bijdragen, het debat over hedendaagse beeldende kunst stimuleert en stoffeert. Zoals Vande Veire terecht opmerkt, kampt de kunstscene met een teveel aan uiterlijk vertoon. De Utopia Station van Molly Nesbit, Hans-Ulrich Obrist en Rirkrit Tiravanija op de Biënnale van Venetië was een teken aan de wand. 'Daar moet je naar toe', was men het eens, 'want er hangt een toffe sfeer.' Over de kunstwerken werd met geen woord gerept. Als ik zoiets hoor, denk ik dat er inderdaad nood is aan inhoud, aan visie.

"Zoals een aantal collega's in het buitenland ziet Vande Veire de kunst in crisis (de Nederlandse curator Rutger Wolfson van de Middelburgse Vleeshal publiceerde onlangs Kunst in crisis, nvdr). Hij haalt de hele kunstwereld hier te lande over de hekel: kunstenaars, curatoren en critici. Dat mag en dat is misschien zelfs nodig. Tegelijk laat zijn schotschrift weinig openingen. Je komt niet te weten achter welke kunst hij wél staat. Als je Vande Veire niet kent, lijkt het alsof hij de kunst afzweert, maar in feite is hij haar zeer genegen."

Stefan Hertmans,

dichter

"Frank Vande Veire is kunstfilosoof, en geen criticus; hij is iemand die vragen wil stellen die tot op de bodem van de zaak gaan. Het is dus ook normaal dat hij zal worden uitgekreten in het milieu zelf, want hij stelt elk uitgangspunt ter discussie. Het lijkt me duidelijk dat hij momenteel een van de scherpzinnigste schrijvers over kunstfilosofie in het Nederlandse taalgebied is (ik verwijs naar zijn niet te evenaren overzicht van de kunstesthetica, Als in een donkere spiegel, dit jaar verschenen bij uitgeverij Sun).

Ik herinner me zijn eerste pamfletachtige tekst, ter gelegenheid van Antwerpen 93, over de Behaaglijkheid van ons onbehagen in de kunst. Dat was toen al spijkers met koppen. Een tekst die wat mij betreft nog steeds verplichte lectuur is voor de student beeldende kunsten. Toch heb ik ook bedenkingen bij zijn recente stellingname tegen de ritualisering in het kunstmilieu. Het probleem is van paradoxale aard: terwijl hij aanklaagt dat niemand nog met de werkelijke kunst begaan is maar alleen met het veiligstellen van de eigen positie (een samenvatting van zijn Nietzsche-lectuur, en herkenbaar in het spoor van Nietzsches kritiek), begaat hijzelf die fout, de confrontatie met het kunstwerk volledig in functie te stellen van een sociaal ritueel. 'Gegrepen worden' door een werk van pakweg De Cordier kan vanuit zo'n perspectief haast niets anders meer zijn dan een daad van aanstellerij of pure naïviteit. Dat is mij uiteraard een brug te ver. Daarmee verzeilt Vande Veire in de verdachtmakende theorieën van figuren als Pierre Bourdieu, die alleen maar receptie-esthetische stellingen innamen, en nooit meer aan de directe confrontatie met het kunstwerk toekwamen, omdat ze dan al het gevoel hadden dat ze 'erin geluisd' waren. Door dit soort kritiek ontstaat dus een zo groot wantrouwen tegen het kunstwerk zelf dat er geen toenadering meer mogelijk is. Door in te zoomen op de mediageilheid van kunstenaars bega je dezelfde fout en blijf je aan de buitenkant steken.

"Mijn reactie is dus dubbel: enerzijds juich ik zijn moed en onafhankelijkheid toe om de échte onbehaaglijkheid van de kunst weer op de agenda te zetten, anderzijds bevat zijn tekst een te makkelijke karikatuur van de hedendaagse kunstenaar en is hij daardoor niet zo fundamenteel als hij op het eerste gezicht lijkt. Maar ik blijf zijn pamflet, opgevat als 'kritisch gebaar', honderd procent steunen: dankzij Vande Veire worden deze vragen weer onomwonden gesteld, en op zich kan dat alleen maar gezond zijn. Dat de kunst geen plek meer vindt waar ze zich thuis kan voelen, dat er eigenlijk een grote modieuze leegte heerst die de kunst paradoxaal genoeg juist voortdrijft, dat is een interessante piste. Ik juich overigens elke kritiek toe die het vlotjes modieus 'kritisch' zijn doorprikt als een vorm van conformisme (Rudi Laermans deed een tijd geleden iets gelijkaardigs door over 'neo-kritiek' te spreken: hij nam de clichés van de politiek-correcte burger op de korrel waarmee men tegenwoordig zijn carrière smeert). Laten we de verontwaardiging van het 'milieu' dus verwelkomen en hopen dat er weer eens over fundamentele kritiek wordt nagedacht.

Opgetekend door Ward Daenen

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234