Dinsdag 19/01/2021

Palestijnen tussen frustratie en verbittering

'De intifada heeft ons één ding geleerd: de wapens, het terrein waarop de Israëli's sterker zijn dan wij, winnen niet altijd. Als de troebelen blijven duren, moeten ze beseffen dat het zuiden van Libanon een paradijs zal lijken, vergeleken met wat ze hier zullen meemaken''Barak is een introverte militair die zich met te veel militairen omringt en net als zij in slechts twee dimensies denkt: zwart of wit. Het is de redenering van een generaal gedomineerd door generaals voor wie de veiligheid voorrang heeft op te veel andere dingen'

'Het was allemaal voorspelbaar: de groeiende frustratie, het definitieve verlies van vertrouwen in de akkoorden van Oslo, het wantrouwen tegenover de Palestijnse Nationale Overheid. De voortekens waren overal, op straat, in de woorden van de mensen. Het volstond ze te zien of beter, ze te willen zien. Maar Israël heeft niets willen zien en de Palestijnse Nationale Overheid is blind - als ze al ogen heeft", zucht psychiater Iyad Sarraj, een energieke vijftiger, in zijn spreekkamer in Gaza. "Ik was er zeker van dat er een explosie zou komen, maar ik had niet verwacht dat ze zo brutaal zou zijn", bekent hij.

Saleh Abdel Jawad, een historicus en politicoloog uit Ramallah: "Ik verwachtte dat het zes of zeven maanden vroeger zou gebeuren. Ik begon zelfs aan mezelf te twijfelen, omdat ik niet begreep hoe dit nog kon blijven duren. En ik had nog een onzekerheid. Ik wist niet of de explosie zich tegen de Israëli's zou keren of tegen de Palestijnse Nationale Overheid."

Dokter Sarraj heeft nooit veel van de akkoorden van Oslo verwacht. Hij vond het gevaarlijk dat Arafat zich verbond tot een stapsgewijs proces, zonder garanties inzake de historische eisen van de Palestijnen: de soevereiniteit over Gaza en de Westelijke Jordaanoever, met inbegrip van Oost-Jeruzalem. "Ik ben ervan overtuigd dat de Israëli's vrede willen, maar jammer genoeg worden hun instellingen gedomineerd door een militair establishment dat zijn eigen kijk op de dingen heeft. Al of bijna al hun premiers zijn gewezen militairen. Voor hen betekent vrede een Palestina zonder soevereiniteit en zonder territoriale continuïteit. Ze blijven dromen van de Jordaanse optie, waarin wij onderdanen zouden zijn geworden van de Hasjemitische dynastie", vindt de psychiater. "Israël is een ernstig ziek land, ziek door zijn macht. Dat maakt het gevaarlijk voor zichzelf en voor zijn buren."

Professor Saleh Abdel Jawad stamt af van een aanzienlijke familie uit Ramallah. Zijn vader, ooit burgemeester van de stad, werd indertijd door de Israëli's verbannen. Dat belette zijn zoon niet om in het begin van de jaren tachtig in een gemengde Israëlisch-Palestijnse groep te ijveren voor een binationale staat. "Dat was in 1983, we praatten veel, we hadden veel ideeën en plannen", herinnert hij zich. Het lijkt een eeuwigheid geleden. Zijn mooie stenen huis ligt niet ver van de Palestijnse politiepost waar op 12 oktober twee Israëlische soldaten werden gelyncht en die enkele uren later door het Israëlische leger werd gebombardeerd.

Professor Jawad zegt het lachend: "Ik ben heel gematigd. Het bewijs: ik heb zelfs de akkoorden van Oslo gesteund! Nou ja, ik heb het vier maanden volgehouden. Ze zouden ons maar een klein deel geven van wat we in 1948 hadden verloren, maar we zouden op z'n minst een eigen staat hebben, een paspoort... Maar bijna onmiddellijk bleek het tegendeel. Ik zag hoe de kolonisatie van het Palestijnse grondgebied verderging, hoe onze economische situatie bleef achteruitgaan, ik merkte dat ik niet meer naar de zee kon gaan, naar Israël, naar Jeruzalem, allemaal plaatsen hier vlakbij! Als je vrede wil sluiten met je vijand, laat je zijn gevangenen vrij en stop je er op z'n minst mee zijn land te koloniseren! Niets van dat alles is gebeurd. Daarom heb ik mijn belangstelling voor Oslo verloren. Ik beken zelfs dat ik de laatste akkoorden niet eens heb bestudeerd. Het was verloren tijd, ze werden toch niet uitgevoerd."

Volgens Haïdar Abdel Chafi, die de Palestijnse delegatie in Madrid leidde terwijl de entourage van Yasser Arafat achter zijn rug contact zocht met de Israëli's, is de balans van het vredesproces een uitgemaakte zaak. "De Israëli's hebben enorm veel gewonnen en erg weinig toegegeven." Chafi, die ondanks zijn hoge leeftijd nog steeds voorzitter is van de Palestijnse Halve Maan in Gaza, verduidelijkt zijn idee: "Israël had als gevolg van de intifada een erg slecht internationaal imago. Het woord 'vrede' heeft dat in één keer uitgewist: in de ogen van de wereld werden de Israëli's opeens toegeeflijk, open, bereid tot compromissen met hun vijanden, terwijl wij dag na dag zagen hoe de kolonisten hun bezetting van ons grondgebied uitbreidden. Israël heeft in Oslo gewonnen, omdat het probleem van de intifada en heel het slechte geweten dat eruit voortkwam in één klap verdwenen. De hele wereld is vergeten dat wij nog altijd militair worden bezet door mensen die openlijk zeggen dat ze nooit al het grondgebied zullen afstaan dat wij opeisen, Gaza en de Westelijke Jordaanoever, wat al erg weinig is in vergelijking met wat we hebben verloren. Bovendien zijn de jaren van Oslo goed geweest voor de Israëlische economie. Aangezien wij voor zowat alles afhankelijk zijn van Israël, is een gedeelte van het geld dat de Palestijnen kregen uiteindelijk in de zakken van Israëlische industriëlen beland."

"Zij hebben op alle fronten gewonnen, maar tegelijkertijd hebben ze een historische kans op vrede verloren", zegt advocaat Raji Sourani, die een mensenrechtenorganisatie in Gaza leidt en vaak met Israëlische organisaties heeft samengewerkt. "U moet begrijpen dat wij voor de Israëli's niet bestaan", legt hij uit. "Wij zijn hier, maar ze zien ons niet. De enige Israëli's die met Palestijnen worden geconfronteerd zijn ofwel soldaten die in de gebieden verblijven omdat ze moeten, ofwel kolonisten, die er om religieuze of nationalistische redenen voor hebben gekozen om zich bij ons te vestigen. De meerderheid van de Israëli's kent ons niet. In de voorbije jaren was het zuiden van Libanon een groot probleem voor veel families. Ze maakten zich zoveel zorgen over het lot van hun kinderen dat ze uiteindelijk begonnen door te wegen op het politieke vlak. Toen Barak zich uit het zuiden terugtrok en dus zijn nederlaag toegaf, werd hij toegejuicht. Intussen is er in de Palestijnse gebieden niets gebeurd. Je zou zelfs kunnen zeggen dat Israël in Yasser Arafat een nieuwe helper heeft gevonden, zoals Antoine Lahad (de leider van de door Israël gesteunde Libanese militie) in het zuiden van Libanon. Arafat handhaafde de orde in hun plaats. Voor de Israëli's had het zo nog tientallen jaren mogen doorgaan!"

Haïdar Abdel Chafi is milder voor de Palestijnse Nationale Overheid. "Ik denk vaak dat Yasser Arafat alle hoop verloren heeft maar nog probeert te redden wat te redden valt. Dat hij wanhopig probeert om zoveel mogelijk voor de Palestijnen uit de brand te slepen."

Iedereen lijkt het erover eens dat de Palestijnse Nationale Overheid geen greep heeft op de gebeurtenissen en niets zal kunnen doen als de troebelen blijven duren. Iedereen vindt de houding van hun leiders in de crisis betreurenswaardig. "Wat doen ze sinds de troebelen begonnen zijn?", vraagt de advocaat. "Ze zouden op z'n minst hun eigen mensen mogen beschermen en verdedigen. Israël en de Verenigde Staten richten zich tot de Nationale Overheid alsof ze een buffermacht is. Maar de Palestijnse soldaten en politiemensen mogen niet neutraal zijn. Ze moeten hun eigen volk verdedigen!"

In de eerste dagen van het conflict ging professor Jawad een kijkje nemen bij een Palestijnse post. "Ik kwam verbijsterd terug. Er was niets. Slechts drie soldaten, terwijl het toch een belangrijke toegang tot Ramallah was. Geen zandzak. Geen loopgraaf! Er was niets voorbereid, terwijl er nog maar twee weken voordien sprake was geweest van de uitroeping van de Palestijnse onafhankelijkheid - ook al geloofde niemand daar echt in."

Advocaat Sourani: "Ik ben niet iemand die het leuk vindt om op een vulkaan te dansen, maar we zullen misschien geen andere keuze hebben dan de confrontatie. Ik hoop dat de huidige beweging onomkeerbaar zal zijn. We moeten een einde maken aan de valse schijn. Deze valse vrede levert niets op, behalve een apartheid op onze eigen bodem, met ons als slachtoffers. De intifada heeft ons één ding geleerd: de wapens, het terrein waarop de Israëli's sterker zijn dan wij, winnen niet altijd. Als de troebelen blijven duren, moeten ze beseffen dat het zuiden van Libanon een paradijs zal lijken, vergeleken met wat ze hier zullen meemaken."

Haïdar Abdel Chafi deelt zijn mening. "De openbare opinie heeft zich uitgesproken. De straatgevechten hebben geen resultaten opgeleverd, maar bij de laatste analyse lijkt het enige antwoord op de Israëlische houding het militaire gevecht. Ik besef dat het tegen de grote principes is. Ik weet dat men nog altijd wenst dat het niet de enige oplossing zou zijn. Maar ik ben ervan overtuigd dat de Israëli's ons geen keuze zullen geven. Ze zouden moeten veranderen, zouden de echte concessies moeten doen die ze hebben geweigerd toen het nog kon."

"Toen de situatie echt ernstig werd, heb ik met enkele vrienden gepraat", vertelt dokter Sarraj. "Verstandige, gematigde mensen. Ik vroeg wat we zouden kunnen doen, hoe we ons ongenoegen konden uitdrukken. Ik dacht aan een petitie, een oproep, maar zij begonnen allemaal over operaties tegen de Israëlische soldaten, of over steun aan de Hezbollah. Zelfs één van mijn vrienden van wie ik weet dat hij allesbehalve godsdienstig is. Ik was verbluft."

Professor Saleh ziet het op zijn eigen manier: "Je moet geen rechtstreekse confrontatie met de Israëli's aangaan maar de regels van het spel veranderen. Waarop rust de macht van Israël? Op zijn militaire kracht, de steun van de Verenigde Staten en de verbrokkeling van de Arabische landen. De nieuwe intifada heeft de Arabische landen weer verenigd. Kijk naar Libanon, zelfs de falangistische televisiezender staat achter ons. De Verenigde Staten zullen daar rekening mee moeten houden. Ze hebben trouwens geen veto uitgebracht tegen de jongste resolutie van de Verenigde Naties. Dat is al een erg positief en erg belangrijk teken. Met Arabische financiële steun zouden we een andere machtsverhouding tegenover Israël kunnen krijgen, misschien zelfs een economische boycot - wij zijn tenslotte een belangrijke markt voor hen."

In vier weken tijd is er een kloof ontstaan tussen de Israëli's en de Palestijnen. Saleh Abdel Jawad heeft geen contact meer gezocht met zijn vrienden 'aan de overkant'. "Ik heb nog een telefoontje gehad van Amira Hass (een journaliste van de Israëlische krant Ha'Aretz die bekendstaat om haar scherpe analyses van de Israëlische politiek). We hebben wat gepraat, maar zij is het die mij heeft gebeld. Ik zou het niet hebben gedaan."

Israëli's tussen angst en arrogantie

Rivka Feldhaï, professor geschiedenis aan de universiteit van Tel-Aviv, windt er geen doekjes om: "Als Sharon en Barak een coalitie vormen, is het afgelopen met de democratie in Israël." Auteur Amos Oz is ervan overtuigd dat alleen Yasser Arafat verantwoordelijk is voor de situatie. Zijn collega en vriend Abraham B. Yehoshua is het daar in grote lijnen mee eens en betreurt dat "Israëli's en Palestijnen elkaar na meer dan vijftig jaar moeizame coëxistentie nog steeds niet begrijpen". Allemaal hebben ze voor de vrede gestreden. Ze pleitten voor de erkenning van de Palestijnen, organiseerden petities, stapten op tegen de oorlog in Libanon, stemden voor Yitzhak Rabin en Ehud Barak. Net als de meerderheid van hun medeburgers zagen ze de akkoorden van Oslo als het begin van een nieuw tijdperk, zonder zich veel te bekommeren om de obstakels die er de toepassing van vertraagden, en zonder te merken dat het Palestijnse ongenoegen toenam, gevoed door de traagheid waarmee de hoop gestalte kreeg.

Een maand na het bezoek van Ariel Sharon aan de Tempelberg dat de lont in het kruitvat stak, is de hoop nog niet volledig verzwonden maar overheerst de verwarring. Voor veel Israëli's was de echte alarmbel de revolte van hun Arabische medeburgers, enkele dagen na de schietpartij op de Tempelberg. Palestijnen die stenen gooiden en door het leger werden afgestraft, waren een bekend beeld, een herhaling van de intifada die, dachten ze, net als de vorige zou worden neergeslagen. Maar de manifestaties van de Israëlische Arabieren waren een heel andere zaak.

"Zelfs in de moeilijkste momenten van de oorlog met onze buren, of wanneer de Palestijnse gebieden in opstand kwamen, hadden 'onze' Arabieren nooit met zoveel geweld gedemonstreerd", stelt Yehoshua vast. "Dat was de eerste keer dat de Israëlische Arabieren en de Palestijnen samen demonstreerden, en wij begrepen niet waarom. Voor de moskee van Al-Aqsa? Maar iedereen wist dat we daar niet aan zouden raken! Ik besef nu dat het een reactie was tegen hun situatie in Israël. Deze gebeurtenissen zijn een heilzame schok geweest voor beide partijen, een trauma dat iedereen de ogen heeft geopend. Wij hebben hun geweld gezien en zij het onze, de angst die ons in zijn greep heeft en die in Nazareth tot een begin van een anti-Arabisch pogrom heeft geleid. Ik denk dat iedereen eindelijk heeft begrepen dat we olie op de golven moeten gieten, dat er een nieuw charter nodig is, een contract dat de rechten garandeert van de Arabische minderheid tegenover de joodse meerderheid, met inbegrip van culturele autonomie."

Batya Gur, een schrijfster die beroemd is om haar misdaadromans, is eveneens sterk aangegrepen door de betogingen van de Israëlische Arabieren, "onze medeburgers, die zich voor het eerst in Nazareth en Jaffa met geweld tegen ons hebben gekant". Het Palestijnse geweld maakt haar niet minder bezorgd. "Wat zal er met ons gebeuren?", vraagt deze vrouw, die toegeeft dat ze nooit actief aan politiek heeft gedaan. "Ik weet niet wat ik moet doen. Als het alleen van mij afhing, zou ik Jeruzalem afstaan, tot en met de Tempelberg. Ik heb altijd gevonden dat we alles moesten teruggeven, dat we de in 1967 veroverde gebieden nooit hadden mogen houden."

De angst is oud en onverbiddelijk. "Ze willen ons weg. Dat is duidelijk en normaal. Wij hebben ons hier opgedrongen. Wij hebben een deel van hun land genomen en een deel gekocht, het is begrijpelijk dat ze het ons kwalijk nemen. Maar wat moet ik doen? Ik ben hier geboren, de dochter van overlevenden van de shoah, en net als zij altijd op het ergste voorbereid. Maar mijn kinderen zijn dat niet gewoon."

En voor hen vreest Batya Gur het meest. Voor haar zoon, opgevoed met de morele principes van het linkse zionisme, die nu soldaat is in Hebron en enkele tientallen ultranationalistische, provocerende, arrogante joodse kolonisten moet beschermen, in een nederzetting als een vesting, in het hart van de Arabische oude stad.

"Ik hoop dat de angst sterker zal zijn dan de domheid", zegt ze nog, biddend voor de heilzame angst die voorkomt dat men in de afgrond springt. "Ik kijk niet naar de televisie. Ik kom niet meer buiten, ik luister soms naar de radio. Ik wil het liever niet weten, iedereen is zo pessimistisch. Wanneer we onder vrienden praten, beginnen we altijd met: 'Laten we het niet over de toestand hebben.'"

Historicus Ron Pundak heeft mee aan de wieg gestaan van de akkoorden van Oslo en was een van de onderhandelaars van 1992. Het is normaal dat hij zijn werk verdedigt, dat volgens hem nog steeds tot een definitief vredesakkoord kan leiden. "Omdat ik realistisch ben, ben ik niet pessimistisch", zegt hij. Volgens hem was niet het mechanisme van de akkoorden gebrekkig, maar wel hun uitvoering door de politici. Zij hebben niet gedaan of konden niet doen wat nodig was.

"Ik ben ervan overtuigd dat Barak vrede wil, dat hij bereid is om veel toe te geven, maar dat hij niet weet hoe", vindt hij. "We moeten de akkoorden toepassen maar ook verder gaan. We moeten, zoals Sadat die naar Jeruzalem kwam, de extra goede wil tonen die de harten verovert. Barak is een introverte militair die zich met te veel militairen omringt en net als zij in slechts twee dimensies denkt. Zwart of wit. Meer of minder. Nul of één. Voor hem beperkt de politiek zich tot dreigingen die hij moet afwenden. Het is de redenering van een generaal, die gangbaar is in onze maatschappij, gedomineerd door generaals voor wie de veiligheid voorrang heeft op te veel andere dingen."

In deze woelige dagen, nu iedereen angstig over de evolutie van de toestand praat, krijgt Barak veel kritiek. De pers pakt hem hard aan en Rivka Feldhaï, een historica, doet dat eveneens: "Wij Israëli's zijn arrogant en agressief, en Barak is een specialist van de dubbelzinnigheid", vindt ze. "Hij zei dat het conflict moest stoppen, maar tegelijkertijd zweeg hij over de kolonisten, het gevoeligste punt van heel de zaak. Hij sprak verzoenende taal, maar op het terrein trad hij hard op. En zo gaat het verder: de ene dag zegt hij dat we geen partner meer hebben om over vrede te onderhandelen, de volgende dag hebben we er weer een. Vandaag stellen we een ultimatum, morgen ontkennen we dat het een ultimatum was. Barak is verwaand. Hij denkt dat hij iedereen kan controleren: Sharon, de Shass, de Palestijnen, zijn bondgenoten en zijn vijanden. Die strategie is een enorme mislukking, en daar moeten we de gevolgen uit trekken."

Is het zo eenvoudig? In feite blijft Ehud Barak voor veel van zijn medeburgers een raadsel. Voor de een is hij arrogant en te zelfverzekerd, voor de ander een ziener, een man die offers weet te brengen, de enige die het land naar de vrede kan leiden. "Barak is misschien niet behendig, maar hij heeft overtuigingen", zegt schrijver Abraham B. Yehoshua. "Hij heeft altijd gezegd dat er een oplossing nodig is, dat we toegevingen moeten doen want dat we anders op een ramp afstevenen."

Amos Oz is categoriek: "Barak is de dapperste leider die we ooit hebben gehad. Hij is naar Camp David gegaan alsof hij in een vliegtuig zonder vleugels vloog. Hij heeft de moed opgebracht om te aanvaarden dat we niet terugkunnen. Hij heeft ongetwijfeld tactische fouten begaan, maar bezit een buitengewone politieke moed."

Yasser Arafat, Baraks vroegere partner en huidige tegenstander, krijgt minder krediet. Hij wordt in grote mate verantwoordelijk gesteld voor de slechte wending van de toestand, omdat hij de weg van de vrede niet heeft durven te kiezen. Een grapje, vaak toegeschreven aan Shimon Peres, zegt dat de president van de Palestijnse Nationale Overheid nooit de kans mist om een kans te missen.

Amos Oz is een van Arafats felste critici. Hij stigmatiseert de man die na Camp David heeft verkozen "zijn imago te verzorgen van een moderne Saladin die Palestina zal heroveren" in plaats van "dat van de vredesbemiddelaar". "Ik weet niet waarom hij die keuze heeft gemaakt", zegt de auteur. "Misschien is Arafat bang om slechts het staatshoofd te zijn van een derdewereldlandje, en met triviale problemen om te gaan zoals werkloosheid, huisvesting, drugs, de concurrentie van de islamitische fundamentalisten. Hij is liever een vrijheidsstrijder die van de ene top naar de andere vliegt, vandaag het Witte Huis en morgen het Elysée. Blijkbaar veroveren de Palestijnen hun staat liever op het slagveld in plaats van aan de onderhandelingstafel. Dat levert meer roem op. Arafat is liever Guevara dan Castro, en dat is begrijpelijk."

A.B. Yehoshua, Ron Pundak en Rivka Feldhaï zijn minder bitter maar hebben evenmin goede woorden over voor Arafat. "Zijn dossier is niet zo slecht, maar hij kan niet met ons praten. Hij zwijgt, en die stilte spreekt boekdelen", zegt de eerste. "Deze man, die de implicaties van wat hij zegt niet begrijpt, heeft zich met zijn dubbelzinnigheid vervreemd van de Israëli's, die zijn beste bondgenoten hadden kunnen zijn. Welke boodschap denkt hij te geven wanneer hij ons onrechtstreeks met vernietiging bedreigt?", vraagt de tweede. "Door op de islam te gokken, probeert Arafat de Arabische wereld achter zich te krijgen, zonder in te zien hoe gevaarlijk dat is. Hij is even roekeloos als Barak. Ze zijn elkaars spiegelbeeld", besluit de derde.

Maar hoewel de houding tegenover de Palestijnse leiders duidelijk verhard is, blijft vrede de strategische optie en gaat ze soms samen met zelfkritiek. Dat bewijst dat de Palestijnse grieven niet altijd in dovemansoren vallen. Iedereen die vreest dat rechts weer aan de macht zal komen - in de wetenschap dat alle compromissen dan uitgesloten zullen zijn - geeft toe dat de Israëlische politiek niet altijd duidelijk is geweest, dat Baraks luid verkondigde verlangen naar vrede vastloopt op de woekering van de kolonies, die nu als het grootste obstakel voor de normalisering worden gezien, en dat de soevereiniteit over de heilige plaatsen niet opweegt tegen een mislukking van een eventueel definitief akkoord.

Ehud Barak beweert dat het einde van het geweld een voorwaarde is voor het hervatten van de besprekingen, maar een gedeelte van zijn kamp ziet het anders en verwerpt het argument dat elke concessie nu een teken van zwakte zou zijn. "Als je sterk bent", meent Ron Pundak, "is het niet zo erg dat je soms zwakte toont. Zeker niet als het je een vrede kan opleveren die je sterker maakt."

Een bomaanslag in Jeruzalem maakte donderdag een einde aan het akkoord dat de Israëlische ex-premier Shimon Peres en de Palestijnse president Arafat woensdagavond hadden afgesloten. Bloedige rellen kostten de voorbije vijf weken het leven aan meer dan 160 mensen. Veel Palestijnse intellectuelen van Gaza en de Westelijke Jordaanoever hebben nooit in het vredesproces van Oslo geloofd. De recente gebeurtenissenlijken hen gelijk te geven. Ze staan argwanend tegenover een Israël dat in hun ogen door het leger wordt gedomineerd. Volgens sommigen blijft een oorlog onvermijdelijk. Heel wat Israëlische intellectuelen hebben een lange geschiedenis als vredesactivist. Nu lijken zelfs zij verslagen, fatalistisch of bang, en hebben ze zowel kritiek op de 'te veel militairen' die Barak omringen als op de dubbele taal die Arafat spreekt.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234