Donderdag 27/01/2022

Paarlen voor de zwijnen

Varken! Er is geen beter scheldwoord om je afschuw te uiten van boertige, onverzadigbare slempers die hun driften bevredigen zonder rekening te houden met anderen. Maar het roze knorrende dier wordt ook geassocieerd met wellust en bekoring. En het schattige spaarvarkentje uit de kindertijd herinnert ons eraan dat het zwijn in de volkscultuur ook voorspoed betekent. Over al die vaak tegenstrijdige visies op het meest menselijke huisdier loopt in het Gentse Museum voor Volkskunde een licht verteerbare tentoonstelling. Hoge Hakken, Roze Billen is evenzeer een expositie over mensen als over varkens.

Eric Bracke

Seks zou een belangrijke plaats moeten hebben in het leven van varkens. Dat kun je afleiden uit een tekstpaneel in het Museum voor Volkskunde in Gent. Wanneer een varken na drie maanden geslachtsrijp of berig is, wordt het elke drie weken bronstig. De paringsdaad neemt bij varkens ongeveer vijf minuten in beslag, langer dan bij gelijk welk ander boerderijdier (langer ook dan bij sommige mannetjes van de mensensoort). Maar omdat de zeugen meestal kunstmatig worden bevrucht, valt er voor de zwijnen tegenwoordig nog weinig amoureus plezier te beleven. Het zaad van de beren wordt regelmatig afgetapt terwijl ze een metalen zeug beklimmen. Een dracht van een zeug duurt drie maanden, waarna ze gewoonlijk acht tot twintig biggen werpt. De jongen breken zelf de navelstreng door en kiezen vervolgens een vaste tepel om te zogen bij de moeder. Echt het zwijn uithangen is voor het jonge varken niet meer weggelegd. In een recordtijd wordt het in een betonnen stal zonder enige bewegingsvrijheid vetgemest. Maar dat verhaal is na de dioxine in het veevoeder welbekend.

De schepper heeft varkens blijkbaar gezegend met de mogelijkheid van een redelijk actief seksleven. Los daarvan worden varkens ook in verband gebracht met de vleselijke lusten. Het varken is al eeuwen het symbool van de door de duivel uitgelokte onzedigheid. In de middeleeuwse christelijk geïnspireerde kunst zitten varkens verscholen onder de koorstoelen, ze gluren met hun valse kraaloogjes naar voorbijgangers of grijnzen hun hoektanden bloot tussen gotische zuilen. Voorstellingen van varkens in gezelschap van heiligen duiden op de vleselijke verzoekingen waaraan de sinten weerstonden. Vooral Sint-Antonius staat steeds in het gezelschap van een varken afgebeeld, maar dat beest oogt over het algemeen meer als een trouwe herdershond.

Kunstenaar Félicien Rops, die het thema van de verzoeking van de heilige Antonius in een ets verwerkte waarbij een naakte vrouw de plaats van Jezus aan het kruis heeft ingenomen, was eind vorige eeuw duidelijker. In zijn bekende prent Pornocrates flaneert een geblinddoekte vrouw - bloot op handschoenen, kousen en hoed na - met een varken aan de lijn. Ze tippelt hooghartig over een fronton waarop de muzen van de kunst in diepe verslagenheid staan afgebeeld. Van liefde is geen sprake, want de drie cupido's in de lucht schreien zich de ogen uit het hoofd. Rops, ooit omschreven als 'peintre de phallus comme d'autres sont peintres de paysages' is een wat dubbelzinnig en seksistisch kunstenaar: in pornografische tekeningen bespot hij de wellust waaraan vrouwen zich blind overgeven. Afkeer en obsessie lijken bij hem hand in hand te gaan. In de catalogus bij Hoge Hakken, Roze Billen vergelijkt Dr. Frédéric Declerq precies de ambivalente houding tegenover seksualiteit met onze gemengde gevoelens ten aanzien van het varken. Hij stelt vast dat zowel tegenover het varken als tegenover de seksualiteit tegelijk een hevige aantrekkingskracht en een forse afkeer bestaan.

In de tentoonstelling tref je een citaat aan waarin de Nederlandse publicist Rudy Kousbroek alvast ondubbelzinnig uitkomt voor zijn erotische vertedering voor "het lieve varken": "Welke dieptepsycholoog schrijft eens een verhandeling over de geheime liefde voor het varken? Het is het meest ontroerende dier dat er bestaat. De snuit. De oogharen. De oren als de luchtkokers op een schip. De zedige hoefjes. De altijd-vrolijke glimlach. De ogen van Evelyn Waugh. De buik, bijna te intiem om over te spreken. Dat geldt trouwens voor de hele anatomie van het dier: een zekere schroom heeft mij altijd weerhouden erover te schrijven, als betrof het een slaapkamergeheim. Die roze huid, die kleine blonde haartjes. En niets dat mij zo in verwarring brengt als het geluid van een varken, warm en diep als de lage noten van een saxofoon. (...) Het lieve varken. Het lieve, lieve varken." 'Dierenschrijver' Anton Koolhaas is dan weer helemaal weg van "tergend lekkere" wilde zwijnen. "Van voren een houwdegen, een wroeter, omtrekker, hakker en vernielend slobbelaar; van achteren een dame apart, met dijtjes en hoge hakken. En zo'n allemachtig groot wild zwijn kan zo lekker verend lopen."

Bij het lezen zie je zo Miss Piggy voor het geestesoog opdoemen. De sexy dame met haar hoge hakken en weelderige billen belichaamt tevens die andere vorm van 'vermenselijking', waarbij het varken als een lief wezentje met hoog knuffelgehalte wordt voorgesteld. Op de tentoonstelling zijn daar voorbeelden van te zien, zoals de pluchen biggetjes en de kinderboeken met op het kaft pientere varkentjes met een parmantig krulstaartje. Voorts staan er stenen en porseleinen beeldjes van varkentjes met een reddingsbandje om, samen in een rubberbootje, of zonnend in een strandstoel.

In zijn catalogusbijdrage wijst Anton Ervynck erop dat deze geïdealiseerde voorstellingen van varkentjes steeds kenmerken vertonen van jonge dieren, biggetjes dus. Ervynck haalt er de bekende gedragsonderzoeker Konrad Lorenz bij. Die stelde vast dat wezens met een groot voorhoofd, een korte snuit of bek, ronde wangen en grote ogen onbewust een zorgzaam en beschermend reageren uitlokken bij volwassen hogere dieren als de mens. "De natuurlijke selectie heeft een dergelijk gedrag uiteraard in ons ingebakken omdat dit ervoor zorgt dat ouderdieren steeds gestimuleerd worden om voor hun jongen te zorgen", schrijft Ervynck. Dat mechanisme kan verklaren waarom het zien van biggen ons een warmer gevoel geeft dan het zien zeugen en beren. De auteur merkt ook op dat het huisvarken in de 18de en 19de eeuw dusdanige veranderingen onderging dat het als volwassen dier meer op een big is gaan lijken. Het is minder behaard en dus rozer geworden, met een snuit die korter en een voorhoofd dat hoger is.

Behalve de varkentjes in tekenfilms en beeldverhalen hebben ook spaarvarkentjes meestal een leuk snoetje. Het varken werd niet toevallig uitgekozen om met een gleuf in de rug of de kop als spaarpot te dienen. Het vetmesten van varkens was eeuwenlang een efficiënte vorm van verzekeringssparen. Geen enkel ander huisdier zet zo snel en doeltreffend de gedane investeringen om in voedsel.

Tijdens de zomermaanden werd het varken liefdevol vetgemest met 'bras': een gekookt mengsel van aardappelschillen waaraan meel en keukenafval werd toegevoegd. Het volgroeide varken was de verzekering om strenge winteravonden te overleven. Dat die winterse varkensslachting altijd belangrijk is geweest, blijkt ook uit de verluchtingen van middeleeuwse getijdenboeken. In de tekeningen voor de maanden oktober en november ziet men de landman met zijn kudde zwijnen naar de eikenbossen trekken. De verluchting voor december toont meestal het ritueel van de varkensslacht.

Oudere mensen herinneren zich dat het slachten van een varken op het erf ook in het recente verleden een met rituelen omgeven volksfeest was. Op een zogenaamde pensen- of triepenkermis stroomde de hele buurt samen, ook de pastoor en de onderwijzer waren van de partij. Onder het werk zongen de varkensslachter en zijn helpers niet zelden volkse varkensliedjes. Bij het kelen van het varken werd het bloed uit de steekwonde in de hals in een grote kom opgevangen om bloedworsten te maken. Toen het varken uitgebloed was, werden de haren op het vel afgebrand met stro. Vervolgens werden de verschroeide stoppels weggeschraapt met een krabber.

Na de slachting werd de jeneverfles bovengehaald. Iedereen die een handje was komen helpen, kreeg nadien een stuk vlees mee naar huis. Ook voor de kinderen was de pensenkermis een hoogdag. "Bij het slachten van een varken stonden ze te watertanden om een stukje van een zorgvuldig gereinigd oor rauw te mogen oppeuzelen", citeert museumdirecteur Sylvie Dhaene een bron in de catalogus. Er ging trouwens nauwelijks iets verloren. Het eetbare slachtafval werd onmiddellijk geconsumeerd, terwijl de rest van het vlees werd gezouten, gedroogd en gerookt. Van de varkensharen werden borstels vervaardigd, de beenderen dienden onder andere voor het maken van lijm, van de blaas werden bijvoorbeeld tabakszakken of rommelpotten gemaakt en de varkenshuid werd geloogd. Die afgeleide producten zijn in het museum natuurlijk te bekijken. Al is de varkenshuid die tegen de muur is opgespannen door de tatoeage van Wim Delvoye wel tot kunstwerk verheven.

De cultus rond het varken als het dier dat voorspoed brengt, was ook in Duitsland sterk ontwikkeld. Daar is nog altijd de uitdrukking 'Schwein haben' in zwang om aan te geven dat iemand boft. Ook in sommige vreemde culturen neemt het varken een bevoorrechte plaats in. Zo beschouwen de Papoea's van Nieuw-Guinea varkens als heilige dieren, die pas worden gegeten na een offeringsritueel. "Het varken is er nog steeds lid van het gezin en het hele leven van de Marings beweegt zich rondom het varken. Het varken is een prestigeobject en het belangrijkste ruilmiddel dat de betrekkingen met de omringende clans regulariseert. Niet alleen worden de biggen verzorgd, maar ook gezoogd door de vrouwen", aldus Sylvie Dhaene.

De status van het varken bij de moslims en de joden staat daarmee in schril contrast. Voor het joodse volk is het Jahweh zelf die het niet-herkauwende varken als onrein heeft bestempeld, een stelling die door Allah overgenomen werd. Dat het taboe op varkensvlees bij moslims en joden nog niets aan belang heeft ingeboet, heeft wellicht ook te maken met de behoefte om zich als groep tegenover buitenstaanders te identificeren.

Vreemd is wel dat het christendom, dat steunt op het judaïsme, dat taboe wel naast zich heeft neergelegd. Misschien gebeurde dat onder invloed van de Romeinse cultuur, waar het varken in de keuken hoog in aanzien stond. Volgens Plinius levert geen enkel dier "zoveel grondstoffen voor de gastronoom. Het varkensvlees geeft ongeveer vijftig smaken, terwijl dit van andere dieren er slechts een geeft."

Ondanks de aanvaarding door de westerse christelijke beschaving van het varken als vleesleverancier was de verhouding met het dier steeds dubbelzinnig. De negatieve connotatie zit eigenlijk al vervat in de parabel van de verloren zoon. De hoofdrolspeler wordt door zijn ontuchtig gedrag genoodzaakt varkens te hoeden, een oneerbare bezigheid. Maar wanneer hij weer terecht is, laat vader wel het vetste zwijn slachten. De heilige Hildegard van Bingen (1098-1179) daarentegen keurde zelfs het eten van varkensvlees af omdat het de zinnelijke lust zou opwekken: "Het varken is warm, heeft een hete natuur en is slijmerig omdat het door geen koude gezuiverd wordt. (...) Het is een onzuiver dier, waardoor zijn vlees niet gezond is, maar gebrekkig en noch voor gezonden noch voor zieken goed om te eten. Het vermindert namelijk noch het slijm noch andere zwakte in de mens, maar vermeerdert ze, omdat zijn warmte zich met de menselijke warmte verenigt en ze in de mens zedelijke stormen en onbeheerste daden uitlokt, die over het algemeen niet goed zijn."

En dan zijn er nog de zwarte bladzijden uit onze archieven. Varkens die kinderen hadden aangevallen en gedood werden na een middeleeuws proces, onthoofd of anderszins terechtgesteld. In sommige gevallen waren de knorrende moordenaars zelfs in mensenkleren gestoken. Beschamend zijn ook de kwelspelen zoals het 'zwijnslaan', waarbij geblinddoekte mannen een varken dat tussen hen in liep moesten doodknuppelen.

Al die gegevens zijn te lezen in de bijzonder interessante catalogus bij Hoge Hakken, Roze Billen. Door de frisse vormgeving, door Johan De Wit en Let Jodts, leent de tentoonstelling zelf zich uitstekend voor een bezoek met de kinderen. Maar misschien is ze net niet ambitieus genoeg: van de rijke thematiek in het boek had wat meer zichtbaar mogen zijn in de expositie.

Hoge Hakke, Roze Billen loopt tot 26 november in het Museum voor Volkskunde, Kraanlei 65, in Gent. Elke dag geopend van 10 tot 12.30 uur en van 13.30 tot 17 uur (maandag gesloten). Entree: 100 frank. Er is een uitgebreid randprogramma met o.a. vertelnamiddagen en een 'festival van de varkensfilm' (website:www. volkskunde.museum.gent.be).

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234