Zondag 29/11/2020

Brexit

Oxford, de kraamkamer van de brexit

Class of ’87, schilderij van Rona Marsden naar de beroemde foto van de Bullingdon Club. Bovenste rij, tweede van links: David Cameron. Onderste rij, rechts: Boris Johnson.Beeld Rona Marsden

De belangrijkste brexiteers hebben één ding gemeen: (bijna) allemaal studeerden ze in Oxford, dat nu maar weinig van de brexit moet weten. 

‘Maak een kaart van de Europese koffiehuizen’, merkte George Steiner ooit op, ‘en je hebt de essentiële markeringspunten van ‘de idee Europa’.’ De filosoof wees op de koffiehuizen waar de leden van de Weense Kring bijeenkwamen, de intellectuelencafés in het Parijse Quartier Latin, het koffiehuis in Genève waar Lenin schaakte met Trotski en café A Brasileira in Lissabon waar Pessoa zijn gedichten schreef. Naar koffie en sigaretten rook het ook op de plek waar Jean Monnet en Robert Schuman spraken over de vorming van een Europese eenheid van staten.

De brexit is vaak afgedaan als het gevolg van borrelpraat in pubs. Was het niet de devote brexiteer Tim Martin die in de aanloop naar het EU-referendum op de morsige tafels van Wetherspoon’s, de pubketen waarvan hij oprichter en eigenaar is, viltjes had neergelegd waarop redenen stonden om de Europese Unie te verlaten? Of neem Nigel Farage, de drijvende kracht achter de Leave-campagne, die zich zo graag laat vereeuwigen met een pint in de hand. Pubs waren het domein van brexiteers, koffiehuizen het domein van de vereuropeaniseerde remainers.

En toch lag ook de oorsprong van ‘de idee brexit’ in een koffiehuis. In het oudste van Europa zelfs. In 1990 richtte de conservatieve student Daniel Hannan met enkele geestverwanten de Oxford Campaign for an Independent Britain op in het 17de-eeuwse Queen’s Lane Coffee House in Oxford. Dat was enkele jaren voordat de Europese Gemeenschap veranderde in de Europese Unie, een in Maastricht ondertekende transformatie van een economisch project naar een politiek project waarbij de Britten zich nooit gemakkelijk hebben gevoeld.

Hannan, zoon van een herenboer, studeerde moderne geschiedenis aan Oriel College en zou in 1999 het Europees Parlement betreden als Conservatieve afgevaardigde. Ruim twee decennia lang zou hij vanaf die plek pleiten voor een Brits vertrek, zij het op een minder populistische wijze dan Farage dat later zou doen. ‘The Brain of Brexit’, zoals hij ook wordt genoemd, was in 1990 wat uittreding betreft een avant-gardist. Naar eigen zeggen waren destijds alleen ‘provinciale Tories, uitgestoten libertariërs en ouderwetse socialisten’ vóór wat later de brexit zou gaan heten.

Brexiteers nemen in ’s werelds beroemdste universiteitsstad nog steeds een minderheidspositie in. Oxford staat dertiende op de lijst van de meest EU-gezinde plaatsen van het Verenigd Koninkrijk. De twee afgevaardigden – de sociaal-democraat Anneliese Dodds van Labour voor het licht-arbeideristische oosten van de stad en de Liberaal-Democraat Layla Moran voor het rijkere westen – zijn fel tegen de brexit. Ook de meeste academici en studenten zijn EU-gezind. ‘Town’ en ‘Gown’ (toga) – zoals de tweedeling van Oxford tussen de plaatselijke bevolking en de academici wordt genoemd – zijn het hier dus redelijk met elkaar eens.

Voor de EU-gezinde universiteitsvoorzitter Chris Patten zal het pijn doen dat de politici die verantwoordelijk zijn voor de brexit hun kennis, en vooral hun retorische vaardigheden, hebben opgedaan in de eeuwenoude gebouwen met hun onberispelijke grasvelden (‘Keep off the grass!’). De beste manier om te onthouden welke premiers door de eeuwen op Oxford hebben gestudeerd, is door te onthouden welke dat niet hebben gedaan.

Drie opties

Vrijwel alle hoofdrolspelers van de brexitsaga, dood of levend, hebben rondgelopen in ‘de stad van de dromende torenspitsen’. De uitzonderingen zijn Nigel Farage (ging meteen geld verdienen in de City), voormalig Lagerhuisvoorzitter John Bercow (studeerde in Essex) en Labourleider Jeremy Corbyn (vertrok naar Jamaica, waar hij onder meer aardrijkskunde doceerde). Nick Clegg, oud-partijleider van de Liberal Democrats, ging naar Cambridge, de universiteit waar meer nadruk ligt op de exacte wetenschappen, die doorgaans minder interessant zijn voor mensen met politieke ambities.

‘Voor de kinderen uit de gegoede klasse waren er van oudsher drie opties na het verlaten van de kostschool’, zegt Danny Dorling, een hoogleraar sociale geografie wiens werkkamer zich in het gebouw bevindt waar zowel Margaret Thatcher (scheikunde) als Theresa May (geografie) heeft gestudeerd. ‘Ze gingen naar de militaire academie, zoals Churchill deed, naar de City, zoals Farage, of naar een van de topuniversiteiten. Dat laatste is sinds de jaren zeventig vrijwel een automatisme geworden. Zo gaat een op de drie leerlingen van Eton College naar Oxford of Cambridge.’

Beeld Photo News

Dorling, auteur van het anti-brexitboek Rule Britannia: Brexit and the End of Empire, wijst op het belang van het beroemdste debat dat ooit in Oxford is gevoerd, in het Natural History Museum. In 1860 gingen bioloog Thomas Huxley en de bisschop van Oxford, Samuel Wilberforce, daar in conclaaf over Darwins evolutieleer. Huxley had de betere argumenten. ‘Het debat vond plaats tijdens de hoogtijdagen van het wereldrijk’, zegt Dorling, ‘en voor de upper class was het idee van een natuurlijke orde met het recht van de sterkste aantrekkelijk.’

Dat denken, suggereert hij, schuilt achter de befaamde ‘Cornflakes-speech’ uit 2013, waarin Boris Johnson min of meer opmerkte dat veel mensen te dom zijn om ver te komen in het leven.

Johnson kwam in 1983 naar Oxford om klassieke talen te studeren op Balliol, een van de oudste colleges van de universiteit. Iets later arriveerde David Cameron, die Philosophy, Politics and Economics (PPE) deed op het informelere Brasenose College. Ze leerden daar hun latere kabinetscollega’s Michael Gove en Jeremy Hunt kennen. George Osborne en Jacob Rees-Mogg kwamen later. ‘Voor kinderen van de elite is Oxford, met de prachtige architectuur, de Englishness, een tussenstop van het mooie oude dorpshuis naar de Houses of Parliament’, zegt de Brits-Nederlandse schrijver Simon Kuper, die er in dezelfde tijd studeerde.

Prestigieuze debatclub

De jaren tachtig, het decennium dat begon met Brideshead Revisited, de tv-serie over jonge aristocraten in het arcadische Oxford voor wie studeren een bijkomstigheid was, leverden een bijzondere Oxford-generatie op. Onder het gros van de studenten was Maggie Thatcher, die het inmiddels tot premier van het land had geschopt, verre van populair. De universiteit weigerde zelfs haar een eredoctoraat toe te kennen, waarna Thatcher besloot haar archief niet na te laten aan Oxford maar aan Cambridge.

Maar voor types als Johnson en Cameron was Thatcher een heilige, helemaal na haar toespraak in Brugge in 1988, waarin ze opriep in opstand te komen tegen de Brusselse ‘overheersing’. Ze vonden een medestander in Norman Stone, historicus op Oxford en eurosceptisch adviseur van Thatcher. Dezelfde Stone nam begin jaren negentig een student onder zijn hoede die 25 jaar later, als topadviseur van Boris Johnson, de brexit tot stand zou brengen: Dominic Cummings.

Voor Johnson, Gove en hun geestverwanten draaide het leven in Oxford vooral om de prestigieuze debatclub de Oxford Union. In pubs, cafés en collegeruimten voerden ze campagne voor de hoofdprijs: het presidentschap van deze society, een functie die door veel grote namen is bekleed, van Ted Heath, de Conservatieve premier die de Britten de EEG in sleepte, tot Boris Johnson en Michael Gove die hen eruit zouden halen. Theresa May, ook als student in Oxford een outsider, probeerde het te worden, maar werd niet verkozen, anders dan haar latere echtgenoot Philip.

Boris Johnson besteedde zo veel tijd aan het bemachtigen van de functie dat hij zijn studie deels verwaarloosde. Hij kreeg op zijn donder toen hij een bestaande vertaling van een Oudgriekse tekst inleverde. ‘Het spijt me vreselijk’, stamelde hij tegen zijn begeleider, ‘ik had het zo druk dat ik geen tijd had om er fouten in te stoppen.’ Na een eerste mislukte poging werd Johnson, wiens charme onweerstaanbaar was, alsnog gekozen, waarbij hij werd geholpen door Michael Gove. Die schreef in een studentenblad dat het ‘onze plicht is te beseffen dat we deel uitmaken van de elite’.

Beeld AFP

Wie in de debatzaal van de in 1826 opgerichte Oxford Union staat, te midden van borstbeelden van grote staatslieden en de ‘Bartlet-Jones-vleugel’, moet elke stelling kunnen verdedigen met humor en gevoel voor theater. Niet de inhoud staat centraal, maar de vorm. Beter gezegd: de vorm is de inhoud. Er bestaat geen betere leerschool voor wie op latere leeftijd wil overleven in het roerige Lagerhuis. Het uitbrengen van de stemmen – de Ayes en Noes – gaat er op dezelfde manier.

Tegelijkertijd, zegt Simon Kuper, werd in de Oxford Union en de omringende universiteitsgebouwen de antipathie jegens Brussel gekweekt die Johnson c.s. later zouden omzetten in beleid. ‘De Johnsons, Goves en andere brexiteers aanbidden de architectuur van Oxford, Westminster en zien vervolgens het functionele, lelijke modernisme van Brussel, gebouwen waar mensen, juristen vaak, zich buigen over details, wat er in paragraaf 3 staat, mensen ook die de humor niet vatten.’

In de Financial Times schreef Kuper dat ‘Europa’ indertijd nauwelijks een onderwerp van debat was in de Union. Sowieso kwam inhoudelijk beleid amper ter sprake. ‘De Union had een voorkeur voor debatvaardigheden en inhoudsloze ambitie.’ Bij remainers, een groep waartoe Kuper behoort, leeft het vermoeden dat de euroscepsis van Johnson niet ‘oprecht’ is, maar een manier om de dorst naar macht te lessen.

‘Onterecht’, zegt Toby Young, de publicist en brexiteer die eind jaren tachtig op Brasenose zat en in 2009 het docudrama When Boris met Dave maakte. ‘Achter hun kwinkslagen schuilt een instinctief conservatisme. Dat behelst een geloof in soevereiniteit, vrijheid en een scepsis jegens politiek-ideologische projecten.’ Het verwijt dat bij Johnson en zijn vrienden vorm boven inhoud zou gaan, doet Young niet veel, net zomin als het verwijt dat studeren een bijzaak was voor de brexiteers. ‘We moeten de Oxford-generatie die nu het land bestuurt dankbaar zijn voor het feit dat ze niet te veel aandacht hebben besteed aan hun colleges. Als ze dat wel hadden gedaan, zouden ze zijn beïnvloed door allerlei experts en intellectuelen, en hun diepe gevoel voor Englishness hebben verloren.’ Met een lach: ‘Dan zou Boris een Macron zijn geweest, in plaats van een Boris. De twee tegen elkaar afwegend, heb ik een voorkeur voor Boris.’

Sterk veranderd

Of de euroscepsis van Johnson oprecht is of niet, de gevolgen van de brexit zijn nu al merkbaar in de stad van zijn alma mater. De werknemers van de Mini-fabriek van BMW aan de rand van Oxford verkeren in onzekerheid en op de faculteiten bestaan zorgen over zowel Europese onderzoeksgelden als de komst van studenten en onderzoekers uit de Europese Unie. ‘De aanwas uit Europa is sterk gedaald’, zegt sociaal geograaf Dorling, ‘waartegenover staat dat ik steeds meer Amerikanen zie die Trump zijn ontvlucht.’

Dorling wijst erop dat Oxford sinds de jaren tachtig sterk is veranderd. ‘We verwelkomen een recordaantal studenten uit lagere sociale klassen, terwijl de Britse elite steeds meer concurrentie krijgt van kinderen van rijke buitenlanders: Aziaten, Arabieren, Russen. Dit jaar hebben we geen enkele Etonian binnengekregen die PPE gaat studeren, een unicum.’ Veelzeggend ook: in 1998 had de Oxford Union voor het laatst een president die een zekere landelijke bekendheid zou verwerven, oud-staatssecretaris Sam Gyimah.

De huidige lichting Oxford-studenten moet niets hebben van Boris Johnson. Aan hun eis om elke herinnering aan Johnson te verwijderen en hem tot persona non grata te verklaren, mag dan niet tegemoet zijn gekomen, het bestuur van Balliol College besloot wel om geen portret van de premier op te hangen naast de drie andere alumni die 10 Downing Street hebben bereikt.

De wereld van Boris, Brideshead en de Bullingdon Club, het elitaire genootschap waar Johnson en Cameron bij hoorden, is verdwenen. Oxford lijkt braver, zakelijker en internationaler te zijn geworden dan dertig jaar geleden, en dat kan zomaar zijn weerslag krijgen op de Britse politiek na de brexit.

In het Queen’s Lane Coffee House zitten tegenwoordig vooral toeristen, en studenten verscholen achter hun laptop.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234