Dinsdag 19/10/2021

Oxfam: 40 jaar vechten tegen onrechtvaardigheid, armoe en uitbuiting

Vier tijdperken, één ideaal

Vandaag viert Oxfam België zijn veertigste verjaardag in Thurn & Taxis in Brussel met een groot feest. Wat in 1964 begon als een groep bevriende pacifisten is uitgegroeid tot een ngo met meer dan 200 medewerkers en vertakkingen over de hele wereld. Als er iets is wat Oxfam heeft grootgemaakt, dan is het de inzet van de vele vrijwilligers. De Morgen zocht er vier op, van de pionier in de jaren zestig tot de wereldburger anno 2004.

Katty Vandenbosch sinds 1964 bij Oxfam

'TOT MIJN 82ste BEN IK VRIJWILLIGER GEWEEST'

Katty Vandenbosch is ondertussen al 89, maar haar ogen blinken nog steeds als ze over haar vrijwilligerswerk bij Oxfam spreekt. Ze was er als een van de eersten bij in 1964, toen baron Allard samen met graaf De Robiano en nog een paar vrienden Oxfam-België oprichtte. Tijdens een reis in Rwanda hadden ze kennisgemaakt met Oxfam UK, waarna ze besloten ook in ons land met Oxfam te beginnen.

"Eind 1964 ben ik als vrijwilliger bij Oxfam begonnen op aanraden van een vriendin", vertelt de nog bijzonder vitale 'madame' Vandenbosch. "Mijn man was vroeg gestorven en toen de kinderen wat groter waren, wilde ik iets nuttig doen met mijn vrije tijd. Zo werd ik de secretaresse van baron Allard en hield ik me bezig met al het papierwerk voor Oxfam. In het begin zamelde Oxfam België uitsluitend geld in voor Oxfam UK, pas in 1967 kwamen de eerste eigen projecten. Ik herinner me vooral de vele marsen die we hebben georganiseerd. We gingen naar scholen om voorlichting over de derde wereld te geven en organiseerden daarna wandeltochten waarbij de leerlingen zich per kilometer konden laten sponsoren."

De eerste opgehaalde centen gingen naar noodhulp voor India, waar 85 miljoen Indiërs slachtoffer waren van de droogte. Oxfam UK kreeg daarvoor 20.823 euro van Oxfam België. "Later zijn we ook zelf ter plekke gegaan om dammen aan te leggen en zo voor bevloeiing van de akkers te zorgen", vertelt Vandenbosch. "Het was een mooie tijd, Oxfam bestond toen nog maar uit vier man en er heerste een amicale sfeer. Door de jaren heen heb ik me steeds beziggehouden met het kantoorwerk in België, veldwerk heb ik bijna nooit gedaan. Daar heb ik nooit spijt van gehad want ook op kantoor was het altijd heel prettig werken. We wisten wel wanneer we begonnen, maar nooit wanneer we naar huis gingen. Het was ook de periode waarin een tiental gewetensbezwaarden dienst liep bij Oxfam. Jongemannen die hun dienstplicht om principiële redenen weigerden, mochten in ruil voor een ngo werken, zij het dubbel zo lang dan hun diensttijd."

Dat Oxfam net in de jaren zestig ontstond, is niet zo toevallig. Ook andere ngo's als Broederlijk Delen, Vredeseilanden en SOS Honger zagen toen het levenslicht. "Het was de periode waarin heel wat landen de onafhankelijkheid kregen. In Afrika stond drie kwart van de landen plots politiek op eigen benen, maar economisch waren ze nog steeds afhankelijk van ons. Het deed me pijn om te zien hoe die mensen in de derde wereld gedomineerd werden door anderen en we zijn blijven vechten voor die economische onafhankelijkheid."

Het verjaardagsfeestje zal Katty Vandenbosch aan zich laten voorbijgaan, maar haar gedachten zullen zeker bij haar collega-vrijwilligers zijn: "Ik heb het altijd prettig gevonden om met die enthousiaste jongeren samen te werken", zegt ze. "Tot mijn 82ste ben ik vrijwilliger geweest, heel zelden heb ik elders mensen gezien die zich zo inzetten voor hun werk. Dat ze er een mooi feest van maken."

Lucille Debrabandere

sinds 1973 bij Oxfam

'Wij in het Westen kunnen veel leren van de derde wereld'

Lucille Debrabandere kwam begin jaren zeventig nogal toevallig bij Oxfam terecht toen ze met enkele vrienden in Niger een eigen hulpactie aan het opzetten was wegens de grote droogte daar. "Onze actie liep vertraging op door financiële problemen en toen is Oxfam bijgesprongen", vertelt de zestiger. "Sindsdien ben ik me blijven vrijwillig inzetten voor Oxfam en heb zo nagenoeg de hele wereld gezien. Ik werkte deeltijds als decorateur van schepen op de scheepswerf van Boelwerf en gedurende de overige tijd vrijwillig bij Oxfam. Een van de eerste projecten die we uitvoerden was een dorp nieuw leven inblazen in Niger. Door de droogte was iedereen uit het dorp weggetrokken en bleven er nog maar twee ouderen over. Met een kleine ploeg zijn we erin geslaagd om in de rivierbedding valse putten te maken met stenen als bodembedekking waardoor het dorp weer water had. Nu is het nog altijd een zeer levendig dorpje en er is zelfs een schooltje."

In de jaren tachtig was Debrabandere actief in Zuidoost Azië, waar ze de door oorlog en armoede getroffen bevolking bijstond. "Dat we er niet altijd zijn om louter voedselhulp te verlenen bewijst een voorval in Cambodja. In een stadje was de stoomlocomotief stuk, wat voor de bevolking een ramp was, aangezien ze afgesneden waren van de rest van de wereld. Met de hulp van enkele bewoners hebben we de locomotief weer in gang gekregen, waarmee ze uiteraard zeer gelukkig waren. Wat me altijd is bijgebleven is de vrolijkheid van die mensen. Ze waren zo arm, maar toch leken ze gelukkig te zijn. Wij in het Westen kunnen veel leren van de derde wereld."

Ook in Laos en Vietnam zette Oxfam toen projecten op. Debrabandere haalde de Vietnamese dokter Tong That Tung naar België om het ministerie van Buitenlandse Zaken gevoelig te maken voor de gevolgen van de herbiciden die het Amerikaanse leger gebruikte in zijn strijd tegen de Vietcong. De jaren tachtig waren een moeilijke tijd wat overheidssteun betrof. De ene regering steunde onze projecten, de andere niet", herinnert Debrabandere zich.

Oxfam bestond in de jaren zeventig nog maar uit een man of acht, van verschillende departementen was nog helemaal geen sprake. "Iedereen deed alles en had bijgevolg heel veel werk. Hoe meer je deed, hoe meer werk je ook ziet dat kan gebeuren. Nooit hadden we het gevoel dat iets af was. Oxfam is nu misschien veel groter geworden, maar het doel blijft hetzelfde: armoede en onrechtvaardigheid bestrijden. Wat er wel in negatieve zin is veranderd, is de enorme hoop administratie die bij ontwikkelingswerk komt kijken. Vroeger gingen we samen met een vertegenwoordiger van de Europese Commissie op het terrein kijken wat nodig was, nu zijn er zodanig veel ngo's dat zoiets niet meer mogelijk is. Ook zijn de evaluaties veel strenger nu en moeten onze subsidiedossiers veel grondiger zijn. Ik moet je niet vertellen dat het vroeger allemaal wat sneller vooruitging."

Thierry Kesteloot

sinds 1990 bij Oxfam

'UITSLUITINGSMECHANISMES OOK BIJ ONS TE VOELEN'

"Ik ben als vrijwilliger begonnen in Cambodja. Verschillende internationale organisaties waaronder Oxfam hadden toen de handen in elkaar geslagen om aan plattelandsontwikkeling te doen", vertelt de 46-jarige Thierry Kesteloot. "Dat ging van infrastructuurwerken tot kredietvoorziening en noodhulp. Wat me altijd heeft aangetrokken in Oxfam is dat we ook politiek werk deden. Vaak waren wij ter plekke de enige vertegenwoordigers van westerse landen, zodat we zodra we terug in Europa waren de situatie van de bevolking ter plaatse kenbaar konden maken."

Oxfam was eind jaren tachtig, begin jaren negentig nog maar een kleine ngo, maar door de vele campagnes steeg de bekendheid. "Oxfam had toen de grootte van een familiebedrijf met een sterk horizontale structuur. Leden kregen veel ruimte en verantwoordelijkheid om projecten uit te voeren. De autonomie was groot en één iemand voerde verschillende taken uit van bewustmaking, tot financiering en politieke actie. Nu ligt dat anders en zijn er verschillende gespecialiseerde departementen. Zo kunnen we veel gerichter te werk gaan. Moet ook, want Oxfam maakt tegenwoordig deel uit van een breder netwerk van organisaties zoals andersglobalisten, internationale boerenorganisaties, vakbonden enzovoort."

Sinds vijf jaar is Kesteloot verantwoordelijk voor de campagne over voedselsoevereiniteit, het recht van de derdewereldbevolking om haar landbouwbeleid zelf te bepalen. Nu is het immers vooral de markt die het landbouwbeleid van een land bepaalt. Voor Kesteloot is het probleem van de achtergestelde ontwikkeling een probleem van onrechtvaardigheid en heeft het Noorden daarin een belangrijke verantwoordelijkheid. "We moeten de loutere Noord-Zuid-tegenstelling overstijgen en spreken over tegengestelde ontwikkelingsmodellen. In plaats van het liberale marktmodel, waarin competitie centraal staat en dat bijgevolg vol uitsluitingsmechanismen zit, moeten we naar een duurzaam model op basis van solidariteit. Dat klinkt abstract, maar ook in België voelen we de gevolgen van de liberalisering en ondergaan we dezelfde uitsluitingsmechanismen. Kijk maar naar de op sterven liggende familiale landbouw in België en de privatisering van de overheidsdiensten. Ook bij ons zijn er dus crisissituaties en moet er solidariteit zijn."

Abérré Mitiku

sinds 1999 bij Oxfam

'hier VOEL IK ME GEWAARDEERD'

De 36-jarige Ethiopiër Abérré Mitiku is nu vier jaar voor Oxfam actief en is momenteel verantwoordelijke voor het informatica-atelier, een ploeg van ongeveer vijf personen. "Oxfam verzamelt afgedankte computers en randapparatuur. Die stellen we op punt en verkopen ze aan scholen tegen een goede prijs, wat ons weer extra fondsen oplevert."

Mitiku studeerde in Cuba en haalde er een diploma ingenieur telecommunicatie, maar toen hij terug naar zijn land wilde gaan, was hij er niet meer welkom. "Via via ben ik toen in België beland. Mijn diploma werd hier echter niet erkend. Daarom ging ik avondschool informatica volgen; ik behaalde een diploma als technicus in de informatica en kon bij Oxfam aan de slag. Eerst als vrijwilliger, later in loondienst. Ik kende Oxfam vrij goed uit mijn periode in Cuba. Ze hadden daar landbouwprojecten lopen; ook in Ethiopië is Oxfam zeer bekend om zijn noodhulp." Mitiku werkt graag voor Oxfam en is zeer te spreken over de nauwe samenwerking met zijn collega's. "Ik voel me zeer gewaardeerd bij Oxfam. Van racisme is hier helemaal geen sprake en ik mag net zoals iedereen mijn zegje doen. Dat is denk ik de grote kracht van Oxfam, dat de organisatie zeer democratisch is ingesteld. Je hebt nooit het gevoel dat er een hiërarchie is. Verder vind ik het natuurlijk aangenaam om mee te helpen aan de ontwikkeling van derdewereldlanden. Ik besef ten volle dat ik hier in een gepriviligieerde positie zit en er nog zoveel landgenoten van mij in armoede en honger leven. Tegen die onrechtvaardigheid en tegen de uitbuiting van minderheden moet Oxfam blijven vechten." Teksten: Thomas Dierckens

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234