Woensdag 25/05/2022

Overspel! Moord! Corruptie! Hebzucht! En all that jazz

Het zijn zaken die ons nauw aan het hart liggen, klinkt het aan het begin van de musical Chicago. Moord en seks uitgesmeerd op de frontpagina's. Sommige mensen krijgen er niet genoeg van. In de musical van John Kander en Fred Ebb uit 1975 komen die thema's op cynische wijze voor het voetlicht. Wie de somptueuze filmversie zag van Rob Marshall uit 2002 zal opkijken van de gestileerde podiumversie. Die benadert het oorspronkelijke idee zoals regisseur-choreograaf Bob Fosse het zag. De wereld is zwart.

Antwerpen

Eigen berichtgeving

Wilfried Eetezonne

Waarvoor overspel al niet goed kan zijn. Terwijl in de musical minnaars vrolijk worden vermoord, is het juist Ann Reinking, een van de talloze minnaressen van Bob Fosse, die de musical Chicago redde uit de anonimiteit. In 1995 vond ze het samen met regisseur Walter Bobbie hoog tijd voor een revival van de show. Toen waren ze zowat de enige twee die daar brood in zagen. Ze brachten een semi-concercante uitvoering van de show en - zo wil de anekdote - nog voor de pauze waren de plannen klaar voor een Broadway-productie.

Vooral het strakke van de productie werd een succes. In de post-Andrew Lloyd Webber-periode, gedomineerd door grote speciale-effectenmusicals, kwam Chicago als een verrassing. De enige 'effecten' in de Chicago-revival waren de zwarte kostuums en de choreografie gebaseerd op die van Bob Fosse. De revival werd een monsterhit.

Losjes gebaseerd op waar gebeurde feiten, die in 1926 al leidden tot een toneelstuk en in 1942 tot de film Roxie Hart met Ginger Rogers, vertelt Chicago het verhaal van Roxie Hart. Die wordt dankzij haar gladde immorele advocaat Billy Flynn vrijgesproken van moord en wordt nog een beroemdheid ook. Daardoor kan ze haar droom om een vaudevillester te worden waarmaken.

"Chicago vertelt iets over beroemdheden", zei tekstschrijver Fred Ebb daarover. "Over hoe wij in Amerika beroemdheden maken van moordenaars. Ik bedoel, toentertijd stond Squeaky Fromm, een lid van de Charlie Manson-bende, op de cover van Time-magazine en daar gaat de show over."

Of de filmversie uit 2002 van Rob Marshall al dan niet zijn zes Oscars, en dan vooral die voor beste film, verdiende, is voer voor discussie. Marshalls film was vooral een indrukwekkend, kleurrijk extravanga, dat tussendoor het cynisme van de show behield en knipoogde naar die andere Kander/Ebb/Bob Fosse-samenwerking Cabaret uit 1972. In de musical die Bob Fosse (1927-1987) voor ogen had, was er weinig plaats voor kleur.

In 1975 gaat het Fosse voor de wind. Hij heeft drie jaar eerder de triple crown gewonnen, wat wil zeggen dat hij in een jaar tijd de drie belangrijkste Amerikaanse entertainmentprijzen kreeg. Een Oscar voor de film Cabaret, de Tony voor de musical Pippin en de Emmy voor de televisieshow Liza with a Z. Tot nu toe is hij nog steeds de enige die dat klaarspeelde.

In 1975 gaat het ook behoorlijk slecht met Fosse. De kalmeer- en de pepmiddelen en de vier pakjes sigaretten per dag presenteren de rekening: een hartaanval. De Bob Fosse die het ziekenhuis verlaat is er geen vrolijker mens op geworden. Tijdens de repetities van Chicago is hij onhandelbaar. Een voetnoot voor amateur-psychologen: in die periode ruilt hij zijn rode sportwagentje in voor een zware Lincoln. Chicago regisseerde en choreografeerde hij vooral voor de hoofdrolspeelster Gwen Verdon, zijn echtgenote van wie hij gescheiden leefde, hoewel ze nooit officieel scheidden. Volgens Fosse-biograaf Martin Gottfried wou Fosse haar nog één hit geven, als excuus voor zijn amoureuze escapades.

Eén scène krijgen we wellicht nooit te zien zoals Fosse het wilde en dat is het nummer 'Razzle Dazzle'. Als Roxie Hart voor ze de rechtszaal ingaat vertelt dat ze bang is, lacht Billy Flynn die angst weg. Het gerecht, de pers, Amerika, de hele wereld is een circus. Eén groot circus. Iedereen kun je om de vinger winden met genoeg 'razzle-dazzle', klatergoud en spektakel, zingt Flynn. Fosse regisseerde de scène oorspronkelijk door Flynn op een grote trap te zetten met bovenaan een rechter. Terwijl hij zijn 'Razzle-Dazzle'-nummer zingt liggen rond hem op de trappen koppels te vrijen. "Daar gaat het matineepubliek", zou een van de producenten toen gezegd hebben. Enkele ruzies later ging de scène eruit, maar het typeerde hoe Fosse, die in zijn jonge jaren flirtte met het communisme, de maatschappij zag. "Na zijn hartoperatie werd de show nog donkerder", zei componist John Kander over zijn samenwerking met Fosse. "Bob wou tonen dat de wereld een rotte plek was. We wisten niet welke demonen Bob wou uitdrijven in de show."

Fosse kende wat van 'razzle-dazzle'. Op zijn negende stond hij op het podium als de helft van de The Riff Brothers, Dancers Extraordinary. Een riff is tapdansjargon voor het snelle tappen van een voet en tapdansen was als ademen voor de jonge Fosse. Samen met kompaan Charles Grass dweilden The Riff Brothers het vaudevillecircuit in de jaren dertig en veertig af en, als vaudeville zijn tijd heeft gehad, de burleske shows, waar ze tussen de stripteaseacts optraden. Fosse hield van dat morsige milieu.

Hij noemde Chicago dan ook een 'musical-vaudeville'. De nummers baseren zich op de vaudevilletrucs. De persconferentiescène wordt een buiksprekersact, een van de journalisten blijkt een travestiet, er is een verdwijnnummer (tijdens een ophanging) en elke song wordt aangekondigd alsof er een maître de cérémonie aanwezig is. Op die manier wilde Fosse de spot drijven met de wereld rond hem en veel van het scenario improviseerde hij tijdens de repetities. Chicago werd aanvankelijk geen grote hit. Enkele weken voor de première was de inmiddels legendarische musical A Chorus Line in première gegaan en die concurrentie bleek bijna te zwaar.

Het was pas toen Liza Minnelli een zieke Gwen Verdon verving, dat het publiek in groten getale kwam opdagen. Niet voor de inhoud, niet voor de boodschap van Fosse, maar voor Minnelli. Er was 'razzle-dazzle' nodig om van Chicago een hit te maken.

Chicago speelt van 5 november tot 7 december in de Stadsschouwburg te Antwerpen en van 17 februari tot 7 maart in de Capitole in Gent. Info en kaarten: 0900/00991.

'Bob Fosse wou met Chicago tonen dat de wereld een rotte plek was'

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234