Donderdag 09/07/2020

Toerisme

Overleeft Spaans massatoerisme het virus? ‘Het zal heel zwaar worden’

Het strand van Benidorm, met de kenmerkende hoogbouw.Beeld Reuters

Buitenlandse toeristen kunnen - onder bepaalde voorwaarden - vanaf juli weer naar Spanje, maakte premier Pedro Sanchez vandaag bekend. Maar wie durft er nog op vakantie naar Spanje, een van de grootste coronabrandhaarden van Europa? De crisis die het Spaanse toerisme te wachten staat, is ook een kans om de nadelen van het zon-zand-en-zeetoerisme aan te pakken.

Spanje stapt deze ­zomer in een tijdmachine. De afgelopen jaren werd ­bezoekersrecord na bezoekersrecord verbroken. Maar het hoogseizoen 2020 zou weleens meer weg kunnen hebben van de jaren 50, de tijd dat de Spaanse kusten nog niet massaal bevolkt werden door miljoenen toeristen die zich voor een habbekrats aan zon, zee en strand laafden. 

De vooruitzichten zijn onzeker. Maar dat is niet voor het eerst. Spanje als de toeristische droombestemming vertoont al langer barsten. Terwijl ­andere strandbestemmingen opkwamen, nam de interesse in de Spaanse costa’s de afgelopen jaren af. Het massale zon-zee-strand-toerisme bracht Spanje werk en welvaart, maar greep ook diep in op het landschap en de ­samenleving. De roep om een anders soort toerisme klinkt al langer in Spanje. Het rondwarende coronavirus kan de Spaanse toerismesector wel eens flink opschudden, verwachten kenners.

‘Ware horror!’ Zo omschrijft Jaime-Axel Ruiz de huidige staat van de Spaanse costa’s.  “Onze kusten zijn ­gewoon objectief lelijk: stalinistische bouw met een kapitalistisch doel.” ­Jarenlang beklede Ruiz hoge posities binnen Turespaña, het overheidsorgaan dat Spanje als toeristische bestemming promoot. 

Een groei tot 100 miljoen bezoekers per jaar was de droom van een minister onder wie hij werkte. Maar Ruiz is tot inkeer gekomen: hij hekelt inmiddels de massaliteit van toeristen die ‘als vee’ worden aangevoerd en de cruiseschepen die als drijvende dorpen toeristen uitspuwen. Ruiz: “In veel Spaanse kustgemeenten heerst een economische monocultuur die afhankelijk is van het toerisme, zoals Cuba ooit afhankelijk was van het suikerriet.”

Al jaren spreken de sector en de overheid over alternatieven voor het ‘Sol y Playa-toerisme’, zoals het in Spanje bekendstaat, maar tot een werkelijke omslag komt het maar niet. Daarom zou de coronacrisis – hoe wrang ook – weleens een geluk bij een ongeluk kunnen zijn, denkt Ruiz. “Het massatoerisme heeft aanslagen en vliegrampen overleefd. Maar tegen een pandemie is het niet bestand.” Want grote delen van de Spaanse toeristensector zijn berekend op de massa. Als slechts de helft komt, valt er geen geld meer te verdienen, redeneert Ruiz.

De aantrekkingskracht van Spanje op buitenlanders gaat ver terug, weet toerismehistorica Ana Moreno. Spanje werd in de 19de eeuw door de Britse elite ontdekt als alternatief voor Italië, dat in trek was vanwege de antieke- en renaissancecultuur. Spanje had vooral een exotisch imago vanwege de Moorse overheersing van het Iberisch schiereiland. 

Maar al snel werd duidelijk dat de ­infrastructuur bar en boos was. De zwakke Spaanse staat maalde niet om toeristen. Spanje was daarom aanvankelijk vooral een bestemming voor avonturiers.

Dat veranderde door de Wereldtentoonstelling van 1929 in Barcelona en Sevilla. Dictator José Antonio Primo de Rivera zette Spanje in de etalage als een moderne staat. Dat jaar kwamen 350.000 toeristen naar het land. Een ware hausse, voor die tijd.

Afgebroken stadskernen

Het startschot voor het echt massale toerisme klonk onder de dictatuur van Francisco Franco (1940-1975). Het goede klimaat en de riante 8.000 kilometer lange kustlijn waren de belangrijkste verkoopargumenten. Om de economie te redden, ging het ventiel voor het ­toerisme vanaf 1959 razendsnel open, met een chaotische bouw aan de kust tot gevolg. Historische stadskernen werden halsoverkop afgebroken ten ­faveure van functionele vakantieflats en hotels. Touroperators kregen vrij spel en complete dorpen die altijd van de visvangst hadden geleefd, werden ­snel afhankelijk van toerisme.

“Als geen ander land was Spanje ­belangrijk voor de democratisering van het toerisme in Europa,” zegt Moreno. Want hier kon de (lagere) middenklasse uit Noord-Europa na een jaar hard werken zich opeens een ‘exotische’ vakantie in het buitenland veroorloven. In Spanje zorgde het voor inkomsten en werkgelegenheid.

Een mensenzzee op een strand bij San Sebastian.Beeld EPA

Toch klinkt er onder Spanjaarden de laatste jaren steeds meer onvrede over het massatoerisme, al zijn deze uitbraken van turismofobia (toerismefobie), zoals in Barcelona, volgens de academica een relatief kleinschalig verschijnsel. Het fenomeen is vooral zichtbaar in steden die niet zijn ingericht op massatoerisme, waar burger en toerist ‘botsen’. 

Veel kleinere kustgemeenten zijn volgens haar juist prima toegerust om grote groepen toeristen te verwerken. Omdat daar vrijwel iedereen zijn brood verdient aan de toerist, is daar nauwelijks protest.

Moreno verwacht daarom dat het massatoerisme gericht op zon, zee en strand als ruggengraat van de sector de coronacrisis zal overleven. “Het is net als met olie: een alternatief vinden is niet makkelijk. We zijn te afhankelijk geworden van dit soort toerisme en de lobby is sterk,” zegt zij.

Maar de sector zal zich wel grondig moeten aanpassen aan de grillen van de post-coronatoerist, verwacht Iñaki Garmendia, veiligheidsconsultant voor ­onder meer de Wereldtoerismeorganisatie en de Baskische regioregering ten tijde van de Eta-terreur. Europa, de ­regering van Spanje en de regio’s, die grotendeels verantwoordelijk zijn voor het toerisme, moeten meer ingrijpen om de boel weer op de rit te krijgen, vindt hij.

Veiligheid en gezondheid

‘Vertrouwen’ is daarbij het toverwoord, vertelt de adviseur. De Europese reiziger heeft door de coronacrisis ­razendsnel een mentaliteitsverandering ondergaan. Stonden eerst zaken als comfort of rust bovenaan het wensenlijstje voor de vakantie, zeker de ­komende tijd moet alles wijken voor veiligheid en gezondheid, denkt Garmendia.

Spanje moet daarom naar een nieuwe toeristische ethiek toe, waarbij menselijkheid voorop zal staan, legt Garmendia uit. “Daar is niks zweverigs aan. Het is een bittere noodzaak voor de sector om vertrouwen terug te winnen en op de been te blijven. Wie genereus is voor de klant, wordt beloond. Als het enkel om esthetische aanpassingen gaat, blijft de klant uiteindelijk weg.”

Garmendia ziet Spaanse hotels voor zich die qua hygiëne-eisen vergelijkbaar zullen zijn met vliegvelden. Natuurlijk, volop handgel-dispensers in de lobby, plexiglas bij de incheckbalies en ontsmetting van de kamers, maar de toerist zal ook constant met zijn eigen ­hygiënezorg bezig zijn. Kuddes dronken toeristen op straat, de botellóns, de liederlijke Spaanse drinkfestijnen in de open lucht, zullen daarom in ieder ­geval op korte termijn verdwijnen, verwacht Garmendia. Net als het bizarre fenomeen ‘balconing’, waarbij toeristen van balkon naar balkon springen of van het balkon in een zwembad duiken. ­Allemaal vanwege het vergrote bewustzijn over de eigen veiligheid. De kwaliteit van het toerisme voor de toeristen en de kwaliteit van leven voor de bewoners van de bestemmingen zal erop vooruitgaan. 

Sloopkogels aan de costa

Maar als het luchtverkeer niet op gang komt, zijn alle maatregelen die nu worden uitgedacht zinloos, denkt Garmendia. Zonder goedkope charters naar de costa’s is er simpelweg geen aanwas om op grote schaal toerisme te bedrijven. Als de rekening terechtkomt bij de Noord-Europese bezoekers die er door de coronacrisis in koopkracht op achteruitgaan, is Spanje als budgetbestemming kwetsbaar.

Toch zijn prijsstijgingen voor Spanje-gangers volgens toerisme-expert ­Jaime Ruiz uiteindelijk onvermijdelijk; net als de angst om weer massaal naar de costa’s af te reizen, ­zolang er geen vaccin is. Ruiz en Garmendia denken dat een subsidie voor toeristen mogelijk uitkomst kan bieden voor degenen die zich nu al moeilijk een vakantie kunnen veroorloven. “Niet iedereen kan naar de opera, maar jongeren krijgen daar in veel landen korting voor. Dat zou je bij toerisme ook kunnen doen voor minder draagkrachtigen,” zegt Ruiz.

De gevolgen van de coronacrisis op het Spaanse toerisme zullen in de eerste plaats vooral gevoeld worden door obers, schoonmakers en alle anderen voor wie het seizoenswerk in de sector van levensbelang is. “Het zal heel zwaar worden, zoals een chirurgische operatie,” zegt Ruiz. Hij hoopt dat de ­omstandigheden Spanje dwingen om versneld een omslag te maken naar duurzamer toerisme dat minder op de massa gericht is. “Door de klimaatverandering zijn wij versneld gestopt met kolencentrales. Dat kan ook met het toerisme.” Ruiz zal er daarom niet­ ­rouwig om zijn als de sloopkogels aan de costa’s verschijnen. Daar wordt het toerisme in Spanje op de langere­­ termijn alleen maar gezonder van, verwacht hij.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234