Zaterdag 25/05/2019

Overheidsmanagers

Overheidsmanagers: “Het is de moeilijkste job ter wereld. Maar ik doe het zo opnieuw”

Jo Cornu (voormalige CEO van NMBS), Johnny Thijs (ex-Bpost-baas) en Tony Mary (vroegere afgevaardigd bestuurder van de VRT en werkte ook mee aan de transformatie van de RTT tot Belgacom).

Bij Proximus staan honderden jobs op de helling, Bpost heeft net een lange staking achter de rug en de NMBS kampt met onvrede onder het personeel én de reizigers. Het gaat niet goed met de ondernemingen waar Vadertje Staat een flinke vinger in de pap heeft. Maar zijn zulke overheidsbedrijven nog wel van deze tijd? En hoe moeilijk is het om met politici te werken? Drie oude krijgers van de publieke sector geven gratis advies.

Jo Cornu was na een lange carrière als zakenman drie jaar CEO van de NMBS én hij was zes jaar bestuurder bij Belgacom. Johnny Thijs leidde van 2002 tot 2013 De Post, later Bpost. Tony Mary verwierf nationale bekendheid als afgevaardigd bestuurder van de VRT, maar werkte ook mee aan de transformatie van de RTT tot Belgacom. Hun ongezouten mening over vijf hardnekkige clichés over overheidsbedrijven.

1. ‘Het personeel is verwend’

Het meest hardnekkige cliché van allemaal: overheidsbedrijven zijn log en moeilijk te managen omdat de werknemers, en met name de vakbonden, op de rem gaan staan wanneer iemand aan hun privileges dreigt te raken.

Johnny Thijs: “Verwend? Daar ben ik het absoluut niet mee eens. Maar dat ze te goed beschermd zijn, is duidelijk. Bij Bpost en Proximus wordt hard gewerkt, dat is het gevolg van herstructureringen uit het verleden. Postbode zijn is vandaag een erg uitdagende job. Maar door het ambtenarenstatuut en de onrechtstreekse bescherming door de politiek is de sociale bescherming er groter dan in de privésector, waar hervormingen sneller en gemakkelijker kunnen worden doorgevoerd.”

Jo Cornu: “Je moet een onderscheid maken tussen de structuur en de motivatie van werknemers. Ik ben bij de NMBS veel mensen tegengekomen die heel competent zijn en hard hun best doen. Maar de structuur van het bedrijf - een erfenis van het verleden - maakt het moeilijk om inefficiënties weg te werken. Ik denk dan aan bepaalde betaalde vakantiedagen, zoals de dag na Pasen. Nergens is dat een verlofdag, maar het weegt wel op de productiviteit. Om daaraan te tornen heb je de expliciete steun van één van de grote bonden nodig.”

Uw relatie met de bonden was, op zijn zachtst gezegd, soms gespannen.

Cornu: “Dat kwam door de omstandigheden, die typisch zijn voor de manier waarop de Belgische overheid omspringt met overheidsbedrijven. Ik ben aangesteld door de regering-Di Rupo, maar al snel volgden er verkiezingen. Tijdens de onderhandelingen over de regering-Michel is binnenskamers, met één vingerknip, beslist om de dotatie van de NMBS met twintig procent in te krimpen. Twintig procent van drie miljard euro is geen habbekrats. In een normale economische omgeving zou je overleg plegen: ‘Kun je dat realiseren?’ In dit geval wordt het management geconfronteerd met een fait accompli. Om daaraan te voldoen moest ik sleutelen aan de productiviteit en de efficiëntie, en dan verzeil je onvermijdelijk in discussies met de vakbond.”

Dat u ooit zei dat er te weinig gewerkt wordt bij de NMBS, hielp natuurlijk niet.

Cornu: “Je kunt geen omelet bakken zonder eieren te breken: alles begint toch met het benoemen van de feiten? Als dat niet in dank wordt aanvaard, dan is dat maar zo. Ik heb bij Agfa-Gevaert in veel moeilijkere omstandigheden een akkoord met de vakbonden gesloten, onder meer over een tijdelijke loonsverlaging van tien procent. Bij de NMBS zou zoiets moeilijk zijn.”

Thijs: “Om een onderneming efficiënt te doen draaien, heb je flexibele mensen nodig. Met name in de werkplaatsen van de NMBS is er nog altijd weinig flexibiliteit. Dat is een regelrechte schande: het personeel en de vakbonden willen daar niet doen wat nodig is. Daarom pleit ik al lang voor het systeem van Mitbestimmung, medezeggenschap, zoals in Duitsland. Daar zit de vakbond in de raad van bestuur en moeten ze hun verantwoordelijkheid nemen over de toekomst van het bedrijf. Ze worden betrokken in strategische discussies en verplicht om te begrijpen wat er op het spel staat.”

De toplui van de vakbonden zijn toch geen dommeriken: misschien stroken de belangen van het personeel niet altijd met die van u?

Thijs: “De opdracht van de vakbond is soms nog veel moeilijker dan die van de CEO, ze moeten heel moeilijke boodschappen verkopen op het terrein. Ik ben zelf de baan opgegaan om aan onze veertigduizend werknemers uit te leggen waarom herstructureringen volgens mij broodnodig waren. Soms werd ik goed onthaald, soms minder goed, maar ik heb mijn boodschap wel gebracht. Normaal vindt de vakbond het niet leuk als de bazen rechtstreeks met het personeel gaan praten, maar toen vonden ze het prima, omdat ik hielp de bittere pil te verzachten. De vakbonden van vandaag - en ik zeg dat met het grootste respect - blinken niet uit in moed en zelfvertrouwen. Ze zijn vooral bezig met zichzelf te positioneren, terwijl ze ze zich zouden moeten bezighouden met de toekomst voor het bedrijf.”

Sinds de jaren 80 wordt de sociale bescherming almaar afgebouwd. Daartegen moet de vakbond toch in het geweer komen?

Thijs: “Met het grootste respect voor de mensen die getroffen worden: we hebben in België een góéd sociaal vangnet. Binnen dat kader moeten we harder werken aan een goed draaiende economie. Als wij vandaag geen e-commerce hebben, is dat omdat we meer stilstaan bij sociale bescherming dan bij concurrentiekracht. Je moet die twee verzoenen. Als je de straat opgaat, zul je altijd mensen vinden die ’s nachts willen werken.”

Eind vorig jaar publiceerde de Volkskrant het verslag van een reporter die undercover was gaan werken in een sorteercentrum van Bol.com. Wat hij meemaakte, was niet fraai.

Thijs: “Dan ga je ergens anders werken. Dat zei ik ook altijd tegen mensen van Bpost: ‘Jullie moeten hard werken, maar jullie worden ook correct vergoed. Als je het niet eens bent, moet je elders gaan.’”

Tony Mary: “Het is een zotte beslissing van de regering om te eisen dat de VRT elke dag 1.750.000 Vlamingen bereikt. Dan moet je een prul à la 'Van Gils en gasten' maken.”

Zo creëer je een race to the bottom: bij Bol.com werken Portugezen en Polen die met acht in een caravan wonen.

Thijs: “Er bestaan uitwassen, en dat is een heel moeilijke discussie. Maar precies daar moet de overheid haar rol spelen: ‘Waar leggen we de bodem?’”

Tony Mary: “Ik ben eerder links dan rechts, en ik heb het grootste respect voor het historische belang van de vakbonden, maar ze spelen hun rol niet meer. Ik zou ze nooit verwend noemen, maar de vakbonden moeten wel uit hun cocon kruipen en enige realiteitszin aan de dag leggen. Ze proberen het verleden in stand te houden, en dat is onverantwoord: zoals de agrarische samenleving ooit plaats ruimde voor de industriële samenleving, wordt die nu vervangen door de digitale samenleving. Een telecombedrijf dat zich nu niet aanpast, gaat binnen de kortste keren onderuit. Dan spreken we niet over 1.900 jobs, zoals bij Proximus, maar over 10.000 banen. Ik heb bij de toenmalige RTT een soortgelijke herstructurering gedaan: we hebben toen 12.000 mensen laten afvloeien en 6.000 andere mensen aangenomen. Hadden we dat niet gedaan, dan had Belgacom nooit bestaan.”

Economiefilosoof Rogier De Langhe kloeg naar aanleiding van de herstructurering bij Proximus dat oudere werknemers, door hun betere bescherming en statuten, altijd aan het langste eind trekken. Ten nadele van jongeren, die minder goede contracten krijgen maar wel meer bijdragen.

Thijs: “Ik vind dat te streng: niet alle oudere Proximussers kunnen met brugpensioen. En onderschat niet hoe moeilijk het is om als vijftiger een nieuwe job te zoeken. Jonge mensen, zeker IT’ers, zijn flexibiliteit gewend. En ze hebben kansen zat: als ze niet gelukkig zijn bij Proximus, gaan ze aan de slag bij Telenet. Ik zou ze niet beklagen.”

Cornu: “De samenleving is ook ingrijpend veranderd. Vroeger gingen mensen ervan uit dat ze hun leven lang in hetzelfde bedrijf zouden werken: het ambtenarenstatuut is die mensen op het lijf geschreven. Jongeren van vandaag hebben dat statuut niet nodig, ze managen hun carrière helemaal anders. Het is voor Proximus een uitdaging om die tweede groep aan te trekken, met een financieel voorstel dat kan wedijveren met de privésector. Dat is moeilijk, omdat de vakbond veel meer statutairen onder haar leden heeft en dwars gaat liggen als het management de loonbarema’s wil veranderen.>>

Mary: “Ik ken de situatie bij Proximus niet, maar de laatste VRT-medewerker met een ambtenarenstatuut zwaait af in april 2028. Die man is vlak vóór de komst van manager Bert De Graeve in dienst genomen, sindsdien hebben we geen enkele statutair aangeworven. Maar je sleept dat heel lang mee, en daardoor zit je inderdaad met twee klassen van werknemers. En precies degenen die beter beschermd zijn, kunnen in tijden van grote verandering niet mee. Dat moeten ze ook niet, want ze zijn toch zeker van hun stoel.”

Dominique Leroy heeft aangekondigd dat ze zo veel mogelijk van de 1.900 bedreigde werknemers wil omscholen.

Mary: “Je moet mensen daarvan overtuigen, en dat kost tijd en moeite. Ik heb bij de VRT zwaar ingezet op omscholing. Toen ik aankwam, telde een cameraploeg van Het journaal vijf mensen - een camera woog tweehonderd kilo, je had zelfs kabelslepers nodig. Toen ik vertrok, telde een ploeg twee man. Elke goede executive zal het zo proberen te doen, want wat men ook zegt: 95 procent van alle CEO’s zijn serieuze mensen, voor wie er niets erger is dan mensen ontslaan.”

2. ‘Politieke bemoeienissen zijn eerder hinderlijk dan bevorderlijk’

Thijs: “Het wedervaren van Dominique is illustratief voor de Belgische politiek. De regering heeft een nieuwe governance code aangenomen, waarin ze de autonomie van overheidsbedrijven onderstreept. Maar bij de eerste de beste strubbeling liggen alle mooie principes overboord en acht men het nodig om tussen te komen.”

De premier heeft Dominique Leroy zelfs op het matje geroepen.

Cornu: “Dat is belachelijk.”

Mary: “We slaan een fameus modderfiguur op internationaal vlak. En voor Dominique Leroy is het flink vervelend.”

Het is toch perfect normaal dat de premier zich bekommert om de werkgelegenheid?

Thijs: “Ik heb veel respect voor individuele politici, maar ze laten zich leiden door de waan van de dag. De regels zijn wat ze zijn: de leden van de raad van bestuur zijn individueel verantwoordelijk voor het welvaren van het bedrijf. Het is cruciaal dat de governance van een overheidsbedrijf wordt overgelaten aan de raad van bestuur. Soms gaat een juiste beslissing ten koste van de werkgelegenheid, maar of de overheid dat leuk vindt of niet, maakt niet uit. Als je de toekomst van het bedrijf wilt veiligstellen, moet je soms op je tanden bijten. Of blijven we liever eeuwig aanmodderen, zoals bij de NMBS?”

Mijnheer Cornu, toen u opstapte bij de NMBS zei u dat u ‘de handicap van de politiek’ onderschat had.

Cornu: “Als Belgische overheidsmanager heb je een communicatieprobleem doordat regeringen altijd coalities zijn, in mijn geval met zes en vier partijen. Ik heb met elk van die partijen gesproken, heb daar veel tijd ingestoken, zodat ze tenminste de realiteit zouden kennen. Maar door de verschillende persoonlijke en ideologische gevoeligheden is er altijd iemand die zegt: ‘Zo niet, hè!’”

Jo Cornu: ‘Onze kern­centrales zijn nu al in Franse handen, en Telenet is Amerikaans eigendom. Wij hebben weinig touwtjes in handen.’

Daarbovenop zat u ook opgescheept met een politiek benoemde raad van bestuur.

Cornu: “Een bijkomende eigenaardigheid. De partijen geven die mensen een mandaat, om ze vervolgens voortdurend te passeren: de raad van bestuur zat er voor spek en bonen bij.”

Electorale overwegingen porren politici soms tot rare bokkensprongen. Tijdens de staking bij Bpost koesterde de liberaal Alexander De Croo plots hartstochtelijke sympathieën voor de vakbond: “Ik begrijp hun grieven.'

Thijs: “Dat is ongehoorde, platvloerse politiek. Ik ga me niet uitspreken over het sociaal conflict bij Bpost, maar als de vakbonden aan de bel trekken, is het aan de directie om te luisteren en adequaat in te grijpen. Als de politiek zich bemoeit, bemoeilijkt dat de onderhandelingen voor het management en zélfs voor de syndicaten.”

De Croo was toen voogdijminister: mag de overheid als aandeelhouder haar zeg niet doen over cruciale beslissingen?

Thijs: “De overheid heeft vertegenwoordigers in de raad van bestuur: dat men die mensen hun rol laat spelen. U mag die rol ook niet verkeerd begrijpen: de raad van bestuur moet beslissingen nemen in het voordeel van de toekomst van het bedrijf. Als die vindt dat herstructureringen nodig zijn, dan is dat zo, punt uit.”

De overheid draagt natuurlijk een tweede pet: ze is ook rentmeester van de arbeidsmarkt en moet toezien op de sociale bescherming van werknemers.

Thijs: “De overheid moet een kader creëren dat bedrijven - zowel private als de eigen ondernemingen - in staat stelt om succesvol te opereren. En je mag de aandeelhouders niet voor het lapje houden: als je een deel van de aandelen naar de beurs hebt gebracht, mag je als overheid niet bij het eerstvolgende probleem tussenkomen en alles ter discussie stellen.”

Meneer Mary, u heeft tijdens uw periode bij de VRT ook schermutselingen met uw politieke broodheren gekend.

Mary: “Ik ben in 2002 na een selectieprocedure aangeworven door Vlaams mediaminister Dirk Van Mechelen en minister-president Patrick Dewael. Zij hebben mij kraakhelder uitgelegd wat mijn opdracht en bevoegdheden waren, wat kon en wat niet. Ik had op aanraden van Bert De Graeve ook de decreten over de VRT in mijn arbeidscontract laten opnemen: daarin stond beschreven hoe de rollen verdeeld zijn. Ik ben in de grootste duidelijkheid begonnen, maar al snel manifesteerden zich mensen zoals Vlaams Parlementslid Carl Decaluwé, die zich slag om slinger bemoeide met mijn werk. Ook al heeft het parlement niets in de pap te brokken, op de vijfjaarlijkse onderhandelingen over het beheerscontract en het debat over de jaarrekening na. Ik trok me dat niet aan: de eerste drie jaar bij de VRT heb ik - op wat schermutselingen met enkele gekken in het parlement na - mijn werk goed kunnen doen. Dat veranderde toen ik een nieuwe voogdijminister kreeg: Geert Bourgeois, de huidige minister-president. Mijn eerste ontmoeting met hem was het meest waanzinnige gesprek dat ik ooit gevoerd heb. Nog voor ik een woord gezegd had, zei hij: ‘Zo zal het niet voortgaan.’”

Waarmee had hij een probleem?

Mary: “Met alles. Maar vooral met wat hij mijn ‘digitale zottigheden’ noemde. We waren op dat moment zwaar aan het investeren in de digitalisering van televisie. Ik zeg ‘we’ omdat ik in feite de digitale strategie van minister Dirk Van Mechelen uitrolde. Toen ik Bourgeois vroeg of hij al met zijn voorganger had gesproken, zei hij parmantig: ‘Nee, en dat ben ik ook niet van plan.’”

Bourgeois was minister geworden na verkiezingen en regeringsonderhandelingen. Moest u zich daar niet bij neerleggen: nieuwe meesters, nieuwe wetten?

Mary: “Nee: in mijn arbeidscontract stond dat ik de beheersovereenkomst moest uitvoeren. Dat is óók een contract, één dat zelfs Geert Bourgeois niet eenzijdig kan opzeggen.”

Wat weegt volgens u het zwaarst door bij de relatie tussen een manager en zijn politieke broodheer?

Mary: “Vertrouwen. Ik heb de job aangenomen omdat twee mensen dachten dat ik iets kon betekenen in die functie.”

Bij uw aanstelling werd gefluisterd dat u de job te danken had aan uw lidmaatschap bij de loge.

Mary: “Ik ga u zeggen: geen van de twee bovengenoemde ministers is bij de loge.”

Maar Bourgeois is zéker geen vrijmetselaar. Heeft dat een rol gespeeld in uw vete?

Mary: “Dat denk ik niet. Dat verhaal is gaan rondzingen toen één van uw collega's op een persconferentie vroeg: ‘Bent u bij de loge?’ Ik heb geantwoord: ‘Nee, bij Opus Dei.’”

3. 'Een overheidsbedrijf kan niet efficiënt en winstgevend zijn’ 

Cornu: “Ik lees in de krant dat het Nederlandse telecombedrijf KPN een voorbeeld is voor Proximus: daar lach ik mee. Dat bedrijf staat bekend om zijn rampzalige strategische beslissingen. Door agressieve besparingsrondes is het kostenefficiënt, dat klopt, maar het heeft amper marktaandeel: qua breedbandinfrastructuur heeft het zich de kaas van het brood laten eten door de kabelbedrijven. Didier Bellens heeft er goed aan gedaan om indertijd zwaar in te zetten op breedbandinternet en -televisie.”

Kan een overheidsbedrijf überhaupt wedijveren met de privéconcurrenten?

Cornu: “Waarom niet? Maar ik zet er meteen een kanttekening bij: vaak slepen overheidsbedrijven een erfenis mee. Ik ben 74, ik heb de tijd meegemaakt dat overheidsbedrijven in de aanloop naar verkiezingen plots massaal personeel aanwierven. (laconiek) En niet per se omdat ze dat nodig hadden. Proximus sleept dat verleden mee, Telenet niet.”

Verandering is een business op zich geworden. Dat ondervindt Proximus nu: kan een overheidsbedrijf daarmee overweg?

Cornu: “Dat is voor een privébedrijf even uitdagend als voor een overheidsbedrijf. Kodak was ooit wereldmarktleider in de fotografie, maar ging roemloos ten onder doordat ze de digitale boot hebben gemist. En de transformatie van Agfa-Gevaert was veel fundamenteler dan die van Proximus. Agfa was bekend om de fotorolletjes. Door de komst van de digitale fotografie moest het niet alleen een nieuwe technologie aanboren, maar ook andere klanten: nu zet het bedrijf in op software en specifieke chemische producten. Overheidsbedrijven kunnen even wendbaar zijn als het management genoeg vrijheid krijgt.”

Thijs: “Als de politiek ons niet vrijlaat, kunnen we er nooit iets van bakken. Ik heb die vrijheid gekregen, maar het heeft me een paar jaar, bloed zweet en tranen gekost. Ik ben erin geslaagd om alle betrokkenen ervan te overtuigen dat De Post geen toekomst had zonder ingrijpende veranderingen. Ik ga ervan uit dat Dominique Leroy bij Proximus dezelfde vrijheid krijgt. Jo bij de NMBS veel minder, vrees ik. Mijn respect voor hem is groot, maar hij heeft daar drie jaar van zijn leven verloren.”

Cornu: “Voor een manager is de NMBS het moeilijkste bedrijf van het land. Je bent financieel volledig afhankelijk van de overheid - ze bepaalt de omvang van de dotatie en de tarieven die je de reiziger mag aanrekenen - maar ze schrijft ook voor welke dienstverlening je moet bieden. Zo wordt het natuurlijk moeilijk. Onder mijn voorgangers liep de schuld elk jaar 200 miljoen euro op. Door de productiviteit te verhogen, heb ik die stijging bijna tot nul herleid. Ik had beter kunnen doen als men mij tariefverhogingen had toegestaan. Onze tarieven zijn de laagste in West-Europa, de Belgische reiziger betaalt 6 eurocent per kilometer. Die kilometer kost de NMBS wel 20 cent: een inkomstenverlies van 14 cent per kilometer, per reiziger. Dat is het gevolg van het tien jaar oude beheerscontract, dat totaal niet aangepast is aan de huidige realiteit: het verbood mij om de tarieven zelfs maar te indexeren, laat staan te verhogen, als de stiptheid niet verbeterde. Een groot verschil met Bpost, waar de tarieven met 22 procent zijn gestegen - boven op de index. Het verschil is dat er bij Bpost ook private investeerders aan boord zijn, die geen geld willen verliezen en andere spelregels hebben geëist.”

4. 'Het is niet de taak van de overheid om te ondernemen’ 

Enige tijd geleden zei minister Philippe De Backer in De zevende dag: “Een overheid moet een land besturen, geen bedrijf.”

Cornu: “Sommige infrastructuur is te essentieel om uit handen te geven. Als een overheid zich niet mag ontfermen over het stroom- of glasvezelnetwerk, zet je de deur open voor buitenlandse investeerders.”

Of buitenlandse overheden. Als Huawei ooit een 5G-licentie binnenhaalt, is een deel van onze telecominfrastructuur de facto in handen van de Chinese Communistische Partij.

Cornu: “Dat is geen denkbeeldig scenario: de Chinezen hebben al pogingen gedaan om Elia en Eandis gedeeltelijk of volledig te kopen. Onze kerncentrales zijn nu al in Franse handen, en Telenet is Amerikaans eigendom. Wij hebben weinig touwtjes in handen. Dat heeft te maken met onze zwakke pensioenfondsen. De Nederlandse fondsen beschikken over een grote zak geld, waarmee ze ook investeren in de eigen nutsbedrijven. Bij ons hebben de verzekeringsmaatschappijen geld in kas, maar sinds de financiële crisis mogen die maar beperkt investeren in aandelen. Als de overheid haar aandelen in Proximus morgen op de markt brengt, belanden die vrijwel zeker in het buitenland.”

Thijs: “Ik heb het onlangs nog tegen een minister gezegd: ‘De Belgische overheid had haar participatie in Bpost en Proximus al lang moeten verkopen.’ De laatste jaren is de beurswaarde gedaald en hebben we drie miljard euro weggegooid. Het is ook een principiële vraag. Bpost zit in een zeer concurrentiële, internationale markt: op de lange termijn schaadt overheidsinmenging de bedrijfsbelangen. Ik ga ervan uit dat Dominique zal doen wat ze moet doen, maar de inmenging van de politiek zal leiden tot discussies en tijdverlies. Een overheidsbedrijf is vanwege zijn structuur trager dan een privébedrijf, en in een dynamische markt als de telecom is dat een sterk nadeel.”

Johnny Thijs.

U verkondigt een eerder libertijns standpunt.

Thijs: “Ik zeg dat je de voor- en de nadelen ernstig moet afwegen, en ik denk dat de voordelen in het geval van Bpost niet opwegen tegen de nadelen. Bij Proximus kun je inderdaad nog strategische argumenten inroepen, al zou je perfect kunnen bepalen dat Chinese investeerders om die reden niet aanvaard worden.”

Bij Bpost kun je ook sociale argumenten bedenken. Er is nog altijd een groep mensen die sterk afhankelijk is van brievenpost. Oudere mensen zijn minder mobiel en hebben baat bij genoeg postbussen en postkantoren.

Thijs: “Klopt, maar je kunt in een beheersovereenkomst heel gemakkelijk bepalen hoeveel postpunten en -kantoren er moeten zijn en hoe vaak brievenbussen geleegd moeten worden. De overheid kan met zo’n beheersovereenkomst perfect een vaste greep houden op wat een postbedrijf moet doen, ook als het voor honderd procent in private handen is.”

Mary: “Wat dit betreft is mijn standpunt niet hyperliberaal. Ik vind dat overheidsbedrijven een essentiële functie vervullen, precies omdat ze niet onderhevig zijn aan een strikt economische logica. Ze kunnen daardoor een andere rol spelen. Ik heb bij de VRT in drie jaar tijd 46 miljoen euro geïnvesteerd in de digitale strategie. Na die drie jaar was de VRT wereldwijd nummer één op digitaal vlak.”

Hoe kunt u dat weten?

Mary: “Harry Sorgeloos, die verantwoordelijk was voor technologie en innovatie, is door Bill Gates uitgenodigd om naar de States te vliegen en uit te leggen waar wij mee bezig waren. Is dat duidelijk genoeg? Zonder die digitale inspanningen was Telenet niet wat het vandaag is. Ook op het vlak van kwaliteitseisen kan een openbare omroep een rol spelen: zonder sterke VRT hadden we vandaag een Italiaans televisielandschap gehad.”

De VRT voert al jaren de kijkcijferlijsten aan en krijgt elk jaar bijna 300 miljoen euro belastinggeld toegestopt. Is dat wel eerlijk?

Mary: “De VRT moet inderdaad haar rol van openbare omroep spelen en niet rechtstreeks concurreren met de commerciële zenders, wat ze in mijn ogen momenteel te veel doet. Dat is het gevolg van de zotte beslissing van de regering om te eisen dat de omroep elke dag 1.750.000 Vlamingen bereikt. Om dat te halen moet je een prul à la Van Gils en gasten maken en dat een nieuwsprogramma noemen.”

Ook het financiële plaatje speelt mee. In 2015 bleek uit een onderzoek dat een verkoop van alle overheidsbedrijven 26 miljard euro zou opleveren, maar intussen rijft de regering wel jaarlijks honderden miljoenen aan dividenden binnen, waarmee ze begrotingsgaten kan dichtrijden.

Cornu: “Een moeilijke afweging: gebruik je die 26 miljard om de schuld af te bouwen, of aanvaard je de dividenden in dank om het gat in de begroting te dichten? Momenteel is de tweede optie interessanter. Doordat de rente zo laag staat, betaalt de overheid weinig interest op de staatsschuld en zijn de dividenden die ze ontvangt hoger dan die interesten.”

Mary: “Mag ik even als boze burger spreken? Het is toch een groot schandaal dat de regering Fortis indertijd niet heeft gered zoals ze Belfius heeft gered? Daardoor vloeit ons spaargeld nu naar Frankrijk. De verkoop van Electrabel aan Suez was nog dwazer. Het was niet alleen een strategische vergissing: eigenlijk had Electrabel Suez moeten overnemen en niet omgekeerd. Electrabel had een ijzersterke balans, Suez was zo goed als failliet. Geen enkel land zou zoiets laten gebeuren, in Nederland of Frankrijk zou de regering ingrijpen: ‘Dat is strategische infrastructuur, geen denken aan.’ Wijlen baron Albert Frère heeft er anders over beslist.”

5. ‘Overheidsmanagers hebben een klotejob’

Mary: “Het is de moeilijkste job ter wereld, je kunt nooit goed doen. Maar als ze mij morgen opnieuw vragen, begin ik meteen. Ik heb vijf fantastische jaren beleefd op de VRT.”

Cornu: “Ik vond het drie heel interessante jaren, maar ik had het voordeel van mijn leeftijd. Ik ben spoorbaas geworden op mijn 69ste. Als ik in de clinch lag met een politicus, kon ik makkelijk zeggen: ‘Als het u niet aanstaat, volstaat één telefoontje om me weg te sturen.’”

Thijs: “Ik heb het ook heel graag gedaan, maar nogmaals: ik had meer vrijheid dan Jo. Als je die vrijheid niet hebt, kan het een klotejob worden. Daarnaast vond ik de zichtbaarheid een nadeel: elk akkefietje links of rechts belandt op de eerste pagina van de krant. Anderzijds had Proximus ook op eieren moeten lopen als het een privébedrijf was: 1.900 ontslagen is niet niks. En ik denk niet dat Dominique de job daardoor minder graag doet.”

Mary: “Een CEO komt niet graag in de media, maar bij de VRT kan dat niet anders. Ik was altijd om kwart voor zeven op den bureau, en dan lagen de kranten klaar: om acht uur wist ik welke vragen die dag gesteld zouden worden in het parlement. Die gasten haalden hun ideeën uit de gazet, ze waren zelf niet slim genoeg.”

Een ander eeuwig punt van discussie: de verloning van overheidsmanagers.

Cornu: “Die obsessie leeft vooral in zuiderse landen en heeft me altijd verbaasd: waarom hebben we het nooit over voetballers, die boven op hun monsterlonen ook nog eens enorme sociale voordelen genieten?”

Mary: “CEO is één van de moeilijkste jobs die er zijn, weinig mensen kunnen het. Je moet in je eentje, onder de grootste druk, denken, beslissen en uitvoeren. En dan jammeren ze: ‘Het is toch schandalig dat ze meer verdienen dan onze eerste minister?’ Maar op idioten als ik na vind je weinig mensen die het voor slechts 300.000 euro willen doen.”

Sléchts?

Mary: “Ik kwam van 500.000, hè vriend.”

Uw ontslagpremie van 700.000 euro zorgde ook voor enige beroering.

Mary: “Het was meer: ik had mijn anciënniteit meegenomen en een normale opzegvergoeding van dertig maanden bedongen. Die idioot van een Bourgeois heeft later beweerd dat hij een goede zaak had gedaan, maar hij heeft - tot op de cent na - betaald wat hij mij moest. Namelijk: 1,6 miljoen euro bruto. Schrijf maar op.”

Mijnheer Thijs, u bent opgestapt omdat de regering de lonen van overheidsmanagers begrensde.

Thijs: “Nuance: ik ben opgestapt in de periode dat ze daarover debatteerde, omdat ik geen winnaar of verliezer wilde zijn. Als de regering had toegegeven, en op een bepaald moment leek ze daartoe bereid, had ik gewonnen. Als ik had ingebonden, was ik de verliezer. En dat verdiende ik niet: ik had een contract onderhandeld en had resultaten gehaald. Daarom heb ik gezegd: ‘Als het zo zit, stop ik.’”

De regering-Di Rupo legde de grens op een jaarloon van 290.000 euro. Kunt u zich voorstellen dat mensen die hun energiefacturen amper kunnen betalen, duizelen van zulke bedragen?

Thijs: “Natuurlijk, ik respecteer dat mensen daar vragen bij hebben. Maar ik vind ook dat de pers soms een opvoedkundige rol moet spelen en moet uitleggen dat een CEO - of hij nu voor KBC of Bpost werkt - goed betaald moet worden. De regering moet ook goed nadenken of ze mensen als Dominique, Sophie Dutordoir en Koen Van Gerven een correct loonpakket biedt. Ofwel geloof je daarin, ofwel niet. Maar ik denk dat weinig medewerkers van De Post destijds een probleem hadden met mijn vergoeding.”

© HUMO

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.