Dinsdag 21/09/2021

Oxfam

"Overdag kindsoldaatjes helpen,'s avonds kindhoertjes op schoot"

Oxfam is al vijftig jaar actief in Haïti.  Beeld REUTERS
Oxfam is al vijftig jaar actief in Haïti.Beeld REUTERS

Tien jaar geleden al waarschuwde de Nederlandse journaliste en auteur Linda Polman voor de schaduwzijde van de goedbedoelde hulpindustrie. Dat mastodont Oxfam nu geplaagd wordt door schandalen, verbaast haar niks. ‘Dit is geen organisatie van lieve oude dametjes die arme weeskindjes helpen. Dit is een bedrijf.’

In 2008 schudde Polman aan de takken van de bomen met haar bestseller ‘De Crisiskaravaan - Achter de schermen van de noodhulpindustrie’, waarin ze de zin en onzin beschreef van humanitaire interventies in conflictlanden zoals Afghanistan, Soedan, Liberia of Congo. Seksueel misbruik, corruptie, fraude... ze zag het meermaals gebeuren. “En niet alleen met Oxfam, en niet alleen in Haïti. We weten al jaren dat dit gebeurt. Dit is een verschijnsel binnen de hulpindustrie.”

Welke mechanismen zitten er achter?

Polman: “De hulpindustrie gaat, bijna per definitie, naar landen die kapot zijn. Landen die zwaar getraumatiseerd zijn, blut zijn, uit een oorlog komen, in een aardbeving zitten... Echt crisisgebieden waar het gezag niet uitmunt in gezag. In Haïti bijvoorbeeld ga je niet de politie bellen om de boze blank man te arresteren. Zo werkt het niet.

“Wat ook meespeelt is de enorme macht van die grote hulpindustrie. Oxfam is geen organisatie van lieve oude dametjes die arme weeskindjes helpen. Dat is de allergrootste uitvoerder van ontwikkelingsprojecten van de Britse regering. Daar gaan honderden miljoenen in om per jaar. Dat is een enorm bedrijf. En dan zie je hoe verschillende grote bedrijven zo’n crisisgebied binnentrekken en daar meer geld te besteden hebben dan de regering ter plaatse. In Haïti bijvoorbeeld nam de gesofisticeerde hulpmachine het gewoon over. Zo creëer je een ngo-republiek, een parallelle staat waar de Haïtiaanse regering enkel naar kan kijken.”

Is dat de logica: hoe groter, hoe logger en hoe gevoeliger voor misbruiken?

“Hoe groter, hoe machtiger. Een organisatie als Oxfam, die pakt de telefoon en belt de minister. En die zou alles doen om Oxfam te plezieren, want ze komen ontzettend veel geld brengen. Als medewerker van Oxfam heb je zo’n machtspositie dat je het gevoel kan krijgen dat je overal mee weg komt. Dat is ook zo. Je komt overal mee weg.”

Waar was u de voorbije jaren zelf getuige van?

“Als je in zo’n gebied bent, dan zie je blanke hulpverleners die overdag met kindsoldaatjes werken en ‘s avonds met kindhoertjes op schoot zitten. In Sierre Leone heb ik uitgebreid onderzoek gedaan naar een opvangkamp voor mensen wiens armen of benen door de rebellen waren afgehakt. Bijna alle kinderen uit dat kamp zijn daar door hulporganisaties weggehaald. Een aantal kinderen bleken uiteindelijk in Amerika terecht te zijn gekomen, zonder dat hun ouders dat wisten. Anderen waren gewoon spoorloos verdwenen. Die werden dan soms op het vliegveld gezien, naast een blanke man met een snor. Of ook nog: een weeshuisje in Haïti waar de kinderen werden geadopteerd door Amerikaanse ouders. Later bleken die kinderen besmet met geslachtsziektes. Er gebeuren heel veel dingen die het daglicht niet mogen zien.”

Waarom duurt het zo lang eer zoiets bekend raakt?

“Ngo’s zijn als de dood voor reputatieschade en bijgevolg erg bedreven in het afdekken van incidenten. Vandaag zijn we natuurlijk heel erg ontgoocheld in Oxfam, net omdat we dachten dat het lieve oude dametjes waren die weeskindjes hielpen. Ze vinden het heel erg vervelend om ontmaskerd te worden als de multibiljonaire club die ze zijn. Essentieel voor het voortbestaan van zo’n organisatie is dat hun reputatie zuiver blijft. En als er incidenten zijn, dat je de op zijn minst de indrukt wekt dat je die keurig aan het oplossen bent.”

In uw boeken hekelt u steeds de macht van die donoren, omdat zij de agenda van ngo’s bepalen.

“Er is iets helemaal fout aan de manier waarop de hulpindustrie gefinancierd wordt. Alle grote spelers zijn voor meer dan 80 procent afhankelijk van regeringsdonoren. Dat betekent dat zij altijd regeringsagenda’s uitvoeren. Of voor je het weet, ben je je miljoenen kwijt. Wij, de mensen die af en toe tien euro geven, zijn niet zo belangrijk. Het gaat erom dat je die regeringsdonoren tevreden houdt."

"Artsen zonder Grenzen, die hebben er hun beleid van gemaakt dat de fondsen die ze krijgen van regeringen altijd minder dan 50 procent moet zijn. Hierdoor kunnen zij de regie behouden en zijn ze onafhankelijk.”

Linda Polman. Beeld Martijn Gijsbertsen
Linda Polman.Beeld Martijn Gijsbertsen

Die tien euro per maand geven we dus het best aan Artsen Zonder Grenzen?

“Zeker wel. Het nadeel is dat die een heel beperkte agenda hebben. Het zijn artsen. Zij gaan ergens naartoe en plakken pleisters. Zij gaan geen landen heropbouwen of democratieën helpen installeren. Het zou fijn zijn als er andere organisaties zouden bijkomen die niet afhankelijk zijn van donoren.”

Zijn die grote organisaties niet effectiever? Ze hebben de macht en het geld om daadwerkelijk iets te veranderen.

“Ja, alleen zijn ze dat helemaal niet. Kijk naar Haïti, daar zitten ze al minstens vijftig jaar. Ze hebben er honderden miljoenen naartoe gesluisd en het blijft het armste land van het westelijke halfrond. Ik zie het alvast niet.”

Als ze de problemen daadwerkelijk oplossen, dan worden ze overbodig. Is dat de cynische logica?

“Ja, hoewel ik niet denk dat ze in de eerste honderd jaar overbodig zullen zijn. Maar dat is wat aan de grondslag ligt. Het is niet in hun belang om het snel en effectief op te lossen. Dat is absoluut waar.”

Hoe zou ontwikkelingssamenwerking er volgens u moeten uitzien?

“Ze moeten zich dienstbaar opstellen, in partnerschap met regeringen. Wij kunnen doen alsof het allemaal bananenrepublieken zijn, maar het gaat wel om verkozen regeringen. Als je een land echt wil helpen opbouwen, dan moet je je machtspositie opgeven. Als dat land iets anders wil dan wat jij in gedachten had, dan moet je je daaraan kunnen onderwerpen. Pas dan ben je daadwerkelijk bezig met een land te helpen ontwikkelen.”

Zijn we niet te streng voor NGO’s? Uitwassen heb je in alle sectoren.

“Hulporganisaties horen bepaalde grondbeginselen te onderschrijven. Neutraliteit, onpartijdigheid, hulp brengen waar nodig... We moeten hen heel erg afrekenen op die extra morele standaard. Ze werken met mensen die zwak zijn en die hulp nodig hebben. Dus moeten hun gedragstandaarden hoger liggen.”

Maar toch: ngo’s leveren ook goed werk. Een schandaal zoals dat bij Oxfam dreigt alles in een verkeerd daglicht te stellen.

“Het kan geen kwaad om die industrie te ontmaskeren. Tegelijkertijd denk ik dat het belangrijk is om te zeggen dat de wereld niet zonder hulp kan, maar het moet structureel anders. Als we vijftig jaar lang in een land aan ontwikkelingssamenwerking doen, dan moeten we kunnen aanwijzen wat we daar hebben gedaan.”

Welke rol spelen u en ik, met onze tien euro per maand?

“De tientjes die we geven, maken op die budgetten van hulporganisaties niet veel uit. Ze zijn wel erg gevoelig voor de publieke opinie. In die zin kunnen we, als we daar de energie en durf voor hadden, regeringen beïnvloeden in de manier waarop ze ontwikkelingsbudgetten besteden.”

Maar dat doen we niet.

“Wij zijn heel luie inwoners van democratieën. We besteden alles uit. Het mag tien euro kosten en dan zijn we klaar. En die tien euro, dat moet naar dat specifieke kindje gaan met dat snot en die vliegjes. Dat is het niveau waarop wij ons bezig houden met ontwikkelingshulp.”

Gaat dit schandaal iets veranderen?

“De hulpwereld is flink geschrokken. Ze kijken met samengeknepen billen hoe het zal aflopen voor Oxfam. Oxfam gaat hier flink last van hebben, maar zal niet zomaar opgedoekt worden. Waar ik bang voor ben is dat de hulpwereld nu met een rits extra maatregelen zal komen. Maatregelen tegen seksueel misbruik, tegen corruptie... Die waren er natuurlijk al lang. Maar dan zullen ze kunnen zeggen dat het nu écht nooit meer kan gebeuren. Dan is iedereen weer gelukkig, rollen er een paar koppen en gaan we weer over tot de orde van de dag. Tot het volgende schandaal.”

En dan kunnen we u opnieuw bellen.

“Precies (lacht). Ik denkt niet dat dit de grootste klap is. En ook niet de laatste.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234