Donderdag 17/10/2019

Nieuwe reeks De bevrijding

‘Overal dode paarden, dode Duitsers en dode burgers. Het stonk vreselijk’: Jean Martial, veteraan Brigade Piron

Jean Martial. Beeld Wouter Van Vooren

In 1942 wilde Jean Martial weg uit het bezette België. Twee jaar later keerde hij als soldaat terug, om samen met andere Belgen het land te bevrijden. ‘Ik was niet per se op zoek naar een avontuur, maar het is het wel geworden.’

Zondagnamiddag, 3 september 1944. Het is zes minuten over halfvijf als een groen legervoertuig de grens van Frankrijk met ons land oversteekt. Het begin van de bevrijding van België is dit. Maar wat bijna niemand weet, is dat er in de pantserwagens Belgische soldaten zitten.

Of toch hier in Rongy. Terwijl de bewoners van het grensgehucht onder Doornik toestromen, weerklinken blijdschap en vreugde. “Quelle chose extraordinaire, nous y sommes!”, zegt de nu 96-jarige Jean Martial, een veteraan van die legendarische Brigade Piron. Hij vertelt ons, nog steeds met een vleug van euforie, exact hoe hij die dag bijna 75 jaar geleden beleefde. “Het Belgisch leger stond nu eindelijk terug in eigen land.”

Belgen in Britse uniformen: wat was de Brigade Piron?

Toen Belgische soldaten bij de Duitse inval in 1940 moesten vluchten naar Groot-Brittannië, werd daar het Belgisch leger heropgericht. Sommigen werden ingelijfd bij de marine of de luchtmacht, anderen bij de landmacht. Die laatsten kwamen grotendeels terecht bij de Independent Belgian Brigade. Die eenheid werd door de soldaten de Brigade Piron genoemd, naar Jean-Baptiste Piron, hun commandant.

Bij de eenheid sloten zich nadien ook Belgische vluchtelingen aan, of soldaten die eerst dienst hadden gedaan bij het Franse Vreemdelingenlegioen voor ze in het VK konden geraken. Omdat er onder hen Belgische migranten zaten die voor de oorlog uit België waren vertrokken en zelfs enkele vrijwilligers uit andere landen, werden er onder de zowat 2.200 manschappen 33 talen gesproken.

“Het was ook politiek gericht”, zegt Kris Michiels, oprichter van het Piron-museum in het Normandische Merville. “De Britten wilden dat er troepen uit het eigen land aanwezig zouden zijn bij de bevrijding van België. Tijdens de bevrijding sloten zich nog mannen aan, die kwamen doorgaans uit het verzet.”

Van 18 tot 25 augustus organiseert Michiels mee een herdenkingstour langs de Normandische kust, in steden die door de Brigade Piron bevrijd zijn. Er gaan zeven veteranen mee, onder wie een Peruviaan: de 103 jaar oude Jorge Sanjinez Lenz, die als lid van de brigade in Normandië meevocht.

Voor Martial en zijn strijdmakkers was dat de eerste voet die ze in jaren op Belgische bodem konden zetten. Na de ontsnapping naar Engeland en de zware gevechten in Normandië. Na angst, dood en onzekerheid, konden ze nu de bevrijding proeven. “De lokale bevolking kwam meteen aanzetten met van alles om te drinken”, zegt hij. “Whisky, als ze nog een fles hadden. Of gewoon water of bier, iets anders wat er nog was. De bewoners kwamen ook meteen op onze voertuigen zitten.

VIDEO: ‘Mensen brachten ons alles wat je maar kon drinken’

Jean Martial: “In Normandië waren de mensen naar buiten gekomen met calvados of cider.” Beeld Wouter Van Vooren

“Omdat ze Britse uniformen zagen, begonnen ze in het Engels tegen ons. Maar je moest hun gezicht zien toen de ‘Engelsen’ hun taal spraken. Wij zeiden: ‘Doe geen moeite, spreek maar gewoon Frans.’”

Het contrast met Normandië, waar ze net vandaan kwamen, kon dan ook niet groter zijn. Bij de gevechten in de Franse kuststreek waren 27 soldaten van deze eenheid om het leven gekomen. Maar ook daar werden de bevrijders beloond. “In Normandië”, zegt Martial, “waren de mensen naar buiten gekomen met calvados of cider.”

Landing in Normandië

Even terug naar 6 juni 1944. D-day, zoals de landing in Normandië de geschiedenisboeken is ingegaan. Duizenden schepen en vliegtuigen brachten toen Britten, Amerikanen en Canadezen aan land, in de eerste uren van wat ‘de langste dag’ zou worden. Hoe hard er toen gevochten is op de invasiestranden, is sindsdien de inspiratie geweest van talloze boeken en films. Saving Private Ryan, om er maar een te noemen.

De Brigade Piron zat op dat moment nog in Groot-Brittannië, waar de Belgen hun beurt moesten afwachten. De voorbereidingen voor de invasie van het Europese vasteland waren al een hele tijd in volle gang. Dat die er zou komen, konden de soldaten wel zien. Wanneer die er zou komen, daarover tastten ze in het duister. “Vlak voor de invasie wisten we van niets, alles was natuurlijk geheim. We zagen wel dat de straten vol vrachtwagens stonden, dat ze alles in voorbereiding brachten. Heel Engeland stond vol vliegtuigen, tanks en boten.”

“Op een avond, om ongeveer elf uur, zijn we dan wakker gemaakt door een enorm lawaai van vliegtuigen, dat was de nacht van de landing in Normandië. Het hele peloton, ongeveer dertig soldaten, lag al in bed. Toen we naar de hemel keken, was die helemaal verlicht. We zagen de C-47-vrachtvliegtuigen die vanuit het noorden van Engeland overvlogen met hun lichten aan. Zij trokken zweefvliegtuigen met daarin voertuigen of soldaten.”

“De volgende ochtend gingen we snel naar de radio om te horen hoe het in Normandië was. Sommigen van ons waren ontgoocheld dat onze eenheid er niet bij was, maar voor mij was dat geen probleem. Ik zei tegen mezelf dat er wel een plan zou zijn, dat ze ons niet voorbereidden voor de landing maar om de Duitsers vlak nadien te achtervolgen.”

De eerste maanden van die campagne in Normandië waren de Belgen dus niet van de partij. Maar omdat de Britten hen hard nodig hadden om de Franse kust te helpen bevrijden, brachten vier vrachtschepen deze Belgische band of brothers in augustus vanuit Engeland het Kanaal over. Ook had de Belgische regering bij de Britten trouwens gelobbyd om hen naar het front te sturen. De Brigade Piron kwam aan in Arromanches en verzamelde zich in een transitkamp, waar voertuigen nog eens werden nagekeken en wapens werden klaargemaakt.

“Aan de rivier Orne, voor het stadje Sallenelles, zijn we Engelse soldaten gaan aflossen, die er al waren sinds D-day. In boomgaarden groeven we toen schuttersputjes. Als je goed luisterde, kon je de Duitsers ’s nachts horen praten. We zaten in de eerste linies, de Duitsers waren soms misschien maar dertig meter van ons. Maar in die putjes konden we ons tenminste wat beschermen, want ’s nachts schoten ze ook.”

Toen een mortiergranaat insloeg op een huis, werd Edouard Gérard geraakt. Gérard was 20, kwam uit Dinant en stond op het punt om deel te nemen aan een raid op een Duitse positie. Hij hield de wacht in een greppel, tot een scherf bij de ontploffing hem in zijn rug trof. “Gérard was de eerste dode van onze eenheid”, zegt Martial. “Elke keer als iemand stierf, was dat een ongelooflijke shock.”

VIDEO: ‘Als we goed luisterden, konden we de Duitsers horen praten’

Belgische soldaten poseren voor een foto in Normandië. Beeld Kris Michiels

“Het was ook onze compagnie die Honfleur moest bevrijden en andere steden langs de kust. Je had de Duitsers die zich verdedigden vanuit de achterhoede. We wachtten tot ze zich terugtrokken. Maar soms liepen onze soldaten op mijnen, die de Duitsers hadden gelegd. We hebben zo eens vier of vijf doden gehad, onder wie een Fransman.”

“Toen we door het Forêt de Brotonne gingen, een bos ten oosten van Honfleur, om de Seine te bereiken, lagen er dode paarden en dode Duitsers. Alles was aan flarden geschoten door onze artillerie. Het rook uiteraard vreselijk slecht. Dan zijn we de Seine overgestoken en zijn we Rouen gepasseerd. Daar lagen ook dieren langs de kant van de weg. Ook dode Duitsers en dode burgers.”

Wanneer Martial en zijn makkers verder trokken naar Le Havre, kregen ze plots een opmerkelijk bevel. Ze moesten omkeren, de stad links laten liggen en focussen op een nieuwe richting: België, meer bepaald Brussel.

“Na drie dagen en twee nachten zijn we dan aangekomen in Edingen, tussen Rongy en Brussel. Daar hebben ze tegen ons gezegd om even te wachten. Wij waren in de derde positie om Brussel binnen te gaan ter ondersteuning van de Britse tanks van de Welsh Guards.”

Feest in Brussel

Britse soldaten van de Welsh Guards waren er dus eigenlijk eerst, maar het binnenrijden van de stad lieten ze toch over aan de Belgen. Die maakten op 4 september om drie uur ’s middags hun intrede. “Er was natuurlijk een hele menigte aan mensen die naar buiten kwamen en op onze voertuigen kropen. We zaten normaal met vier in onze Bedford-vrachtwagen, plots zaten we daar met tien mensen in. C’était fou.”

VIDEO: ‘Mensen schreeuwden het uit, het was waanzin’

“Als je de beelden bekijkt van die die dag, dan zie je hoe uitgelaten de Brusselaars toen waren. Je vindt die beelden nu op internet. En het is echt zo gegaan. Mensen riepen of lieten tranen omdat wij er waren. Ook voor ons was dat erg emotioneel. Ga maar na. Na al die tijd stonden we eindelijk in het centrum van de hoofdstad.”

“Het eerste wat we moesten doen, was naar het monument van onbekende soldaat rijden. Daar heeft onze commandant Jean-Baptiste Piron bloemen neergelegd. Er waren ook cameramannen van Belga bij om alles in beeld te brengen.”

De eenheid van Martial werd ingekwartierd in een kazerne bij de Place Dailly in Schaarbeek. Een kazerne die de Duitsers net hadden verlaten. Nu de Belgen terug in eigen land waren, kregen ze ook permissie om hun familie te bezoeken. Althans, op voorwaarde dat hun thuisstad al was bevrijd.”

De Belgische Brigade Piron bevrijdt Brussel. Beeld Collectie Jean-Louis Marichal

Voor Martial was dat het moment om Bergen te gaan bezoeken, vanwaar hij twee jaar eerder naar Engeland was vertrokken, op 17 augustus 1942. Zijn studies zaten erop en zijn beslissing stond vast. “Vanuit Londen had de Belgische regering alle Belgen opgeroepen om zich aan te sluiten”, zegt Martial. “Omdat ik vanaf juli 1942 toch vrij zou zijn, besliste ik om te vertrekken.”

Odyssee

België was toen natuurlijk nog volledig bezet door de Duitsers. Hoe dat ontsnappen uit het bezette land in zijn werk ging, klinkt in eerste instantie eenvoudig. “Ik heb toen de trein genomen”, zegt Martial, “zoals iedereen dat zou doen.”

Maar eenvoudig was het absoluut niet. De omzwervingen van Martial om in Engeland te geraken kun je moeilijk iets anders noemen dan een odyssee. Om controles van de Duitsers te vermijden, neemt hij de kleinere treinverbindingen die van stad tot stad gaan. “Trains omnibus.” Van Bergen richting Valenciennes, zo naar Dieppe, Arras, Angoulême. Dan naar het deel van Frankrijk dat de Duitsers niet bezetten, omdat het toen onder het bewind van het collaborerende Vichy-regime viel.

Dat uit handen blijven van de Duitsers lukte grotendeels, al is hij in Frankrijk wel in de gevangenis gevlogen voor vagebondage (rondreizen zonder geld). Na Frankrijk is hij ook in Spanje gevangengezet in Miranda de Ebro. Een concentratiekamp waar Franco, de Spaanse dictator en bondgenoot van Hitler, gevangenen vasthield die naar Groot-Brittannië op weg waren.

“Miranda de Ebro was een kamp waarin Polen, Belgen en Canadezen vastzaten”, zegt Martial. “We wachtten allemaal om naar Engeland te gaan. Ikzelf ben in juli 1943 vrijgelaten. Ze stuurden ons dan naar Portugal met een speciale trein.”

“Portugal was een wereld van verschil met Spanje. Alles was daar proper. Spanje was toen arm. In Portugal, vraiment c’était bien. We zijn dan terechtgekomen in Costa da Caparica, aan het strand nabij Lissabon. Daar hebben we onze toer afgewacht om naar Gibraltar te vertrekken. Mijn beurt is dan in december gekomen, geloof ik. Toen heeft een Belgisch vrachtschip ons naar Gibraltar gebracht.”

“In januari 1944 zijn we opnieuw met een Belgisch schip vertrokken, de Elisabethville. Het schip maakte deel uit van een konvooi met bestemming Engeland. Tijdens die reis is er eens een alarm geweest voor onderzeeboten en een keer voor vliegtuigen. Ik ging naar Engeland om me bij het leger aan te sluiten, niet per se om het avontuur op te zoeken. Maar dat is het natuurlijk wel geworden.”

Groot-Brittannië

De ontvangst in het VK werd verzorgd door de Britse inlichtingendiensten. Zij brachten hem naar Londen en wilden alles van hem weten. Waarom hij naar Groot-Brittannië gekomen was? Wat hij daar dacht te doen? Om er zeker van te zijn dat hij geen Duitse spion zou blijken. “Ze onderwierpen ons aan ondervragingen”, zegt Martial. “Dat was, ik zal het u zeggen, goed gepekeld.”

“Daar zijn we dan weer losgelaten en ze stuurden ons naar de Belgische ambassade in Londen. Twee, drie dagen later ben ik in Leamington Spa aangekomen, in het Belgische trainingscentrum. Dat is in de Midlands, als u Engeland een beetje kent. Omdat we op dat moment al zoveel meegemaakt hadden, was die training niet zo zwaar.”

“Ze gaven ons daar wel alles wat we nodig hadden om op krachten te komen. Elke ochtend om tien uur kreeg ik een pint melk, die we volledig moesten opdrinken. Dat werd gecontroleerd.”

“Ik kon zo ook Londen eens gaan bezoeken en de omgeving. Op een zondag ben ik uitgenodigd op een boerderij, waar ik op een paard mocht rijden en een toertje mocht maken. De Engelsen waren echt heel vriendelijk.”

Tijdens zijn opleiding leert Martial werken met een brengun, een machinegeweer. Op het moment dat hij naar Normandië trok, zegt Martial, was zijn training eigenlijk nog niet afgerond.

Thuis

Wanneer hij zijn verlof krijgt om even een bezoekje te brengen aan Bergen, is het een dikke maand later. Hij zal nadien ook nog gaan vechten in Nederland en Duitsland binnentrekken. Maar eerst een paar dagen respijt. Martial doet ‘camion stop’ en lift met Britse vrachtwagens mee. Na twee jaar weg ziet hij zijn familie terug.

“Mijn ouders waren naar Congo getrokken, waar mijn vader werkte als ambtenaar. Dus toen ik thuiskwam, waren alleen mijn grootouders daar. Voor de grap zeiden ze: ‘Ah, ben je daar al.’ De Amerikanen hadden twee dagen ervoor Bergen bevrijd en ik was weer thuis, dus dat ging wel snel.

“Mijn familie wist dat het goed met me ging. Er waren manieren om te communiceren, zelfs toen ik in Engeland of in Portugal zat. Je kon via het Rode Kruis kleine pakketjes opsturen met sardienen. Ik vulde toen zelf het adres in met mijn eigen handschrift. Zo wisten ze dat ik het was. Aangezien het via het Rode Kruis ging, zeiden de Duitsers er niets op.

“Toen ik mijn grootouders terugzag, was het een en al vreugde. Ik geef u nog een kleine anekdote mee. Het eerste wat ik nadien gevraagd heb, op de tweede dag van mijn bezoek, was om een goed warm bad te kunnen pakken. In het leger had je enkel douches en die waren koud. C’était mon grand plaisir”, zegt Martial. “Un bon bain.”

Jean Martial in uniform tijdens de Tweede Wereldoorlog. Beeld Jean-Louis Marichal
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234