Vrijdag 07/10/2022

AchtergrondKinderdoders

‘Over zeven jaar heeft hij zijn straf uitgezeten… En dan? Die man heeft zélf tegen de speurders gezegd dat hij herbegint’

Het noodlot heeft het gezin Vissers niet gespaard. Ze waren met vier, nu nog met twee. Een jaar geleden is vader Walter Vissers gestorven: ‘We hebben nu alleen elkaar nog.’ Beeld Koen Keppens
Het noodlot heeft het gezin Vissers niet gespaard. Ze waren met vier, nu nog met twee. Een jaar geleden is vader Walter Vissers gestorven: ‘We hebben nu alleen elkaar nog.’Beeld Koen Keppens

Bij iedere kindermoord gaat een schok van ontzetting door het land. Maar wat bezielde de daders? Vijf weken lang peilen we naar wat zich in het hoofd van kinderdoders afspeelt: de kindermishandelaar, de moeder die haar boreling door het toilet spoelt, de wraakzuchtige Medea, de lustmoordenaar.

Annemie Bulte en Ayfer Erkul

Een speurhond vond Steve Vissers op de oever van de rivier het Schijn, tussen het hoge struikgewas, onder een grote boom. De 12-jarige jongen lag op zijn zij, het lichaam was zwaar toegetakeld met slagen en messteken. Zijn lange, zwarte sportbroek en bebloede onderbroek waren naar beneden getrokken. Het was 24 juni 1999, kwart over zeven ’s avonds. Een goed uur eerder was Steve op het nabijgelegen fietspad ontvoerd door een onbekende man op een bromfiets, voor de ogen van zijn jongere broertje Sven. Op een steenworp van het Antwerpse Sportpaleis had zich zopas een drama voltrokken dat het leven van de familie Vissers voor altijd zou veranderen.

Vierentwintig uur later werd de dader gearresteerd: de 28-jarige Daniël Immens, een industriële schilder die in de haven van Antwerpen werkte. Een man met een blanco strafblad, op het eerste gezicht een simpele ziel. Danny, zoals iedereen hem noemde, leek een normaal gezinsleven te leiden met zijn vriendin en zijn zoontje van 4. Zijn omgeving omschreef hem als een ‘brave, niet al te snuggere jongen’ en ‘een harde werker’. Niemand kende het donkere geheim dat hij met zich meedroeg: hij kickte op seks met kinderen – meisjes of jongens, maakte niet uit – en was al weken op zoek naar een jong slachtoffer.

Het was de 9-jarige Sven, het broertje van Steve Vissers, die de kwaadaardige blik van Danny Immens onmiddellijk in het vizier kreeg, daar op dat fietspad.

Sven Vissers: “Hij kwam van links aanrijden op zijn brommer. Zodra ik zijn ogen zag, wist ik: er scheelt iets met die man. Ik was nog maar 9, maar onmiddellijk ging een alarmbel af in mijn hoofd, alsof ik wist dat er gevaar dreigde.”

Sven is die blik nooit vergeten. Drieëntwintig jaar na de feiten zit hij samen met zijn moeder Jacqueline Nagels voor ons om over die noodlottige dag te vertellen. Hoe die onbekende man zijn broer opzettelijk aanreed op het fietspad, hem bedreigde met een mes en meenam op zijn brommer. Met zijn nauwgezette beschrijving hielp Sven de politie om de moordenaar van zijn broer te ontmaskeren. Sindsdien heeft hij nooit meer over de zaak gesproken. “We wisten dat Sven het er moeilijk mee had, maar hij heeft er in al die jaren nooit veel over gepraat, ook niet tegen ons”, zegt moeder Jacqueline. “Ik was eerlijk gezegd verbaasd dat hij dit interview wilde doen.” – “Ik doe het om jou te steunen, mama”, zegt Sven.

Het noodlot heeft het gezin Vissers niet gespaard. Ze waren met vier, nu nog met twee. Een jaar geleden is vader Walter Vissers op 63-jarige leeftijd gestorven aan kanker, midden in de coronacrisis. “We hebben nu alleen elkaar nog”, zegt Sven. En dus doen ze dit interview samen, voor het eerst zonder vader Vissers. Zodat Steve niet vergeten wordt.

GROTE BROER

Hoe is die avond van donderdag 24 juni 1999 voor jullie verlopen?

Jacqueline Nagels: “Het was een mooie avond, iets na vijf uur in de namiddag. We gingen bijna eten, maar Steve en Sven vroegen of ze nog even mochten gaan fietsen. Ik aarzelde, want ik liet de jongens niet graag alleen op pad gaan, maar Steve bleef aandringen. ‘Toe, mama, ik ben toch al 12?’ En dus gaf ik toe. De vakantie hing al in de lucht, de kinderen hadden nog één dag school. Het Rivierenhof lag vlakbij. ‘Jullie mogen tot het begin van het park, waar veel mensen zijn. Maar niet verder!’ Ze waren blij en spurtten weg. Dat was de laatste keer dat ik Steve heb gezien.”

Sven: “Ik had net zonder handen leren fietsen. Steve kon dat nog niet, en ik wilde het hem leren. Ik was de waaghals van ons tweeën, Steve was rustiger en banger. Mama riep ons nog na: ‘Om zes uur terug, want dan is de spaghetti klaar!’

“We zijn die avond veel verder gefietst dan we mochten. Onderweg zijn we ook snoepjes gaan kopen. (Kijkt even naar zijn moeder) Dat wist jij nog niet, denk ik, hè.

“Op een gegeven moment kwamen we op een pad en vroegen we ons af waar we eigenlijk waren. Maar ik had ergens een lolly laten vallen, en Steve wees naar een wegje verderop: ‘Misschien ligt hij daar!’ – ‘Dat kan niet’, zei ik. ‘We zijn daar niet voorbijgekomen.’ – ‘We gaan toch eens kijken’, antwoordde Steve. Dus volgde ik mijn grote broer. En toen kwamen we aan dat bruggetje.

“Van de ontvoering zelf herinner ik me alleen flitsen. De naderende bromfietser, zijn onheilspellende blik, gefixeerd op ons. Hij reed tegen het voorwiel van Steve, excuseerde zich en zei dat hij Steve een lift zou geven. Maar die wimpelde hem af, nogal kordaat voor zijn doen. Terwijl de man bleef aandringen en Steve ons uit die hachelijke situatie probeerde te redden, stond ik aan de grond genageld. Ik registreerde wat er gebeurde, maar ik kon me niet bewegen. Ik zag het mes dat hij bovenhaalde: ‘Je móét mee.’ De rode, geruite voering van zijn jas. Het handvat van zijn brommer, waar tape rond zat. Mijn broer die opstapte. Ik kreeg nog steeds geen enkele klank uit mijn keel.

‘Toen ik de blik in zijn ogen zag, wist ik meteen: die man is gevaarlijk’  Beeld INGEZONDEN
‘Toen ik de blik in zijn ogen zag, wist ik meteen: die man is gevaarlijk’Beeld INGEZONDEN

“Ik denk dat Steve is meegegaan om mij te redden. Toen hij zag dat de man mij aansprak, zei hij vlug: ‘Ik kom wel mee.’ Hij was mijn grote broer en wilde dat die engerd mij met rust liet.

“‘Waar woon je?’ vroeg de bromfietser me. Ik was te verbijsterd om te liegen en wees in de juiste richting. ‘Fiets dan maar de andere kant op.’ Hij wachtte tot ik vertrok. Steve zat achterop bij de man, we hebben nog naar elkaar gewuifd. Toen reden ze van de weg af, het hoge gras in. Dat was de laatste keer dat ik mijn broer heb gezien.”

Sven fietst door en kruist twee spelende jongens op straat. ‘Je moet me helpen, mijn broer is meegepakt!’ Bliksemsnel lopen de jongens met Sven de dichtstbijzijnde winkel binnen, de doe-het-zelfzaak Rambo op de Ten Eekhovelei. Daar belt de zaakvoerster eerst de politie en dan de mama van Sven en Steve.

Sven: “Ik kon ons telefoonnummer nooit onthouden, maar toen rolde het eruit.”

Jacqueline: “De jongens waren nog maar een halfuurtje weg toen de telefoon ging. De dame van de winkel vroeg of ik twee zoontjes had. Toen kreeg ik Sven aan de lijn, die heel verward klonk. Hij brabbelde iets over een man met een mes, ik begreep het niet goed. ‘Sven, ik kom direct.’ Ik holde zo snel als ik kon naar die winkel.”

De politie is intussen al ter plaatse. De agenten vinden het verhaal van de kleine Sven erg verontrustend: er wordt onmiddellijk versterking gevraagd. In zijn kantoor aan het Antwerpse justitiepaleis is Belga-journalist Jan Heuvelmans aan het werk met de radioscanner naast zich. De meeste gerechtelijke journalisten hebben zo’n – illegale – scanner om de radiocommunicatie van de politie af te luisteren. Wanneer hij de eerste berichten over Steve Vissers hoort, spitst Heuvelmans de oren.

Jan Heuvelmans: “Er klonk paniek door in de stemmen, er was duidelijk iets ernstigs aan de hand. Het ging over een verdwenen jongetje. Op de achtergrond hoorde ik geroep en gehuil in een winkel: ‘We moeten gaan zoeken!’”

In de winkel geeft Sven aan een agent een beschrijving van de onbekende man op zijn paarse motorfiets, een veertiger met een snor en zwarte schoenen. Niemand twijfelt aan het verhaal van de 9-jarige: sinds de zaak-Dutroux in 1996 durft geen enkele politieagent het nog aan om ontvoeringsverhalen weg te wuiven, en laten ouders hun kinderen niet graag alleen op straat spelen. Ook moeder Vissers heeft haar zoontjes al vaak gewaarschuwd voor vreemden met kwade bedoelingen. Maar wanneer ze bij de winkel arriveert en de politiecombi voor de deur ziet staan, denkt ze eerst nog dat Sven, haar jongste, weer kattenkwaad heeft uitgehaald.

Jacqueline: “Ik zag Sven achteraan in de winkel zitten en wilde hem een standje geven. Plots besefte ik dat ik Steve nergens zag. ‘Waar is onze Steve?’ Een politieman nam me apart: ‘Mevrouw, ga even zitten. Uw zoon is blijkbaar ontvoerd.’

“De grond zakte weg onder mijn voeten. Ik pakte Sven vast, die heel koortsig aanvoelde. Hij was in shock. Een combi bracht ons naar huis om een kledingstuk van Steve te halen, voor de speurhond.”

Overal in de buurt loeien sirenes van uitrukkende politieploegen. ‘We wisten dat elke seconde telde’, zal een speurder daar later over vertellen. ‘De enige vraag op zo’n moment is: hoelang gaat die jongen nog leven? Hoe snel moeten we zijn?’

Zowat het volledige Antwerpse journalistenkorps zit inmiddels aan de politiescanner gekluisterd om de zoektocht naar Steve Vissers te volgen. Om 19.15 uur hoort Jan Heuvelmans hoe de speurhond in het dichte struikgewas een zwaar verminkt kinderlichaam vindt. De plek is 545 meter verwijderd van het bruggetje waar de fiets van het slachtoffer is teruggevonden.

Jacqueline: “Ze hebben Steve heel snel gevonden, op de oever van het Schijn, een zijrivier van de Schelde die door het Rivierenhof loopt. Iemand had geprobeerd hem in het water te slepen, maar wellicht werd de dader opgeschrikt – misschien door de naderende politiesirenes. Hij sloeg op de vlucht en liet Steve liggen. Als hij hem in het water had gegooid, zouden we hem wellicht nooit gevonden hebben.”

Sven: “Ik heb tot ’s nachts op het politiecommissariaat gezeten om een robotfoto van de ontvoerder te laten maken. Ik weet nog dat die politieman voor mij zat met een boek vol ogen, neuzen en monden. Ik moest kiezen wat het meest op de dader leek. We waren heel laat thuis: de hele familie was er, en er stonden journalisten voor de deur.”

Jacqueline: “’s Anderendaags stond ik in de keuken met een paar mensen te praten. Sven zat in de speelkamer en hoorde ons gesprek. Hij kwam naar de keuken en haalde een mes uit de lade: ‘Zo’n mes was het.’ Hij toonde een aardappelschiller met een kromme punt. ‘Met zo’n mes heeft hij Steve meegenomen.’ Dat ventje zat de hele tijd te piekeren, hij voelde zich erg schuldig.”

Toen de dader werd gearresteerd, moest jij hem identificeren uit een rij van mannen, Sven.

Sven: “Ook dat herinner ik me in flitsen. Als 9-jarige jongen was ik te klein om door het spiegelglas te kunnen kijken, dus lieten ze me op een trapje staan. Ik wilde niet kijken, maar ik deed het toch, voor Steve. Ik zag hem onmiddellijk: ‘Nummer vijf! Nummer vijf!’ Ook nadat de speurders de rij hadden herschikt, twijfelde ik niet: ‘Nummer twee!’”

Jacqueline: “‘Ik heb wel gezien wie het was, hoor, mama’, was het eerste wat hij daarna zei. ‘Hij was in elkaar geslagen in de gevangenis. Maar hij kon zich niet verstoppen, zelfs niet achter een blauw oog.’”

BLOED AAN DE HANDEN

Dat de politie de kindermoordenaar binnen de vierentwintig uur kon klissen, was te danken aan de getuigenis van een vriendin van de dader, die zich ’s anderendaags bij de politie meldde met een vreemd verhaal. Liliane Scholiers was op de avond van de feiten samen met haar man op bezoek bij een bevriend koppel in Deurne: Lydia en Danny. ‘Lydia en ik zaten rond vijf uur ’s middags in de keuken toen Danny belde’, zal ze een jaar later in de nokvolle assisenzaal vertellen.

Liliane Scholiers: “‘Ik kom wat later’, zei Danny: hij ging na het werk nog een pint drinken in Het Slachthuis, zijn stamcafé. Een tijdje later ging de telefoon opnieuw: alweer Danny. Lydia nam op, maar hoorde alleen geritsel en geschuifel. Ik nam de telefoon van haar over. ‘Danny?’ Ik hoorde geruis, en dan de stem van Danny: ‘Steek hem erin.’ Toen heb ik de telefoon vlug teruggegeven aan Lydia, die onmiddellijk ophing.”

Danny’s gsm zat in zijn broekzak: later zou blijken dat hij Lydia per ongeluk had teruggebeld. Zo waren de twee vrouwen onbewust getuige van de verkrachting van Steve Vissers. Wat later belt Danny thuis aan.

Scholiers: “Ik deed de deur open, en Danny reed binnen met zijn brommer. ‘Opzij!’ Ik zag dat zijn handen vol bloed hingen. Lydia keek naar zijn schoenen. Ook overal bloed. ‘Wat is er met u gebeurd?’ vroegen we. ‘O, ik heb onderweg gevochten met een politieman’, antwoordde hij. ‘En ik heb zijn ogen uitgestoken.’

“Dat was typisch Danny, zo’n verhaal uit zijn duim zuigen om de stoere bink uit te hangen. Ik zei tegen Lydia: ‘Ge moet dat niet geloven. Misschien heeft hij gewoon een beestje doodgereden.’ Maar toen ik zag dat zijn gulp openstond, begon ik te twijfelen. Toen ik die avond met mijn man naar huis wandelde en overal agenten en combi’s zag, zei ik: ‘Als ik morgen in de krant iets lees over een verkrachting, ga ik naar de politie.”

Danny Immens wordt daags na de ontvoering om 15.35 uur gearresteerd. Hij is aan het werk als schilder aan de Lillobrug in Antwerpen en laat zich gewillig meevoeren. Tijdens een huiszoeking vinden speurders een T-shirt met bloedvlekken in de wasmand. Zijn broek heeft Danny’s vriendin al gewassen, het mes heeft ze verstopt achter een kast in de slaapkamer.

Immens gaat snel tot bekentenissen over. Ontkennen heeft weinig zin: de bewijslast is overweldigend. Maar waaróm hij Steve Vissers op zo’n gruwelijke manier vermoordde, komen zijn ondervragers niet te weten. Hij dist allerlei verhaaltjes op, maar geen enkel is geloofwaardig.

Familie en collega’s van de dader kunnen het nauwelijks geloven: Danny, een moordenaar? Daags na zijn aanhouding gaat Danny’s moeder zijn vrijlating bepleiten bij de speurders, met enkele familieleden in haar zog. Haar zoon kan dit onmogelijk gedaan hebben, zegt ze. “Hij is misschien niet de slimste thuis, maar wel een brave, stille en ijverige jongen. Hij heeft al vijftien jaar een relatie met Lydia, en ze hebben samen een zoontje van 4.”

Danny Immens is een onbekende voor het gerecht. “Als we de tip van die vriendin niet hadden gekregen”, zegt een speurder, “zouden we hem wellicht nooit gevonden hebben. Wie weet hoeveel slachtoffers hij dan nog had gemaakt.”

Wanneer de speurders dieper graven, ontdekken ze dat de brave, simpele ziel een donker kantje verbergt. Immens is impulsief en maakt zich vlug kwaad. Hij kan erg gewelddadig worden als hij gedronken heeft. Woedebuien lopen als een rode draad door zijn leven. Er zijn al verschillende klachten tegen hem ingediend wegens vechtpartijen, diefstallen en slagen en verwondingen, maar die werden telkens geseponeerd. Eén keer slaat hij een jongen van 10 in elkaar op straat, omdat die hem ‘zatlap’ heeft genoemd. De vader van de knaap dient een klacht in. Immens heeft geluk: ook deze keer wordt er geen gevolg aan gegeven. Zo blijft hij onder de radar van het gerecht.

ROOFDIER OP JACHT

“Het was voor mij onmiddellijk duidelijk dat Immens extreem gevaarlijk was”, zegt de Antwerpse topmagistraat Yves Liégeois. Als advocaat-generaal bij het hof van beroep begeleidde hij meer dan tweehonderd assisenprocessen, maar de zaak-Immens is hem altijd bijgebleven: de magistraat was de dader namelijk zélf tegengekomen, een paar weken vóór de feiten, op hetzelfde fietspad waar Steve Vissers ontvoerd zou worden.

Yves Liégeois: “Ik leerde mijn zoontje van 4 fietsen. Mijn dochtertje van 8 kon het al, zij reed een eindje voor ons uit. Plots zag ik uit de andere richting die man op zijn bromfiets aankomen, en zijn blik viel me meteen op. Ik zag onmiddellijk dat er iets mis was met die man.”

Dat is precies wat Sven Vissers ook zei.

Liégeois (knikt): “Hij had de blik van een roofdier en reed recht op mijn dochtertje af, als een arend die een muis wil pakken. Ik riep mijn dochtertje onmiddellijk terug, en hij reed me voorbij op zijn Honda Camino. Vijf meter verder stopte hij, en draaide hij zich om. Ik draaide me ook om, omdat ik het absoluut niet vertrouwde. Hij keek naar mij, ik keek terug – en ik kan héél lelijk kijken. Na een paar seconden stoof hij weg, met gierende banden.

“Een jaar later zag ik hem terug op het proces. Ik herkende hem onmiddellijk. Hij was het soort man die je één keer ziet en nooit meer vergeet.”

Magistraat Yves Liégeois was de dader zélf tegengekomen, een paar weken vóór de feiten met zijn dochter op hetzelfde fietspad. Beeld Kristof Ghyselinck
Magistraat Yves Liégeois was de dader zélf tegengekomen, een paar weken vóór de feiten met zijn dochter op hetzelfde fietspad.Beeld Kristof Ghyselinck

Uw dochtertje was niet het enige kind dat in Immens’ vizier kwam tijdens zijn bromfietsritjes.

Liégeois: “Nee, in de weken vóór de feiten heeft hij meerdere kinderen in die buurt aangesproken. Op een speelpleintje probeerde hij twee meisjes te lokken – ‘Kom eens hier’ – maar ze waren bang en liepen weg. Wat later stond hij daar een 6-jarige jongen te aaien. De vader van het kind joeg hem weg. Zijn zoontje zei dat de meneer heel vriendelijk was, en hem had voorgesteld een toertje te maken op zijn brommer.

“Ook op de avond van de feiten heeft hij het eerst nog bij twee andere jongens geprobeerd, een kwartier vóór hij Steve ontvoerde. Kijk maar naar zijn timing van die avond: om 17.02 uur belt hij naar zijn partner om te zeggen dat hij wat later thuis zal zijn. Om 17.30 uur staat hij aan het speelpleintje en biedt hij twee jongens 200 frank aan (5 euro, red.), ‘om brommertje te gaan rijden’. Minder dan een kwartier later heeft hij Steve Vissers al ontvoerd, meegesleurd in de bosjes en verkracht. Om 17.43 uur ontvangt zijn levensgezellin die ‘broekzakoproep’. En om 18 uur ziet zijn broer hem in een benzinestation, waar hij bier staat te kopen. Dan is de moord al gebeurd.

“Wat zegt ons dat? Dat die man al weken op zoek was naar kinderen om seks mee te hebben. In zijn verklaring vertelt hij dat hij al een erectie had toen hij vertrok op het werk. Hij was toen al volop aan het fantaseren. Hij zocht een prooi, en hij ging erg planmatig te werk om die te strikken.”

Danny Immens was nochtans minderbegaafd, volgens sommigen zelfs licht mentaal gehandicapt.

Liégeois: “Hij was geen groot licht en kon amper lezen of schrijven, maar beschikte op andere vlakken toch over een zekere intelligentie. Hij was bijvoorbeeld heel goed in handenarbeid, en trok zich volgens zijn ondervragers redelijk goed uit de slag tijdens de verhoren. Hij was bovendien slim genoeg om te liegen en de donkere kant van zijn ziel voor iedereen verborgen te houden. Dat hij geïnteresseerd was in seks, was geen nieuws: hij had thuis een verzameling pornofilms, bracht geregeld seksboekjes mee naar het werk en ging twee keer per week naar de hoeren. Maar hij heeft heel goed kunnen verstoppen dat hij eigenlijk op kinderen viel – meisjes én jongens. Ook voor zijn vriendin, die beweerde dat ze een normaal seksleven hadden.”

Waarom heeft hij Steve op zo’n gruwelijke manier omgebracht?

Liégeois: “Dat heeft hij nooit willen zeggen. Hij bekende enkel de dingen waarvan we hem onomstotelijke bewijzen konden voorleggen. Hij praatte graag over zijn leven, maar zodra het gesprek in de buurt van de feiten kwam, klapte hij dicht.

“Ik heb de foto’s van het kind gezien… Wat die man heeft aangericht, is monsterachtig. Gebroken tanden, een dichtgeslagen oog, elf messteken… Afschuwelijk. Zelf zegt hij dat hij zich de verkrachting nog goed herinnert, maar zich plots afvroeg waar hij mee bezig was. En toen werd hij razend, haalde dat mes boven en begon te steken. Hij beweerde dat hij het beeld van zijn vader voor zich zag, die hem slecht had behandeld. Hij stond zogezegd al weken op springen door de stress op het werk, de belastingen, de rekeningen… Terwijl al zijn collega’s hebben verklaard dat het werk helemaal niet stresserend was.

“En toen werd alles ‘zwart voor zijn ogen’: na de eerste drie messteken herinnerde hij zich niets meer, zei hij. Dat is klassiek bij criminelen: meestal ‘slaan de stoppen ook nog door’ en ‘gaat het licht uit’. (Draait met de ogen) Als je dat gelooft…”

‘DE ZOT’

Daniël Jozef Immens wordt in 1970 geboren als op één na jongste in een gezin met zes kinderen. Vader is een dronkaard die door iedereen in het gezin ‘de zot’ wordt genoemd. Hij beleeft er plezier aan zijn kinderen uit te dagen, door hen te stompen, te duwen en te knijpen. Zo maakt hij ze nijdig, waarop de kinderen reageren en hij nóg harder kan terugslaan.

Wanneer Danny 12 is, randt vader zijn 16-jarige zus aan. Moeder Immens verlaat haar echtgenoot en neemt de kinderen mee. Het gezin raakt nog meer op drift: de voogd die het ouderlijke gezag van de vader overneemt, beschrijft een chaotisch gezin waar het recht van de sterkste heerst. Moeder heeft geen gezag over de kinderen, roepen en tieren is dagelijkse kost. Danny zit meestal stil in een hoekje. Omdat hij verbaal te zwak is om zich te verweren, zoekt hij zijn toevlucht tot brutaliteiten: hij gooit met dingen en slaat met deuren, waardoor de anderen hem beschouwen als de lomperik van de familie. Alleen zijn moeder kiest in conflicten steevast partij voor hem. Ze keurt het foute gedrag van haar zoon nooit af.

Op school is Danny de zwakste leerling van de klas. Soms gedraagt hij zich wekenlang voorbeeldig, om dan plots zonder aanleiding in woede uit te barsten. Op zijn 15de wordt hij van school gestuurd omdat hij een riek naar een leraar heeft gegooid. Een jaar later grijpt hij een opvoedster bij de keel in de instelling waar hij verblijft, en bedreigt hij haar met een mes. Een andere opvoeder kan hem overmeesteren. Een dag eerder heeft de opvoedster hem verboden om tijdens de afwas te gaan wandelen: hij scheldt haar uit voor ‘rotwijf’ en zegt dat hij haar kapot zal maken. De vrouw houdt er een trauma aan over.

Een harde werker is Danny dan weer wel – in tegenstelling tot zijn vader, die ooit met opzet zijn twee benen brak om niet te moeten gaan werken. Zijn collega’s merken wel dat Danny zich snel aangevallen voelt: opmerkingen ervaart hij altijd als negatief, terwijl het meestal om corrigerende tips gaat. Hij vindt ook dat hij gepest wordt.

Liégeois: “Immens zag zichzelf als het zwarte schaap en gedroeg zich als een calimero. Hij had een lage frustratiedrempel en een kort lontje. Tijdens één van de politieverhoren heeft hij daarvan trouwens een demonstratie gegeven. Toen zijn ondervrager iets zei dat hem niet zinde, sloeg hij zó hard op de tafel dat de papieren en het toetsenbord door de lucht vlogen. Hij zei tegen die speurder: ‘Als ge mij kwaad krijgt, ga dan maar lopen.’

“Hij is ook gevoelloos: Immens kan zich niet inleven in anderen. Steve was voor hem een object. Een lustobject.”

'Ik heb me lang schuldig gevoeld. Ik had kunnen weglopen, om hulp kunnen roepen, maar ik stond aan de grond genageld.' Beeld Koen Keppens
'Ik heb me lang schuldig gevoeld. Ik had kunnen weglopen, om hulp kunnen roepen, maar ik stond aan de grond genageld.'Beeld Koen Keppens

PERFECT DUBBELLEVEN

“Volgens mij hebben we hier te maken met een seksuele sadist”, zegt Rudy Verelst wanneer we hem de zaak-Immens voorleggen. Verelst, forensisch psychiater aan het UZ Leuven, bestudeert geregeld misdadigers in opdracht van het gerecht: zijn taak bestaat erin hun psyche te doorgronden. De elf messteken na de verkrachting duiden volgens hem op een dader die opgewonden raakt van de pijn die hij bij anderen aanricht – hoe meer, hoe beter.

Rudy Verelst: “Dikwijls is de dood van het kind niet de primaire drijfveer, maar een gevolg van de seksuele misdaad. Voor de dader is de verkrachting het belangrijkste, de doding is slechts collateral damage – omdat hij van het slachtoffer af moet, of geen getuigen wil achterlaten.”

De dader zegt dat hij tijdens de moord op Steve het gezicht van zijn vader voor zich zag, ‘een rotzak die er plezier in had iemand te slaan’.

Verelst: “Daders van dit type hebben tijdens hun jeugd doorgaans te maken gehad met een afwezige of gewelddadige vader. Ze voelen zich meestal ook benadeeld en buitengesloten door de maatschappij, zelfs als ze een job hebben. Ze kroppen hun woede jarenlang op, tot ze plots uitbarsten.”

Toch had Danny Immens geen strafblad.

Verelst: “Ook dat is typisch: ze slagen erin om een perfect dubbelleven te leiden. Ze kunnen jaren onder de radar blijven en tientallen delicten plegen waar niemand in hun omgeving iets van vermoedt. Vaak hebben ze kinderen, en een functioneel familieleven.

“In die categorie is er ook het type van ‘de zonderlinge eenzaat in het dorp’: die beantwoordt natuurlijk meer aan het clichébeeld van de sadistische moordenaar. Gek genoeg gaat het vaak om een beenhouwer: blijkbaar voelen die een aantrekking tot fileren in de letterlijke zin van het woord.”

Over zijn seksleven heeft Immens nooit iets willen zeggen: daar heeft niemand zaken mee, vindt hij.

Verelst: “Seksuele sadisten hebben dikwijls een complexe seksualiteit. Impotentie speelt vaak een rol. Er zijn er die enkel kunnen klaarkomen als het slachtoffer pijn heeft, of als ze daarover fantaseren.”

Dat laatste zou volgens Yves Liégeois weleens de verklaring kunnen zijn voor de explosie van geweld na de ontvoering van Steve Vissers. Op het assisenproces bleek dat Immens niet was klaargekomen tijdens de verkrachting, waarop hij – ontgoocheld, woedend en gefrustreerd – met zijn mes op het jongetje begon in te hakken.

Liégeois: “Dat blijft een hypothese, maar ik heb het ook gezien bij andere seriemoordenaars: ze fantaseren over een daad, hebben die in hun dromen al duizend keer volbracht... Maar ze ontploffen als de werkelijkheid hun verwachtingen niet inlost.”

Door de doelgerichte manier waarop Immens te werk ging, dachten de speurders dat Steve niet zijn eerste slachtoffer was. Ze vermoedden dat hij in 1994 ook Kim (11) en Ken (8) had ontvoerd: zij woonden in dezelfde buurt.

Verelst: “Bij een dergelijk profiel zijn meerdere slachtoffers niet uitzonderlijk. De eerste moord is de moeilijkste, daarna gaat het almaar makkelijker.”

Liégeois: “De politie heeft nooit bewijzen gevonden voor andere moorden, en zelf zal hij het nooit vertellen. In mijn ogen mag iemand als Danny Immens nooit meer vrijkomen, want hij is een tikkende tijdbom. Bij een profiel als het zijne bestaat er een enorm risico dat hij na zijn vrijlating meteen opnieuw begint.”

Kunnen seksuele sadisten behandeld worden?

Verelst: “Er zijn twee manieren: medicatie die het testosterongehalte verlaagt, of psychotherapie. Maar er is geen enkele garantie dat de dader niet hervalt. Eigenlijk zouden seksuele sadisten levenslang opgevolgd moeten worden, maar voor de hulpverlening is het moeilijk om vat te krijgen op hen. De daders moeten immers ook zélf bereid zijn om mee te werken, maar van spijt is meestal geen sprake.”

TWEE JONGENS

Op de dag van Steves begrafenis verhuist het gezin Vissers naar Luxemburg, waar vader Walter een nieuwe baan heeft. Ze nemen Steve mee om hem dicht bij hun nieuwe woonplaats te begraven.

Jacqueline: “We hadden altijd gezegd: we gaan met vier, of we gaan niet. We waren niet van plan om terug te komen. Maar ik vond mijn draai niet, en Sven was ongelukkig op school. Na een paar maanden zijn we al teruggekeerd. Later hebben we Steve naar hier overgebracht, ik wilde hem daar niet alleen achterlaten.”

Op het proces zei Danny Immens dat hij de nacht na de moord goed geslapen had. ‘En de volgende dag was ik vergeten dat ík het was.’ Beeld RONNY MEYERS
Op het proces zei Danny Immens dat hij de nacht na de moord goed geslapen had. ‘En de volgende dag was ik vergeten dat ík het was.’Beeld RONNY MEYERS

Sven, ben jij op een andere manier opgegroeid dan je leeftijdsgenoten?

Sven: “Ik ben sneller volwassen geworden, denk ik.”

Jacqueline: “De volgende dag al. Het kind was eruit, het wilde was eraf.”

Sven: “De spelletjes op de speelplaats interesseerden me niet. Kinderen die nooit met mij speelden, kwamen plots vragen of ik wilde meedoen. De boom in, dacht ik dan. Al die aandacht en dat overdreven medelijden, dat hoefde niet voor mij.”

Jacqueline: “Mijn man en ik hadden het gevoel dat Sven twee jongens probeerde te zijn: zichzelf en zijn broer. ‘Had je niet liever dat hij mij had gepakt?’ vroeg hij de eerste dag al – hij was bij mij in bed komen liggen. ‘Dan was Steve er nog.’ Dat doet iets met een moeder, hoor.”

Je hebt je lang schuldig gevoeld, Sven.

Sven: “Natuurlijk, want op dat moment ben je verstijfd. Die film speelt honderdduizend keer in je hoofd. Ik had om hulp moeten roepen, of ik had moeten weglopen... Maar ik stond als verlamd toe te kijken. Ik was zo kwaad op mezelf.”

Jacqueline: “De eerste weken praatte hij er nog wel over, daarna is hij dichtgeklapt.”

Sven: “Ik ben niet zo’n prater. Ik ben wel in therapie gegaan, maar daar wilde ik altijd liever spelen dan praten. Het was een groot trauma, ik heb er heel lang nachtmerries over gehad. Ik kon ook moeilijk alleen zijn: ’s nachts zag ik schaduwen. In mijn verbeelding zag ik een man staan in de hoek van mijn kamer. Plots schoot zijn arm uit, hij had een mes vast. Het leek allemaal zo echt... Dat was heel angstaanjagend.

“Het heeft erg lang geduurd voor ik het allemaal een plaats heb kunnen geven. En het blijft lastig. Ik ben nu zelf papa van twee dochtertjes, ze zijn nu 10 en 6. Soms staan er vriendinnetjes voor de deur: ‘Mogen ze buiten komen spelen?’ Dan zeg ik nee. Ik weet dat ik dat niet kan blijven doen, maar ik heb het er zó moeilijk mee. De oudste weet nu wel wat er gebeurd is, en ze begrijpt waarom ze niet alleen op straat mag. Maar goed, ooit zal ik haar moeten loslaten. Nu pas besef ik hoe verschrikkelijk het moet geweest zijn voor mijn ouders.”

Jacqueline: “Het was verdomd moeilijk. Toen Sven met de fiets naar school begon te gaan, zat ik thuis met een bonkend hart te wachten. Ik was zo bang om ook hém te verliezen. Ik wilde niet dat hij ergens alleen naartoe ging. Hij voelde zich verstikt: ‘Mama, laat mij gewoon los!’ Op zijn 16de is hij een paar dagen van huis weggelopen… Doodsangsten heb ik toen uitgestaan. Hij is lang bang geweest, maar plots wilde hij het avontuur opzoeken.”

Sven: “De grootste schok kwam voor mij jaren later, rond mijn 13de, toen ik te weten kwam dat Steve verkracht was. Ik keek naar een oude video over het proces, en daarin werd dat plots gezegd. Mijn ouders hadden het proces gevolgd, maar ik niet.”

Heeft dat proces de pijn een beetje verzacht?

Jacqueline: “Nee, want je blijft met die vraag zitten: waaróm? Welk recht heb jij om mijn kind zoiets aan te doen?

“Ik herinner me weinig van het proces, verdoofd als ik was. Eén keer heb ik het heel moeilijk gehad, toen Immens’ moeder haar zoon kwam ophemelen in de rechtszaal. Het was toch zo’n brave jongen, die kinderen hadden hem waarschijnlijk uitgedaagd… Ondertussen zat Immens verveeld rond te kijken, met een air van: ‘Gaat dit nog lang duren?’ Hij had geen spát schuldbesef.”

'Ik denk dat Steve met hem is meegegaan om mij te beschermen.' Beeld Koen Keppens
'Ik denk dat Steve met hem is meegegaan om mij te beschermen.'Beeld Koen Keppens

Hij zei dat hij die nacht goed geslapen had. ‘En de volgende dag was ik vergeten dat ík het was.’

Jacqueline : “Zijn collega’s hebben op het proces getuigd dat hij de ochtend na de moord opvallend luidruchtig was. Hij las nooit een krant, maar die dag had hij er één bij, opengeslagen op de bladzijden over Steve. ‘Zie nu eens! Wie dat gedaan heeft, moeten ze aan de hoogste boom ophangen!’”

NOOIT MEER VRIJ

Immens kreeg levenslang wegens moord met voorbedachten rade. Heb je nog nieuws over hem?

Jacqueline: “Een paar weken geleden heb ik ernaar gevraagd bij het gerecht. Ik was bang dat hij misschien in stilte vrijgelaten was. Maar ze antwoordden me dat hij nog altijd vastzit in Leuven-Centraal. Hij heeft een paar keer geprobeerd om voorwaardelijk vrij te komen, maar de laatste jaren heeft hij geen verzoeken meer ingediend.

“Ik tel de jaren met een bang hart. Hij zit nu 23 jaar vast, over zeven jaar heeft hij zijn straf uitgezeten… En dan? Die man heeft zélf tegen de speurders gezegd dat hij herbegint als hij vrijkomt.”

Hoe leven jullie vandaag met dat enorme litteken?

Jacqueline: “Ik denk elke dag aan Steve. Ik heb goeie dagen, waarop hij gewoon in mijn achterhoofd zit, maar de meeste dagen voel ik verdriet en woede. Soms kan ik eens van iets genieten, maar dan stort ik in wanneer ik thuiskom: zie mij hier lachen, denk ik dan, terwijl mijn kind zoiets verschrikkelijks heeft meegemaakt.”

Sven: “Bij mij is het anders. Ik krijg het weleens moeilijk als ik twee broers plezier zie maken. De broers Coppens die samen lachen in hun tv-programma: als ik dat zie, begin ik soms te huilen. Omdat je voelt dat ze zo’n sterke band hebben, en ik die mis in mijn leven.”

Jacqueline: “Ik kan nog altijd niet in de buurt komen van de plek waar we vroeger woonden, want dan hoor ik Steve. Ik hoor hem roepen in de straat, of spelen met zijn broer… (Rilt) Dan krijg ik het warm en koud tegelijk. Het slijt niet.”

Sven: “Op sommige momenten vóél ik dat hij er is, hoewel ik niet in zulke dingen geloof. Dan ik lig ik in bed, op mijn zij, en heb ik het gevoel dat er achter mij iemand zit. Draai ik me om, dan is hij net weg – in het matras zie ik nog de indruk waar hij heeft gezeten. Het lijkt alsof ik een schaduw zie wegstappen in de gang. En dan denk ik: shit, dat was Steve. Alsof hij nog altijd mijn grote broer wil zijn, en me wil zeggen: ‘Het komt wel goed.’”

© Humo

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234