Vrijdag 07/10/2022

Over voltijdse en deeltijdse burgers

Burgerjournalistiek in dienst van de democratie

Wanneer de burger zich afkeert van de politiek, kan de pers niet werkeloos toezien. Zonder pers geen democratie en zonder democratie geen pers. De twee hebben een relatie met elkaar, zoals het stuifmeel en de stamper. Beide staan in dienst van een publiek dat nu tekenen vertoont van afkeer.

Daarom moet de pers zich bewust zijn van een verantwoordelijkheid die verder reikt dan het ophopen van naakte feiten waar de burger tureluurs van wordt. De pers moet met overtuiging de tent rechthouden waar het publieke debat kan plaatshebben. Die gedachte groeide de laatste jaren in Amerika, op grond van een analyse die bekend klinkt in Belgische oren: er groeit een kloof tussen de burger en de instellingen, en aan de wassende argwaan ontkomen ook de media niet. Het antwoord: public journalism, een journalistiek van bewuste burgers.

In een wolk van verdenking neemt vorige maand een regeringslid ontslag. Een kwaliteitskrant wuift hem uit in een hoofdartikel. De man moest wel opstappen, suggereert de journalist, want in de nek is de hete adem voelbaar van een ondemocratische partij. Foute commentaar, zeggen aanhangers van public journalism, want hooglijk verwarrend voor de burger. Wie zegt namelijk dat de top van de betrokken partij niet uit eigen beweging toeziet op de eerbaarheid van zijn mandaathouders? Was de suggestie in het hoofdartikel niet te veel eer voor wie ze niet toekomt? Dat soort vragen stellen journalisten die vinden dat de pers mee moet nadenken over de gevolgen van haar werk voor het openbare leven. Genadeloos de waarheid zoeken, vast en zeker. Maar ook: zich altijd bewust zijn van de maatschappelijke gevolgen van het eigen werk. Marc Reynebeau valt deze week in Knack uit tegen media die zich in de luren laten leggen en meedraaien in een beschadigingsoperatie als de recente leugendans in Vilvoorde. Siegfried Bracke, chef binnenlands nieuws bij de publieke televisie, heeft de aandacht gevestigd op de mogelijke politieke gevolgen van een nieuwsselectie die overdreven veel aandacht besteedt aan bijvoorbeeld criminaliteit. Door een overbelichting van een deel van de realiteit kan de burger een overdreven onveiligheidsgevoel worden bijgebracht, met alle gevolgen van dien. Yves Desmet schreef in deze krant over de wereld van verschil tussen de manier waarop mensen hun onmiddellijke leefomgeving ervaren en het beeld dat ze ingelepeld krijgen via kranten en televisie. De media brengen bijvoorbeeld een beeld van de grootstad dat niet klopt met wat kijkers en lezers zelf kunnen ervaren, wat een structureel probleem dreigt te worden met maatschappelijke gevolgen, aldus Desmet. In De Journalist, het blad van de journalistenbond, klonk gewezen Knack-journalist en nieuwbakken SP-politicus Peter Renard onlangs verstoord: "Het aantal kabineverhalen wordt steeds groter, terwijl de match zelf helemaal niet meer wordt meegegeven. Er is aandacht voor gehakketak tussen Piet, Jan en Mie, maar naar programma's wordt niet meer gekeken." Dat is letterlijk wat Amerikaanse journalisten en academici de weg van public journalism deed inslaan.

De uitvallen zijn aanwijzingen van een groeiend onbehagen over de pers, ook bij de pers. Op veel redacties knaagt wat. Ferme inspanningen zijn geleverd om de afgelopen stembusgang goed te verslaan en de burger te bereiken. In de kranten, op de radio en on line was het alle hens aan dek. In televisieprogramma's als Bracke en Crabbé zijn uiterste inspanningen geleverd om het breedst mogelijke publiek in Vlaanderen warm te maken voor deelname aan het openbare debat. Toch wordt bij elke verkiezing duidelijker dat een deel van het publiek afhaakt.

Ook in de media bekruipt velen de schuldvraag. Met de regelmaat van een klok wordt opgeroepen om er eens grondig over na te denken. In de Verenigde Staten doen ze dat al meer dan tien jaar. Dat denkwerk heeft geleid tot een heuse beweging: 'public journalism' of 'civic journalism'.

Het woord doet nu zijn intrede in de Nederlandse taal. Journalist en taalhistoricus Ewoud Sanders signaleert het begrip 'burgerjournalistiek' in de editie 2000 van De taal van het jaar. Overgewaaid uit Amerika, schrijft hij: "Burgerjournalistiek blijft dicht bij het leven van de burger. De burgerjournalist schrijft niet alleen over schandaaltjes, maar ook over wat goed gaat. Bepalend is waar de burger belangstelling voor heeft, niet waar journalisten zo graag over schrijven."

Als je vaststelt dat er wat mis is met het gerecht, moet je daar natuurlijk over berichten. Maar een journalist die alleen de symptomen beschrijft en zich aan oplossingen niets gelegen laat liggen, schiet tekort. Als een gammel justitieapparaat de reutel in de keel heeft na lange verwaarlozing, moet de journalist ook duidelijk maken hoe het zo ver is kunnen komen en wat de alternatieven zijn. Misschien vonden de burgers wel dat ze al genoeg belastingen betaalden en kon justitie ze geen moer schelen, tot ze met de gevolgen werden geconfronteerd. De band duidelijk maken tussen actualiteit en publieke keuzes, ook dat is de taak van de pers. Aldus spreekt Davis Merritt, apostel van public journalism in zijn kleine bijbel Public Journalism and Public Life - Why telling the news is not enough. Hij zag in Amerika een kloof gapen met de burger. De pers moest de handen uit de mouwen steken om die kloof te helpen dichten, vond hij.

In Amerikaanse boekhandels ligt dezer dagen het boek Waar dienen journalisten voor? - What are journalists for? Daarin vertelt professor Jay Rosen van New York University de geschiedenis van public journalism. Hij heeft die van dichtbij gevolgd en eraan bijgedragen met zijn denkwerk. In zijn krappe universiteitskantoortje in Manhattan zucht professor Rosen nu: "Journalistiek moet veranderen, maar de weerstand is groot. Mijn ideeën zijn door tegenstanders vaak met opzet vervormd. Maar het gevecht blijft actueel."

In Washington, DC, huist het Pew Center for Civic Journalism, een stichting met geld van een oliefortuin. Executive director Jan Schaffer was tweeëntwintig jaar lang journaliste bij de gerespecteerde Philadelphia Inquirer. Nu deelt ze geld uit aan media die het anders willen doen.

Professor Carey van de Columbia University in New York stapt tussen de pilaren van de school voor journalistiek, waar de Pulitzerprijzen worden toegekend; ook een public journalism-project heeft zo'n trofee in de wacht kunnen slepen. Al lang denkt professor Carey na over de rol van de pers in de democratie. Veel Amerikaanse journalisten beroepen zich op een ideaal van afstandelijkheid dat niet strookt met hun echte rol binnen de samenleving, vindt Carey. Tegen zijn studenten spreekt hij over de 'Werner von Braun-journalistiek' die burgers soms over zich heen krijgen, wanneer journalisten berichten blind de wereld insturen en de gevolgen fijntjes overlaten aan hun medeburgers.

Er is een nieuw soort journalist nodig, schrijft Arthur Charity, een theoreticus van public journalism. Vroeger ondernam de journalist heldhaftig de kruistocht tegen het kwade en verkondigde hij moedig de waarheid. Dat moet nog altijd, maar een belangrijk aspect blijft dan onderbelicht. Journalisten moeten zich ook mee burger voelen. Gedreven door hun drang naar afstandelijkheid en objectiviteit is de burger op te grote afstand gekomen.

Journalisten zijn tenslotte zelf burgers als alle andere, behalve dat zij worden betaald om zich voltijds met de openbare zaak bezig te houden. Andere burgers moeten dat karwei opknappen in hun vrije tijd. Het is aan de media om dat mogelijk te maken, door een constructieve dialoog binnen de samenleving op gang te houden. De pers moet volgens de aanhangers van public journalism de hoeder zijn van de agora, de plek van het openbare debat.

Sommigen vrezen echter dat public journalism het gedroomde excuus wordt om alleen nog zoete koek te serveren. Anderen zien het als een slim nieuw marketinginstrument. Luid klinken in Amerika ook bezorgde stemmen. Verliezen betrokken journalisten niet hun kritische zin? Anderen vinden public journalism gewoon goede journalistiek, zoals die te vinden is bij media die nooit van de naam hebben gehoord. Professor Theodore Glasser van Stanford University stelt vast dat public journalism ook zorgt voor veel verwarring. Theoretici van de beweging wijzen schichtig al te beperkende definities af. Toch zijn er volgens Glasser interessante nieuwsprojecten uit gegroeid die de kloof met de burger kunnen helpen te dichten.

De Koning Boudewijnstichting organiseert een seminarie over public journalism, op 7 november van 13 tot 16 uur in het Brusselse Instrumentenmuseum.

Info: tel. 02/511.18.40 of www.kbs-frb.be.

'Als een gammel justitieapparaat de reutel in de keel heeft na lange verwaarlozing, moet de journalist ook duidelijk maken hoe het zo ver is kunnen komen en wat de alternatieven zijn. De band duidelijk maken tussen actualiteit en publieke keuzes, ook dat is de taak van de pers''Pers en democratie hebben een relatie met elkaar, zoals het stuifmeel en de stamper. Beide staan in dienst van een publiek dat nu tekenen vertoont van afkeer. De pers moet zich bewust zijn van een verantwoordelijkheid die verder reikt dan het ophopen van naakte feiten'

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234