Maandag 30/11/2020

InterviewPeter Adriaenssens

‘Over tieners moeten we ons de meeste zorgen maken’

Peter Adriaenssens: “Wie vandaag wil praten over opvoeden, moet praten over het complexe.”Beeld Thomas Nolf

Kinderpsychiater Peter Adriaenssens (65) geeft nu maandag een onlinecursus ‘opvoeden in en na coronatijden’. Ook om ouders voor te bereiden op wat na deze crisis komt. ‘Ze moeten de kans op winst zien in deze crisis.’

Bij zijn pensioen in oktober nam Peter Adriaenssens, Vlaanderens bekendste kinderpsychiater, zich voor om “oppas-opa” te worden. Maar Covid-19 besliste daar anders over. ‘Pépé’ is zijn vaste dagen met zijn kleinzoon alweer kwijt. De jongen ziet hij enkel nog via een beeldscherm.

“Mijn vrouw en ik hebben geprobeerd om via poppen met mondmaskertjes uit te leggen waarom we nu even niet meer samen kunnen zijn. Maar die informatie neemt een tweejarige maar beperkt op. ‘Pépé is toch niet ziek?’, vroeg hij meteen na ons filmpje te hebben gezien. (lacht) Tja, op zo’n moment ben je niks met al je rationele kennis over ontwikkelingspsychologie. Dan is er vooral emotie. Ik kijk er enorm naar uit om hem weer te kunnen knuffelen.”

Adriaenssens is tegenwoordig niet alleen een grootvader die zijn kleinzoon mist. Hij behoort ook tot de risicogroep van Covid-19. “Dat is een bevreemdende vaststelling, maar het jaagt me weinig angst aan. Sinds mijn jongste dochter is afgestudeerd, is er een soort berusting over me gekomen: oké, de opvoeding is afgewerkt en alles is goed gegaan. Het voelt voor mij alsof ik nu een tweede leven heb, extra tijd die ik cadeau krijg.”

De lockdown zorgt vooralsnog niet voor verveling in dat tweede leven, zo blijkt. Adriaenssens blijft schrijven, online consulteren en, zoals komende maandag, doceren. ‘Opvoeden in en na coronatijden’ is de titel van zijn onlinecursus. Voor De Morgen wil hij al wat aan ‘pre-teaching’ doen, maar hij waarschuwt wel: “Wie vandaag wil praten over opvoeden, moet praten over het complexe.”

Adriaenssens heeft het moeilijk met de vele simpele adviezen die nu gegeven worden, zegt hij. “‘Hou een dagelijkse structuur vast’, ‘voorzie activiteiten voor de kinderen’, ‘laat hen niet te veel naar het nieuws kijken’: veel gezinnen hebben zulke adviezen helemaal niet nodig, die voelen zelf wel aan wat ze moeten doen. En daarbij, die adviezen werken sowieso niet voor iedereen. Elk kind is anders. Je hebt er thuis misschien twee rondlopen die gebaat zijn bij structuur. Maar er zijn evengoed kinderen die door het woord alleen al geïrriteerd raken. Moet je dan zeggen tegen dat kind: jij doet het verkeerd? Neen, ieder moet zelf een manier vinden om met deze crisis om te gaan.”

Heeft een webinar over opvoeden dan zin?

Peter Adriaenssens: “Ik wil ouders bijbrengen dat deze tijden complex zijn en dat ze die complexiteit maar beter omarmen. Dat wil zeggen: niet uitgaan van één oplossing. Niet verwachten dat straks weer alles bij het oude zal zijn. We moeten onze kinderen nu voorbereiden op een onvoorspelbare toekomst. Wat vandaag is, kan morgen niet meer zijn. We mogen ons daardoor niet langer laten verrassen. Ouders moeten beseffen dat de wereld voor hun kinderen nog veel dynamischer zal worden.”

Wat wordt dan precies moeilijker?

“Veel ouders behoren tot een generatie die ervan uitgaat dat alles wel in orde komt en geregeld kan worden. Dat een bepaald diploma leidt tot een bepaalde job, dat er sowieso geld zal zijn, dat de vakantiebestemming voor volgend jaar straks al geprikt kan worden. Ze gaan er niet van uit dat een crisis dat allemaal overhoop kan gooien.

“Onze jongeren zullen volgens mij, door wat nu gebeurt, veel bewuster leren om te gaan met het onzekere. Het zou best kunnen dat ze nog vaker met lockdowns geconfronteerd zullen worden, dat het steeds minder evident wordt om hun zin te doen, dat garanties op goed en stabiel werk afnemen. Onze jongeren zullen dat moeten aanvaarden en daar zelf oplossingen voor moeten bedenken. Maar het goede is: we kunnen ze nu al helpen hun weg te leren vinden in het complexe, om daar niet bang voor te zijn, om weerbaar en flexibel te zijn. Hier zit de kans op winst in deze crisis.”

"Tieners zijn doorgaans gericht op zichzelf. En nu wordt van hen verwacht dat ze voortdurend aan de gemeenschap denken. Ze hebben vrijheid nodig die er nu niet is."Beeld Thomas Nolf

Concreet dan: hoe leer je ze om weerbaar en flexibel te zijn?

“Door zelf minder aan autostradedenken te doen. Veel ouders denken in één richting. Focussen bijvoorbeeld op één doel. ‘Ga maar rechten studeren, jongen, zet daar maar op in want dat is jouw ding.’ Dat soort redeneringen gaat voor beperkingen zorgen, denk ik.

“We moeten onze kinderen duidelijk maken dat ze al hun creativiteit, al hun talenten best benutten. Hun vaardigheden om vrienden te maken, of om iets goed uit te leggen, worden even belangrijk als het diploma dat ze eventueel behalen. We moeten ze duidelijk maken dat ze zich minder afhankelijk moeten opstellen van één oplossing, één opinie of één job. Wie meerdere kanten aan een probleem ziet, meerdere manieren om iets op te lossen, wie meteen vrienden of collega’s in beeld heeft die voor een onderdeel van het beste antwoord kunnen zorgen, die is in het voordeel. Het zal vooral een zaak zijn om daar samen bij stil te staan, erover te discussiëren.”

Wat geeft u het idee dat ouders dat niet al doen?

“Ik zie veel volwassenen die moeite hebben om deze winst in de crisis te zien. Dat heeft ook te maken met het feit dat we roestbakken zijn. Dertigers, veertigers, vijftigers, die hebben geen jonge hersenen meer. Ze zijn verslaafd geraakt aan gewoonten. Die sterke hang naar verderzetten wat er voordien was, die hoor je nu voortdurend in de opmerkingen van mensen. Is dit nu de piek? Hoelang zal die duren? Wat als hij voorbij is? Mijn boodschap is: stop daarmee. Aanvaard waar we nu zijn.”

Zal deze crisis dan geen impact hebben op kinderen?

“Het zou pretentieus zijn om te zeggen dat we de impact al kennen. Grosso modo weten we dat kleuters en lagereschoolkinderen vrij makkelijk meebewegen met hun ouders. Qua ontwikkeling moet je al elf jaar zijn om echt los te komen van je moeder of vader. Het is over die groep, over de tieners, dat we ons de meeste zorgen moeten maken. Omdat wat vandaag gebeurt zo haaks staat op wat voor hen een normaal leven is. Tieners zijn doorgaans gericht op zichzelf. En nu wordt van hen verwacht dat ze voortdurend aan de gemeenschap denken. Ze hebben vrijheid nodig die er nu niet is. Probeer jongeren die zich net zo gezond, zo in hun kracht voelen, ook maar eens de boodschap over te brengen dat we op dit moment allemaal kwetsbaar zijn.”

Lijden tieners daar echt onder? Zijn ze niet juist uit zichzelf al erg weerbaar?

“Laten we eerst duidelijk maken over welke groep we het hebben. We maken ons hele grote zorgen over de jongeren die uitvallen, die al kwetsbaar waren of wier gezin door een diep dal gaat. Er ontstáán vandaag niet zoveel problemen; meestal gaat het om zweren die er al waren en nu zichtbaarder worden. Het is pijnlijk dat men zich nu lijkt te realiseren dat niet iedereen een laptop heeft, dat er toenemende armoede bestaat, dat er een tekort is aan geestelijke gezondheidszorg. Dat werd allemaal al lang en vaak gesignaleerd. Voor die jongeren en gezinnen is er dus zeker sprake van lijden.

“Maar de anderen – die opgroeien in een gemiddeld huis-, tuin- en keukengezin –, jawel, die jongeren zijn volop in ontwikkeling, ze kunnen makkelijk nieuwe informatie opnemen en er creatief mee omspringen. Maar tegelijkertijd weten we ook dat tieners zich, in tegenstelling tot jonge kinderen, vaak terugtrekken. Het is niet evident om te weten of dat gezond terugtrekken is of terugtrekken vanuit het angstige of depressieve. Een puber is daar uiteindelijk wel vatbaarder voor, ook voor suïcidale gedachten. Zeker als het idee ontstaat dat er geen toekomst op hem of haar ligt te wachten.

“Dat lijden kun je maar achterhalen door goed contact te houden, door de afstand te beperken. Het onderhouden van een gezamenlijke cultuur, samen eten en samen praten, is nu heel belangrijk. We mogen ons niet alleen richten op wie lawaai maakt en wie niet. Jonge kinderen vragen nu voortdurend om tijdsinvulling. Een tiener in huis hebben is makkelijker. Maar daar zit dus een valkuil. We zouden dat niet makkelijker mogen vinden.”

U wil tijdens uw webinar geen simpele opvoedingstips geven. Maar in eerdere interviews benadrukte u wel geregeld de nood aan structuur.

“Voor de crisis waren ouders echt thuis als de werkdag om was. Maar nu is hun thuiszijn veel onduidelijker: werk en zorg lopen voortdurend door elkaar. Veel kinderen begrijpen niet wanneer hun ouders er zijn voor hen en wanneer niet. Zij zien alleen een vader of moeder die op het ene moment relaxed is en wat komt plagen, maar een uur later plots zegt dat het spel uit is en weer achter zijn of haar computer kruipt.

“Een structuur kan hierbij helpen. Met een weekplan kun je de verwachtingen die leden binnen een gezin hebben, maar ook werkgevers en leerkrachten, op elkaar afstemmen. Het beste is om daar als gezin over na te denken. Maak zoiets samen bespreekbaar en organiseerbaar. Dat wil trouwens niet zeggen dat alles tot in de kleinste details moet worden vastgelegd.”

"De meeste Vlamingen herbeginnen niet graag over een moeilijk moment als het weer goed gaat. Maar in die terugblik schuilt juist een belangrijk leermoment. Je moet nieuwsgierig blijven naar wat er in het hoofd van je kind omgaat."Beeld Thomas Nolf

Gezinspsychologe Nina Mouton zegt juist: structuur is niet nodig. Je kunt evengoed meedeinen op wat de dag brengt.

“Voor sommigen helpt meedeinen omdat het hun stijl is, voor anderen is dat een ramp. Maar men moet ervoor opletten dat het motto niet simpelweg is: we doen het zoals mama of papa wil. Als een ouder ’s ochtends zegt ‘we zien wel’, dan is dat zo. Dat is ook een structuur die jij voor je kinderen bepaalt. Je moet wel opletten dat die aangepast is aan hun temperament.”

Structuur is helaas nog geen garantie om kinderen een hele dag netjes in de pas te laten lopen. Hoe ga je in crisistijd om met weerbarstig gedrag?

“Door trots te zijn op de gezonde kinderen die je in dat geval hebt. Gezonde kinderen hebben namelijk stemmingswisselingen. Als een kind ontploft, niet wil meewerken, spullen stukmaakt, dan communiceert het. Het toont dat het problemen heeft met het reguleren van stress. Ieder kind uit dat natuurlijk anders. Je hebt er die dichtklappen, je hebt er die het fors uiten.

“Het is overleven, zo’n kind in volle woede. Maar het is vooral van belang om er daarna op terug te blikken, als de rust is teruggekeerd. De meeste Vlamingen doen dat niet graag, die willen liever niet herbeginnen over een moeilijk moment als het weer goed gaat. Maar in die terugblik schuilt juist een belangrijk leermoment. Je moet nieuwsgierig blijven naar wat er in het hoofd van je kind omgaat. Probeer samen te overlopen wanneer het misliep, hoe het anders had gekund.”

Sinds deze week is het afstandsonderwijs een feit. Kinderen moeten nieuwe leerstof opnemen, maar dan nog even van thuis uit.

“Het is een goede zaak, want er valt wel wat te zeggen over de druk die op vele ouders ligt nu om kinderen een gevuld dagprogramma te geven. Vanuit ontwikkelingsperspectief is dat trouwens niet nodig, zo’n dag vol activiteiten. Er moeten ook uren zijn waarin de boodschap is: hou je zelf even bezig. Het is in verveling dat inspiratie en creativiteit groeien, dat jongeren het lezen of tekenen ontdekken.

“De herstart vind ik vooral belangrijk omdat hij weer perspectief schenkt. Ja, er is nog een toekomst voor onze kinderen.”

Niet elke ouder is even goed in staat om hierbij te helpen. Creëren we nu geen leerachterstand?

“Met een kind dat goed begaafd is, kun je best wel wat stommiteiten uithalen. Zo’n kind neemt continu informatie op, is in staat om veel in te halen. Dat is anders bij kwetsbare kinderen, van wie de ontwikkeling moeilijkheden vertoont, die leer- of gedragsproblemen hebben, die geconfronteerd worden met geweld of armoede. Daar is bezorgdheid wel terecht.

“Het stoort mij dat de bezorgdheid over deze groep nu ineens zo’n groot thema is. Was de coronacrisis echt nodig om ons daar gevoeliger voor te maken? Mensen die bezig zijn met die paar weken achterstand moeten godverdomme beseffen dat het om dezelfde kinderen gaat wier achterstand al jaren gedocumenteerd wordt. En dat mag ik zeggen, als voormalig voorzitter van het Kinder­armoedefonds. De alarmbellen gaan al jaren af.

“Ik hoop dat de kwetsbaarste groep snel terug naar school kan. Niet dat ze daarom een apart etiket moet krijgen. Ik hoop vooral dat er met halve klassen gewerkt zal worden: een helft in de voormiddag, een helft in de namiddag. Zo hebben leerkrachten meer tijd en ruimte om individueel te begeleiden.”

Gaan kinderen het moeilijk krijgen als de scholen binnenkort gefaseerd weer opengaan?

“Het kan twee richtingen uit. Er zullen zeker kinderen zijn die voor de crisis de pest hadden aan school, maar die nu, door deze moeilijke periode, die plek herontdekken. Ze zien nu dat je er niet alleen leerstof opneemt, maar dat er ook vrienden zijn en er meer privacy kan zijn dan thuis. Evengoed zullen er jongens en meisjes zijn die een terugkeer juist lastiger vinden. Ik denk aan het groeiende aantal kinderen die schoolfobisch zijn, die moeite hebben met sociaal contact, die gepest worden. Misschien voelen die zich nu wel meer gebaat met dat thuisonderwijs. We gaan daar goed over moeten nadenken, over wat we gaan doen als zij niet terug willen.”

Voorlopig blijven ‘juffrouw mama’ en ‘meester papa’ wel nog aan de bak. Hoe verwarrend is dit voor kinderen?

“Op zich is dat geen gezonde vermenging. Maar die is er natuurlijk uit noodzaak. Ik vind het daarom heel belangrijk om deze periode, zodra dat kan, af te sluiten met een ritueel, een feest waarbij je je huis ontwijdt. Dat helpt kinderen om het een plaats te geven, om te voorkomen dat je in je huis besmette plekken blijft hebben die herinneren aan een onaangename tijd.”

En voor de ouders: kunnen die wel én geslaagde ouder én werknemer én leerkracht zijn?

“Deze pandemie is een confrontatie met onszelf. Hoe beter het met jezelf gaat, hoe groter de kans dat het nu ook op andere vlakken lukt. Maar het ligt niet alleen aan onszelf, ook de politieke agenda is van belang. Ik begrijp de primaire focus op volksgezondheid. Maar op een bepaald moment moet ook het mentale welzijn weer onze aandacht verdienen. We kunnen niet verwachten dat alle burgers dit blijvend aankunnen.

“De terugkeer naar school is een heel belangrijke beslissing. Er is veel nood aan dat perspectief. Zeker bij ouders die jonge kinderen hebben, want zij vragen thuis de meeste energie. Ik zou het liefst hebben dat ook die jonge groep meteen mee naar school kan. Kleuters hebben uiteindelijk ook veel te leren. Voortdurend thuis zijn met een mama of papa die voor clown speelt, dat is niet de echte wereld.”

"De vraag is: tot wanneer laten we de volksgezondheid de regels bepalen, en vanaf wanneer zetten we welzijn prominenter mee in beeld? Ik hoop dat het niet meer lang duurt."Beeld Thomas Nolf

Hoe bespreek je deze crisis met een kind? Wat zeg je wel, wat beter niet?

“Je moet heel eerlijk zijn, maar niet overbelastend. Het is belangrijk dat we praten over wat er gaande is, en dat kan al met een baby op de schoot. Die baby leert immers in het timbre van jouw stem stress te herkennen. Die heeft geen inhoud nodig.

“De kernfeiten moet je volgens mij delen: een kind moet begrijpen of minstens aanvoelen waarom we nu een heel ander leven hebben. Maar zeg dan ook dat er slimme mensen bezig zijn ons uit deze crisis te loodsen, dat alles stap voor stap bekeken wordt. Wees daar transparant over. Maar overdrijf ook niet. Het is overbelastend als je elke dag samen het aantal doden overloopt. Een kind heeft niet de mentale capaciteit om dat gedoseerd te zien.”

En als je zoon of dochter daar angstig op reageert?

“Wijs dan naar de angst die je samen deelt. En drink of eet samen wat lekkers, of ga buiten applaudisseren op straat, om stil te staan bij het feit dat jullie zo moedig zijn. ”

Geldt diezelfde openheid ook over conflicten die nu onvermijdelijk tussen ouders ontstaan?

“Dat ligt wat anders. Er is het conflict dat hanteerbaar is voor een kind, genre: snauwende opmerkingen naar elkaar maken. Maar er is ook conflict dat overbelastend kan zijn. Een ruzie die erg uit de hand loopt, waar geroepen of getierd wordt, geslagen misschien. Dat is uiteraard problematisch.

“Wat dat geweld betreft: we weten dat het nu in gezinnen misloopt waar het anders niet zou mislopen. Ieder van ons wordt heel erg met zichzelf geconfronteerd. Er zijn geen vrienden, geen collega’s. Je kunt bijna nergens naartoe. In een structuur die je als gezin zoekt, moet je daar rekening mee houden. Een van de vragen die je je moet stellen is: hoe verdelen wij als partners de taken? Wat hebben we nodig om de dag door te komen? Hoe zorgen we voor tijd en ruimte apart? Geef ook taal aan emoties. Zeg gerust tegen elkaar: jezus, nu zou ik wel even zonder kind willen. Je moet zoiets kunnen uiten. Maar dat is niet voor elke ouder evident. Net zoals er kwetsbare kinderen zijn, zijn er kwetsbare volwassenen. Mensen die introvert zijn, snel overspannen raken, veel angsten hebben.”

Hoe zorgen we ervoor dat gezinnen die al langer kwetsbaar zijn – door armoede, psychische of andere problemen thuis – voldoende hulp krijgen?

“Er zijn diensten die nu gelukkig aan zet blijven. Hulpnummers als 1712, Tele-Onthaal en de zelfmoordlijn waarop deze gezinnen nog steeds een beroep kunnen doen. Het is ook belangrijk dat burgers onderling sensitief blijven, dat ze elkaar proberen te helpen. Door een vrije kamer aan te bieden aan een gezin dat het moeilijk heeft, bijvoorbeeld. Weet ook dat een weerbarstige tiener soms beter luistert naar een volwassene die niet zijn of haar ouder is.

“Los daarvan zal de capaciteit aan hulpverlening wel uitgebreid moeten worden. Een deel van de problemen zal pas in zicht komen na deze crisis. En dan zullen we meer thuisbegeleiding en crisishulp nodig hebben, meer opvang voor slachtoffers van partnergeweld en kindermishandeling ook.”

Hebben we die uitbreiding nu al niet nodig?

Social distancing maakt dat het moeilijk is om nu hulp te bieden. De mogelijkheden zijn beperkt. De vraag is: tot wanneer laten we de volksgezondheid de regels bepalen, en vanaf wanneer zetten we welzijn prominenter mee in beeld? Ik hoop dat het niet meer lang duurt. Ik hoop dat de geestelijke gezondheidszorg vanaf 4 mei gewoon weer haar werk kan doen. De onlineconsultaties die nu aangeboden worden, dat is beter dan niets. Maar ze kunnen een persoonlijk gesprek met een hulpverlener niet vervangen. De nood daaraan is groot.”

U hebt zelf meegewerkt aan het actieplan ‘Zorgen voor morgen’ rond mentaal welzijn dat minister Wouter Beke (CD&V) eerder deze week voorstelde. Gaat dat plan de problemen oplossen?

“Hoe de bedragen die zijn vrijgemaakt (25 miljoen euro, FVG) berekend worden, daar ken ik niets van. Maar er is nu in elk geval wel een plan waar met realisme aan gewerkt wordt. We weten dat ons een tsunami van psychische problemen te wachten staat. We zullen goed moeten toezien op welke mensen die problemen te boven komen met de hulp van hun eigen omgeving, en welke niet. Wie het niet zelf redt, moet tijdig geholpen worden door psychologen en psychiaters.”

De geestelijke gezondheidszorg was voor de crisis al niet wat ze moest zijn.

“Ja, dat is zo. Deze crisis doet niets nieuws ontstaan, die vergroot alleen maar problemen uit: de groeiende ongelijkheid, de kloof in het onderwijs, maar ook de tekorten in de geestelijke gezondheidszorg. Beleidsmakers zullen ten gronde moeten bekijken waaraan ze in de toekomst prioriteit geven. Doen ze dat niet, dan gaan we een heel gevaarlijk dal tegemoet.

“Maar ik besef ook dat dat hertekenen niet kan tijdens een crisis. Dan kun je crisismaatregelen nemen, dat is realistisch. Maar het is niet realistisch om nu een groot plan maken waardoor je ineens naar een andere samenleving gaat. Mijn gevoel is wel dat het beleid beseft dat we niet met een kortdurende crisis te maken hebben.”

Wil u daar zelf nog iets in ondernemen?

“Het is nu aan de jonge generatie, vind ik. Maar ik blijf wel bezig. Ik ben van plan om na deze crisis een kleine praktijk te openen waar ik traumatherapie wil geven. In de eerste plaats aan kinderen, maar het kan ook aan zorgverleners zijn die deze tijd als traumatiserend hebben ervaren. Want een verpleegkundige of arts mag nog zo gepassioneerd zijn en nog zoveel steun en erkenning krijgen, sommige van die ruwe ervaringen nu, die gaan later nog opspelen.”

Zal u ook anders uit deze periode komen, denkt u?

“Toch wel, denk ik. Ik zal me nog bewuster zijn van mijn eigen rijkdom. Mijn dierbaren blijken me nog dierbaarder dan ik dacht. Ja, je hoort het goed. Ik kan bijna niet meer wachten om ze allemaal weer thuis aan tafel te hebben.” (lacht)

Peter Adriaenssens, Het kind van de rekening, Borgerhoff & Lamberigts, 144 p., 19,99 euro. 
De webinar vindt nu maandag plaats om 20.30 uur. www.borgerhoff-lamberigts.be

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234