Zaterdag 06/03/2021

Over smeerlappen en slachtoffers

De Franse journalist Antoine Leiris verloor vorig jaar zijn vrouw in de Bataclan. Hij schreef een open brief aan de terroristen, en hield een dagboek bij over de nasleep van het drama. Marc Didden las het zeer aangrijpende Mijn haat krijgen jullie niet.

Op maandag 16 november 2015, drie dagen na de laffe aanslagen op enkele bars aan de Parijse Place De La République en de al even weerzinwekkende slachtpartij in de gezellige concertzaal Bataclan, schreef de Franse cultuurjournalist Antoine Leiris een brief die hij vervolgens plaatste op zijn Facebookpagina, waarna hij hier en daar werd overgenomen, onder andere door Le Monde, waarin ik hem las.

Leiris richtte die boodschap aan iedereen die hem maar wilde lezen, maar toch vooral aan het tot de tanden toe gewapende stel godsdienstwaanzinnigen dat bij wijze van vrijetijdsbesteding op die fatale vrijdag de 13de een heleboel feestende mensen doorzeefd had met de kogels uit hun kalasjnikovs.

Een van de goed 130 slachtoffers toen heette Hélène Muyal. Ze was een prachtige jonge vrouw met een kind van nauwelijks één jaar, dat Melvil heet. Hélène was ook de vrouw van Antoine. De man van die brief op Facebook. Die brief die ik nu met u graag wil delen.

"Vrijdagavond hebben jullie het leven weggenomen van een uitzonderlijk mens, de liefde van mijn leven, de moeder van mijn zoon, maar mijn haat krijgen jullie niet. Ik weet niet wie jullie zijn en ik wil het ook niet weten, jullie zijn dode zielen.

Als die God voor wie jullie zo blindelings doden ons naar zijn evenbeeld heeft gemaakt, zal elke kogel in het lichaam van mijn vrouw terechtkwam een wond in zijn hart geweest zijn.

Dus nee, ik zal jullie niet het plezier doen jullie te haten. Al waren jullie daar wel op uit, maar door haat te beantwoorden met woede zou ik zwichten voor dezelfde onwetendheid die jullie gemaakt heeft tot wie jullie zijn.

Jullie willen dat ik bang ben, dat ik mijn medeburgers vanaf nu argwanend bekijk, dat ik mijn vrijheid opoffer voor veiligheid. Tevergeefs . Zelfde speler, extra beurt.

Vanochtend heb ik haar gezien. Eindelijk, na nachten en dagen wachten. Ze was even mooi als toen ze afgelopen vrijdag vertrok, even mooi als toen ik ruim twaalf jaar geleden hopeloos verliefd werd op haar.

Natuurlijk word ik helemaal verscheurd door verdriet, die kleine overwinning gun ik jullie wel, maar die zal van korte duur zijn.

Ik weet dat ze elke dag bij ons zal zijn en dat we elkaar terug zullen zien in het paradijs van de vrije zielen waar jullie nooit toegang toe zullen krijgen.

We zijn met z'n tweeën nu, mijn zoon en ik. Maar wij zijn sterker dan alle legers ter wereld.

Ik heb trouwens eigenlijk geen tijd meer voor jullie, ik moet naar Melvil toe, die wakker wordt uit zijn middagslaapje. Hij is net zeventien maanden, straks gaat hij zoals elke dag zijn tussendoortje eten, zoals alle dagen, daarna gaan we zoals elke dag spelen, en zijn hele leven lang zal dit jongetje jullie beledigen door gelukkig en vrij te zijn. Want nee, zijn haat krijgen jullie ook niet."

Ik was al genoeg onder de indruk van deze brief toen ik een paar weken geleden de steller ervan in een erg Parijse talkshow zag zitten. Ik zag meteen dat hij daar niet op zijn gemak zat, tussen al die glimmer & glatter, en hij meldde ook dat hij dat maar één keer zou doen, zo'n publiek optreden. Omdat hij zijn uitgever Fayard wilde bedanken vanwege dat die het dunne boek Vous n'Aurez pas ma Haine wel had willen uitgeven, een in het Frans gesteld relaas van 139 pagina's over hoe hij die ijselijke nacht van 13 november 2015 beleefd had en al die andere dagen van toen tot nu.

Bovenstaande brief vormt er het middenstuk van, natuurlijk, maar er staat ook veel meer in dat kleine boekje. Over de nog maar zelden gedocumenteerde en per definitie van één kant altijd ongewenste relatie tussen smeerlappen en hun slachtoffers, bijvoorbeeld.

Bataclan, Place De La République, Charlie Hebdo, Zaventem, Maelbeek, Orlando: zelfde speler, extra beurt. Of zoals men dat in internationale flippertaal koudweg zegt : 'Same player shoots again'.

Soep en chocolademousse

Maar de haat van Antoine en Melvin krijgen ze dus niet. Die zitten op de kinderkamer die Hélène met zo veel talent inrichtte gezellig samen naar haar nagelaten iPod te luisteren. Dat moderne voorwerp waar de liedjes opstaan waarvan zij wist dat haar kleine en haar grote man die toch zo graag hoorden voor het slapengaan. 'Une Chanson Douce' van Henri Salvador, 'Le Temps de l'Amour' van Françoise Hardy en 'Berceuse à Frédéric" van André-Robert Raimbourg , de altijd ontroerende Fransman, die in de naoorlogse jaren ook hier beroemd was als acteur-zanger-komiek Bourvil.

Vader en zoon Leiris leven ook samen van de overvloedig geschonken petits plats maison die de andere moeders van de crèche waar Melvil overdag vertoeft dagelijks met veel liefde en toewijding koken en in kleurige Tupperwarepotjes bij de schoolpoort in Antoine's armen stoppen.

Soms krijgen Antoine en Melvin zo veel porties soep en spaghetti, zo veel chocolademousse aangereikt dat ze die absoluut nooit zullen kunnen opeten. Maar dan schrijft Antoine, zo mooi als een mens maar mens kan zijn, dat hij het hart niet heeft om die moeders te zeggen dat ze moeten stoppen met koken, dat hij het gaat laten gebeuren tot 'zolang die vrouwen dat nodig hebben'.

Er zit diepmenselijke schoonheid in elke paragraaf van dit kleine, precieuze boek verstopt. En ik zou er u dan ook liefst gewoon wat uit voorlezen, maar mijn talent strekt niet ver genoeg om dat te doen op een manier waardoor u zou aanvoelen wat ik ervoer terwijl ik de hoofdstukken las waarin Leiris beschrijft hoe hij die nacht dat zijn vrouw niet thuiskwam honderden keren zijn gsm zag oplichten. Hoe hijzelf duizend keer het nummer van zijn belle Hélène draaide, zonder respons. Hoe hij later die nacht samen met zijn zwager als een bezetene over de Parijse périphérique rijdt , van het ene academische ziekenhuis naar het andere medische centrum razend, op zoek naar een teken van leven van zijn vrouw. Of een teken van dood.

Koelkamer

Nog schrijnender is het hoofdstuk waarin hij tot in de kleinste, koude details vertelt hoe het was om na die helse zoektocht het nauwelijks opgebaarde lijk van zijn geliefde terug te vinden in een neonverlichte koelkamer van een mortuarium, waar hij voor het eerst sedert die ochtend in de nabijheid stond van het lichaam van de liefde van zijn leven, van het lichaam dat hem een zoon geschonken had, nog maar enkele maanden geleden.

Indrukwekkend en pakkend is ook de scène waarin de auteur op de vooravond van haar begrafenis zijn handen door de kleerkast van zijn vrouw laat gaan, en hij zich mijmerend afvraagt in welke kleren zij in haar kist zou willen liggen. Hoe haar goede smaak daarin zou meespelen en hoe bang hij is een fashion misstap te doen tegenover die elegante vrouw van wie hij, toen hij haar pas leerde kennen, vreesde dat ze trop Parisienne voor hem was.

Hoe goed toch dat Antoine Leiris in dit boek eigenlijk zo weinig aandacht besteed heeft aan die smeerlappen van de Bataclan, maar zijn woorden zo liefdevol om de lijven van zijn vrouw en kind drapeert. Hoe goed toch ook dat zo'n verstandig en gevoelig iemand als Leiris dit document aan ons lezers schenkt om een beetje te kunnen beseffen wat het moet zijn om het verlies te verwerken van mensen die ons dierbaar zijn.

Herinnering aan Honoré

Tegelijk met dit boekwerkje is er in een kleine hoek van de betere boekhandel ook nog een ander, door verdriet aangedreven meesterwerkje te vinden. Het heet Petite Anthologie Du Dessin Politique en is samengesteld door Hélène Honoré, de dochter van de misschien wel meest bescheiden, maar evengoed vermoorde Charlie Hebdo-cartoonist Honoré.

Hij was een man die alles wat hij te zeggen had vaak vatte in één vierkant frame, waarbinnen zich altijd één wrange grap afspeelde die stilistisch wat aan onze Frans Masereel deed denken, maar het venijn vaak haalde uit een handgeschreven legende van een zin of drie die bijna altijd trefzeker was en af en toe geniaal.

Honoré was een zachtmoedige man. Daar is iedereen die hem ooit ontmoet heeft het helemaal over eens. En wie alleen zijn werk kent, onderschrijft dat ook. Hij was nooit goedkoop, nooit vulgair en al mocht hij indien nodig graag eens tegen hoge schenen schoppen, toch was dat nooit gratuit.

In de inleiding tot haar Petite Anthologie du Dessin Politique herinnert Hélène Honoré eraan dat haar vader vaak voor wie dat wilde, zijn mantra herhaalde dat klonk als 'Je ne dessine jamais les victimes'.

Al voegde hij daar dikwijls aan toe: "Wat mij echt drijft, is toch mijn verontwaardiging over het misprijzen dat in deze maatschappij gangbaar is tegenover de armen".

Net als die Antoine van hierboven, een man naar mijn hart dus.

Nu nog het uwe.



Antoine Leiris,Mijn haat krijgen jullie niet, Atlas/Contact, 112 p., 14,99 euro, uit het Frans (Vous n'Aurez pas ma Haine, uitgeverij Fayard) vertaald door Martine Woudt

Honoré, Hélène Honoré,Petite Anthologie du Dessin Politique, Editions de La Martinière, 288 p., 25 euro

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234