Dinsdag 06/12/2022

Over slechte manieren en politiek fatsoen

Herman De Croo heeft zich donderdag als kamervoorzitter in al zijn gestrengheid getoond, door het dissidente groene kamerlid Vincent Decroly manu militari te laten buitensmijten. De zonde van Decroly: in een T-shirtje zonder hemdsmouwen de vergadering bijwonen. Dat heet voor De Croo de opperste graad van 'onfatsoen' te zijn. Terwijl er diezelfde dag in hetzelfde parlementsgebouw een aantal dingen gebeurden die pas echt als 'grof en onbeschoft' te kwalificeren waren. Maar daarover struikelde geen voorzitter. Het is niet zozeer een verhaal van slechte manieren of politiek fatsoen, maar van spieren en macht.

Is dat het gevaar voor de democratie, dat zonodig met veel ophef en poeha van het spreekgestoelte verwijderd moest worden? Die schrale jongen met zijn uitstaande oren, die witte koerspet zonder reclame en zijn T-shirt dat ook door de andersglobalisten in Porto Alegre werd gedragen. 'Um outro mundo é possive!', stond er op Decroly's bedrukte onderlijfje - een andere wereld is mogelijk.

(Had Guy Verhofstadt ook zo'n T-shirtje besteld, toen hij plannen maakte om ook naar Porto Alegre te vliegen? Of weigerden de wereldverbeteraars hem omdat ze vreesden dat de premier daar in een plunje mét mouwtjes zou verschijnen?)

Nu had Decroly op het eerste gezicht ook iets zinnigs te zeggen. Hij is boos omdat een groot aantal van de internationale verdragen die zijn collega's snel-snel wilden ratificeren, een aanfluiting zouden zijn van een rechtvaardig derdewereldbeleid, en hij wilde dat andere parlementsleden eens zouden nadenken in plaats van zomaar het stemknopje in te drukken, "om er van af te zijn".

Alleen kleedde Decroly dat in zoals eenmansfracties dat nu eenmaal doen: met enige show en spektakel. Omdat hij niet meer tot de groene fractie behoort, weet Decroly dat hij moet opvallen, tenminste als hij in het nieuws wil komen - en natuurlijk wil hij dat. Ditmaal koos hij voor een kleine verkleedpartij. Eigenlijk deed Decroly niet veel meer dan Mieke Vogels, toen die ooit naam maakte door als jong kamerlid een keukenschort om haar middel te binden. Vogels verkleedde zich in huisvrouw, Decroly in andersglobalist. De bedoeling van beiden was dezelfde, ook al ligt er vijftien jaar tussen: aandacht trekken. Niet dat zoiets moét, die verkleedpartijen, en je kunt je afvragen hoe ver verkozenen nog zullen gaan in hun pogingen om de audiovisuele media te dwingen hen in beeld te brengen. Maar dat het niet mág, of per definitie grof, onbeschoft, onfatsoenlijk en de instellingen van dit land onwaardig zou zijn, dat is al even overdreven.

Dat een beetje kamervoorzitter acties zoals die van Decroly, in de hand probeert te houden, is te begrijpen. Dat is nu eenmaal zijn job. Maar Herman De Croo maakte er duidelijk een Zaak van. Wie weet hebben hijzelf en zijn weldenkende vrienden in het landelijke Michelbeke nog nooit een T-shirt zonder mouwen van dichtbij gezien - paardrijden doe je nu eenmaal in jacquet en met laarsjes aan. Of vreesde De Croo dat Decroly zich helemáál zou ontkleden - misschien op zijn petje na?

En dus zag je dat schrale mannetje in zijn simpele outfit buitengedragen worden door een aantal bodes in blauw kapiteinsuniform met goudstiksel. Als De Croo zo nodig reclame wilde maken voor de andersglobalistische zaak, dan is hij daar zeker in geslaagd. Niet dat hij dat zelf zo begrepen heeft. De kamervoorzitter mag zichzelf dan wel een 'sociale liberaal' noemen, hij heeft vooral iets van 'Baas Gansendonck': de kasteelheer die heus wel het beste voor heeft met het volk, zolang ze hem maar op zijn kasteel laten wonen en hem respecteren als hun chef. Zo ziet De Croo zijn Kamer ook: een oord waar heren van stand op beschaafde maar welsprekende wijze debatteren over wat zij zien als politieke problemen. Natuurlijk, een kwinkslag mag zo nu en dan - Herman zelf is zo graag een guitigaard - maar men weet automatisch wat kan en wat niet, zowel qua inhoud als qua verpakking. Decroly heeft dat nog niet helemaal door (of juist wel, en speelt daarop in). Vervelende opmerkingen rond internationale verdragen die onze bedrijven mooi geld opbrengen in de Derde Wereld, hoort niet thuis in debatten zoals De Croo ze zo graag hoort, en zeker niet in zo'n on-academische vorm.

Terwijl vorm toch een absolute bijzaak is, sinds mode en kleding meer een kwestie van smaak zijn geworden dan van maatschappelijke conventie, laat staan van fatsoen. Als SP.A-voorzitter Patrick Janssens mag rondlopen in een wit T-shirt mét mouwtjes, mag Decroly dan niet op zijn bank zitten in een shirt zónder mouwtjes? Hangt de definitie van fatsoen samen met de lengte van de mouwen?

Tussen 1991 en 1995 hadden Janssens en Decroly trouwens een voorganger: Jean-Pierre Van Rossem, die ook graag in wit T-shirt gekleed ging. Tijdens sommige pauzes ging Van Rossem languit op de trappen liggen die van het halfrond naar het perystilium leiden, lekker relaxed een sigaretje roken. Gelukkig heeft toenmalig kamervoorzitter Nothomb hem daar nooit laten verwijderen - om hem op te tillen, zouden een stuk of tien militaire politieagenten nodig zijn geweest. Iedereen liep met een boogje om Van Rossem heen, zonder veel aandacht te besteden aan dat zogenaamd 'rebels' gedrag.

Want wat is dat, 'rebels' of '(on)fatsoenlijk'? Kan een stoppelbaard? Een tatoeage? Vrouwen met een topje met blote navel? Een gepiercete navel? Als er straks een punker wordt verkozen, is die dan rebels of onfatsoenlijk als hij met paarse hanenkam binnenkomt? Of mag dat niet? En als een punker zijn haar niet groen mag schilderen, waarom mocht Hugo Schiltz dan wel paraderen met een blinkend-zwart kapsel?

Vandaag zal niemand erover vallen als er een politicus met oorbel binnenstapt - staatssecretaris Olivier Deleuze heeft er eentje. Maar als in de jaren tachtig een mannelijke volksvertegenwoordiger met een gepiercet oor het halfrond was binnengestapt, dan was die gegarandeerd van de banken gehaald. Hetzelfde met Willy Kuypers. De burgemeester van Herent wordt in één op de twee interviews gesmeekt om nog eens te herhalen hoe hij als jong VU-kamerlid van de toenmalige voorzitter het halfrond niet in mocht zonder das. Zijn voorzitter Frans Van der Elst heeft hem dan maar een reserve-das toegestopt. Nu lachen we daarom.

Maar waarom smeten destijds géén drie bodes Kuypers zonder erbarmen eruit, of Vogels met haar schort, of Deleuze met zijn oorbel, en gebeurt dat nu wel met Decroly? Wel, omdat Decroly aangesloten wild is, een eenmansfractie. Vincent Decroly was altijd al een lastpost, deed dat jaren onder de dekking van de groene partij, maar heeft die bescherming nu niet meer, en dus durft De Croo met hem wat meer dan met een ander. De Croo heeft bijvoorbeeld nooit gereclameerd, toen hij in de eerste helft van de jaren negentig in de Senaat zetelde, waarin ook die Ecolo-priester zitting had, een man die liefst met zijn blote voeten in sandalen rondliep. Is een man die zijn teen toont, dan alternatiever, linkser, progressiever, evangelischer of politieker dan Decroly met zijn blote schouder? By the way, over de Senaat gesproken: als donderdag ergens de grenzen van het fatsoen werden overschreden, dan was het wel dáár, door De Croo's partijgenote Jeannine Leduc. Migranten zijn anders dan Europeanen, en hun jongens zijn crimineel, en ze moeten dringend manieren leren, en als zo'n bruine nog veel reclameert, dat hij dan teruggaat naar Marokko, als het ginds zoveel beter is, en meer in die trant.

Gestifte lippen

Als het Vlaams Blok luidop zou herhalen wat Leduc zei, krijgt Dewinter heel Vlaanderen over zich heen, en terecht. Maar neen, die Zuid-Limburgse diva, zo rond als de appelen aan de laagstam bij haar in de buurt, een dame die zich 'liberaal' noemt omdat ze er een staatszaak van maakt dat de as van bompa op de schouw moet kunnen worden gezet, die krijgt in een paar minuten tijd meer gore en onfatsoenlijke uitspraken uit haar gestifte lippen dan de verzamelde Senaat anders in een heel jaar! Wat Leduc deed, was veel minder deontogisch dan haar partijgenoot Dedecker een tijdje terug deed bij Dutroux, en was oneindig minder fatsoenlijk dan die wat doorzichtige 'stunt' van Decroly. Het zijn alvast twee gezichten van het Vlaamse liberalisme die donderdag zichtbaar werden. Eerst de deftig-burgerlijke groep (strekking De Croo), de fatsoensrakkers met stiff upper lip waartegen een Jacques Brel zo heerlijk tekeer kon gaan. Dan dat geborneerde kleinburgerlijke kliekje (strekking Leduc), verwaande maar bekrompen geesten met gevulde portemonnees. O ja, de geschiedenisboekjes vertellen ook van nog een derde stroming. Zij schrijven van ruimdenkende, genereuze, moedige en intellectueel prikkelende liberalen. Naar het schijnt is hen niets dierbaarder dan het principe van de 'tolerantie' Waar en wanneer komen we hen nog eens in Vlaanderen tegen?

Walter Pauli is adjunct-hoofdredacteur van De Morgen

Walter Pauli

'Als SP.A-voorzitter Patrick Janssens mag rondlopen in een wit T-shirt mét mouwtjes, waarom mag Decroly dan niet op zijn bank zitten in een shirt zónder mouwtjes? Hangt de definitie van fatsoen samen met de lengte van de mouwen?'

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234