Zaterdag 22/02/2020

Over partijfinanciering en monopolievorming

De wet op de partijfinanciering kan een instrument worden om potentiële concurrenten uit te schakelen. Aangezien kleine partijen een belangrijke rol spelen bij het gezond houden van onze parlementaire democratie, verdient het nochtans aanbeveling die partijen alle mogelijke overlevingskansen te bieden.

De bedeltocht van N-VA voorzitter Geert Bourgeois heeft de problematiek van de partijfinanciering weer op de politieke agenda geplaatst. De feiten zijn bekend: het invoeren van de kiesdrempel heeft niet alleen als gevolg gehad dat Agalev en de N-VA zetels hebben verloren, het betekent ook dat beide partijen het zonder federaal overheidsgeld zullen moeten stellen. De wet op de partijfinanciering bepaalt immers dat een partij slechts overheidssteun krijgt indien ze verkozenen heeft in Kamer én Senaat. Zonder federale kiesdrempel zou de N-VA nu 627.090 euro per jaar ontvangen, terwijl Agalev 529.036 euro per jaar misloopt. Het gaat hier om belangrijke bedragen, en voor beide partijen zouden ze wel eens het verschil kunnen uitmaken tussen een zelfstandig voortbestaan en het opgeslokt worden door een groter kartel. Politieke partijen zijn grotendeels afhankelijk van overheidsfinanciering, en op zich is dat een goede zaak. Maar tegelijk betekent het dat partijen bijzonder kwetsbaar worden, en dat de wet op de partijfinanciering een instrument kan worden om potentiële concurrenten uit te schakelen.

We willen hier niet het debat over de invoering van de kiesdrempel opnieuw openen. Alleen is het de vraag of de kiesdrempel een dermate sterk effect dient te hebben op de financiering van politieke partijen.

Als het alleen maar gaat over de parlementaire vertegenwoordiging, kan men desnoods instemmen met het idee dat een parlement dient te zorgen voor een duidelijke regeringsmeerderheid. Maar een democratie heeft er alle belang bij een groot aantal politieke partijen te laten bestaan, en te laten deelnemen aan het politieke debat. Vandaar dat wij gewonnen zijn voor een loskoppeling van de kiesdrempel en de wet op de partijfinanciering. Eventueel kan de kiesdrempel blijven bestaan, indien het parlement van oordeel is dat dat het vormen van een stabiele regeringsmeerderheid vergemakkelijkt. Maar er is geen enkele goede reden om kleine partijen financieel te wurgen: dit betekent enkel dat de bestaande middelgrote partijen de markt onder elkaar verdelen, en kunstmatig afschermen van nieuwkomers.

De loskoppeling van kiesdrempel en partijfinanciering waar wij hier voor pleiten, kan erin bestaan dat men partijen financiert die onder een zuiver proportioneel stelsel, dus zonder kiesdrempel, een zetel zouden hebben gehaald in Kamer of Senaat. Elke partij die in minstens één kieskring een 'virtuele' of een echte zetel haalt, krijgt dan toegang tot de partijfinanciering. Op die manier hanteren we een logisch en niet-arbitrair criterium voor de toekenning van de overheidsdotatie.

De manier waarop het bedrag van de dotatie wordt bepaald kan grotendeels hetzelfde blijven als in het huidige systeem: nu bestaat de dotatie uit een forfaitair bedrag van 125.000 euro en daarbovenop 1,25 euro per behaalde stem. Dat systeem heeft het voordeel dat grote partijen logischerwijze meer middelen krijgen, terwijl de kleine partijen dankzij het forfaitaire bedrag toch een financieel basiscomfort kunnen genieten. Vanwege dat basiscomfort lijkt het aangewezen het forfait van 125.000 euro toe te kennen van zodra een partij in minstens één assemblee een virtuele zetel haalt. Daarnaast verdient het aanbeveling om het bedrag per behaalde stem afzonderlijk voor Kamer en Senaat toe te kennen. Wie enkel voor de Kamer de drempel haalt kan de stemmen voor de Senaat dan niet verzilveren. Zo blijft er toch een stimulans bestaan voor de kleine partijen om allianties aan te gaan. Doordat de aanhang van beginnende partijen vaak sterk geconcentreerd is in een paar kieskringen, zullen die het wellicht iets gemakkelijker hebben om een virtuele zetel te halen voor de Kamer dan voor de Senaat. Het is echter pas wanneer ook de regionale senaatsdrempel wordt gehaald dat de dotatie vergelijkbaar wordt met wat de partijen nu krijgen. De kleine partijen krijgen in ons voorstel genoeg om te overleven en om hun stem te laten horen, maar te weinig om ongevoelig te zijn voor lucratieve alliantieaanbiedingen.

Zonder kiesdrempel zouden N-VA en Agalev zowel in de Kamer als in de Senaat ten minste één zetel hebben behaald. Op basis van ons voorstel zouden ze een jaarlijkse dotatie ontvangen van respectievelijk 627.090 en 529.036 euro, dat is hetzelfde als wat ze zonder kieshervorming gekregen zouden hebben. Mocht Agalev echter 17.044 stemmen minder gehaald hebben voor de Senaat, dan had het de virtuele senaatszetel gemist en zou de dotatie terugvallen op 327.756 euro. Voor de andere partijen verandert er niets.

Op die manier maakt men het mogelijk dat kleine partijen in de toekomst nog kunnen blijven functioneren, ook al zijn ze door de kiesdrempel niet vertegenwoordigd in het parlement. Dat is uiteindelijk in het belang van iedereen die betrokken is bij de politiek: we accepteren nu allemaal dat monopolievorming een slechte zaak is, en dat een open concurrentie de beste kwaliteitsgarantie biedt. Alleen voor wat betreft de politiek staan we nu toe hoe vier grote spelers aan kartelvorming doen, en kleine concurrenten van de markt houden. Op lange termijn is dat ook voor de grote partijen een slechte zaak: we weten immers dat monopolisten lui worden, en niet voldoende aandacht meer besteden aan wat het publiek wil. De grote partijen zelf hebben er daarom belang bij dat ze geregeld geconfronteerd worden met een nieuwe concurrent. Kleine partijen spelen dan ook een belangrijke rol bij het gezond houden van onze parlementaire democratie, en daarom verdient het aanbeveling deze partijen alle mogelijke overlevingskansen te bieden.

Marc Hooghe, Bart Maddens en Jo Noppe zijn verbonden aan het departement politieke wetenschappen van de KU Leuven.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234