Zondag 26/01/2020

Over Gerrit Ouwenaars en een zekere Leonard Nolen

Yves T'Sjoen is hoogleraar moderne Nederlandse literatuur aan de Universiteit Gent.

Onlangs mocht ik tijdens een mondeling examen over de poëziegeschiedenis van de lage landen (1800-2000) vernemen dat Gerrit Ouwenaars is overleden. Een student meende dat een zekere Leonard Nolen de Prijs der Nederlandse Letteren in ontvangst nam en volgens een ander is Jotie T'Hooft een Nederlandse dichter. Klap op de vuurpijl is dat Paul van Ostaijen actief blijkt na de Tweede Wereldoorlog en dat Stijn Streuvels als neoromantische schrijver moet worden beschouwd.

Het mag duidelijk zijn dat na een examen- periode de literatuurgeschiedenis van het Nederlandse taalgebied is hertekend. Deze lukrake greep uit antwoorden van bachelor- en masterstudenten Nederlands wijst op méér dan alleen taalfouten in papers en schriftelijke examens (Ze kunnen niet meer schrijven, meneer, DM 23/6). Ik onderschrijf de verzuchtingen van collega's die examens moeten corrigeren over niet-taalvakken. Het zijn immers ook mijn ergernissen, die met taalvermogen, de toepassing van grammaticale en spelregels en met het gebruik van stijlregisters te maken hebben.

Het merendeel van de studenten doet het goed tijdens examens die peilen naar kennis over en inzicht in de Nederlandse en Vlaamse literatuur(geschiedschrijving). Het is een minderheid die namen tot in de absurditeit verhaspelt, gecanoniseerde schrijvers in verkeerde eeuwen situeert en canonieke teksten aan verkeerde auteurs toeschrijft. Het is wellicht van alle tijden. Elke docent zal er weleens mee te maken krijgen. Een afgematte examinator die honderdvijftig studenten voor mondelinge ondervraging ziet langs-komen tijdens drie lange weken kan er af en toe eens om glimlachen en zijn verbazing tonen. Van ergernis word je ongelukkig.

Met de uitgever Harold Polis, die ik daarover enkele maanden geleden bezig hoorde tijdens een radio-interview, ben ik het eens dat die lapsussen en verdraaiingen meer zijn dan een accident de parcours of een slip of the tongue. Wie niet stressbestendig is of de leerstof te haastig heeft moeten verwerken, zegt weleens iets verkeerd.

De opeenvolging van uitschuivers is, vrees ik, symptomatisch voor een generatie studenten die jaren na de digital turn te snel te veel informatie tracht te verwerken. Bijgevolg worden encyclopedische gegevens vluchtig bekeken. Het geheugen kan blijkbaar geen consistente leerstof, zoals een literatuurgeschiedenis met oog voor tendensen en continuïteit, afdoende opslaan. Grote lijnen verzinken in het moeras en zonder beheersing van een macro-structureel verhaal zijn namen, jaartallen en titels inwisselbare bouwstenen.

Uitgever Harold Polis sprak in dat interview over een gebrek aan historisch perspectief. Het vermogen om bredere verbanden te zien en krachtlijnen te onderscheiden heeft daar naar mijn oordeel mee te maken. Indien je een beetje vertrouwd bent met literaire ontwikkelingen in de 20ste eeuw, kan Van Ostaijen onmogelijk na 1945 worden geplaatst. Dat is overigens kennis van de humaniora.

Mocht een student een gedicht van Anton Korteweg en Rutger Kopland hebben gelezen, dan spreekt hij of zij niet over de Nederlandse dichters Kortenberg en Kopweg. Dan worden Kees Ouwens en Gerrit Kouwenaar niet gecontamineerd en gepresenteerd als Ouwenaars. En wie de literaire actualiteit zelfs van veraf volgt, kan Jotie T'Hooft nooit in Nederland een prominente plaats geven.

Het gaat dus over meer dan taalfouten die moedertaalsprekers Nederlands weleens maken. Misschien moeten in de middelbare school en aan de universiteit of de hogeschool het historische perspectief en de bredere panoramische én de kritische kijk worden bijgespijkerd. Misschien kunnen andere didactische middelen zoals audiovisuele documenten, al of niet via YouTube, enig soelaas bieden. Ik weet het niet. Gewoon meer boeken lezen, denk ik weleens.

Eindcompetenties zijn belangrijk voor het halen van leerdoelstellingen. Indien de fundamentele kennis of het ruimere kaderverhaal ontbreekt, dan leiden we vandaag te veel studenten op die geen oriënteringsvermogen hebben. Het letterkundig onderzoek begint bij inzicht in en vertrouwdheid met literaire historiografie. Ik ben dan zelfs bereid om een dt-fout of een verkeerd gespeld woord door de vingers te zien. Zolang T'Hooft maar een Vlaamse dichter mag blijven en Nolens zijn familienaam kan behouden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234