Woensdag 27/01/2021

Over dure advocaten en onvermogende cliënten

Hugo Lamon is advocaat

Als mijn confrater Walter Van Steenbrugge zijn mening geeft over de werking van justitie, zorgen de media voor een megafoon. Plots blijkt nu dat minvermogenden die problemen krijgen met justitie het moeten doen met minderwaardig advocaten, omdat zij die 'pro Deo' worden aangesteld jong en onervaren zijn. En mr. Van Steenbrugge vindt dit ongehoord en in een bui van edelmoedigheid verkondigt hij dat hij wel die arme drommels met zijn expertise wil bijstaan. Hij wil daarvoor zelfs overheidsambtenaar worden, op voorwaarde dat hij zijn hele ploeg mag meenemen. Dat is schreeuwen om een reactie.

Vooreerst dit: advocaten hebben een bijzondere positie in de rechtsbedeling. Zo is er een, weliswaar gehavend, pleitmonopolie en een aantal waarborgen. Naast het beroepsgeheim en hun onafhankelijk statuut kunnen advocaten zich ook beroepen op de immuniteit van het pleidooi. Op de zitting mogen ze vrij pleiten zonder enige beperking. Vroeger waren aan dat bijzonder statuut ook een aantal verplichtingen gekoppeld, zoals het gratis bijstaan van minvermogenden. Dat heette dan pro Deo pleiten.

Dat is al lang vervangen door de 'juridische tweedelijnsbijstand'. Advocaten doen het niet meer gratis, maar op kosten van de overheid. De advocaten klagen al jaren dat ze daarvoor te weinig vergoed worden, maar paradoxaal genoeg zijn er steeds meer advocaten die zich inschrijven voor die juridische tweedelijnsbijstand. De stelling dat dit voorbehouden is voor onervaren advocaten-stagiairs is dus feitelijk onjuist. In sommige balies zijn bijna twee op de drie advocaten ingeschreven op die lijst. Ze doen dan zaken voor cliënten en de overheid betaalt de factuur, al klagen ze over de overheidsvergoeding.

Steeds meer ervaren advocaten participeren, soms uit een sociale reflex, maar anderen uit economische noodzaak. Recent was er binnen de beroepsgroep animo rond de vraag of er niet te veel advocaten zijn en dat er daarom een zekere inflatie is van pro-Deozaken. Wie klaagt over de kwaliteit van het pro-Deowerk, zegt dus dat ook vele ervaren advocaten ondermaats presteren. Het debat is dus ruimer dan de positie van de minvermogenden.

Natuurlijk moet het systeem van de juridische tweedelijnsbijstand grondig worden hervormd. Er is nu een grote toename van het aantal zaken, onder meer omdat de wetgever (vaak onder druk van Europa) in steeds meer gevallen de bijstand van een advocaat verplicht maakt. Denken we maar aan de zogenaamde Salduz-verhoren, waarbij advocaten als een soort bloempot (zonder zelf het woord te mogen nemen) erop toezien dat het verhoor bij de politie correct verloopt. Dat zorgt voor de Salduz-overconsumptie.

Daarnaast is er de budgettaire realiteit. De overheid heeft minder geld en is dus verplicht keuzes te maken. Het principiële debat daarover blijft uit, onder meer omdat ook de advocatuur nog aan het luchtfietsen is en de illusie koestert dat de overheid op korte termijn meer geld in het systeem zal pompen en daardoor meer advocaten een inkomen kunnen genereren uit die juridische tweedelijnsbijstand.

Advocaten-ambtenaren lijken echter geen oplossing te zijn. Een advocaat heeft een maatschappelijke rol. Die bijzondere rol geeft ook verantwoordelijkheden. Waarom zou niet iedere advocaat jaarlijks een aantal zaken gratis doen? Omdat, net zoals in de Verenigde Staten, 'pro bono'-werk tot de essentie van de advocatuur behoort.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234