Dinsdag 18/02/2020

'Over dertig jaar weet niemand nog wie ik ben'

Ze hebben er hun tijd voor genomen, maar deze week ligt The Take Off and Landing of Everything van Elbow eindelijk in de winkel. Een ándere plaat, vindt zanger Guy Garvey. 'Het zijn nieuwe liefdesliedjes voor een nieuwe stad.'

Manchester, eind vorig jaar. Elbow legt in zijn eigen Blueprintstudio de laatste hand aan de plaat die op dat moment nog geen naam heeft. De grote, bakstenen ruimte houdt het midden tussen een pakhuis en een omgebouwde kerk, en ziet er voor iedereen die de clip van 'Lippy Kids' heeft gezien meteen vertrouwd uit. Die werd net als de twee vorige cd's van de groep hier opgenomen.

Een blik in het gastenboek leert dat de studio recent ook Justin Timberlake, Rihanna, Pharrell Williams, Lady Gaga en Gorillaz over de vloer heeft gehad, maar vraag Guy Garvey om de coolste bezoeker aan te stippen, en hij komt bij Duran Duran uit. "Omdat we daar als kind allemaal enorme fans van waren."

Zelf wijst hij Tame Impala en Little Dragon aan als verwijzingen voor de nieuwe plaat, maar ik moet bij de eerste beluistering van de lange, vaak heel sfeervolle songs eerder aan Pink Floyd denken. Geen slechte referentie.

Later, in de pub om de hoek, vraag ik hem wat het voordeel van zo'n eigen studio is. "De meeste groepsleden zijn intussen vader geworden, dus als het niet nodig is om lang van huis te zijn blijven ze liever bij hun familie. Een plaat opnemen voelt bijgevolg aan als het equivalent van een kantoorbaan.

"Dan nog komt het erop aan om onszelf wat discipline bij te brengen. Er is geen baas in de groep, dus niemand zet je op je nummer als je wat later dan afgesproken de studio binnenwandelt. Alleen kun je op die manier wél de creatieve vibe van de dag verkloten. Dus dan kom je de week nadien vroeger dan de rest, en zet je thee voor de hele groep.

Een van de thema's die als een rode draad door de plaat loopt, is ouder worden. 'I'm reaching the age where decisions are made on the life and the liver', klinkt het in 'Lunette'. Jullie schurken allemaal tegen de veertig aan.

Guy Garvey: "Veertig is de leeftijd waarop je je jeugd begraaft, dus daar heb ik de laatste tijd wel over nagedacht. Het valt niet langer te ontkennen dat ik een volwassene ben, ook al groei je als muzikant natuurlijk nooit écht op. Mijn vader is achtenzeventig, maar onlangs hoorde ik hem zeggen dat hij zich bij momenten nog steeds negentien voelt. Dat stelt me enigszins gerust.

"Ik heb geen kinderen, en sinds kort zelfs geen partner meer. We zijn nog wel vrienden, maar het was geen goed idee om nog langer samen te blijven. Als je andere dingen wilt in het leven, is dat de consequentie. Al heb ik er wel van in de put gezeten. Anderzijds: ik zit in een band waar ik trots op ben, met mensen die ik echt graag zie. En als ik nu niet ga rondkijken op andere plekken, komt het er nooit meer van. Ik heb Kerstmis en Nieuwjaar in Brooklyn gevierd, en dat was geweldig. Een totaal nieuwe ervaring."

U hebt het merendeel van de teksten voor deze plaat ook in New York geschreven.

"Ik had verse lucht nodig, en dat was onontgonnen gebied voor me. Ik ben heel vertrouwd met Manchester, heb er in de loop der jaren zoveel liefdesbrieven aan geschreven. Maar op de cd staan nieuwe liefdesliedjes voor een nieuwe stad.

"Het grote voordeel van New York is dat ik er volstrekt anoniem kan zijn. Dat is in Manchester onmogelijk geworden. Als ik hier in de hoek van een pub ga zitten en mijn notaboekje bovenhaal, tikt er al iemand op mijn schouder nog voor de eerste zin op papier staat. Er komt altijd wel iemand langs om dronken mee te worden.

"In New York ging ik 's nachts in mijn kamerjas op het balkon van mijn appartementje zitten, en luisterde ik op de computer naar de muziek die we met de groep gemaakt hadden. Dan keek ik naar de maan, dacht aan thuis, en voelde de inspiratie zo opborrelen."

In 'Charge' schetst u een beeld van uzelf als een oude man die in een pub zit en door niemand meer wordt herkend. Is dat hoe u zich de toekomst voorstelt?

"Het nummer is geïnspireerd door een kerel die ik als kind door de straten van Manchester zag slenteren. Hij moet in de zeventig zijn geweest, maar kleedde zich nog altijd als een teddyboy. Perfect kapsel, kraaknet hemd, smetteloze schoenen. Altijd een sigaret in de hand. Echt: a cool fucker. Iemand die het vertikte om zich soberder te kleden omdat hij toevallig in de herfst van zijn leven was aanbeland.

"Zijn generatie had de drugs ontworpen die ik nam, de muziek gemaakt waar ik het liefst naar luisterde, en voor mijn vrijheid gevochten. Maar iedereen vond hem een zonderling. Dat gevoel overvalt me soms ook. Ik hang vaak in pubs rond waar de meeste mensen veel jonger zijn dan ik. Manchester is een studentenstad, met een constante toevoer van nieuwe, verse gezichten. En het valt me op dat ze me soms ook raar aankijken omdat ik daar in mijn eentje aan de bar zit.

"Op mijn zeventigste zal niemand nog weten wie ik ben en wat ik gedaan heb. Daar ben ik op voorbereid. Een paar jaar geleden had ik sowieso nooit durven denken dat we ooit zoveel succes zouden hebben. En als onze ster begint te tanen - bij deze plaat, of bij de volgende - zal ik dat niet erg vinden. Integendeel: ik kijk er zelfs een beetje naar uit om weer in kleinere clubs te spelen."

Hoe voelt dat eigenlijk: een gevestigde waarde zijn?

"Raar, want zo zie ik mezelf niet. Het leukste is dat we veel jonge bands over de vloer krijgen in onze studio die om advies komen vragen. En het enthousiasme van die beginnelingen vuurt ons ook aan. Omdat het zo herkenbaar is. Het gevoel om samen een bende te vormen, daar draait het uiteindelijk toch om.

"We hebben verderop in de straat nu een klein concertzaaltje gebouwd. Er kan maar zestig man binnen: perfect om als muzikant je eerste stappen te zetten en wat podiumervaring op te doen.

"Bij jullie in België is het respect voor muziek er al langer, maar in Groot-Brittannië ligt dat anders. Hier moet je als kleine band in toiletten spelen. En dat proberen we in Manchester te veranderen. Noem het een soort ontwikkelingshulp. Dat is het voordeel als je zelf wat succes hebt: er komt geld binnen waar je heel nuttige dingen mee kunt doen."

Als frontman hebt u in de loop der jaren een enorme evolutie ondergaan. Doet u nu dingen op een podium die u een paar platen geleden nooit voor mogelijk had gehouden?

"Tijdens de vorige tournee speelden we in Liverpool, en daar raakte ik tijdens 'A Day Like This' zo opgewonden dat ik in die paar minuten meer over en weer heb gelopen dan de voorbije twintig jaar samen. Gewoon omdat er iemand achteraan in de zaal stond die ik een high five wilde geven.

"Het werd gefilmd en het publiek vond het geweldig. Maar ik voelde me - slechte conditie, ik wéét het - morsdood achteraf. Dat zou ik vroeger nooit hebben gedaan. Meer nog: in het begin zaten we neer tijdens onze optredens. En als we het nog even uithouden met elkaar zal dat over een paar jaar wellicht opnieuw het geval zijn. Alleen: de communicatie met het publiek maakt een belangrijk onderdeel van onze shows uit."

Een paar interviews geleden vertelde u me dat u heel gemakkelijk kunt zien wanneer Elbow een slecht concert speelt. Dan wordt er haast evenveel gepraat dan muziek gemaakt. Eerlijk gezegd: er wordt de laatste jaren wat afgekletst op het podium.

"Het is een dunne lijn, natuurlijk. Als je te veel met het publiek praat, lijkt het of je wanhopig bent. Maar als je niks zegt, kom je koud en kil over. Ik herinner me een optreden van Beck. De songs waren wel goed, maar tussendoor gaf hij geen kick. Je stond je af te vragen of hij er zelf nog wel een beetje lol in had. Smashing Pumpkins: zelfde verhaal. Je voelde zo dat Corgan elke avond precies hetzelfde zei op exact hetzelfde moment, en dat dat monoloogje zo getimed was dat het precies 17,6 seconden mocht duren.

"Kijk: ik geloof niet dat mensen alleen naar een concert komen om een band songs te zien spelen. Ze gaan om samen iets te vieren dat ze allemaal met elkaar gemeen hebben. Het beste optreden dat ik ooit gezien heb was er een van G. Love & Special Sauce, toen hun eerste plaat net uit was. Ik was zeventien, en keek mijn ogen uit. Er was tweehonderd man, en die hadden allemaal het gevoel dat ze een belangrijke ontdekking hadden gedaan. Dat we achteraf samen nog stoned zijn geworden, speelde misschien ook mee. (lacht)

"Soms kun je een unieke avond creëren louter en alleen door tegen het publiek te praten. Meer nog: dat blijkt achteraf vaak de reden waarom mensen zich later een optreden nog herinneren. In Londen stonden we voor 20.000 mensen in de 02 Arena, en op een bepaald moment vraag ik aan het publiek om me hun tanden te laten zien. Eén kerel vond er niks beter op dan me z'n kunstgebit te gooien. Een detail, maar iedereen die er bij was die avond zal het nooit meer vergeten."

De muziek op de nieuwe plaat klinkt nog steeds tamelijk intiem. Hoe moeilijk was het om aan de verleiding te weerstaan om het geluid wat grootser te maken? Dat is namelijk een reflex die je wel vaker ziet bij bands eens ze in sportpaleizen en arena's spelen.

"Klopt. Alleen: dat hoeft helemaal niet. Toen we jong waren werd ons altijd verteld dat je op grote optredens je luidste songs moet spelen, omdat de stille nummers altijd verloren gaan voor een grote massa. Maar intussen zijn de geluidsinstallaties zo goed dat die stelling compleet achterhaald is.

"Natuurlijk: niets zo makkelijk als het publiek anderhalf uur murw slaan. Alleen: dat interesseert ons niet. Wij zijn één van de weinige bands die lange, ingetogen songs kunnen spelen op een festival zonder dat iedereen dat meteen als een teken ziet om naar het toilet te gaan.

"Neem nu 'Lippy Kids': wellicht ons meest verstilde nummer. Was het een risico om dat een paar jaar geleden voor zestigduizend mensen te spelen op het hoofdpodium van Rock Werchter? Misschien wel. Maar die versie is achteraf toch een hit geworden, en daar zijn we trots, zéér trots op. Moraal van het verhaal: soms loont het om de dingen niet volgens het boekje te doen."

The Take Off and Landing of Everything van Elbow is uit bij Fiction. Op 14 juni komt Elbow naar Paleis 12 op de Heizel in Brussel. www.livenation.be

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234