Zaterdag 25/01/2020

Over de schoonheid vande herfstbloem

Dat ze 47 is en nog altijd een droom koestert. Wat die dan wel mag zijn? Professionele zangeres worden. Gegniffel. En waarom dat dan nog niet gelukt was? De kans niet gekregen. Fijne glimlachjes. Begin maar. Licht onzekere knik. Verveeld gezucht.En daar gaat ze. Fonkel in de ogen. Hier had ze een leven lang op gewacht. “I dreamed a dream in time gone by, when hope was high en life worth living.” De snikkende lyrics uit Les Misérables kunnen niet toepasselijker. Monden vallen open, het publiek is laaiend. Ze zingt als de Elaine Paige in het diepst van haar gedachten. En dan haar laatste zin, de genadestoot: “Now life has killed the dream I dreamed.” Staande ovatie. Vochtige ogen.Een slordige 100 miljoen YouTubekijkers hebben intussen gesnotterd bij deze auditie van Susan Boyle voor de Britse talentenjacht Britain’s Got Talent. De werkloze vrouw uit Schotland zong al langer, maar alleen voor de bescheiden opkomst van de plaatselijke parochiekerk. Het was als ode aan haar overleden moeder (die ze tot haar dood had verzorgd) dat ze dan toch het ‘echte publiek’ had aangedurfd. En ze the dream in time gone by weer durfde te dromen.Wereldwijd gissen opiniepeilingen en blogs naar het waarom van het onwaarschijnlijke (YouTube)succes van Boyle. Omdat het troost, vinden er nogal wat. Te zien dat talent niet noodzakelijk in een packagedeal komt, onlosmakelijk verbonden met een gestroomlijnd uiterlijk en jeugdige onstuimigheid. Vooral dat laatste is een troostende gedachte. Dat dromen niet hoeven te verdampen als ze niet voor het vijfentwintigste levensjaar zijn verwezenlijkt. Wel integendeel.

Briljante branie

Nee, laatbloeiers hebben het niet makkelijk in deze tijden waarin we talenten liever vroeg dan laat zien ontluiken. Als het genie lang en veel oefening nodig heeft, krijgen we argwaan. We dragen ze dus op handen, de jonge leeuwen. Kunstenaar Jan De Cock mocht op zijn 29ste gaan timmeren in het Londense Tate Modern en op zijn 32ste als eerste nog levende Belg het New Yorkse MoMA sieren. En singer-songwriter Jasper Erkens, zestien lentes jong, schreeuwt straks die prille baard in zijn keel aan flarden op Rock Werchter. Het hoogtepunt in een Belgisch muzikantenleven en de knaap heeft nog geen eelt op zijn vingers. Maar goed, rock-’n-roll is jong. Bij uitstek. Kurt Cobain, Jimi Hendrix, Janis Joplin. Zevenentwintig toen ze stierven, maar al voldoende creatieve erfenis nagelaten om nooit vergeten te worden. En The Beatles dan. Late twintigers toen ze splitten. Twintigers! Een mens zou van minder nerveus worden.

Picasso tegenover Cézanne

Er is nog zo’n domein dat jonge, briljante branies omarmt: de dichtkunst. Harvardpsycholoog Howard Gardner noemt dichters het ultieme voorbeeld van snel ontvlamde en hevig brandende talenten die helaas ook vlug weer uitdoven. De Jotie T’Hoofts, jawel. Of Hugo Claus, die pas 26 was toen hij zijn Oostakkerse gedichten schreef. Claus’ vuur bleef natuurlijk wel branden. Al werd de jonge dichter vooral groot, of toch bekend, als schrijver. In die schrijverswereld vinden we misschien wel de meeste laatbloeiers. Pieken komen er wel vaker na vele, langdurige vingeroefeningen. Claus schreef Het verdriet van België op zijn 54ste, W.F. Hermans was even oud toen hij Onder professoren schreef, Harry Mulisch schreef De aanslag op zijn 55ste en De ontdekking van de hemel op zijn 65ste, en Daniel Defoe bedacht Robinson Crusoe op zijn 58ste. Maar wat met de echte laatbloeiers? Talenten die we helemaal niet horen of zien voor een plotse, stralende indian summer? De Amerikaanse econoom David Galenson onderscheidt twee types creatievelingen: de Picasso’s tegenover de Cézannes. Picasso begon zijn carrière met een paukenslag. Zijn bekendste werken, waaronder Les Demoiselles d’Avignon, schilderde hij voor zijn zesentwintigste. Cézanne maakte zijn meesterwerken pas op het einde van zijn carrière. Waarom? Niet omdat hij pas laat zijn talent had ontdekt. Of omdat de wereld hem laat had ontdekt. Nee, Cézanne schilderde al net zo lang als Picasso. Hij was een laatbloeier, simpelweg “omdat hij pas een goede schilder werd op het einde van zijn carrière”, aldus Galenson. “En om de een of andere reden zijn de Cézannes in de huidige cultuur in onmin geraakt.” Een te lang rijpingsproces maakt ons dezer dagen achterdochtig. Oefenen, dat is voor halfgoden. Geen tijd meer voor de trial-and-erroraanpak. Maar niet alle laatbloeiers zijn Cézannes. Er zijn er wel degelijk die gewoon de kansen misliepen, zoals een Susan Boyle. Daar is het zaak de droom vast te houden, tot die kans zich vroeg of laat toch nog aandient. Bij anderen durft dan weer het temperament een en ander af te remmen. Te weinig lef en branie om jong en onverschrokken de arena te betreden, of het is dat perfectionisme dat het talent doet aarzelen. Laatbloeiers, zo zeggen psychologen, zijn vaak ook alleskunners. Generalisten. Ze blinken uit in meerdere domeinen en kiezen pas laat richting.

Aanhouder wint

In eigen land is Jan Van Loy als schrijvende laatbloeier het mooie weer aan het maken. De man die op zijn 39ste debuteerde, haalde dit jaar als enige Vlaming de shortlist van De Gouden Uil met zijn roman De heining. Al noemt hij zich niet graag een laatbloeier. “Een schrijver van 45 jaar vind ik niet meteen een laatbloeier”, aldus Van Loy. “De meeste schrijvers pieken toch pas als vijftiger of zestiger? Nu, het klopt wel dat ik vrij laat gedebuteerd heb. Zeker omdat ik al op mijn 25ste officieel besloten had om schrijver te worden. Zes jaar heb ik zelfs het voltijdse schrijverschap volgehouden. Tot het financieel onhoudbaar werd, omdat ik alleen maar een paar verhalen gepubliceerd kreeg. “Daar ben ik achteraf gezien heel blij om. Ik was nog lang niet rijp als schrijver. Met ouder worden zie en begrijp je de wereld gewoon anders. Dat sijpelt door in je schrijven en dat maakt je boek ook leesbaar voor mensen ouder dan 25 jaar. Als twintiger vond ik The Catcher in the Rye bijvoorbeeld fantastisch, maar voor een veertiger is dat wat minder. Mijn late debuut vond ik dus zeer terecht. In mijn geval toch. In die zin ben ik zeker en graag een laatbloeier.”Een andere laatbloeier van eigen bodem: Rik Torfs. Al klopt dat maar half, academisch ‘bloeit’ de man uiteraard al langer. Daar was de kerkjurist zelfs zeer snel in. Al op zijn dertigste was hij tot professor benoemd. Voor zijn carrière als opiniemaker, schrijver, columnist en tv-persoonlijkheid schakelde hij enkele versnellingen lager. Daar lijkt hij nu, op zijn 52ste, pas echt goed op dreef. Dat hij een begenadigde interviewer is, bleek al uit zijn fraaie Canvasreeks Nooitgedacht. Die pet mag hij straks nog eens opzetten in het verkiezingsprogramma Stemming 09, dat hij de laatste week voor de verkiezingen op Eén presenteert met Siegfried Bracke. De wegen van de kerkjurist zijn ondoorgrondelijk. En daar houdt hij van. “Ik voel me vrijer dan ooit. Binnen de academische muren voelde ik me na een tijd claustrofobisch. Maar dit tv-werk had ik tien jaar geleden nog niet kunnen doen. Ik ben op veel vlakken nogal traag. Ik heb ook lang de durf gemist om naar buiten te stappen, om voor een publiek te spreken. Ook een boek als Lof der lankmoedigheid had ik op mijn dertigste nog niet kunnen maken. Toen miste ik nog de afstand en de rijpheid om beschouwend te schrijven. “Op je dertigste ben je trouwens nog te veel met jezelf bezig. Je wilt je bewijzen. Let wel, in de exacte wetenschappen ben je als prille dertiger dan weer op je best. Jonge postdocs zijn ontzettend creatief en vernieuwend. Het heeft met de aard van het beestje te maken, denk ik. Maar in mijn geval ook met temperament. Ik ben blij een laatbloeier te zijn als tv-persoonlijkheid en schrijver. Blij dat ik op dat vlak het geduld had om stap voor stap te gaan.”Laatbloeiers, ze geven troost. Ze bewijzen dat het nooit te laat is, dat de aanhouder wint. En dat de oude meester net zo briljant kan zijn als het jonge genie. Al heeft Groot-Brittanniës populairste laatbloeier er wel een hardnekkige (YouTube)concurrent bij gekregen in de talentenjacht. Het zingende natuurtalent Shaheen Jafargholi. Net twaalf is hij.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234