Vrijdag 09/12/2022

Over dark rooms, Maria Callas en de nuchtere Nederlander

Dinsdagochtend opende De Telegraaf met een foto van Pim Fortuyn op het strand. In een pak, op lakschoenen en met zijn twee hondjes. 's Avonds brandde in diverse tv-programma's een bloedserieuze discussie los over de vraag: gaat een normaal mens op lakschoenen naar het strand? "Dat is nep, zo loop je niet op het strand, dat kost hem zetels", meenden Barend en Van Dorp. "Het is echt en hij wint er zetels door", voorspelde Jan Mulder. En daar zou Mulder wel eens gelijk in kunnen hebben. Even los bezien van de veelbesproken politieke punten: de ontevreden Nederlandse burgers zijn in de ban van iemand met een flink aantal on-Nederlandse eigenschappen. Met de glanzende schedel, de scherpe gezichtstrekken en de rechtse oneliners vertegenwoordigt Fortuyn de afkeer van het poldermodel, maar hij is óók de kirrende relnicht, de licht perverse hedonist en, jawel, de vertederende romanticus.

De brave huisvaders en moeders hebben alles gniffelend op hun tv voorbij zien trekken. Zo kent iedereen Fortuyns uitroep: "Ik een racist?! Ik heb niets tegen Arabieren, mijnheer. Ik slaap ermee!" Nederlands gevreesdste politicus bezocht jarenlang de dark room. Fortuyn schreef al in 1998 in zijn zeer goed verkochte autobiografie Babyboomers. Portret van een generatie met provocerende openhartigheid en voorzien van een psychoanalytische verklaring: "Kontjelikken is het lekkerste wat er is." Hij koketteerde met zijn democratische lust, lust voor zowel hoog als laag. In een radio-interview in 1998 vroeg Martin Simek hem: "Wat was op maatschappelijk gebied het laagste met wie je gevreeën hebt?" Fortuyn: "Een werkloze, Turkse jongen met iets meer dan lagere school. Was leuk, was lekker."

Voor het grote publiek werden Fortuyns extremen onlangs nog eens duidelijk in een tv-interview met Ivo Niehe. De dark rooms kwamen voorbij, maar Niehe bestendigde tevens het beeld van Fortuyn als een beschaafde romanticus. We zagen de smaakvolle inrichting van zijn statige huis, Palazzo di Pietro genaamd, te midden van een van de grootste Rotterdamse achterstandswijken (over tegenstrijdigheden gesproken): een ruim aanbod aan moderne kunst, een oude Rotterdamse fabrieksmachine, een indrukwekkende boekenkast, kostbare Engelse meubelen, twee harige schoothondjes en een butler, tevens chauffeur.

Aan Simek had Fortuyn zich al verklaard tot een groot kunstliefhebber. Van dans, beeldende kunst ("Ik heb acht jaar met een kunstschilder samengewoond, meneer") en van een niet al te experimenteel klassiek repertoire, zoals vertolkt door de aan aids overleden pianist Joeri Egorov en Maria Callas, van wie hij het zo ontroerend vond dat zij "twijfelde of het de moeite waard was geweest om te leven".

Bij dat zachte beeld hoort ook Fortuyn als liefdevolle zoon. Hij vertelde wegens zijn moeder de stap naar de politiek lang te hebben uitgesteld. Nu is zij overleden. En voor wie het nog niet wist, vertelde Fortuyn in diverse programma's desgevraagd over "zijn grote verloren geliefde". De enige man die hem diep had geraakt, waarbij hij "zielsversmelting" voelde, maar die hem had verlaten.

Fortuyn is de hoop van de burgerman en tegelijk het tegendeel van hun grijze, burgerlijke bestaan. In dat opzicht staat hij in direct verband met die andere twee massale Nederlandse hypes: die over de dood van rockster Herman Brood en over de komst van de Argentijnse Máxima. De Nederlander die zich altijd omschreef met "doe maar gewoon dan doe je al gek genoeg" smacht op het hysterische af naar "het ongewone".

"Ik voel me net een popster", zei Fortuyn donderdag dan ook glunderend, omstuwd door internationale pers, toen een groep jonge meisjes hem toejuichte op weg naar een persconferentie. De taart die Fortuyn daarna in zijn gezicht kreeg, deed daar weinig aan af. Zijn fans zijn de fans van een popidool: vooral gewone lieden. Niet alleen witte kleinburgers van omstreeks de veertig, maar ook een regiment dure kopstukken uit het bedrijfsleven, jongeren en zelfs allochtonen die niet te veel concurrentie willen.

Eerder deze week, toen Fortuyns boek uitkwam, was onder de gevestigde politiek nog opluchting te bespeuren. De ex-hoogleraar die in zijn eentje het politieke debat weer tot leven had gewekt bleek toch minder scherp dan gevreesd. Maar de tornado raast door. Nu al is Fortuyns werk het best verkochte boek van de Nederlandse boekenweek en bekende intellectuelen verklaren in het openbaar gecharmeerd te zijn door de kale man in pak, die, zoals dan wordt gezegd, "te extravagant is om slecht te zijn".

Merlijn Schoonenboom

In 'Buitenlandse zaken' belichten onze correspondenten Merlijn Schoonenboom (Amsterdam), Gert Van Langendonck (New York) en Rudy Pieters (Valencia) elke zaterdag beurtelings over opvallende gebeurtenissen, personen of debatten in vreemde culturen.

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234