Maandag 29/11/2021

Over clematis, rozen

en een passiebloem

Welke clematis kan ik combineren met een rode klimroos tegen een oostenmuur? Kan ik een passiebloem combineren met een blauweregen tegen een zuidenmuur? En welke witte rozen kan u mij aanraden voor een rozenperkje?

Die vragen kreeg ik een paar weken geleden van een trouwe lezer van deze wekelijkse groenpagina. Meestal beantwoord ik dit soort vragen telefonisch of met een briefje - als ik tenminste het antwoord weet. Het is immers niet omdat ik elke week over bloemen en planten en tuinen schrijf, dat ik een specialist zou zijn. Geoff Hamilton, de twee jaar geleden overleden samensteller van het onvolprezen BBC-tuinprogramma Gardener's World, schreef ooit dat men minstens drie levens nodig heeft om zich tuinspecialist te kunnen noemen, en dan nog. Bovendien ben ik, in tegenstelling tot iemand als Hamilton, maar een amateur voor wie het tuinieren nog altijd op de eerste plaats een hobby is, en zeker geen voltijdse bezigheid.

Omdat deze vragen en de antwoorden erop wellicht meer lezers kunnen interesseren en omdat ze mij in de gelegenheid stellen om misschien een paar misverstanden uit de wereld te helpen, vond ik het echter de moeite waard om er wat uitgebreider op in te gaan.

Klimrozen en clematis worden heel vaak met elkaar gecombineerd. Voor de rozen bloeien of wanneer ze zich opmaken voor hun tweede bloei of al zijn uitgebloeid, komt de clematis in actie. Op voorwaarde natuurlijk dat men zo veel mogelijk rekening houdt met de respectieve bloeitijden. Maar ook als ze samen bloeien, kan dat een boeiende combinatie opleveren.

Mijn briefschrijver heeft het over een 'rode roos', zonder verdere precisering. Nu bestaan er in de rozenwereld echter tientallen tinten rood, gaande van bijna oranje, over vermiljoenrood tot bijna paars. Het ene rood kan misschien wel mooi worden gecombineerd met een donkerpaarse clematis, terwijl het andere daar bij vloekt, maar misschien perfect past bij een zachtroze of een witte met een geel hartje.

In het algemeen zou ik zeggen dat u alleszins zeer voorzichtig moet zijn om een rode roos te combineren met een andere bloem die eveneens naar rood of naar purper neigt, omdat dit zelden een goede combinatie oplevert. Ik zou veeleer naar lichtroze of wit gaan. Een diepblauwe clematis, maar dan zonder rood-paarse schijn in het blauw, kan ook een mooi resultaat opleveren. Maar nogmaals, alles hangt af van het precieze soort rood van de roos.

Afgezien hiervan vind ik zelf de combinatie van rozen met clematis tegen een muur niet zo'n gelukkig idee, ook al wordt ze vaak toegepast. Ik heb daar twee redenen voor. Ten eerste vind ik dat een clematis meestal veel beter tot zijn recht komt als hij ongemoeid zijn weg kan gaan door en over een boom of een hoge struik waar hij zich met zijn kleine haakjes aan vasthecht. Ook een grote heesterroos kan op die manier eventueel met een kleinere clematis aangevuld worden. Tegen een muur is het altijd wat behelpen omdat de clematis zich niet vasthecht op de muur. Bovendien heeft een clematis van nature een 'slordige' groeiwijze, waardoor ze er altijd wat vormloos uitziet. En tenslotte is een standplaats tegen een muur, waar het meestal droog en warm is, niet ideaal voor de clematis die houdt van 'frisse voeten', met andere woorden wortels die in de schaduw kunnen staan.

Ten tweede, en daarmee samenhangend, rijst er ook een praktisch probleem wanneer men een clematis wil combineren met een klimroos. Om de clematis enigszins in toom te houden en om te vermijden dat hij onderaan helemaal kaal wordt en alleen bovenaan nog wat bloeit, moet hij meestal elk jaar sterk ingesnoeid worden. Dat is geen eenvoudige klus wanneer hij helemaal verstrengeld is met uw klimrozelaar. Bij de combinatie van een clematis met een rozelaar over een pergola of een rozenboog is dat minder een probleem omdat het daar minder stoort dat de clematis alleen bovenaan bloeit en het zelfs de bedoeling kan zijn dat hij als een soort waterval naar beneden hangt. Maar tegen een muur is dat meestal geen gezicht.

Wie toch clematis met rozen tegen een muur wil combineren, kiest ten eerste best voor soorten die niet te krachtig groeien zodat ze de roos niet helemaal overwoekeren. Dus zeker geen Clematis montana. Ook C. alpina of C. macropetala zijn flinke groeiers, maar tegen een muur van minstens drie à vier meter hoog en in combinatie met een forse klimroos kunnen ze wel worden gebruikt.

Het grote voordeel van deze twee soorten is dat ze niet elk jaar moeten worden gesnoeid, wat heel wat miserie kan besparen. Men snoeit ze pas als ze te groot zijn geworden en men doet dat dan onmiddellijk na de bloei, wat dan weer wel een heel karwei is omdat de roos dan zeker niet meer geknipt mag worden.

Bijkomend voordeel van deze twee soorten is dat ze zeer vroeg bloeien, in april-mei, voor de roos opengaat dus, waardoor het misschien niet zo nauw steekt of de kleur wel past bij die van de roos. Ze hebben ook hele mooie, zilverachtige zaadpluizen die tot in het najaar blijven hangen. De bloemen zijn relatief klein, zo'n drie tot vijf centimeter, maar zeer aantrekkelijk.

Goede alpinavariëteiten zijn ondermeer 'Frances Rivis' en 'Pamela Jackman', beide met vrij grote, licht paarsblauwe bloemen, de roomwitte 'Albiflora', de helderwitte 'White Columbine', de gevuldbloemige witte 'White Moth' (die iets later bloeit) of de diepblauwe 'Cyanea'. Bij de macropetalatypes is de roomwitte 'White Wings' een goede keuze. Ook de zachtroze 'Rosy O'Grady' en 'Rödklokke' of de lavendelblauwe 'Anders' zijn zeker de moeite waard.

Een andere mogelijkheid is een Clematis texensis, een buitenbeentje in clematisland. Hij sterft elk jaar tot tegen de grond af en begint in het voorjaar opnieuw te schieten vanuit de grond en wordt op één seizoen gemakkelijk een twee à drie meter hoog. Hier dus geen snoeiproblemen, het volstaat om het afgestorven blad te verwijderen uit de rozenstruik. Maar als u zich niet stoort aan dat verdroogde blad in de winter kan u het verwijderen als u in het voorjaar de roos snoeit. C. texensis bloeit laat in de zomer (augustus-september) met heel opvallende bloemen die aan een lelietulp doen denken. De bloemen zijn het mooist als men er ook van bovenaan in kan kijken, dus niet te hoog laten worden of bijvoorbeeld onder een slaapkamerraam zetten. 'Princess Diana' is lichtroze met donkerder roze strepen, 'Etoile Rose' en 'Duchess of Albany' zijn donkerroze.

Van de clematissoorten die wél elk jaar moeten worden gesnoeid, komen in feite alleen de laatbloeiende soorten in aanmerking. Die moeten immers pas aan het eind van de winter, in het vroege voorjaar dus, worden gesnoeid, net op het ogenblik dat ook de rozen kunnen worden gesnoeid. Nadeel is natuurlijk dat ze pas in de tweede helft van de zomer bloeien, als de hoofdbloei van veel rozen al grotendeels voorbij is. Maar daar staat tegenover dat u langer zal kunnen genieten van een 'bloeiende muur'.

Concreet betekent dit dat u best een grootbloemige cultivar uit de C. 'Jackmannii'-groep kiest of een kleinbloemige C. viticella, maar dan een die niet te krachtig groeit.

De meeste C. 'Jackmannii'-cultivars zijn donkerpaars, wat niet altijd evident is om te combineren met rood. Maar er bestaan er een paar die wel in aanmerking komen. 'Ascotiensis' is bijvoorbeeld helderblauw, wat normaal prachtig te combineren is met rood. Ook 'Perle d'Azur' is prachtig blauw. Een hele mooie roomwitte is 'John Huxtable'. 'Pink Fantasy' tenslotte is lichtroze.

U moet er wel rekening mee houden dat de grootbloemige clematissen zeer gevoelig zijn voor de gevreesde verwelkingsziekte, een schimmelaantasting die de plant op een paar dagen doet verwelken en doodt. De hier geciteerde variëteiten zouden echter minder ziektegevoelig zijn. C. viticella is helemaal ongevoelig voor deze ziekte. Hij heeft talrijke knikkende, meestal lila-paarse tot donkerpurperen bloempjes op lange, sierlijke bloemstengels. Hij wordt elk jaar zo'n drie à vier meter hoog. Wat de kleur betreft zou ik u aanraden om een bloeiende plant te kopen zodat u de meest passende kleur kan kiezen. Het is riskant om alleen maar af te gaan op de naam van een bepaalde variëteit, omdat de kleuren wel eens kunnen verschillen. Er bestaan ook bijna witte variëteiten zoals C. viticella 'Alba Luxurians' (met een lichtpaarse blos en groene randjes). Heel mooi zijn ook de donkerpaarse 'Royal Velours' en de iets lichtere 'Venosa Violacea', maar niet evident met een rode roos.

Is de combinatie van rozen met clematis klassiek, dan is de combinatie van blauweregen met passiebloem dat veel minder. Om eerlijk te zijn, ik heb het nog nooit gezien.

En om allerlei redenen vind ik het ook geen goed idee. Ten eerste en vooral zijn er maar een paar passiebloemen die bestand zijn tegen onze winters. En dan nog: als het een paar dagen tot min tien vriest, wat misschien niet elke winter gebeurt, maar toch zeer geregeld, dan overleven ook deze 'winterharde' soorten niet. In ons klimaat is de passiebloem eigenlijk alleen geschikt voor een serre of als terrasplant die in een koele en donkere ruimte moet overwinteren. Ten tweede vind ik zelf dat een blauweregen zo'n mooie plant is, ook als hij is uitgebloeid, dat hij geen gezelschap nodig heeft. Integendeel zelfs, ik zou het zonde vinden wanneer de structuur van de rankende blauweregen met zijn frisgroene blaadjes wordt verstoord door er een andere klimplant door te sturen. Maar dat is natuurlijk een kwestie van smaak.

Mijn briefschrijver vermeldt dat zijn blauweregen nog maar drie jaar oud is. Misschien is hij nu nog wat klein en wat schraal en bloeit hij nog niet. Gun hem de tijd en als hij over een paar jaar voldoende is uitgegroeid en overvloedig bloeit, verdwijnt wellicht vanzelf de behoefte om er iets anders te laten doorgroeien. Tuinieren is nu eenmaal ook een oefening in geduld.

'Welke rozen zou u aanbevelen voor een rozenperkje van ongeveer twee vierkante meter doorsnede? Ze moeten zeker wit zijn. Wij denken aan bodembedekkende rozen met in het midden een stam- of treurrozelaar, of welke combinatie zou u voorstellen?' Aldus de vraag van mijn briefschrijver.

Het is natuurlijk moeilijk om advies te geven zonder de rest van de tuin te kennen, wat er nog zoal rond dat rozenperkje staat, of het in volle zon ligt, wat soort grond er is, enz. Maar laten we er voor het gemak van uit gaan dat een perkje met witte rozen daar perfect op zijn plaats is.

De zogeheten 'bodembedekkende rozen', de laatste tijd erg populair, zijn, op één enkele uitzondering na, volkomen ongeschikt voor een klein rozenperkje. Het typische kenmerk van deze rozen is immers dat ze lange ranken maken die over de grond kruipen, bijna als een klimroos die is omgevallen. Zelfs de kleinste, zoals 'Little White Spray' of 'Swany', hebben toch al snel een vierkante meter nodig en worden nauwelijks hoger dan een twintigtal centimeter. Ze zijn eigenlijk bedoeld om op vrij grote oppervlakken een dicht tapijt te vormen waar het onkruid, in theorie althans, nog nauwelijks een kans krijgt.

Ook de combinatie van laagblijvende rozen met een stam- of treurroos in een perkje van nauwelijks twee vierkante meter lijkt me niet zo'n gelukkig idee. Het zal er altijd wat pietepeuterig uitzien, zo van willen maar niet kunnen.

Indien u per se een stamroos wil (een treurrozelaar vind ik zelf een droevig zicht), dan zou ik het houden bij één, maximaal twee rozen (b.v. Schneewittchen, Maria Mathilde of Swany) en voor de rest in het perkje een of andere laagblijvende plant zetten. Klassiek is natuurlijk de combinatie met lavendel of het wat wildere kattekruid, maar andere mogelijkheden zijn b.v. blauwe vergeet-me-nietjes samen met witte tulpen, blauwe of witte geraniums, gele vrouwenmantel, witte of roze Dicentra (b.v. Dicentra formosa 'Langtrees' of D. eximia 'Alba'), de witte anjer Dianthus 'Charles Musgrave' of Dianthus plumarius 'Albus Plenus', Pulmonaria officinalis 'Sissinghurst White', de witte Gaura lindheimeri 'Whirling Butterflies', Anaphalis triplinervis of een van de vele salviasoorten... Heel mooi kan ook de combinatie zijn met rode of witte Centranthus, met geelgroene Euphorbia characias of het tere geelgroen van dille of venkel of de witte of geelgroene eenjarige siertabak. De keuze is bijna oneindig.

Mij lijkt het echter een beter idee om in het rozenperkje alleen maar struikrozen te planten. En ook daar is de keuze bijna eindeloos.

Voor een traditioneel rozenperkje zou ik kiezen voor trosrozelaars die maximaal een meter hoog worden en die bijna heel de zomer doorbloeien met relatief kleine bloemen, maar zo overvloedig en in zo'n grote trossen dat het wel één groot boeket lijkt.

Mijn eerste keuze zou dan de prachtige 'Little White Pet' zijn die nauwelijks een goede zestig centimeter hoog en breed wordt. Bijna ex aequo komt 'Marie Pavic' met weliswaar een lichtroze schijn. 'Maria Mathilde' en de erg populaire 'Schneewittchen', met iets grotere bloemen dan de twee voorgaande, zijn aan elkaar gewaagd en vormen ook een uitstekende keuze, zij het misschien iets 'gewoner'. Heel speciaal en laagblijvend is 'White Koster' met opvallende ronde bloempjes die een beetje lijken op een anemoontje. Met een zes- à zevental van deze rozen is het hele perkje zeker gevuld.

Maar waarom van het perkje niet één grote rozenstruik maken met de iets hoger bloeiende oude of nieuwe heesterrozen? Ze hebben een wat informelere groeiwijze en worden ook wat hoger, waardoor het na een paar jaar lijkt alsof het om één grote rozenstruik gaat.

Bij de (eenmalig bloeiende, maar heerlijk geurende) oude rozen is er bijvoorbeeld de damascenerroos 'Madame Hardy', de lagerblijvende 'Manning's Blush', de prachtige 'Souvenir de St Anne' (met weliswaar een lichtroze blos), de herbloeiende bourbonroos 'Boule de Neige' en de schitterende 'Shailer's White Moss'. Ook de herbloeiende rugosaroos 'Blanc Double de Coubert', met grote sneeuwwitte bloemen en een heerlijke geur, is een sieraad in de tuin.

Deze rozen worden zo'n anderhalve tot twee meter hoog en voor een perkje van twee vierkante meter volstaan twee of drie planten.

Er bestaat ook een hele serie modernere herbloeiende struikrozen die zeker de moeite waard zijn. Bij de witte denk ik dan bijvoorbeeld aan 'Sally Holmes' met enkele crèmewitte bloemen met goudgele stuifdraden, de iets lager blijvende 'Blush Noisette' met kleine, gevulde bloemen in trosjes of de nieuwe Lens-creatie 'Jelena De Belder' met opvallend geelgroen blad en enkele witte bloemen (die ook iets lager blijft, maximaal anderhalve meter).

Een andere mogelijkheid zijn de Moschatahybriden die de laatste tijd terecht opnieuw in de belangstelling komen. Het zijn prachtige heesterrozen die heel de zomer door overvloedig bloeien met zeer aantrekkelijke, relatief kleine, meestal enkele bloempjes op lange takken. Ook deze rozen worden ongeveer anderhalve meter hoog. Tot de mooiste witte behoren de geurende 'Kathleen', de prachtige, lichtgeurende 'Guirlande d'Amour' en de iets lager blijvende 'Neige d'été'. Die twee laatste zijn creaties van Louis Lens. Ook 'Penelope' is een prachtige Moschatahybride, maar ze verkleurt pas naar het einde van de bloei toe echt wit.

Keuze te over dus, en er zijn er nog veel meer. Maar uiteindelijk moet u eerst voor uzelf uitmaken wat voor soort rozenperkje u wil en wat het best in het geheel zal passen, en pas dan kan u beginnen kiezen.

Info

Wie meer wil lezen over clematis kan ik het recent verschenen boek 'Clematis, gids voor liefhebbers en vakmensen' van de Britse kweker Raymond J. Evison, warm aanbevelen. Het geeft een zeer volledig overzicht van de vele honderden clematis-soorten en -variëteiten, met teelt- en snoeivoorschriften en combinatiemogelijkheden. Het boek is uitgegeven bij Uitg. Schuyt Haarlem (voor België Standaard Uitgeverij, Antwerpen) en kost 1.090 frank (ISBN 9060974646).

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234