Vrijdag 10/04/2020

Outsiders moet je duiden, vieren, koesteren, stimuleren en bestuderen

Johnny Marr over de buitenstaanders en buitenbeentjes die muziek magisch maken.

Johnny Marr was gitarist van de alternatieve rockgroep The Smiths.

De beste muziek werd altijd gemaakt door outsiders, zegt Johnny Marr. De voormalige gitarist van The Smiths legt uit waarom de beste vernieuwers een beetje apart staan. Deze tekst is een ingekorte versie van de lezing die hij onlangs gaf aan de University of Salford.

Om te beginnen: ik haat de muziekbusiness niet. Ik heb het geluk al ongeveer twintig jaar als muzikant actief te zijn en zal dat hopelijk nog een tijdje doen. Maar de Britse en Amerikaanse muziekindustrie heeft in haar geschiedenis nog nooit iets gecreëerd. Ze heeft nooit ook maar iets vernieuwd.

Het kwam altijd van buiten, van outsiders in de echte wereld. Die mensen bouwden uit noodzaak, afwijzing, frustratie, en met talent en visie aan hun eigen ark en vaarden naast en voor de muziekindustrie uit. Op die manier creëerden ze hun eigen markt; ze deden hun eigen research & development. Niemand vond Bob Marley, de Sex Pistols, Kurt Cobain of Jay-Z uit. Allemaal vonden ze zichzelf uit en werden ze uitgebraakt.

Het eerste outsiderobject dat ik zag, was een plaat van The Buzzcocks genaamd Spiral Scratch. Ik was dertien of veertien en herinner me hoe zelfs het uitzicht van die plaat zo anders was. Toen moesten rocksterren en muzikanten eruitzien als goden. Het was allemaal zo idolaat. De plaat was behoorlijk apart: kaalgestript, no-nonsense, onopgesmukt, direct. Ze stond volledig los van alles wat er toen gebeurde. De sound was een van de eerste producties van een andere legendarische outsider uit Manchester, Martin Hannett.

In de loop der jaren kwam ik tot het besef dat er een opvatting bestaat van een 'binnen', een perceptie van de muziekbusiness als een plek, of een groep fysieke ruimtes. De mensen denken dat het een mythische plaats is waar je gelukkig bent. Maar het is een wereld die twaalf weken duurt en eindigt op kerstavond. Er is geen deur naar de muziekindustrie. Er zijn alleen het idee dat zo'n deur bestaat en de klassieke notie bij muzikanten die het willen maken over hoe ze zich naar binnen kunnen wurmen.

Eén manier om dat te doen is een contact. Een soort leidsman die benaderbaar is omdat hij met één been in de wereld staat waar jij je bevindt en met één been in het deurgat, met achter zich een hel wit licht. Maar de waarheid is dat elke vernieuwende en fantastische manager die echt een verschil heeft gemaakt dat nooit eerder had gedaan. Malcolm McLaren, Andrew Oldham, Joe Moss (manager van The Smiths) en Brian Epstein: allemaal runden ze een winkel. Rob Gretton, manager van New Order en Joy Division, was een deejay en had nog nooit eerder een band gemanaged.

Joy Division is een interessant voorbeeld omdat ze eerder de kans hadden gekregen van binnenuit, vanuit het establishment. Ze kregen geld om voor RCA een plaat op te nemen, maar ze waren niet klaar. De plaat leek nergens naar. Maar ze hadden iets wat andere bands misten: de ultieme outsidermanager uit Manchester, Gretton. Gebruikmakend van zijn scherpe outsideresthetica, ambitie en trendgevoeligheid bouwde hij de band uit tot wat hij was in de vroege dagen, en werd hij het vijfde groepslid.

Het outsideretiket is niet zomaar een postmodern concept. Het outsiderdom - is dat een woord? - is tegenwoordig een winstgevend en hoogst exploiteerbaar goed, en een krachtige commerciële positie. Wat me zo aantrekt aan mijn opdracht aan de Salford University is dat ik misschien ooit iemand tegenkom die met een eigen platenlabel zal beginnen.

Def Jam Recordings ontstond in 1984 in een studentenhuis van de New York University. Het is nu honderden miljoenen dollar waard. Maar als je eraan begint om er honderden miljoenen mee te verdienen, dan wordt het niks. Niemand die ik tot dusver vermeld heb, of hopen anderen die ik zou kunnen vermelden, doet het voor het geld. Het gebeurt gewoon. Als ze het voor het geld deden, dan zouden ze gecastreerd worden; ze zouden niet de ballen hebben om zich te tonen en al die gewaagde, geschifte dingen te doen die uiteindelijk effect hebben.

Oldham creëerde niet alleen The Rolling Stones, hij stichtte in de jaren zestig ook een eigen label, Immediate Records. Het was een zet tegen het establishment, hij wilde bewijzen dat je ook met klasse en stijl succes kunt hebben. Oldham inspireerde me toen ik The Smiths oprichtte. Door over hem te lezen leerde ik dat niemand ons zou ontdekken. Nogmaals: je moet het idee van een 'binnen' laten varen, in je eigen ark blijven en je concentreren op het doen van grootse dingen.

Een vriend van me kon tijdelijk aan de slag bij EMI en overtuigde zijn bazen ervan dat het de moeite waard was om in The Smiths te investeren. We kregen geld om de studio in te trekken, maar wisten dat het niet zou lukken, dat we daar niet op onze plaats waren. We moesten buiten blijven, en in zee gaan met een outsiderlabel. Uiteindelijk werd dat Rough Trade Records. Dat was in oorsprong een winkel. Geoff Travis begon ermee om platen te verkopen die zich buiten de mainstream bevonden.

Lou Reed zou altijd een legende worden vanwege zijn werk met The Velvet Underground. Maar dat Reed een klinkende naam is, is het gevolg van één nummer: 'Walk on the Wild Side'. De wereld die hij daarin portretteert en bejubelt, wordt uitsluitend bevolkt door eigenzinnige, sociaal onaangepaste outsiders, travestieten, transseksuelen, drugsverslaafden en subversievelingen. Reed werd gelanceerd dankzij nog zo'n fantastische outsidermanager toen hij met Andy Warhol in zee ging. Warhol had er geen benul van hoe hij een band moest managen. Hij wilde gewoon kunst maken die inspiratie haalde buiten de gevestigde kunstwereld, wat niet vanzelfsprekend was in de jaren zestig.

Iedereen in het door Warhol gecreëerde universum was een buitenstaander. Gaf iemand van die mensen een moer om mensen binnen de filmindustrie? Wilden ze in reguliere films spelen? Nee. Gaf iemand in de industrie een moer om hen? Nee. Maar dat is niet van belang. Wat ze wel deden, was hout vasthouden en hopen dat ze wat geld konden verdienen. Dat gebeurde niet. Maar ze hielden ook hout vast en hoopten dat ze een verschil zouden maken. En dat gebeurde vast en zeker.

Alle groten deden het van buitenaf. En dat is een heel, heel inspirerende vaststelling. We leven in een tijd van conformiteit, uniformiteit en verstikkend conservatisme. Ik weet niet hoe het zover is kunnen komen, maar zo is het nu eenmaal. De notie van de outsider moet geduid en gevierd worden, gekoesterd, gestimuleerd en bestudeerd. Ik wil meer mensen zien - en ik weet dat ze er zijn - die ernaar uitkijken om te worden als zij die ik beschreven heb: de McLarens, de Oldhams en de Lydons.

De titel 'Walk on the Wild Side' is geplukt uit een roman uit 1956 van Nelson Algren, A Walk on the Wild Side. Algren zei over zijn boek: "(Het) vraagt zich af waarom verdwaalde mensen zich ontwikkelen tot betere wezens dan zij die in hun hele leven nooit verdwaald zijn geweest." Die song verklaart het allemaal, die titel verklaart het allemaal - hij had evengoed 'Walk on the Wild Outside' kunnen heten. © Johnny Marr

Alle groten in de muziekindustrie deden het van buitenaf. En dat is een heel, heel inspirerende vaststelling, want we leven in een tijd van conformiteit, uniformiteit en verstikkend conservatisme

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234