Vrijdag 04/12/2020

Out of time, out of place

ROMAN. De Nederlandse schrijver L.H. Wiener heeft een patent op aanstekelijke, in zwarte humor gedrenkte misantropie. Ook zijn nieuwe roman, een totaalkroniek van zijn Joodse familie aan vaderskant, is weer snoepgoed voor fijnproevers.

"Ik ben in hoge mate mijn hoofdpersoon. Tegelijk haast ik me te zeggen dat het allemaal honderd procent fictie is", zo vertelde Lodewijk Henri Wiener (°1945) me ooit in een interview over zijn romans en verhalen. "Ik ben een fictiograaf, om een flauw en vals woord te gebruiken. Ik heb immers geen fantasie. Wél maak ik alles veel erger dan wat ik zelf meemaak. Dat is een handige strategie om te overleven."

Gegoochel met alter ego's, kameleontische poses én labyrintische sluiptochten door een zwaar op de schouders drukkend verleden: het zit ingebakken in het wijdvertakte maar té lang miskende oeuvre van de Nederlandse schrijver, die onlangs zowel zijn zeventigste verjaardag als zijn vijftigjarig schrijverschap mocht fêteren. Bij Wiener knelt het leven als een korset. En er is die onafwendbare maar ook steeds geaccidenteerde omgang met het vrouwelijke geslacht, vaak decennia jonger dan het hoofdpersonage. Voeg daarbij een korzeligheid over het verknechtende lerarenbestaan, een portie milde paranoia én ettelijke kruiken 'koningswater' (in casu whisky) en je hebt de contouren van Wieners door en door pessimistische oeuvre.

Sinds zijn merkwaardige debuut Seizoenarbeid (1967) - dat door de toenmalige critici met Jan Wolkers werd vergeleken - wist Wiener zijn onnavolgbare stijl te perfectioneren. Toch is zijn misantropie voor gevorderden - titel van een van zijn boeken - gekruid met teerzwarte humor en een romantisch sarcasme waar hij alleen de pincode van bezit. Schrijven noemt hij niet voor niets "een eeuwig gevecht tegen de faalangst". Want: "Je betreedt tenslotte een arena vol bedreigingen." O, en vergeten we ook niet Wieners argeloze en vaak bezongen liefde voor dieren die kan omslaan in wantrouwen.

Virtuoze zelfkweller

Decennialang golden de verhalen van L.H. Wiener als snoepgoed voor fijnproevers. Pas dankzij het sublieme Nestor (2002), dat hem de Bordewijkprijs opleverde, De verering van Quirina T. (2006, shortlist Libris Literatuurprijs) en Eindelijk volstrekt alleen (2008) kwam Wiener vaker in de spotlights. Dat Dimitri Verhulst en Jeroen Brouwers 's mans proza een duwtje in de rug gaven, deed hem geen kwaad. Al is Brouwers intussen met hem gebrouilleerd, hij noemde Wiener in Satans potlood ooit 'een zeer nabije geestesverwant' en 'de grootste kleine schrijver'.

Nadat Wiener in 2011 in Shanghai Massage via alter ego Ezra Berger in het reine was gekomen met zijn 42 jaar jongere geliefde Quirina T., wil hij in zijn nieuwe roman klare wijn schenken over zijn troebele familiegeschiedenis langs vaderszijde. Opmerkelijk is dat hij in In zee gaat niets verloren een bijna registrerende, soms boekhoudende toon aanslaat. 100 procent fictie? Nee, dit keer zeker niet. Toch laat hij opnieuw verschillende genres meanderend toenadering zoeken tot elkaar, tot die uiteindelijk een voorzichtige alliantie aangaan. Zo wordt dit boek wederom een totaalkroniek, een fundgrube waar de trage lezer bijzonder veel genoegen uit kan puren.

Wieners precieze, soms felle maar tegelijk gevoelige proza wordt doorspekt met (ietwat lang uitgesponnen) logboekflarden over een zeiltocht naar Oostende, een necrologie en ode voor zijn dementerende 'Lolitapoes' en natuurlijk talloze oprispingen over het schrijverschap. Ongedurig steekt misplaatstheid de kop op, Wiener noemt zichzelf niet voor niets een virtuoze zelfkweller. 'Zoals hij als jongen geen wezenlijk contact kon krijgen met zijn Joodse vader, zo lukt het nu ook niet met zijn kinderen, die verdwenen lijken in een digitale wereld, waarin de werkelijkheid slechts virtueel bestaat', luidt de baseline van het boek. Wiener is en blijft een man die nergens bij hoort.

De foto van de freule op het voorplat speelt een cruciale rol in In zee gaat niets verloren. Hij is van zijn oudtante Louise Reine Henriette van Gigch uit 1918, waar ze 'statig jong' en 'overrompelend mooi' in beeld is gebracht. Wiener ontdekt haar portret op een expo van fotograaf Merkelbach in het Amsterdamse Stadsarchief en het is alsof de bliksem inslaat. Weer komt naar boven hoe hij één keer, in het jaar 1950, bij haar op bezoek ging met zijn vader en zijn broertje. Haar kilheid die middag zou hij nooit vergeten, net 'als de krenking die zij mijn vader heeft aangedaan'. Sindsdien zag hij haar nooit meer. 'En daarom gaat deze hooghartige rijkeluisdochter alsnog voor de bijl.'

Wiener zoekt tot op de draad uit hoe het nu precies zit met tante Loes, die tijdens WO II wellicht ondergedoken zat op de zolder van het leeuwenverblijf van dierentuin Artis. Doorspekt met fantasieën over hoe hij haar als jonge snaak fysiek zou hebben benaderd, verdiept hij zich in de familiegeschiedenis, die veelal in de Tweede Wereldoorlog eindigt en met Auschwitz en zelfmoord spaak loopt. Maar hoe meer hij zich ingraaft in documenten, archieven en briefwisselingen of langs plekken en begraafplaatsen dwaalt, hoe geïsoleerder hij zich lijkt te voelen. Of wordt hier toch een haasje-over tussen realiteit en fictie gespeeld?

In memoriam

Soms slingert het boek alle kanten op en lepelt Wiener iets te droogweg details op. Maar de schijnbaar losse, kroniekachtige vorm verhindert elke aandrang om het boek opzij te leggen. Eenmaal in Oostende aangekomen met zijn zeilboot de Argos, brengt het hoofdpersonage in het Casino Kursaal via een spelletje hide and seek aan de roulettetafel een hommage aan zijn gokverslaafde vader. Tussendoor komen we te weten waar zijn misantropie ontstond, op zijn vierde al.

Prachtig zijn de talloze passages over het schrijverschap. 'Ik ben mijn eigen psychiater wel, en zonder neuroses zou ik geen schrijver zijn en anoniem passeren, zoals mijn vader, wiens dominante dwanghandeling zwijgen was.' Er dringt zich maar één conclusie op, denkt Wiener: 'Als je beseft dat je out of time and out of place geboren bent, word dan schrijver en kies je eigen tijd en plaats en ontleen aan het schrijven tenminste nog enige levensvervulling.'

Wat hij vijftig jaar lang heeft gedaan. Precies daarom richt hij ook 'in alle eerbied, een in memoriam' op 'voor de helft van je familie, die je nooit gekend hebt'. Dat er ondanks de intense tragiek menigmaal te lachen valt - zelfs over de moeizame verhouding met zijn kinderen - is debet aan Wieners perfect getimede sarcasme. Zoals hier: 'Het wil mij wel eens overkomen dat mijn kinderen mij louter zien als een gratis belegging, met de overwaarde van mijn huis als overpand, maar ik moet mij hierin vergissen, dat moet.' Zo vallen anekdotiek, herinneringen en levensgeschiedenissen uiteindelijk als de blokjes van een spelletje Tetris op hun plaats, in een patchworkroman die alweer ontzag afdwingt.

L.H. Wiener, In zee gaat niets verloren, Atlas/Contact, 252 p., 21,99 euro.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234