Maandag 18/10/2021

Oudste steenkoolsite van Limburg herrijst

Het was de kleinzoon van een steenkoolarbeider die met de naam C-Mine op de proppen kwam. ‘De C staat voor cultuur, cinema of creativiteit, zoals je wil’, zegt Wim Dries (CD&V), burgemeester van Genk. De metamorfose van

de oudste mijn van Limburg nadert volgende week zijn apotheose en de anders zo

bescheiden Limburgers zijn

er trots op. ‘Je kan het ook uitspreken als See Mine, kijk naar ons.’

e stad deed voor de naam van de nieuwe mijnsite een oproep aan de bevolking, waarop duizenden reacties binnenkwamen. “Met C-Mine zijn veel connotaties mogelijk, en dat sprak ons aan”, vertelt burgemeester Wim Dries. In het naburige Beringen voelden ze zich ook aangesproken, want zij kopieerden de titel en noemen hun voormalige mijnsite tegenwoordig Be-Mine.

Ruim twintig jaar nadat Winterslag gesloten werd, breekt voor de oudste mijn van Limburg (de steenkoolproductie startte in 1917) een nieuwe fase aan. De Energiegebouwen - een verzamelnaam voor de machineruimtes - zijn gerenoveerd en klaar om aan een nieuw leven te beginnen. Woensdag gaan onder meer een cultureel centrum en een toeristische infobalie open, later op de week volgt nog een pop-upshop.

De stad Genk werkt al bijna tien jaar aan de renovatie van de oude mijngebouwen. Ze kocht het terrein in 2001 van de nv Mijnen voor een prijsje. “Maar tot nu toe heeft het ons ook nog niet veel opgebracht natuurlijk”, zegt Dries die in december van vorig jaar Jef Gabriëls opvolgde als burgemeester van Genk. Als voormalige schepen van ruimtelijke ordening kent hij de site goed. Het project ligt hem zo na aan het hart dat hij enkele jaren geleden zijn trouwfeest in de Barenzaal gaf, tussen de machines die honderd jaar geleden de druk onder de grond moesten regelen. “Ik durf zeggen dat zowat alle inwoners van Genk zich verwant voelen met de mijnen. Ze zitten in ons DNA en dat maakte het ook makkelijker om de goedkeuring van de bevolking te krijgen.”

Er werden in eerste instantie privé-investeerders aangeschreven om het volledige project uit te bouwen, maar die raakten het met de stad niet eens over het behoud van de historische elementen. “Ze wilden bijvoorbeeld alle technische installaties in de Energiegebouwen naar de kelder verplaatsen”, legt Ivo Carlens, bouwkundig ingenieur en directeur van de technische diensten, uit. “Het mijnverleden moet intact blijven, maar dat was commercieel voor hen niet interessant. Sommigen wilden het nieuw en clean afwerken. Stel je voor dat je deze muren zou vernieuwen met gipsplaten. Ondenkbaar.” De stad nam de ontwikkeling van het terrein zelf in handen. Anno 2010 worden bezoekers verwelkomd in een machinezaal met gerestaureerde, indrukwekkende rood-witte tegelvloer, lopen ze in de foyer van het cultureel centrum langsheen buizen en dineren ze binnenkort in Brasserie Basics bij kaarslicht tussen bedieningsliften.

Al in 2005 ging een eerste deel van de site opnieuw open: in de vroegere badzalen huist nu een bioscoop. Doordat de renovatie in verschillende stadia is verlopen, raakten meerdere architecten betrokken. Bioscoopuitbater Euroscoop sprak de Genkse architect Vincent Cops aan, terwijl voor de Energiegebouwen werd gekozen voor het Brusselse 51N4E, het architectenbureau van de kersverse Vlaamse Bouwmeester Peter Swinnen. Hij ging voor een mix tussen oude en nieuwe architectuur, een keuze die hier en daar op kritiek stuitte. Tegenstanders noemden het “designdozen rond de mijngebouwen”. Carlens weerlegt: “Er zullen altijd verschillende visies op een renovatie als deze bestaan. Je kan nooit voor iedereen goed doen, maar zelf vind ik het een geslaagde combinatie. Het uitzicht is magnifiek als je op het terras achteraan omhoogkijkt, en je ziet de contouren van het nieuwe cultureel centrum afsteken tegen de metershoge schachtbokken.” Het mag gezegd: de metamorfose is bescheiden uitgevoerd en laat tegelijk toch een grote indruk na. De mix aan architectuurvisies stoort niet, het geeft integendeel extra karakter aan de site. De plek ademt geschiedenis uit zonder een mijnmuseum te zijn. Het is fascinerend om te zien hoe de oude machinegebouwen met hun statische generatoren en ruwe, metershoge muren naadloos overgaan in twee moderne theaterzalen.

Berg van steen

De bioscoop geeft uit op een immens plein, het hart van de mijnsite. Het moet op termijn een groene oase worden, maar is momenteel nog in opbouw. De stad heeft plannen om het plein langs één zijde te verhogen, “een beetje zoals het Museumplein in Amsterdam”, aldus Dries. “C-Mine moet een site rond design & cultuur worden, maar niet enkel voor de happy few. Het mag niet boven de hoofden van de Genkenaars gaan.” De ondergrondse parking is gratis, zoiets kan alleen in Limburg. In hetzelfde gebouw als de bioscoop zit ook nog een fitnesscentrum en tot voor kort Terrae, het restaurant van Lucy en Jimmy, het koppel dat Mijn restaurant! net niet won. “Er zijn al een aantal nieuwe aanvragen voor het pand binnen, maar het contract met VTM verplicht ons om de ruimte een half jaar leeg te laten staan.”

Het terras van Ciné Città, een Italiaans restaurant, kijkt uit op de twee schachtbokken en een vervallen ruïne. “Het voormalige ophaalgebouw”, legt Carlens uit. “We wilden het volledig restaureren, maar de muren zijn tijdens de werken ingestort. Het gebouw is nu zodanig beschadigd dat het niet meer hersteld kan worden.” De stad is van plan om vanaf volgende zomer rondleidingen aan de mijn te organiseren, waarbij bezoekers ook een inkijk gegund is in enkele tunnels onder de mijn. Vanaf volgend weekend zijn er boven de grond al geleide wandelingen, elke zaterdag en zondag. Op 12 september staat C-Mine trouwens volledig in het teken van Open Monumentendag.

Helemaal achteraan de site doemt de mijnterril op, de berg waar vroeger het afval verzameld werd. “Afval is een groot woord, eigenlijk zijn het voornamelijk stenen”, verklaart Carlens. Steenkool werd ‘gewassen’ en de vrijgekomen stenen werden vervolgens gestort op een afvalberg of mijnterril. “Tot vorig jaar werd er trouwens nog steenkool uit deze berg gerecupereerd. In de vorige eeuw waren de wastechnieken immers nog niet optimaal, waardoor er nog een hoop steenkool in de berg belandde.” De terril is intussen bezaaid en tegen 2014 moet het een sport- en wandelgebied worden. Dries heeft parapente en andere attractieve sporten in gedachten.

buzzwoord

Het televisieprogramma Mijn restaurant! lokte veel volk naar C-Mine, maar nu ligt het terrein er weer verlaten bij. C-Mine is al jaren een buzzwoord, het lijkt er echter maar niet los te barsten. “Je moet het tijd geven”, vindt burgemeester Dries. “De vernieuwing verloopt in fasen. C-Mine brengt een mix van cultuur, educatie, toerisme en economie. Als je 4 mensen samenzet, klikt het meestal ook niet van de eerste minuut.” Eerst was er de bioscoop. En toen kwam er een gamingbedrijf. En later Piet Stockmans en Michaël Verheyden, twee ontwerpers met Genkse roots. Kunstenaar en porseleinspecialist Piet Stockmans opende in april in de voormalige mijnmagazijnen met magnifieke industriële architectuur StockmansBlauw, een showroom annex atelier. Ook de jonge Verheyden, bekend van zijn eigen handtassenlabel en sinds kort een Home Collectie, heeft op C-Mine een showroom. In september opent hij in samenwerking met de stad een pop-upshop met werk van jonge, onbekende designers (zie kader). “September wordt cruciaal. 2010-2011 wordt een schakeljaar. Zodra het cultureel centrum en de shop opengaan, verwachten we meer volk”, zegt Dries.

Het horeca-aanbod is niet overweldigend - een Italiaans en een Aziatisch restaurant - maar dat is volgens Dries een bewuste keuze. “C-Mine mag geen kunstmatig eiland worden, het moet een verlengde van de stad zijn. Onze stad moet organisch uitdeinen. Als je hier horeca concentreert, blijft iedereen ter plekke. Hier vlakbij ligt de Vennestraat met een interessante mix aan restaurantjes.” De Vennestraat was ten tijde van de mijn de plaats waar mijnwerkers na het werk een pint gingen pakken, maar toen de mijn dichtging, verloederde de straat. De stad hoopt nu dat de straat haar status van weleer oppikt.

Industriepool

De mijnen van Genk gingen dicht in de jaren tachtig, Winterslag sloot in 1988 als een van de laatste mijnen in het Limburgse steenkoolbekken. Het besef dat de mijnsites van Genk een andere, nieuwe invulling moesten krijgen, kwam al in de jaren negentig. In Zwartberg en Waterschei huizen tegenwoordig bedrijventerreinen, terwijl Winterslag - op een boogscheut van het centrum - de nieuwe culturele en recreationele long van de stad moet worden. Genk draagt trouwens nog maar sinds 2000 de titel ‘stad’. Het is gegroeid vanuit de mijnnijverheid en was traditioneel altijd een arbeidersgemeente. “Torenhoog probleem in onze stad is de braindrain”, vertelt Dries. “Hogergeschoolden zien geen reden om hier te blijven. Ze gaan studeren aan de KU Leuven en blijven daar hangen.”

Geen toeval dus dat educatie een belangrijke pijler van C-Mine moet worden. De Katholieke Hogeschool Limburg opende er een Media, Arts & Design Faculty waar zo’n 500 studenten zijn ingeschreven. “Genk mist stedelijkheid”, gaat de burgemeester verder. “Ons DNA is veel jonger dan dat van Hasselt of Leuven. Wij hebben geen stedelijke kern om op terug te vallen. In de jaren 1960 dacht men dat Genk een metropool zou worden, maar het is anders uitgedraaid. Met de sluiting van de mijnen is ook de groei van de stad gestopt. We hebben geen historische stadskern die in concentrische bewegingen gegroeid is. Andere steden moeten hun patrimonium bewaken, wij moeten vernieuwen.” Binnenkort wordt achteraan het terrein gestart met de bouw van nieuwe woningen, zodat er ook echt geleefd zal worden op C-Mine. “We zien dat veel jonge mensen wegtrekken om bijvoorbeeld in Hasselt een stadswoning te kopen. De creative middle class, zoals dat dan heet, heeft geen zin om in een verkaveling te gaan wonen. We hopen dat dit nieuwbouwproject jonge mensen kan overtuigen om hier te blijven.”

De naam ‘Ford’ valt regelmatig. Mede dankzij de Fordfabriek en de omringende auto-industrie is Genk de op twee na grootste industriepool van Vlaanderen, na Antwerpen en Gent. Een andere grote site in Genk is die van staalbedrijf ArcelorMittal en daarmee telt het Limburgse plaatsje meer dan 1.500 hectare industrieterrein. “Hoe lang zal Ford nog aanwezig blijven in Genk? Dat weten we niet. Hopelijk gaan ze niet weg, maar niemand die het kan voorspellen”, zegt Dries. “We moeten koesteren wat er is, maar ook nadenken hoe we kunnen evolueren. Genk de 21ste eeuw binnenloodsen.” Burgemeester Dries voorziet de lente van 2012 als einddatum voor de site. “Maar het zal nooit af zijn, dat kan je nu al voorspellen.” n

3 duotickets voor de lezing van

trendwatcher Li Edelkoort

(8 september, 19 u)

5 duotickets voor ‘Ouverture’,

het openingsconcert met Gabriel Rios, sopraan Anne Cambier en pianist

Michel Bisceglia (9 september, 20.15 u)

5 duotickets voor ‘Gardenia’,

voorstelling van Les Ballets C. de la B.

(12 september, 20.15 u)

2 exclusieve sjaals van Bent Van Looy

Achter de oude Energiegebouwen werd door het Brusselse architectenbureau 51N4E een nieuw cultureel centrum gebouwd.

Tegenstanders spraken van ‘designdozen rond de mijngebouwen’. Ivo Carlens, directeur van de technische diensten: ‘Er zullen altijd verschillende visies op een renovatie als deze bestaan. Je kan nooit voor iedereen goed doen.’

Zaterdag 11 september gaat de See Mine Pop-up Shop open, met werk van jonge designers van hier en overal in de wereld. Curators zijn de Genkse ontwerper Michaël Verheyden en zijn vrouw Saartje Vereecke. Pièce de résistance in de shop wordt een sjaal met motief getekend door Das Pop-zanger Bent Van Looy.

Michaël Verheyden, de Genkse modeontwerper met eigen accessoirelabel en sinds kort ook een lederen Home Collectie, zit al enkele jaren met zijn atelier en showroom op de mijnsite van Winterslag, maar verlaat binnenkort de site om een shop in Antwerpen te openen. “Niet zozeer omdat ik niet geloof in C-Mine, wel omdat dit een tijdelijke locatie was en we konden met de stad geen overeenkomst vinden voor een permanente oplossing”, zegt Verheyden.

Maar de verstandhouding zit nog goed, want Verheyden creëerde in samenwerking met het stadsbestuur een tijdelijke designshop. “Met werk van binnenlandse en buitenlandse ontwerpers dat zo uniek is dat het een verplaatsing naar Genk waard is.” Hij toont een bizar houtskoolstokje dat de lucht reinigt. Het is een cadeaushop geworden, maar meer dan zomaar een Expo, de klassieke giftketen. Van eigen bodem zijn er onder meer kaarsen van het Belgische merk Slowlight. De Limburgse ontwerpster Linde Hermans presenteert een designversie van de Crocs-schoen en nog uniek bij See Mine is de collectie Pelican Avenue van Carolin Lerch, een ex-studente van de Antwerpse Modeacademie. Maar hét pronkstuk is de sjaal van Bent Van Looy. Er zijn maar 100 stuks beschikbaar, dus er snel bij zijn is de boodschap. Of een exemplaar winnen via De Morgen Magazine(zie volgende pagina)!

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234