Woensdag 20/11/2019

Getuigenissen

Ouders van verongelukte kinderen getuigen: "Dit moet ophouden"

Bloemen en kaarsen op het kruispunt in Oostakker waar Nikita Everaert maandag om het leven kwam. Beeld Wouter Van Vooren

Nikita verongelukte afgelopen week in Oostakker, Joeri zes jaar geleden in Leuven, ook op een ‘zwart punt’. Niemand weet beter dan hun ouders hoe genadeloos het verkeer in Vlaanderen kan zijn. 

Ouders Nikita: "Veilig naar school kunnen, dat is toch het minimum?"

Maandag vertrok Nikita (16) zoals elke dag per fiets naar school. Twee uur later kregen haar ouders te horen dat hun dochter door een vrachtwagen was gegrepen. "Opeens kan er 20 miljoen extra vrijgemaakt worden voor verkeers­veiligheid. Maar ondertussen zijn wij onze dochter kwijt."

Goedgezind. Lachen. Een kus. “Tot straks mama.” Onthaal­moeder Kathy Deweweire was volop in de weer met drie peuters over wie ze zich die dag moest ontfermen en vader Steve Everaert kwam net thuis van zijn werk bij Volvo Cars, toen dochter Nikita als laatste die dag naar school vertrok. “Maandag moest ze daar uitzonderlijk pas om half­elf zijn”, vertelt Kathy. “Content natuurlijk, en haar broer en zus plagen omdat die vroeger moesten opstaan. Ze heeft hier nog haar nagels zitten lakken.”

Normaal fietste Nikita (16) samen met haar broer Thoby (17) en zus Mila (13) naar school. “Daar stonden we op.” Acht kilometer ver, langs de Antwerpse­steenweg tot de Edugo-school in Lochristi. “Ze kon daar over zagen hoor, over die afstand. Zeker bij slecht weer. Ze had een regen­kostuum, maar ja, dat was niet cool natuurlijk.” Zowat altijd fietsten ze in groep en spraken ze af met vrienden aan de Sleeplife, een beddenwinkel langs de drukke weg.

“Maar deze keer fietste ze dus alleen”, zegt Steve. “Langs die drukke baan, ja. Omdat daar tenminste een apart fiets­pad is. Er zijn kinderen die binnendoor naar school fietsen, maar langs die wegen zijn er helemaal geen fiets­paden. Dat is nog veel gevaarlijker, zeker tijdens de spits, want dan gebruiken auto’s ook die sluipwegen. Bovendien was Nikita een verantwoorde fietser. Geen muziek in haar oren, geen gsm. Ze wist hoe gevaarlijk het verkeer kon zijn.”

Niet op school

Steve en Kathy drinken hun zoveelste kop koffie aan de hoge, smalle keukentafel. Gegeten wordt er sinds maandag niet meer. “Ik krijg niks binnen”, fluistert ze. Het kinderpark staat leeg in de hoek, terwijl Thoby en Mila in de zetel voor zich uit staren. Even later komt ook de jongste, Nina (8), erbij zitten. Net zoals haar zus draagt ze een Adidas-trui van Nikita. Haar favoriete merk. Ook vriendinnen van Kathy bellen aan, krijgen koffie en hullen zich mee in stilte. Er valt niks meer te zeggen.

Het was een van die vriendinnen die Kathy maandag­ochtend opbelde. Of haar kinderen al op school waren, want er was een groot verkeers­ongeval gebeurd aan de Antwerpse­steenweg in Oostakker. “Dat Nikita later was vertrokken, vertelde ik. Maar dat ze inmiddels op school moest zijn. En aangezien de school mij niet had gebeld, ging ik ervan uit dat alles in orde was. ‘Is het met een donker­blauwe fiets?’ vroeg ik nog. Ja dus, maar dat durfde ze me toen nog niet zeggen. Meteen daarna heb ik de school gebeld, om er zeker van te zijn dat ze goed was aangekomen. Net op dat moment ging de bel.”

Steve deed open en begon meteen te schreeuwen. “Als de politie voor je deur staat, weet je hoe laat het is.” Onmacht, verdriet en woede dringen razend­snel het rijhuis in Destelbergen binnen. Van het ene op het andere moment worden ze deel van de statistieken: een zoveelste ‘ouder van een verongelukt kind’ en een zoveelste ‘dodelijk slachtoffer aan een gevaarlijke gewest­weg’. Exact op de dag waarop ze elkaar negentien jaar geleden leerden kennen.

Nikita Everaert. Beeld Familiearchief

De agenten die het slechte nieuws kwamen brengen, hebben hun job goed gedaan, benadrukken ze. Urenlang zijn ze daar gebleven. Ze hielpen opvang zoeken voor de peuters en begeleidden Kathy naar de school van haar kinderen. “Leerkrachten hadden Thoby al apart gezet, uit vrees dat er via sociale media iets bekend zou raken. Ik wou niet dat ze het op die manier moesten vernemen.” “We waren net aan het eten”, zegt Mila, die mee aan tafel schuift.

Steve trok naar de plaats van het ongeval en mocht daarna ook bij het lichaam van zijn dochter. “Daarvoor was goedkeuring nodig van de magistraat. Maar ik wou haar zien. Nu nog. Elk dag ga ik naar de begrafenis­ondernemer. Ik wil haar zo dicht mogelijk bij mij.”

Hij wijst naar enkele planken die buiten op de koer tegen de muur leunen. “Dit was haar oude slaapkamer. Ze wou al zo lang een groter bed, een twijfelaar. Eind januari hebben we haar verrast door een nieuwe te bestellen. Over enkele weken wordt het geleverd.” “‘Annuleer dat toch’, zeggen sommige mensen me. Maar ik wil niet”, gaat Kathy verder. “Dit is wat Nikita wou, dus het zal ook zo zijn.”

Meerdere slachtoffers

Ze snappen het niet, zeggen ze. Hoe het mogelijk is dat die vrachtwagen­chauffeur haar niet heeft opgemerkt. “Dit was geen dode­hoek­ongeval”, zegt Kathy. “Hij had speciale spiegels. Ze stonden allebei voor het rood licht. Op een bepaald moment moet hij haar toch voorbij zijn gereden? Dan weet je toch dat je moet opletten? Als je afslaat, dan check je of er geen fietsers zijn. Dat weet toch iedereen.”

Ze zijn stellig: hun dochter was niet in fout. “Inmiddels weten we meer over de precieze omstandigheden van het ongeluk”, zegt ze. “Meer details kunnen we nog niet vrijgeven, maar het is duidelijk dat Nikita niks verkeerd heeft gedaan.” Steve knikt instemmend. “Ze heeft zich aan alle verkeers­regels gehouden. Dit was puur de fout van de vrachtwagen­chauffeur.”

Na het ongeval bleek dat dit kruispunt al jaren te boek staat als een ‘zwart punt’, een gevaarlijke plek waar al meerdere slachtoffers zijn gevallen. Vijftien jaar geleden werd het opgenomen in een lijst van 800 zwarte punten waar de overheid prioritair werk van moest maken. Vandaag is het een van de 22 overgebleven punten waar nog steeds ingrepen moeten gebeuren.

Vlaams minister van Mobiliteit Ben Weyts (N-VA) maakt nu 20 miljoen euro vrij om sneller werk te maken van die laatste dodelijke zones. “Opeens kan er zoveel geld vrijgemaakt worden voor verkeers­veiligheid”, maakt Kathy zich kwaad. “Maar wij zijn ondertussen wel onze dochter kwijt. Natuurlijk is dit niet de schuld van Ben Weyts. Dit is iets wat al jaren verkeerd loopt. Dit is vooral de schuld van de stad Gent, die deze weg al jaren ongemoeid laat. Volgens mij heb je helemaal geen 20 miljoen euro nodig om dit op te lossen. Pas gewoon de verkeers­lichten aan. Laat fietsers eerst doorrijden, dan pas de auto’s.”

Nonchalance

Net daarom willen ze hun verhaal in de krant. Omdat ze merken dat de storm stilaan gaat liggen. “Wij willen dat dit nieuws blijft. Elke dag gaan honderden kinderen via die weg naar school. Of via andere gevaarlijke wegen. Het is toch niet te veel gevraagd dat ze dit veilig kunnen doen? Dat is het minimum. Veel chauffeurs beseffen niet dat ze met moord­machines op pad zijn en dat elke onoplettendheid fataal kan aflopen.”

Nikita Everaert met vader, moeder, broer en zusjes. "Ze was een echte puber. Een grote mond en discussiëren hè. Maar ze had een enorme verantwoordelijkheidszin." Beeld Familiearchief

Ze gruwen van de nonchalance waarmee sommige mensen in hun auto stappen. Moe? Een glas te veel op? “Sommigen vinden dat allemaal geen probleem. Die acteur bijvoorbeeld (Sam Louwyck, SV) die op tv kwam klagen over zijn straf nadat hij voor de zoveelste keer dronken achter het stuur was betrapt. Dat hou je toch niet voor mogelijk?” zegt Kathy. “Wij zijn daar zelf erg strikt in.”

Hun drie overgebleven kinderen zien ze liever niet meer op de fiets. Hoe moeilijk ook te regelen met hun werk, ze willen hen vanaf nu met de auto naar school brengen. “De ironie wil dat wij Nikita overal met de auto naartoe brachten. Baby­sitten, haar weekend­job in het restaurant... Ze moest nooit met de fiets. Behalve naar school, omdat dat onhaalbaar was voor ons.”

Een diploma lerares lager onderwijs, een concert van Justin Bieber, Tomorrowland... Nikita’s verlang­lijstje was lang. “Ze was een echte puber. Een grote mond en discussiëren hè. Zeker met ons”, zegt Kathy. “Maar ze was ook een open boek, en had een enorme verantwoordelijkheidszin. Gaan werken in het weekend en geld sparen. Met haar spaarcenten heeft ze ooit een dure handtas van Michael Kors voor mij gekocht. Welke dochter doet dat voor haar moeder?” Dochter Mila knikt. “Een grote mond en een klein hartje.”

Ze hopen dat er nu echt iets mag veranderen. Dat andere ouders mogen gespaard blijven van zo’n verlies. En dat er nu eindelijk eens echt werk wordt gemaakt van veilig verkeer. “Nikita krijgen we er niet mee terug. Maar wij hebben nog drie kinderen die we het verkeer in moeten sturen. Dit moet ophouden.”

Ouders Joeri: "Als ik Ben Weyts tegenkom, denk ik dat ik hem iets aandoe"

Op 13 november 2012 fietste Joeri (21) naar huis, maar verder dan de Leuvense Rennes­singel kwam hij niet. Met eigen ogen zag mama Leen Scheymans drie jaar later weer een dodelijk ongeval, precies op dezelfde plaats. Tal van mails en acties ondernam ze, maar vele beloftes ten spijt ligt het kruispunt er vandaag nog even levens­gevaarlijk bij.

"Toen de politie mij het nieuws vertelde, stond mijn wereld stil. Dat zijn zo van die typische spreekwoorden, maar die zijn er wel met een reden. Vrijwel meteen erna kwam de reactie­molen op social media op gang. ‘Het was een student, hij zal wel gedronken hebben.’ Maar Joeri was een brave jongen, een ijverige studie­bol. Hij had altijd zijn licht aan, stopte zelfs vaak aan die afslag. Dan denk je als moeder: waarom net de mijne?

Leen Scheymans bij het kruisje ter nagedachtenis van haar zoon Joeri, nabij de Rennessingel in Leuven. Beeld Wouter Van Vooren

“Die eerste twee jaar kon ik niets. Joeri was mijn eerste zoon, en ik had veel miskramen doorstaan vooraleer hij er kwam. Ik voelde mij niet langer compleet, bleef altijd zoekende naar dat deel van mij. Mijn dochter had wel nog energie, en nam veel initiatief. Toen al stuurde ze brieven naar burgemeester Tobback over dat kruispunt. Ze maakte zelf een houten kruisje voor op de plaats van het ongeluk, zodat voorbij­gangers toch beseffen hoe gevaarlijk het er is. En ze verkreeg de urn van Expeditie Robinson voor Joeri’s assen, want daarvan was hij grote fan.

“Toen zij op kot ging, ben ik ingestort. Ik bleef sterk voor haar, en ben heel blij dat ik nog een dochter had. Anders had ik er misschien een einde aan gemaakt. Pas drie jaar later, toen de politie­rechter zijn uitspraak had gedaan, hoopte ik misschien verder te kunnen. Een ander leven op te bouwen, want zoals ervoor wordt het toch nooit meer.

Colère

“Op een woensdag zoals vandaag – koud, maar zonnig – kocht ik tulpjes voor op de plek van het ongeluk. Maar toen ik toekwam, zag ik de ambulances. Er was opnieuw een dodelijk ongeval gebeurd, op dezelfde plaats. En ik stond daar met mijn tulpjes. Te bibberen. Toen ben ik in een gigantische colère geschoten. In mijn hele rouwproces was ik nooit kwaad. Zelfs niet op die bestuurster – uiteindelijk is zij ook een slachtoffer. Maar toen ik hoorde van dat verongelukte mevrouwtje dacht ik echt: hoe kan dit? Hoeveel doden moeten er hier vallen vooraleer ze iets doen?

“Ik heb toen een mail naar Ben Weyts gestuurd, want uiteindelijk bleek die weg een Vlaamse bevoegdheid. Iets waar de stad Leuven ons nooit over ingelicht had. Ik heb de minister toen voorgesteld alles zelf te financieren, ik had enkel de toestemming nodig. Een zebra­pad, dat gaat maar om wat verf. Op Moederdag kreeg ik antwoord. Vreselijk, alsof die dag niet al zwaar genoeg is. Nu besef ik dat dit allemaal met opzet was, een politiek spelletje met mijn gevoelens. Hij beloofde me toen er iets aan te doen. Maar er kwam geen schot in de zaak. Daarom besloot ik zelf een SAVE-bord te laten plaatsen (een initiatief van Ouders van Verongelukte Kinderen, red.), om terug in het nieuws te komen. Maanden had ik niets gehoord, en plots stonden alle politici daar. Onuitgenodigd, maar nu wilden ze allemaal per se een woordje doen. Hetzelfde gebeurde bij een ander verongelukt kind; toen heeft die moeder een taart in Weyts’ gezicht geduwd. En dan denk ik: hij mag nog blij zijn dat het taart was.

“Meteen erna, op 26 september 2016, kreeg ik persoonlijk een mail van Ben Weyts. Zijn belofte: in het voorjaar van 2017 zouden de werken afgelopen zijn. Maar er gebeurde niets. En dan blijkt nu dat het op de agenda staat voor 2019. Opnieuw: wij wisten van niets. Zo kwam hij verschillende keren positief in het nieuws met mooie beloftes, maar hij komt ze nooit na. Hij speelt ermee, maar het gaat hier wel om mensen­levens. Ik wens het niemand toe, maar toch: hij zou zelf eens een kind moeten verliezen. Ik kan Ben Weyts niet meer horen of zien, en als ik hem nu tegenkom, denk ik dat ik hem iets aandoe.”

“Het ongeval van Nikita heeft me enorm geraakt. Soms voelt het alsof ik zo’n nieuws aanzuig, er speciale voel­sprieten voor heb. Je probeert dan weer een leven op te bouwen en kijkt rustig tv, en plots komt alles terug: het verdriet, de beloftes. Ik geloof er niets meer van. Joeri leed aan een lichte vorm van autisme. Dat maakte hem heel recht­uit, hij kon niet liegen. Geen poespas, voor hem gold de kern van de zaak. Daar kunnen die politici nog veel van leren.

“Er zijn zoveel kleine dingen die ik mis. Dit jaar gingen we naar Thailand, onze eerste verre reis sinds het ongeluk. Joeri was verknocht aan de Thaise keuken. Heel die reis denk je: ‘Dat had hij graag meebeleefd.’ Altijd voel je die leegte. Hij was ook heel vaak thuis: Joeri was nogal een computer­nerd. Op de dag van zijn dood luisterde hij nog muziek met mijn dochter, dat was hun ‘ritueel’. Erna liet hij zijn computer aanstaan, een geluk bij een ongeluk. Toen pas ontdekten we hoeveel die games voor hem betekenden. Van China tot de VS: van over de hele wereld kregen we berichtjes. Daarom hoop ik stiekem dat hij nu een mooie, witte kamer heeft, met geen prullaria en geen stof, en een heel groot bureau vol computers. Als ik nu nog iemand verlies, dan zeg ik dat ook: ‘Joeri zit daar in die witte kamer, ga eens dag zeggen.’

Joeri Graulus. Beeld Familliearchief

“Mijn man en ik zijn er sterker uitgekomen. We hebben elk onze eigen manier van rouwen, maar aanvaarden dat van elkaar. Ik ben een babbelaar, praat graag en veel over Joeri. Mijn man minder, maar we staan elkaar wel bij. Sommige vrienden konden er minder goed mee om, en zijn we echt verloren. Voor hen is het natuurlijk niet simpel: soms weet ik zelf niet wat ik wil. Ik wil niet dat mensen Joeri dood­zwijgen, maar ik wil er ook niet om de haverklap over aangesproken worden.

“Vroeger zat ik boordevol energie, nu bezie ik het van dag tot dag. Ik maak geen lange­termijn­afspraken meer. Ik weet nu niet hoe ik mij binnen drie weken voel. Soms denken mensen: ‘Het is nu vijf jaar geleden, is dat nog altijd zo moeilijk?’ Ze bedoelen het goed, maar hebben het niet meegemaakt. Zelfs een familie­feest is stress. Dan zie ik neven van Joeri’s leeftijd, intussen al met een partner en soms kinderen. Baby­borrels, dat komt heel hard aan. Daarom heb ik uiteindelijk toch met lotgenoten gepraat. Dat voelde meteen als thuiskomen: zij weten waarover ze het hebben. Eigenlijk had ik dat eerder moeten doen. Als ik één raad aan de familie van Nikita zou meegeven, is het dat.

Liever 5 kilometer omrijden

“Vandaag kunnen wij nog wel gelukkig zijn, vaak met kleine dingen waar anderen niet bij stilstaan. Het constante besef van tijdelijkheid, dat doet je intenser leven. En ook: het kan altijd erger. Kinderen die verdwenen zijn, dat moet vreselijk zijn. Of zelfmoord. Wat wij meemaakten, is erg, maar we hebben Joeri toch 21 jaar gehad. Het geluk, de blijdschap, de ellende: ik zou er zo opnieuw voor tekenen.

“Soms lig ik nachten wakker over het verkeer. Mijn dochter die in haar auto rondrijdt, of wanneer ik zelf ergens met de fiets heen moet. Nog liever fiets ik 5 kilometer om, dan via een moeilijk punt. De plaats waar Joeri stierf, staat trouwens niet eens op die fameuze lijst zwarte punten. En toch is er bijna wekelijks een botsing. Er moet dringend iets veranderen. Als daar nu nog iets voorvalt, denk ik dat ik doodga. Dan heb ik pas echt gefaald.”

Vlaams minister voor Mobiliteit Bent Weyts (N-VA) wou enkel kort reageren op de getuigenissen: 

“Ik zou het echt misplaatst vinden om in debat te treden met ouders die zo een immens leed moeten verwerken. Elk antwoord schiet dan tekort. Op zulk moment kan ik, in alle sereniteit, enkel mijn vaste wil bevestigen om resoluut te blijven ijveren voor een verdere daling van het aantal verkeersslachtoffers.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234