Vrijdag 06/12/2019

Onderwijs

Ouders klagen ‘terreur’ van groepswerken aan: “Mijn kind wordt hier vooral ongelukkiger door”

Beeld Hollandse Hoogte / Mats van Soolingen

Groepswerken op school zijn steeds vaker een kwelling voor leerlingen en ouders. Door de hoge werkdruk bij de leerkrachten is de formule populair, maar de tol is vaak hoog. “De stress is enorm. Mijn kind wordt hier vooral ongelukkiger door.”

Een doordeweekse avond ergens in Vlaanderen. Grote paniek bij de dochter des huizes, want de powerpointpresentatie over IJsland die ze samen met drie klasgenoten moet maken, is nog lang niet klaar. En de drie anderen geven niet thuis. Van pure armoe en met de nodige traantjes maakt ze dan maar alleen het hele ‘groepswerk’. 

Het is iets wat wellicht heel wat ouders herkennen. Groepswerken vind je tegenwoordig in alle geledingen van het onderwijs. Het begint vaak al in de laatste jaren van de lagere school, komt tot een hoogtepunt in het middelbaar, maar ook in het hoger onderwijs is er geen ontsnappen aan. 

En het zijn er steeds meer. “Voor het lager en het middelbaar zijn er geen concrete cijfers, enkel een intuïtief aanvoelen dat het aantal stijgt”, stelt professor cognitieve psychologie Wouter Duyck (UGent). “Voor het hoger onderwijs zijn er wel cijfers, en daar zien we inderdaad een duidelijk stijgende trend van het ‘activerend leren’, zoals dat in het vakjargon heet.”

Leren werken in groep is op zich een goede zaak. Maar in de praktijk verlopen de groepswerken meestal niet zo goed. Duyck: “Leerkrachten spelen een belangrijke rol in dat leerproces. Ze moeten eigenlijk instructies geven, bijsturen en dus ook deelnemen aan het hele proces. Maar dat is in de huidige context van ons onderwijs onhaalbaar. In het beste geval zet een leerkracht zijn leerlingen in kleine groepjes in de klas en laveert daar een beetje tussen.”

Taxi spelen

In de praktijk gaat het meestal zo: de leerkracht geeft een groepswerk op, en de leerlingen moeten dat buiten de schooluren en -muren maken. Dat vergt ook veel georganiseer van de ouders, zegt Theo Kuppens van het VCOV, de koepel van ouderverenigingen in het katholiek onderwijs. “Ouders voelen zich vaak verplicht om taxi te spelen. Om samen een kijkdoos of een vlog te maken, moeten de kinderen fysiek samenkomen. In de lagere school gaan ze doorgaans in hun buurt naar school, maar in het middelbaar is dat veel minder het geval. Voor werkende ouders is dat niet altijd vanzelfsprekend.”

Hier en daar spelen gemeenten erop in, door ‘groepswerkruimtes’ te voorzien binnen de schoolmuren. Soms komt ook de gemeente te hulp. In Buggenhout beloofde de schepen van Jeugd vorige week aan de jeugdraad op zoek te gaan naar zo’n ruimte in de gemeente.

Maar los van de praktische problemen geeft het vooral veel stress bij kinderen, merkt Serge Cornelus, vader van een 14-jarige dochter en zelf lector aan de Arteveldehogeschool. Zijn dochter wordt niet bepaald vrolijk van al die groepswerken. “Ze is nogal perfectionistisch, balanceert soms op het randje van de faalangst. Dat zijn vaak de kinderen die het heel goed willen doen. Als ze merken dat de rest niet meewerkt, nemen ze dan maar alles zelf op de schouders. De anderen in de groep ‘surfen’ maar wat mee. Bij het geven van punten wordt daar niet altijd rekening mee gehouden.”

Er wordt van leerlingen verwacht dat ze assertief zijn, de taken goed verdelen en de ander durven te berispen als die het laat hangen. Maar kinderen worden niet noodzakelijk geboren met die vaardigheden. En tijd om ze aan te leren is er vaak niet, klagen leerkrachten. “Je kunt het die leerkrachten moeilijk verwijten”, vindt Cornelus. “Voor hen is dit een manier om een aantal vakoverschrijdende eindtermen te halen. Ik ga ervan uit dat ze doen wat ze kunnen.”

Optimalisatie van resources

Al ziet hij zelf wel een oplossing. Leer jongeren vooraf hoe ze moeten samenwerken, volg goed op en geef vooral minder maar kwalitatievere groepswerkjes. Cornelus: “Ik zie nogal vaak taken passeren waarvan ik het nut niet zie. Zo’n presentatie over IJsland bijvoorbeeld moet doorgaans vrij kort zijn – ze mag niet langer dan een lesuur duren. Diepgang brengen is dus moeilijk. En de feedback die leerlingen krijgen, is vaak heel summier. Je vraagt je toch af wat zo’n kind daar dan aan heeft, behalve stress?”

Duyck kan alleen maar beamen. Al heeft hij als lesgever wel begrip voor leerkrachten die groepswerken opleggen. Die doen dat uit pragmatisme. “Ik noem het eerder ‘optimalisatie van resources’. En ik weet waarover ik spreek. Ik heb zelf een vak dat ik samen met een collega aan 150 studenten geef. Als we naar 150 presentaties moeten luisteren, is dat onbegonnen werk. Door hen in groepjes te laten werken, kun je dat behapbaar houden.”

Al wil hij best toegeven dat dat niet de juiste motivatie is. “Ze leren er niet noodzakelijk door in groep werken.”

Bij de koepel van ouderverenigingen roepen ze dan weer op om goed te communiceren over de groepstaken. “Van de school tegenover de ouders”, zegt Kuppens. “Aan het maken van zulke taken zijn ook vaak kosten verbonden – om materiaal aan te kopen, bijvoorbeeld. Maar de communicatie moet evengoed andersom. Een school is zich er niet altijd van bewust dat de veelheid aan groepstaken grote gevolgen heeft voor de leerlingen en hun ouders. Erover praten met de directie is nog altijd de beste manier.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234