Dinsdag 10/12/2019

Oude wijn in nieuwe zakken

Wat bezielt Jo Lemaire om in het Nederlands te zingen? Is het een idee dat haar door de platenfirma werd ingefluisterd - om een nieuwe doelgroep aan te boren? Probeert de zangeres te verhullen dat ze zich op een creatief dieptepunt bevindt? Wat ook haar beweegredenen zijn geweest, geen van alle wegen ze op tegen het feit dat de chanteuse met haar nieuwe cd Enkelvoud de zwakste plaat uit haar carrière heeft gemaakt.

Ook de première van de tournee, donderdag in de Brusselse Ancienne Belgique, werd een ontluisterende vertoning.

Jo Lemaire verdient ongetwijfeld een apart hoofdstuk wanneer de vaderlandse popgeschiedenis ter sprake komt. Zo stond ze ooit aan de top met een adembenemend mooie cover van de Gainsbourg-hit 'Je suis venue te dire que je m'en vais' en maakte later met Duelle een sobere, tijdloze plaat over haar gestrande relatie met gitarist, producer en componist Fa Vanham. Niemand zal dus betwisten dat Lemaire talent te kort komt, maar de laatste tijd heeft ze niettemin flink veel moeite gedaan om ons op andere gedachten te brengen.

Zo bouwden schrijvers als Geert van Istendael, Benno Barnard en Bart Moeyaert haar grootste successen om tot Nederlandstalige tegenpolen. Maar hoe groot de woordenschat van die lieden ook mag zijn, hun schrijfsels blijken lang niet altijd goed te gedijen in het ritme van een song. Een lied is nu eenmaal oneindig veel meer dan een gedicht dat zomaar op muziek wordt gezet. Een woord als 'bladzij' bijvoorbeeld klinkt ontzettend oubollig in de context van een popsong. Alleen de bewerkingen van Wigbert Van Lierde - die Jo Lemaire op haar nieuwe tournee overigens ook live begeleidt - waren even simpel als doeltreffend.

Het kon in Brussel dus alle kanten op, maar Lemaire, nochtans een fenomenale zangeres, ontsierde elk nummer met overbodige vocale franjes, wekte nooit de indruk te geloven in wat ze zong.

De bindteksten riepen zo mogelijk nog meer irritatie op: we kwamen dan wel te weten welk soort onderbroeken collega-zanger Philippe Robrecht doorgaans draagt, maar voorts had Lemaire weinig relevants te melden. Soms viel ze zelfs op ronduit gênante wijze door de mand. Zo beweerde ze ter inleiding van 'Foutue Vieille Ville' dat ze die traditional had leren kennen via The Pogues-zanger Ally McShane, terwijl die brave man al sinds zijn geboorte Shane MacGowan heet.

De muzikanten waarmee de zangeres zich omringd had, boden evenmin soelaas. Ze leken in gedachten verzonken en haspelden zonder veel betrokkenheid hun setje af. De nieuwe variété-arrangementen die ze voor 'Parfum de rêve' en 'Captive et innocente' hadden bedacht, moesten het dan ook onveranderlijk tegen de originele versies afleggen.

Slechts één keer wist ze de juiste toon te vatten, maar de sobere vertolking van 'Ne me quitte pas' leunde wel erg dicht aan bij Brels pièce de résistance. Het bleek desondanks het enige lichtpunt in een ontstellend zwakke set. Terwijl Jo Lemaire vroeger vooral door fijnproevers kon worden gewaardeerd, brengt ze nu oude wijn in nieuwe zakken.

Bart Steenhaut

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234