Dinsdag 24/11/2020

Oude leden, soepele gewrichten

Een Cubaanse fiesta is voor velen het gedroomde uitje op een zaterdagavond en dus was de Brusselse AB tot de nok gevuld met latin lovers die reikhalzend uitkeken naar een nieuwe doortocht van de Afro-Cuban All Stars. Dit superieure dansorkest was al eerder in ons land te zien, maar dit keer mocht de 56-jarige sonero Félix Baloy als blikvanger fungeren. Er wachtte hem een warme ontvangst.

Brussel / Eigen berichtgeving

Dirk Steenhaut

Spilfiguur van de All Stars is Juan de Marcos González, een 46-jarige landbouwingenieur die bekend staat als een van de beste tresspelers van zijn generatie en door crooner Ibrahím Ferrer als "de Columbus van de Cubaanse muziek" wordt omschreven. Van 1977 tot '97 stond hij aan het hoofd van de befaamde sonformatie Sierra Maestra en sindsdien is hij uitgegroeid tot een gewaardeerd orkestleider, arrangeur en producer. Juan de Marcos was de man die de oude soneros bij elkaar bracht en het repertoire koos voor het Buena Vista Social Club-project. Zijn grote droom was echter een verscheidene generaties omspannende big band samen te stellen, waarmee hij hulde zou kunnen brengen aan het gouden tijdperk van de Cubaanse muziek, gesymboliseerd door el bárbaro del ritmo, Beny Moré. Met die supergroep, Afro-Cuban All Stars, maakte hij tot dusver twee internationaal succesrijke platen, A Todo Cuba le Gusta en Distinto, Diferente, waarmee hij de muzikale tradities uit de jaren veertig en vijftig nieuw leven wist in te blazen. Als de Cubaanse son en zijn vele afgeleiden momenteel dus weer populair zijn en ook in de VS en Europa worden gesmaakt, heeft dat alles met de artistieke visie en het zakelijke instinct van De Marcos González te maken. Hij zorgde er immers voor dat vergeten soneros als Ibrahím Ferrer, Pío Leyva en Barbarito Torres, filin-zangeres Omara Portuondo en pianist Rubén González dezer dagen weer gevierde sterren zijn.

De vijftienkoppige All Stars maakten op het podium van de AB meteen duidelijk dat ze van wanten wisten: er werd gemusiceerd met een enthousiasme en een vanzelfsprekendheid die je in onze streken zelden aantreft. De bijdehante ritmesectie met contrabas, conga's, claves, timbales en het onvermijdelijke ezelskaaksbeen, zorgde voor een onweerstaanbare swing die zijn effect op heupen en middenrif niet miste. Voeg daarbij een soepele pianist, een vijftal stomende blazers en enkele koorzangers en je hebt alle ingrediënten voor een feestje dat jong en oud meezoog als in een huizenhoge vloedgolf.

Het middelpunt van de avond was Félix Baloy Valdéz Santiez, een in witte smoking en dito tropenhoed geklede sonero, afkomstig uit de Oost-Cubaanse stad Mayarí. Baloy is een echte charmeur, een charismatische figuur die in de voorbije veertig jaar zijn rafelige, grofkorrelige stem ten dienste stelde van orkesten als Mi Amparon, Tropicuba, Son 14 en Elio Revé y su Charangón. Het ging hem tijdens zijn carrière niet altijd voor de wind: net zoals veel van zijn collega's kwam hij, na de Cubaanse revolutie, als zanger niet meer aan de bak en verdiende hij jarenlang de kost als spoorwegarbeider, melkboer en schoenlapper. Maar zijn vitaliteit en energie bleven intact en, dankzij Juan de Marcos González, die hem eerder al bij de Afro-Cuban All Stars had ingelijfd, mocht hij vorig jaar eindelijk zijn eerste solo-cd opnemen.

Het materiaal uit Baila Mi Son stond ook in Brussel centraal en de muzikanten mochten dan al niet meer van de jongsten zijn, er huisden duidelijk nog soepele gewrichten in hun oude leden. Baloy en diens begeleiders zijn van alle markten thuis en toverden vonkende mambo's, spetterende rumba's, swingende cha cha chá's en pittige sones montunos te voorschijn. Vooral 'Baila Mi Son', 'Cada Vez Que Te Veo' en 'El Son De Baloy' klonken ronduit onweerstaanbaar en brachten menigeen aan het dansen, terwijl de verliefde stelletjes in de zaal zich, tijdens enkele tragere, romantische bolero's, nog wat dichter tegen elkaar aandrukten. Behalve Baloy mocht ook Fernando Ferrer, een sonero van de jongere generatie, uitgebreid zijn kunnen bewijzen en tijdens de bisnummers hulde Juan de Marcos, die zich dit keer meer als ceremoniemeester dan als tresspeler manifesteerde, zich in een Cubaanse vlag die door enkele toeschouwers was meegebracht.

Niet dat er geen schoonheidsfoutjes te bespeuren waren: de instrumentale nummers werden, door de veelvuldige solo's, soms iets te lang uitgerekt en voor wie het Spaans niet machtig was waren de ellenlange improvisaties van de drie soneros naar het einde toe net iets te veel van het goede. Maar een sprankelende party beoordeel je nu eenmaal niet zoals een doorsneeconcert. Als de euforische reacties en de glinsterende ogen in de zaal een graadmeter mochten zijn, had het publiek de tijd van zijn leven. En plezier, dat is toch waar het om gaat in het leven?

WIE: Afro-Cuban All Stars met Félix Baloy WAAR EN WANNEER: Ancienne Belgique, Brussel, zaterdag 10 februariONS OORDEEL: Er werd gemusiceerd met een enthousiasme en een vanzelfsprekendheid die je in onze streken zelden aantreft. Een concert dat jong en oud meezoog als in een huizenhoge vloedgolf.

Het publiek had de tijd van zijn leven. En plezier, dat is toch waar het om gaat ?

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234