Dinsdag 19/11/2019

Stadsplanning

Oude gebouwen, nieuwe steden

Op Erfgoeddag kunt u onder meer een kijkje gaan nemen in de voormalige Belle-Vue-brouwerij in Brussel, die omgetoverd werd tot een hotel. Beeld Tim Dirven

Onder het motto 'een nieuw verhaal voor oude industrieën' wil Erfgoeddag de toekomstmogelijkheden van leegstaande industriegebouwen in de verf zetten. Want België hinkt nog achter op het buitenland.

In het buitenland is het al langer een trend: leegstaande industriegebouwen krijgen er een nieuwe bestemming als cultuurcentrum of wooncomplex. Denk maar aan de legendarische technoclub E-Werk in Berlijn, die begin jaren 90 het licht zag in een voormalige elektriciteitscentrale.

De jongste jaren is het fenomeen ook in België zichtbaar geworden: het Antwerpse Zuiderpershuis, dat werd gevestigd in een oude krachtencentrale, of cultuurhuis C-Mine in Genk, ingericht in en om de steenkoolmijn van Winterslag, tonen de culturele mogelijkheden van verlaten industriesites. Op Erfgoeddag kunt u zelf ontdekken hoe de Molenbeekse suikerraffinaderij van Graeffe een nieuwe functie vond als tehuis voor dansgroep Charleroi Danses, of hoe de brouwerij van Belle-Vue werd omgetoverd tot een hotel.

Herbestemming van industrieel erfgoed bestaat al veel langer. New York was een van de steden waar de trend startte: sinds het gebouw van de Bell Telephone Industries, in het zuiden van Manhattan, in 1970 werd omgetoverd tot een woon- en werkplaats voor de kunstenaarscommune Westbeth, heeft de tendens zich in de hele stad doorgezet.

De Genkse mijnsite van Winterslag, vandaag het cultuurcomplex C-Mine. Beeld Repro Borgerhoff

Hotspots

"Herbestemde industriegebouwen bepalen hier het straatbeeld", zegt Jacqueline Goossens, een Vlaamse journaliste die al sinds 1980 in New York woont. "Sinds de jaren 80 zijn de voormalige havenbuurten in Manhattan en Brooklyn opengebloeid tot hippe woonwijken en culturele hotspots als Williamsburg, Dumbo en Battery City Park." Het succes is enorm: dat meer en meer havengebouwen ingepalmd worden door nieuwe woningen en culturele instellingen, is een van de voornaamste oorzaken van de heropleving van de stad in de laatste dertig jaar.

In België moet er nog heel wat veranderen vooraleer er evenveel waarde wordt gehecht aan de toekomst van industrieel erfgoed. "Industrie is in Vlaanderen altijd vrij kleinschalig gebleven, en dus kijken mensen minder om naar de erfenis ervan", vindt Maarten Van Dijck van het Agentschap voor Onroerend Erfgoed. De aandacht voor industrieel erfgoed is hier dan ook een vrij recente ontwikkeling. Een inhaalbeweging is nodig. Van Dijck: "Het heeft tot de uitvaardiging van het Monumentendecreet in 1976 geduurd vooraleer het mogelijk was om een industriegebouw als beschermd monument te erkennen. Herbestemming is dan noodzakelijk, om leegstand van die gebouwen te vermijden."

Wordt het dan niet hoog tijd dat herbestemming ook hier een vertrouwd fenomeen wordt? Stadsplanners worden geconfronteerd met de toenemende urbanisering van ons land. Industriële activiteiten zijn al lang naar de randsteden verplaatst, dus kun je die gebouwen evengoed heruitvinden als woonplaatsen. Maar dat is een foute reflex, vindt Roeland Dudal van de denktank Architecture Workroom Brussels. "We mogen niet eenzijdig inzetten op nieuwe woningen in oude panden. Daarmee trek je de middenklasse aan, maar de realiteit leert dat de stad te weinig in economische ontwikkelingen voorziet als je industriegebieden volledig buiten de stedelijke zone plaatst."

Cultuurshift

Jacqueline Goossens merkt het ook op in New York. "Het contrast tussen arm en rijk is in die nieuwe, hippe wijken enkel groter geworden. De rijken trekken naar de binnenstad, de armen naar de suburbs, die verder verpauperen."

Wat moet er dan concreet veranderen? "We moeten wonen en werken verzoenen", vindt Dudal. "Er wordt te weinig benadrukt dat functies als woonactiviteit en productieactiviteit kunnen samengaan in dezelfde omgeving." Bij de herbestemming van industrieel erfgoed is er veel aandacht voor woonmogelijkheden of culturele faciliteiten, maar te weinig voor de industriële mogelijkheden die zo'n gebouw in de stad biedt. "Terwijl C-Mine illustreert dat culturele creativiteit en vernieuwing van de economie perfect kunnen samengaan op oude industriële sites."

Net nu de idee van culturele herbestemming voor industriegebouwen ook hier een vlucht lijkt te nemen, is er dus alweer nood aan een cultuurshift. Dudal: "We moeten opnieuw de aandacht vestigen op het belang van productiviteit en industrie voor het stadswezen." En in dat opzicht loopt België nog steeds achter op het buitenland. "In Zürich hebben ze een metaalwerkplaats en een cultuurcentrum samengebracht, in Rotterdam gaat men sturend en proactief te werk om de oude industrie van een toekomst te voorzien, en in Barcelona doet men al jaren actieve inspanningen om de productiviteit in de stad te verhogen."

Dat België achterop hinkt, wil het Agentschap voor Onroerend Erfgoed niet gezegd hebben. Maar Van Dijck geeft toe dat er nog wel wat kan veranderen. "We werken nog te veel voor elk monument afzonderlijk: we moeten een sterkere conceptuele achtergrond uitdenken en meer nadenken over de maatschappelijke opbrengst van herbestemming."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234