Maandag 23/09/2019

Oud zeer

Wat bezielt Boris Johnson? De Londense burgemeester koos deze week voor het brexitkamp en laat premier David Cameron, zijn partij- en studiegenoot, in de kou staan. 'Boris zou alles doen om zich niet te moeten schikken naar Cameron.' Hun vete gaat naar een climax, met als inzet: een koninkrijk.Maarten Rabaey

"Geef! Hier!" Twee jongens rollen over het tapijt. Een muts en een aktentas vallen op de grond. De een reikt naar een papier in de hand van de ander. Zijn opvallend blonde haren slaan tegen zijn voorhoofd, bezweet van de fietsrit naar Downing Street 10. De ander grijpt naar de strop van zijn das, die uit de halskraag schiet.

De twee jongens kennen elkaar goed. In het begin van de jaren 80 zaten ze samen op de elitaire jongenskostschool Eton, in Berkshire, en daarna studeerden ze tegelijk aan de exclusieve universiteit van Oxford. Vandaag is de een premier van Groot-Brittannië, de ander burgemeester van Londen. Het papier is een snoeihard begrotingsvoorstel van David Cameron (49) voor Boris Johnson (51), die er een speels gevecht voor over heeft om vóór het kabinet te weten hoeveel hij dit jaar zal moeten besparen.

Beiden geven elkaar na afloop zuinig lachend een schouderklopje, voor ze zich met rood aangelopen gezichten bij de wachtende ministers voegen. Na afloop zullen ze elk aan hun medewerkers vertellen dat zij het gevechtje wonnen.

Dit verhaal, bevestigd door hun omgeving, is kenmerkend voor de rivaliteit tussen twee kopstukken van de Britse Conservatieve Partij die al sinds hun kindertijd een oorlogje om de macht uitvechten. Sinds de voorbije week staan beiden opnieuw oog in oog. Het papier waarover ze nu ruziën, bepaalt de toekomst van hun land: het nieuwe lidmaatschapsakkoord van het Verenigd Koninkrijk met de Europese Unie, dat eind juni bij referendum aan de Britse bevolking zal worden voorgelegd.

Premier Cameron steunt de Blijf-campagne. Boris - iedereen noemt hem bij de voornaam - koos tot verrassing van vriend en vijand het Leave-kamp. Om te weten hoe het zover is kunnen komen, moeten we een zwart-witfoto van juni 1987 opdiepen.

Van Eton naar de Oxford Union

Op de trappen van het Christchurch College poseren enkele jonge twintigers in maatpak, het uniform van de Bullingdon-studentenclub, een exclusief 'dinergezelschap' dat enkel openstaat voor de conservatieve aristocratie of elite, liefst voormalige 'Etonians'. 'Dave' (Cameron), zoals iedereen hem in die tijd noemt, kijkt dromerig weg, Boris blikt vastberaden in de lens.

"De foto is wat ze is: je ziet een arrogante, geprivilegieerde elite die weinig voeling heeft met mensen met een laag inkomen of mensen die niet uit Eton komen", zou Rachel Johnson, Boris' zus, later in een documentaire vertellen.

De etentjes van de Bullingdon Club eindigden steevast in drinkgelagen, waarbij champagneglazen sneuvelden en vaak ook restaurantmeubilair werd vernield - de schade werd daarna cash vergoed aan de eigenaar. "Like many of the upper class, they love the sound of breaking glass", vatte BBC-journalist Michael Cockerell hun drijfveer ooit samen. Ter illustratie: enkele uren na het nemen van de groepsfoto moest Boris vluchten voor de politie omdat iemand van zijn gezelschap een bloempot door het raam van een restaurant had gekeild. Hij distantieerde zich later van de uitstapjes, "een stuk uit mijn leven waar ik me voor schaam".

Maar Boris hield wel van de 19de-eeuwse setting. Geboren als Alexander Boris de Pfeffel Johnson zwelgt hij dan al in nostalgie naar een roemrijk verleden, door de illustere voorgeschiedenis van zijn familie. Zijn overgrootvader was een Ottomaanse journalist die het tot minister schopte, voor hij in 1922 werd vermoord tijdens de Turkse revolutie. Diens zoon emigreerde naar het VK, waar hij boer werd en een Engelse naam aannam. Met Stanley, Boris' vader, zette de man wel meteen een later (conservatief) parlementslid op de wereld. Boris' grootmoeder langs vaderszijde was half-Frans en een buitenechtelijke dochter van een prinselijke nazaat van koning George II, wat Boris in de achtste lijn een neef maakt van zijn latere rivaal, premier Cameron.

In tegenstelling tot Cameron, die opgroeide als zoon van een zakenman in het landelijke Berkshire, woonde Boris in zijn jonge jaren op 31 plaatsen - onder andere in Brussel, waar zijn vader in de jaren 70 als ambtenaar voor de Europese Commissie werkte.

Als kind vond Boris de Europese bureaucratie al oersaai. Hij was toen al meer gefascineerd door de Griekse en Romeinse beschavingen, waardoor hij ook voor klassieke studies koos. Als ze hem vroegen wat hij later wou worden, zei hij bloedernstig: "World king." Boris zette in Oxford ostentatief een buste van Pericles (495-429 voor Christus) neer, die van het antieke Athene ooit een bloeiende stadsbeschaving maakte. Tegelijk debatteerde hij graag over de verloren macht van zijn eigen Britse 'Empire'.

Genesis en The Smiths

Een groter contrast kon er niet zijn met Cameron, die zich in tegenstelling tot de andere studenten trendy in jeans en rolkraagpull kleedde en gewoon naar Genesis en The Smiths luisterde. Cameron had in Oxford de reputatie een intelligente student te zijn maar toonde weinig ambitie. In Eton was dat ook al zo. Boris schopte het er tot 'head boy' en vervolgens ook leerlingenprefect - voor hem een krachttoer omdat hij er alleen maar kon studeren met een beurs. Cameron daarentegen werd bijna van school gegooid omdat hij wiet had gerookt.

Die pikorde zie je volgens zijn zus Rachel nog altijd. "Als je ze samen ziet, is het wat schatting, omdat David - ondanks zijn grotere lengte - nog altijd naar Boris kijkt als de 'head boy' van Eton. Onthou dat Cameron twee jaar jonger was, de kleine pup." Dat veranderde niet toen Cameron premier werd, integendeel, zei Rachel. "Het gaf Boris een blijvend gevoel van superioriteit omdat hij toch zijn 'captain' was geweest."

"Boris is intellectueel ook altijd echt superieur geweest aan Cameron", zegt ook zijn biograaf Andrew Gimson tijdens een telefonisch interview vanuit Londen. "Cameron was in Eton en Oxford een obscuur figuur, die nergens opviel. Boris kende iedereen. Hij was een performer, een markante persoonlijkheid die de Oxford Union leidde."

Boris legde in die vermaarde debatclub, ooit geleid door voormalig premier Harold MacMillan en de later vermoorde Pakistaanse premier Benazir Bhutto, de basis voor zijn politieke agenda. Niet alleen scherpte Boris er zijn onconventionele stijl aan - via ogenschijnlijke grappen een bloedernstig politiek punt maken - maar hij werd er ook de politieke kameleon die hij nu nog is. Nadat hij een eerste verkiezing verloor van een sociaal-liberale kandidaat, reikte hij diens aanhang de hand. Johnson stond op een Tory-lijst maar presenteerde zich als conservatief met aandacht voor thema's zoals gezonde lucht, beter openbaar vervoer en veiligheid voor fietsers - fietsen is zijn grote passie, door weer en wind.

Decennia later zou hij in 2008 met dezelfde thema's de burgemeestersverkiezing winnen in het toen nog oninneembaar geachte Labour-bolwerk Londen.

Briefings voor Thatcher

Cameron daarentegen deed er als student eigenlijk alles aan om niet in de elitaire milieus te blijven waar hij was opgegroeid, en spande zich in om in zijn Caraïbische stamkroeg rond te hangen met gewone lads, wat hem in campagnes later van pas kwam. Tegelijk slaagde Cameron er sneller dan Boris in om zich bij de partijtop geliefd te maken, onder meer door na Eton een stage te doen bij zijn dooppeter, een conservatief parlementslid.

Johnson-biograaf Gimson: "Boris liep in Oxford in de kijker, Cameron werkte zich achter de schermen in bij de insiders. Als jongeman schreef Cameron al briefings voor Margaret Thatcher en John Major, waardoor hij na de universiteit ook op de studiedienst van de partij belandde."

Cameron rondde zijn studies filosofie, politiek & economie (PEE) aan het Brasenose College ook af met grote onderscheiding. Boris bracht te veel tijd door bij de Union en haalde aan het Balliol College 'slechts' onderscheiding in zijn classics-opleiding, een verschil dat hem als competitiebeest altijd bleef steken. "Maar ach", reageert hij openlijk, "PPE is veel makkelijker, toch?"

De latere premier zal het ook nooit laten om terloops te verwijzen naar Boris' valse start. Johnson deed stage bij The Times, maar werd er al snel aan de deur gezet omdat hij knoeide met citaten in een interview. The Daily Telegraph gaf hem een tweede kans. De conservatieve krant hield van zijn euroscepsis, en stuurde hem (van 1994 tot 1999) naar Brussel met één doel: de toenmalige EG in de vernieling schrijven. Boris maakte er naam door de draak te steken met de meest kafkaiaanse regels van 'Brussel', over de lengte van Italiaanse condooms, wijngaardslakken die aan de normen van vis moesten voldoen, maar ook door flagrant foutieve verhalen. Zo kopte hij ooit 'Berlaymontgebouw zal worden opgeblazen', omdat er asbest was ontdekt. Illustreerde dat artikel toen al zijn wishful thinking over het lot van de EU vandaag?

Biograaf Gimson haast zich om te nuanceren. "Boris houdt best wel van Brussel, waar hij vroeger naar de Europese school ging. Men verwijt hem dikwijls dat hij in zijn artikels details uitvergrootte, maar dat neemt niet weg dat hij als journalist een uitstekende neus had voor de 'bigger picture'. Als zich een verhaal in pakweg Boedapest aandiende, zat hij een dag voor zijn collega's al op het vliegtuig."

Zijn uitgever ziet ook meer in hem. Na zijn terugkeer uit Brussel wordt hij hoofdredacteur van het politieke magazine The Spectator, wat ook zijn politieke carrière lanceerde: in 2001 wordt hij voor het eerst parlementslid voor zijn pittoreske gemeente Henley-on-Thames, in het graafschap Oxfordshire. Voor Boris zijn de hoogdagen van de Oxford Union eindelijk terug. Zijn interpellaties in het Lagerhuis maken indruk. Drie jaar later al krijgt hij een plaats in het schaduwkabinet van de oppositie, bevoegd voor Cultuur, én wordt hij vicevoorzitter van de partij onder Michael Howard. Niets staat het voorzitterschap en een gooi naar het premierschap dan in de weg. Tot de tabloidpers getipt wordt over de buitenechtelijke affaire die hij heeft met de adjunct-hoofdredacteur van The Spectator, het blad dat hij ondanks tegengestelde deontologische adviezen bleef leiden. Howard schuift hem aan de kant.

Cameron, die gelijktijdig met Johnson verkozen was in het Lagerhuis, ruikt zijn kans. Een jaar later is hij partijvoorzitter. Biograaf Gimson: "Boris werd toen voor het eerst ingehaald door Cameron."

Sindsdien is het oorlog, al blijven ze elkaar in het publiek 'great friends' noemen.

De anglicaan & de libertair

De persoonlijke rivaliteit groeit dan snel uit tot een politieke vete. Cameron zal er eerst alles aan doen om te verhinderen dat de partij Boris het burgemeesterschap van Londen gunt. Dat mislukt. Sindsdien komt het regelmatig tot openlijke gevechten tussen Downing Street en de London City Hall, die al in 2010 een kookpunt bereiken als Boris regeringsbesparingen op sociale woningen vergelijkt met "etnische zuiveringen in Kosovo". Maar Boris overleeft. Hij doorstaat zowel de zomerrellen van 2011 als de Olympische Spelen een jaar later zonder kleerscheuren. Dat dankt hij aan zijn populariteit, maar ook aan zijn ideologisch profiel, dat bij de Tory-Lagerhuisleden een breder draagvlak heeft dan Cameron.

Gimson: "Cameron is een insider van de Tory-elite, de stem van het Britse establishment die zich altijd wist te omringen met professionele adviseurs maar niet noodzakelijk brede steun in de fractie geniet. Onze premier behoort tot de Anglicaanse strekking, hij is een conservatief die aanleunt bij de Church of England. Dat zie je aan zijn strenge gedragscode en ethiek. Hij zal zich altijd gaan gedragen als respectabel christen, zonder daarmee te koop te lopen. Hij verlangt het wel ook van anderen. Het vragenuurtje met de premier, afgelopen woensdag, sprak boekdelen over zijn karakter: Cameron vroeg oppositieleider Jeremy Corbyn 'of zijn moeder hem niet had geleerd een écht maatpak te dragen'".

"Boris daarentegen steekt de draak met het christelijke schuldgevoel. Hij beschouwt zich als een freeman, een ongebonden vrijbuiter zonder meester voor wie de keuzevrijheid boven alles gaat, en als een libertair die zo weinig mogelijk regels en belastingen wil. Hij is een maverick (non-conformist), wiens positief populisme hem in bredere kringen geliefd maakt - al betekent dat niet dat mensen hem zomaar de sleutels van het land in handen zullen geven."

Daar kan sinds de voorbije week verandering in komen. Door de kant te kiezen van de Leave-campagne solliciteert Boris naar het partijvoorzitterschap en 'number 10'.

Blijven of vertrekken?

"Cameron deed zijn best (in de onderhandelingen voor nieuwe uitzonderingsregels voor het VK, nvdr.) maar een stem om te 'blijven' zal in Brussel een groen licht zijn voor de verdere uitholling van onze democratie", deelde Boris tot verbijstering van vriend en vijand zijn keuze mee om te pleiten voor een 'vertrek'.

Ook biograaf Gimson zegt verrast te zijn over die keuze. "Als hij zich bij het Blijf-kamp had aangesloten, zou Cameron hem de job van buitenlandminister hebben aangeboden als in mei zijn burgemeesterstermijn afloopt", zegt Gimson. "Boris vond het blijkbaar erger dat hij dan nog altijd ondergeschikt zou zijn aan de premier, een soort gevangene zou worden die moet uitvoeren wat Cameron beslist. Dat wil hij koste wat het kost vermijden. De beslissing te kiezen voor het Leave-kamp is een complexe mix van overwegingen, maar zeker te danken aan hun gedeelde voorgeschiedenis en zijn temperament. Boris was altijd al een risicozoeker."

Het valt wel op dat Boris in zijn argumentatie voor een brexit genuanceerd is, en waarschuwt voor de eurohaat en xenofobie van UKIP. Boris bekritiseert vooral het democratisch deficit van de EU-technocraten: "Brussel trekt almaar meer macht naar zich toe, wat soms wraakroepende gevolgen heeft", schreef hij in The Telegraph, "zoals die keer in 2013, dat we geen betere achteruitkijkspiegels voor vrachtwagens mochten ontwikkelen die moeten verhinderen dat fietsers worden doodgereden (een grote oorzaak van dodelijke ongevallen in Londen, nvdr.) omdat de Fransen dwarslagen!"

Ook het beheer van de vluchtelingencrisis grijpt hij aan. "Het publiek kan de impotentie zien van zijn verkozen leiders (tegenover de EU, nvdr.). Dat maakt ze boos, niet zozeer de aantallen vluchtelingen, maar het gebrek aan controle."

Daar ziet hij ook het grote verschil met zijn geliefde Romeinse Rijk, waarover hij het boek De Droom van Rome schreef. Critici die hem de paradox voorleggen dat de geografische EU een modern keizerrijk is geworden, dient Boris volgens zijn biograaf snel van antwoord. "'In het Romeinse rijk hadden mensen bustes van hun denkers en leiders in de kamer staan', zegt hij dan. 'In de EU regeren enkel technocraten wier naam we niet eens kennen.'"

Een nee-stem slaat volgens Boris de deur wel niet definitief dicht. "Ik hoop dat Europa de nee-stem zou zien als een uitdaging, niet alleen om een nieuwe en harmonieuze relatie met het VK te sluiten, maar ook om competitie terug te winnen die het continent de voorbije decennia verloor," schrijft hij.

Een beetje Churchill

Deze passage noemt Gimson cruciaal. "Eigenlijk is Boris géén ware 'outer' zoals Nigel Farage (UKIP). Boris ziet een nee-stem als een onderhandelingstechniek. Hij zou liefst meteen een nieuw volwaardig economisch samenwerkingsakkoord sluiten met Brussel, maar dan wel veel meer soevereiniteit terughalen dan Cameron nu voor elkaar kreeg."

Gimson stipt aan dat Cameron wel erg snel was om Boris' ambivalente relatie met Europa als een zwak punt te herkennen. "In het Lagerhuis sneerde de premier treffend 'niemand te kennen die een scheidingsprocedure inzet om het huwelijk te verbeteren', een punchline die Boris kan achtervolgen tijdens de campagne." Toch dicht Gimson hem slaagkansen toe om met de Leave-campagne te winnen. "Boris voelt heel goed aan wat er leeft."

Moederziel alleen

Als er een brexit komt, zal Boris wel aan het hoofd komen te staan van een eiland zonder Europese bondgenoten, met een scheurend koninkrijk ook waar opstandige Schotten hun eigen weg willen gaan. Dan zal hij ongetwijfeld te rade gaan bij zijn politieke voorbeeld, Winston Churchill, aan wie Johnson een eerbetoon pende. "Boris is een beetje Churchillean", zegt ook zijn biograaf, "maar het grootste verschil is toch dat Churchill, die véél vroeger in het zadel zat van de macht, makkelijk onpopulaire maatregelen durfde te nemen. Boris deed dat tot nu nog nooit. Hij wil door iedereen geliefd zijn."

De tijd van keuzes zal echter snel aanbreken. Zowel bij winst als verlies zal hij een kamp kiezers tegen de haren moeten instrijken.

Gimson: "Als het VK verkiest uit de EU te stappen, zal Cameron aftreden en is het bijna zeker dat Boris premier wordt." Toch heeft Gimson er vertrouwen in dat Johnson dan zijn politieke eigenbelang kan overstijgen. "Hoe moeilijker de situatie, hoe beter Boris wordt. Hij is altijd erg snel in het nemen van beslissingen. In een rustig Verenigd Koninkrijk zou hij snel verveeld zijn, en misschien een ongelukkige premier zijn ook. Hij heeft actie nodig."

Als hij verliest, voorspellen veel waarnemers een roemloze afgang van de 'head boy', waarna Cameron de fakkel van het partijvoorzitterschap kan doorgeven aan een jonger lid uit de Bullingdon Club: minister van Financiën George Osborne. Al is Gimson daar nog lang niet zeker van. "De volgende voorzittersverkiezingen worden ongeacht het resultaat onvoorspelbaar. Deze keer Boris? Ik sluit het niet uit."

In Boris' Londense werkkamer hangen er vandaag geen foto's van de Bullingdon Club. De buste van Pericles is wel mee uit Oxford verhuisd. Ze kijkt vanuit een hoogbouw neer op een diep verdeeld koninkrijk, waar Boris en Dave de komende maanden om gaan vechten.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234