Donderdag 02/12/2021

Oud wordt nieuw

Afleggen is een eeuwenoude en gemakkelijke manier om zelf nieuwe planten te kweken. Het vergt geen enkele speciale kennis of handigheid, alleen een klein beetje tijd en wat geduld.

Paul Geerts

Heel veel planten kunnen door stekken worden vermeerderd. Hierbij worden kleine stukjes tak, wortel of blad afgesneden en in een aangepast grondmengsel 'geplant'. Die plantdeeltjes gaan dan wortels vormen en na verloop van tijd hebt u een nieuwe plant die genetisch volledig identiek is aan de moederplant. In feite gaat het hier om een elementaire vorm van klonen.

Heel veel (winterharde en niet winterharde) vaste planten en houtachtige gewassen kunnen op die manier in haast onbeperkte hoeveelheden worden vermenigvuldigd. Ook sommige kamerplanten (zoals b.v. streptocarpus, ficus, begonia, gloxinia, saintpaulia enz.) kunnen door middel van een bladstek worden verveelvoudigd.

Tot de komst van de in-vitrocultuur waarbij minuscule plantendeeltjes in proefbuisjes worden vermeerderd was dit de courante manier om die planten voort te kweken en ook nu nog worden veel planten op deze manier vermenigvuldigd.

Alhoewel stekken helemaal niet moeilijk is, kan er van alles mislopen en vergt het toch enige ervaring.

Afleggen is daarentegen een methode die zelfs voor de absolute beginner kinderspel is. Het is in feite een primitieve vorm van stekken waarbij de 'stek' aan de moederplant blijft. Pas als de 'stek' wortels heeft gevormd, wordt hij verwijderd. Zo hoeft u er zich geen zorgen over te maken of het stekje niet zal uitdrogen voor het wortels heeft gevormd.

Sommige planten vermeerderen zich van nature door afleggen. Denk b.v. aan klimop of aan een blauweregen waarvan een tak op de grond ligt: binnen de kortste keren zal hij wortelen. Andere planten hebben daarbij enige hulp nodig.

Het principe is eenvoudig. U buigt een tak naar beneden en waar hij de grond raakt, maakt u een gat. Vermeng de grond met wat zand of compost en steek de tak erin. Bedek hem met grond, druk goed aan en leg er een steen op of zet hem vast met een U-vormig stukje hout of ijzer. Let er wel dat de top van de tak boven de grond blijft uitsteken. Er bestaat ook een methode, het zgn. topafleggen, die voor diverse soorten bessen zoals braam, framboos, kruisbes, zwarte bes enz. kan worden toegepast. Hierbij worden goed vertakte, jonge stengeltoppen ingegraven. Voorts is er geen verschil met het gewone afleggen.

Een paar tips om de kans op succes te verhogen.

- Neem jonge, krachtige scheuten onderaan de boom of de struik. Eventueel kan u al een jaar voordien een paar onderste takken insnoeien zodat deze nieuwe scheuten vormen die u dan gebruikt voor het afleggen. Jonge, snel groeiende scheuten wortelen namelijk sneller dan oudere takken.

- Om de voedsel- en hormoontoevoer af te snijden, wat de wortelvorming bevordert, is het van belang om de tak onder een rechte hoek om te buigen. Leg de tak dus horizontaal in het plantgat en buig de top verticaal omhoog. Eventueel kan u het topje van de tak aan een bamboestokje vastbinden zodat het mooi rechtop blijft staan.

- Een tweede ingreep om de wortelvorming te stimuleren bestaat erin om in de tak op de plaats waar hij in de grond steekt met een mesje een kleine inkeping te maken of de schors wat weg te halen. U kan in die snede eventueel nog wat stekpoeder aanbrengen. Indien de snede niet open blijft, steekt u er best een klein steentje of een stukje lucifer in. Een alternatieve methode is een stukje schors van ongeveer één centimeter breedte rondom te verwijderen of om de tak met een ijzerdraadje stevig af te binden.

Houd de aarde goed vochtig, zeker bij droog weer. Zodra de aflegger wortel heeft gevormd - wat u kan voelen door het takje voorzichtig te bewegen - knipt u het los van de moederplant. Wacht dan nog enkele weken vooraleer het te verplanten zodat het zich kan herstellen van het doorknippen van de moederband.

De beste periode om af te leggen is laat in de winter of vroeg in de lente of eventueel in de vroege herfst. Normaal kan u een jaar later verplanten, maar voor sommige planten kan het wel twee jaar duren.

Lange takken van sommige klimplanten (zoals clematis, klimhortensia, blauweregen, druif en wingerd, kamperfoelie, klimop, enz.) en struiken met lange soepele twijgen (zoals bramen en kruisbessen) kunnen zonder problemen op verschillende plaatsen worden ingegraven, zodat u meerdere afleggers tegelijk krijgt.

Heel veel bomen, struiken en klimplanten kunnen op deze manier worden vermenigvuldigd. Naast de reeds genoemde soorten komen ondermeer amelanchier, azalea, camelia, cornus, corylopsis, cotoneaster, exochorda, forsythia, fothergilla, hamamelis, jasminum, magnolia, pieris, rododendron, ribes, rubus en sering daarvoor in aanmerking.

Marcotteren is een wat verfijndere vorm van afleggen die kan worden toegepast bij bomen en struiken waarvan de takken niet tot op de grond kunnen worden gebogen. Het uitgangspunt is eenvoudig: als de tak niet bij de grond kan, breng de grond dan bij de tak. Men zou kunnen zeggen dat het een vorm van 'afleggen in de lucht' is.

Daartoe wordt een kleine verticale inkeping gemaakt in een stevige tak, op zo'n twintig, dertig centimeter van de top, en vlak onder een groeipunt. Strooi een klein beetje stekpoeder in de snede en hou deze open met een stukje lucifer. Wikkel de stengelknoop in vochtig veenmos (sfagnum) en bedek het met (bij voorkeur zwart) plastic dat u onder en boven goed vastbindt of met tape vastplakt.

Zodra er wortels zijn gevormd - wat een paar maanden kan duren - verwijdert u de nieuwe scheuten die zich op de gemarcotteerde tak hebben gevormd en knipt u de tak net onder de marcotteerplaats af. Dan gaat het plastic eraf, het mos tussen de wortels wordt losgemaakt en het nieuwe plantje kan worden geplant in een aangepast grondmengsel.

Marcotteren wordt bij voorkeur in het voorjaar gedaan, op krachtige stengels die zich het voorgaande jaar hebben gevormd, of op het einde van de zomer op krachtige jonge scheuten. Deze techniek kan ondermeer worden toegepast bij magnolia, sering, rododendron en hamamelis en bij tal van kamerplanten.

Een variant van afleggen is aanaarden. Het principe is hetzelfde, maar in plaats van een tak om te buigen en in de grond te steken, wordt de hele plant bedekt met grond. Het is een methode die b.v. wordt toegepast voor het kweken van onderstammen voor fruitbomen. U kunt ze eventueel ook in uw eigen tuin hanteren om bepaalde planten die gemakkelijk wortelen te vermeerderen of te verjongen, zoals b.v. bessenstruiken.

Door rond de basis van de plant de grond met tien tot twintig centimeter op te hogen en de rest van de plant sterk in te snoeien stimuleert u de ontwikkeling van nieuwe scheutjes die wortel zullen schieten en die u na een jaar kan afknippen en elders planten. Als het onmogelijk is om de grond op te hogen, kan u de plant ook opgraven en gewoon dieper planten.

Dit is niet meteen de beste manier om planten te vermeerderen, maar ze is wel geschikt om sommige planten die onderaan wat kaal zijn geworden - b.v. een lavendel- of buxusstruikje of een tijm- of heideplantje - nieuw leven in te blazen.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234