Dinsdag 15/10/2019

'Oud worden, ik weet echt niet hoe dat moet'

Jos Verbeeck (58) is een Merckxiaanse legende in de drafsport. Won alles wat er te winnen valt, zeker in het paardensportgekke Frankrijk. Maar de playboy uit Aarschot wordt opgejaagd door de Franse fiscus. Mogelijk wordt zelfs zijn licentie afgenomen. Een nachtmerrie. 'Een week zonder paarden en ik word nerveus.'

n de stallen van de hippodroom Paris-Vincennes streelt driver Jos Verbeeck een laatste keer de hals van zijn renpaard Bird Parker. Het paard spitst de oortjes, maar de ogen van de jockey flitsen niet mee op. De favorietenrol voor de Prix Jules Thibault is niet waargemaakt. Jos neemt nog een snelle douche en rijdt dan door de nacht naar Aarschot. Alleen in zijn Mercedes. Vroeger zou hij in een Parijs hotel zijn blijven slapen, nu wil hij bij zijn Roemeense vrouw en tienjarige zoontje zijn.

Vier keer de Prix d'Amérique, alle grote concoursen in Noorwegen, Zweden, Frankrijk en Italië. Wereldkampioen en playboy hors catégorie. In België weten weinigen dat, maar in Frankrijk kan Verbeeck niet alleen over straat wandelen. Nog steeds roepen les gens bien in Parijs hem toe als was hij een kruising van Johnny Hallyday en Zinedine Zidane. Betalen voor een taxi of diner hoeft niet. 'Le Diable Belge' kan niet genoeg bemind worden.

Gepofte dames

Zo was het ooit ook op Waregem Koerse. In de avonduren zwaaiden West-Vlaamse dames in feesttenten hem hun slipje toe. Le beau had ze voor het uitkiezen. "Ik was ook dit jaar uitgenodigd. Zelfs een beetje als eregast. Maar voor mij heeft Waregem Koerse niets meer met paardensport te maken. Ik heb geen zin in een festival van hoeden op gepofte dames van middelbare leeftijd, in champagnetoestanden." "Het is de vertekening van wat paardensport hoort te zijn: competitie op het scherp van de snee. Op de avond van Waregem Koerse zit ik nu op de renbaan in Vincennes. Voor een nocturne.

"Paardensport heeft zijn eigen jetset gecreëerd, dat is bekend. Ik heb er voluit aan meegedaan, in Monaco, in Parijs, in Milaan, in Oslo. Na een koers werd ik omringd door dames van 1m80 met veelal borsten van plastic. Ik nam ze mee naar de Ritz in Parijs, naar de meest elitaire bars, naar de restaurants van Alain Ducasse. Eentje liet me weten dat ze niet meer zonder me kon. Waarop ik vrolijk zei: kom dan maar bij mij wonen. De volgende dag kwam ze aangereden met twee camions kleren en tweehonderd paar schoenen. Ze had ook nog een papegaai. Die heb ik meteen onder water gezet - ik werd in het holst van de nacht wakker van het gekrijs."

Jaren zwerven

De playboy is verstild na jaren zwerven vol incidenten met drank, dames en justitie. In Monaco werd hij opgepakt wegens dronken rijden, ook nog tegen eenrichtingsverkeer in. Op een bepaald moment durfde hij België niet meer in, nadat hij een vrouw iets te hardhandig uit zijn auto had gezet. Jos had een kwaaie dronk en durfde weleens tot handgemeen overgaan. Incidenten, zonder criminele context.

Een leven van contrasten: paardenfluisteraar voor prinses Stéphanie van Monaco en pikeur met de paarden van Heineken-ontvoerders Holleeder en Van Hout. "Ik heb me nooit met hun verleden ingelaten. Soms weet je ook niet precies wie de echte eigenaars van het paard zijn. Zoals overal waar geld circuleert, kom je altijd wel een paar louche types tegen.

"Ik heb de Prix d'Amérique gereden voor Madame la Marquise de Moratalla. Een oude weduwe uit Biarritz die wel driehonderd paarden had. Ze verbruikte een scheut olie, maar was altijd heel vriendelijk. Ze was een beetje gek van me, van mijn stijl van koersen, bedoel ik. Avontuurlijk, offensief. Zo wou zij zelf ook nog zijn.

"Ze was zo rijk als de Atlantische Oceaan diep is, maar heeft me nooit onder druk gezet. Miljoenenwinst of -verlies, het maakte haar niet uit. Ze had liefde voor de paarden. Ik heb een hekel aan druk van eigenaars. Kan het niet hebben dat ze op elke hoek van de straat staan te bluffen dat hun paard zal winnen."

Het is pokkenweer in Vincennes. De hippodroom uit 1863, waar ooit 60.000 bezoekers samenplakten voor de immens populaire paardensport, is vandaag dun bevolkt. Hooguit enkele plukjes gokkers. Halve bejaarden. Alles samen een paar honderd.

De piste weerstaat met moeite slijkvorming. Driver Jos Verbeeck loopt al uren onbewust rond met modderspatjes onder de ogen - in de grauwheid van deze regendag lijken het schoonheidsvlekjes. Drie races neemt hij voor zijn rekening. Winnen doet hij niet. Het schaadt zijn talent en enthousiasme van causeur niet. De topjockey is een oeuvre van verhalen en anekdotes. Toen hij in Monaco woonde, kwam hij bij sterren over de vloer. Ieder jaar nodigde zijn vriend Eddie Barclay hem uit op zijn exclusieve feest in Saint-Tropez. Soms prikte hij een vorkje met Roger 'James Bond' Moore. Dure dames waren gek op hem, want Jos is sympathiek en altijd vrolijk. Genereus, dat vooral.

Tijden veranderen. Nu koerst hij met het zwaard van Damocles boven het hoofd. Deze maand wordt door de disciplinaire commissie beslist of hij zijn licentie al dan niet mag behouden. Al twaalf jaar zit de Franse fiscus hem op de hielen. Geld en bezit hebben hem nooit kunnen schelen, maar nu voelt hij zich verantwoordelijk voor vrouw en kind. Zijn vriend en raadsman maakt overuren om de moed erin te houden. Hij ontfermt zich over de vracht aangetekende brieven die dagelijks bij Jos binnenstroomt.

"Ik heb een miljoenenclaim aan mijn broek, maar waarom moet ik in twee landen belastingen betalen? Dat doet toch niemand? Ik betaal mijn belastingen keurig in België, maar de Franse overheid houdt vol dat ik hun fiscaal ingezetene ben. Ze proberen me helemaal stuk te krijgen, in collaboratie met de federatie.

"Weet je dat ze eigenaars en organisaties aanschrijven met het dwingende verzoek mij niet te laten rijden, op straffe van enorme boetes? Chauvinisten van het ergste soort. Ze gedragen zich als nobiljons. Als je één keer tu in plaats van vous zegt, lig je al uit de gratie van die paardenbobo's. Gelukkig zijn mijn cliënten bereid risico's te lopen en kan ik toch aan drafkoersen blijven deelnemen.

"Vandaag in Vincennes zat een jockey van 75 jaar in de sulky. Leeftijd doet er weinig toe in deze sport. Ik hoop nog jaren achter een paard te zitten. Een week zonder paarden, en ik word zenuwachtig. Deze zomer heb ik met vrouw en zoon twee dagen vakantie genomen in Knokke. Ik werd bijna gek van de leegte, miste mijn paarden bij het leven, kon niet snel genoeg naar huis. Een van mijn paarden is geboren met één teelbal. Die moet ik zelf trainen, in vreemde handen krijgt hij vuile manieren. Pas op hé, een paard heeft mensenkennis."

Schelm in Aarschot

Verbeeck heeft de uitstraling van een petit voyou die zijn omgeving achteloos laat daveren met grollen en grappen en zwarte humor. Vroeger, als kind in een gehucht van Aarschot, was hij ook al het geknipte hoofdpersonage voor een schelmenroman.

Op zijn vijfde begon hij met ponyrijden. Toen hij zestien was, had hij de vereiste overwinningen behaald voor een professionele licentie. Cheval monté ruilde hij resoluut in voor de sulky. "Ik had nog nooit in een sulky gereden, heb het al doende geleerd. Het is ruiger, gedurfder, acrobatischer. Ik vond mezelf wel mooi in zo'n karretje dat me toelacht als een zomerhuisje. In de sulky vergeet je alles: gebroken ribben, gewrichtspijn, ontwrichte schouders... Ik ben zo verzot op het racen dat ik geen pijn voel. Een hoefijzer in mijn gezicht - ach, valt wel mee."

Hij kwam terecht op de renbanen van Sterrebeek en Oostende, waar de families Martens en Depuydt alles beheersten. Af en toe mocht hij met de slechtste paarden van de stal rijden, maakte dan zoveel furore dat zijn naam begon rond te zingen. "Mijn talent werd opgemerkt en binnen de kortste keren kreeg ik de eerste vlagen van jaloezie over me heen. Er is geen wereld waar de afgunst groter is dan in de paardenwereld. Ook omdat er veel geld mee gemoeid is, natuurlijk."

In 1986 brak het schandaal van Sterrebeek los. Bekend werd dat eigenaars en jockeys een combine hadden afgesloten om de slechtste paarden te laten winnen. De verwachte top van de tiercé werd onzichtbaar. Kassa! Een gerechtelijk onderzoek volgde. De drafsport in België was de nek omgewrongen. Het is nooit meer goedgekomen. Oostende en Sterrebeek zijn alle magie kwijt. Een bloeiende industrietak naar de haaien.

Jos was nog geen twintig en vertrok in zijn oude BMW naar Frankrijk. Hij kende niemand, sprak geen woord Frans, maar had het geluk dat hij bij een van de bekende trainers onderdak vond als stalknecht. "Ik sliep bij de paarden."

Na een paar maanden hoorde hij de trainer fluisteren dat le petit Belge gouden handen had. Hij zorgde voor een licentie in Frankrijk. Weg uit Aarschot, weg uit Vlaanderen: het was een cesuur. In Frankrijk bloeide de paardensport als nooit voorheen en Verbeeck wist dat daar zijn toekomst lag. Heimwee was voor later.

"Er dreigt nu ook in Frankrijk een crisis in de paardensport. Dat gokbureau PMU zich als sponsor van de groene trui uit de Tour de France heeft teruggetrokken, is veelzeggend. De gokindustrie is alleen nog geïnteresseerd in voetbal. Zowel qua aantal wedstrijden als qua prijzengeld gaat de drafsport snel achteruit. Door veel koersen te rijden, kan ik mij redden. Vandaag in Vincennes, morgen in Cagnes-sur-Mer. Ik zit aan drieduizend kilometer per week.

"Het grootste probleem is echter dat er geen respect meer is voor de oude generatie. Onze opvolgers werken ver onder de prijs. Of ze hebben rijke ouders of schoonouders, anders kan het niet. Vroeger waren we met vier topjockeys op de markt, nu zijn er veertig. De Fransen zijn ook nog nalatig in het betalen. Toen mijn facturen nog per post werden verstuurd, wist ik dat ze eerst niet ontvangen waren. Nu, met mail, is dat moeilijker.

"Ik heb nu met mijn vrouw een vennootschap moeten oprichten om mijn inkomen te vrijwaren. Er wordt me een loon uitbetaald. Volstaat het om de jacht te doen stilvallen? Ik weet het niet. De Franse overheid weet niet van ophouden. Ze vorderen meer dan twee miljoen euro. Te grotesk voor woorden. En pas op, de Franse fiscus is niet vies van KGB-methodes. In Scandinavië zijn ze trouwens ook behoorlijk xenofoob in de paardenwereld."

Vedette voor dag en nacht

Onsterfelijk werd de Belgische jockey na het winnen van de Prix d'Amérique. Iedereen koesterde hem van dan af als icoon van de Franse drafsport. Vedette voor dag en nacht. In de televisiewereld, bij filmdiva's, in restaurants en cafés, Jos Verbeeck benaderde de status van De Gaulle.

"Ik werd overvallen door adoratie. Als zoon van ouders die in groenten en fruit deden, was ik niet voorbereid op zoveel egards. Het verscheurde me. Zelf stond ik alle eer af aan mijn paard Sea Cove. Samen zijn we de wereld overgegaan. In de Grand Prix in 1994 negeerde ik de stalorders van meneer Grendel. Hij wou me afwachtend laten lopen. Al bij de start gingen we ervandoor. Op een bepaald moment had ik wel honderd meter voorsprong, ongekend in een drafkoers. De Fransen in Vincennes wisten niet wat ze zagen. Uiteindelijk is het nog een close finish geworden, maar de race werd door iedereen als historisch beschouwd.

"Die Harold Grendel was een lichtjes duistere figuur met connecties op de Reeperbahn in Hamburg, de hoerenbuurt. Eerst weigerde hij me te betalen, vervolgens dreigde hij mijn armen te laten breken. Ik ging mijn eigen gang, reed zoals mijn instinct het mij ingaf. Sea Cove was niet moeders mooiste, maar wel een goede draver. Dat voelde ik in mijn vingers. Hij moest alleen zijn meester nog vinden."

Merckx en Bolt

Voor de Fransen is de winnaar van de Grand Prix d'Amérique vergelijkbaar met Jacques Anquetil, Eddy Merckx en Usain Bolt. "Ik vergelijk me niet met die mannen, hoor, maar zo leeft het wel in de Franse publieke opinie. Als je die prestigieuze wedstrijd vier keer wint, weet je dat haat je per satelliet toewaait. Onder de jockeys was er nog respect, maar in de hogere regionen werd ik als een bedreiging voor de Franse grandeur gezien. Ze wilden me kapotmaken en zijn daar nog steeds harteloos mee bezig.

"In 1997 werd ik door de patriarch van de Franse renwereld, Albert Viel, gevraagd of ik met zijn paard Abo Volo de Prix d'Amérique niet wou rijden. Zijn drie zonen hadden het eerder geprobeerd, maar het lukte niet. Meneer Viel was 84 en bedlegerig. Toen ik hoorde dat de godfather van de drivers zo ernstig ziek was, hapte ik toe, hoewel ik drie andere, betere paarden had kunnen kiezen. Voor het sterven één keer de Prix d'Amérique winnen was zijn laatste wens. Ik reed in een zwarte outfit met roze toque. En ik won.

"Een maand later overleed Albert Viel. De familie is mij eeuwig dankbaar. Ik was gelukkig dat ik zijn grote droom kon verwezenlijken terwijl hij niet eens meer fysiek in staat was om aanwezig te zijn op de renbaan. Van deze paardenfokker wist ik zeker dat hij zuiver op de graat was, eerlijk en rechtvaardig. En daar zijn er in het wereldje niet veel van, kan ik u zeggen."

Zwarte kunst

Hij voelt het paard en het paard voelt hem. "Als ik twee rondjes heb gelopen weet ik wat de zwakke en sterke kanten van een hengst zijn. Met merries heb ik dat minder. Merries zijn geen vechters. Ook nog een slecht karakter. Nog voor de veearts met zijn buikproeven is begonnen, weet ik of de pijn links of rechts zit. Het is meer een kwestie van respect voor het dier dan magie. Ik beoefen geen zwarte kunst, ga normaal en liefdevol met mijn paarden om. In de koers zie ik alles, durf ik in dwarssnee de baan te dribbelen. Ook dat is feeling. En een beetje lef. Ik beschouw de zweep meer als ornament dan als wapen. Een ongeluk kan altijd, maar ik blesseer mijn paarden niet.

"We zijn een twee-eenheid. Dat groeit in de loop van de tijd. Of het liefde is? Ik ben in mijn leven lang te wild geweest voor de liefde. Ik vind het een duur woord, maar mijn relatie met paarden heeft wel een diepe emotionele lading.

"Mijn laatste Prix d'Amérique met Abano As in 2003 zal ik niet licht vergeten. In laatste instantie werd het Duitse paard me aangeboden. Ik zat in een dip. In de laatste rechte lijn ben ik als een dribbelkont te keer gegaan op de piste. Ook om mij af te reageren op onrecht. Vroeger stonden er voor de koers wel dertig vrouwen om me heen. Nu waren het er nog amper vier. Na de wedstrijd kwamen ze weer met trosjes op me afgelopen. Ik ben meteen naar huis gereden en heb daar mijn overwinning gevierd. Die middelvinger wou ik wel even laten zien."

Selfmade playboy

Jos Verbeeck spreekt zijn talen: Frans, Engels, Duits, Italiaans. Niet perfect, maar honderd keer beter dan Kris Peeters. Zijn schooljaren verliepen nochtans moeizaam. Een paar keer van school veranderd of getrapt en op zijn zestiende hield hij het helemaal voor gezien. Selfmade playboy.

"Thuis hadden ze geen tijd voor me. Het leven van mijn ouders stond in het teken van de handel. Ik ben opgegroeid bij een tante in Schaffen. Waar de para's leren springen, weet je wel. Op een keer ben ik aan een parachute van een muur afgesprongen. Ik ging omhoog in plaats van omlaag, er was te veel wind. Kwajongen eerste klas, ja.

"Ik ben nu serieuzer, maar verdraag nog steeds geen bevelen. Na vele wilde jaren ben ik erin geslaagd een onderscheid te maken tussen mijn werk en privéleven. Ik woon de nachten, de dames en de kroegen niet meer uit. Ik ben vrij in het spreken en in het tegenspreken. Maar je hebt gelijk, ik heb een klein hartje. Toen mijn ouders overleden waren, kreeg ik geen tekst op papier. Dat heeft mijn vriend-raadsman voor mij geschreven. Ik kon het zelfs niet voorlezen. Je hebt maar één vader en één moeder, toch?"

Hij zegt hard voor zichzelf te zijn. Spijt is er niet. Of toch? "Ik had mijn carrière in Amerika moeten uitbouwen. De broers Hayen van de windmolens hebben me ooit de kans gegeven. Zij wilden me sponsoren. Maar Amerika is zo ver weg, hé. Ik heb het contractvoorstel afgewezen.

"Man van heimwee? Bwa... Toen ik even niet het land in durfde te komen, heb ik wel tegen mezelf moeten vechten als ik in de buurt van de Frans-Belgische grens kwam. Ik wou zo graag even de lucht van het Hageland inademen. De lucht van de stal. Uiteindelijk verlang je toch naar een thuis. Ik sliep dan wel in vijfsterrenhotels en leefde er op los als een wildebras, maar op den duur mis je intimiteit en vertrouwelijkheid.

"Ik ben getroebleerd met mijn familie, heb alleen vrouw en kind en ervaar nu hoeveel die vertrouwensband mij waard is."

Eigenlijk had hij deze dag in Vincennes met Campomoro moeten rijden, het paard van een vriend. "Op weg naar hier kreeg ik te horen dat het paardje in de wei een knieblessure had opgelopen. Ik wist niet wat ik hoorde: de nacht voor een koers laat je een paard toch niet in de buitenlucht ronddolen? Campomoro was in bloedvorm. Gewonnen koers, bijna. Inschattingsfout."

Alle kleuren van de regenboog

"Als mijn advocaat er niet was geweest, had ik het niet meer zien zitten. Die gijzeling door de Franse fiscus en de paardenfederatie weegt zwaar op mijn gemoed. Vroeger zou ik me gek hebben gezopen, maar nu houd ik me in, voor mijn vrouw en zoon.

"Jij zegt nu dat er jockeys zijn die graag aan een cokelijntje liggen. Is mij nooit overkomen, ik heb geen enkele behoefte aan drugs. Jaren geleden heb ik één keer een jointje gerookt. Dat nooit meer. Ik dacht dat die sigaret helemaal voor mij alleen was, wist niet dat je dat hoorde te delen. Twee dagen lang heb ik alle kleuren van de regenboog gezien. Ik meende vliegers te kunnen vangen."

Als zijn licentie zou worden ingetrokken, weet hij niet wat hem te doen staat. Een leven zonder paarden is ondenkbaar voor Jos Verbeeck. Pas in de sulky voelt hij zich helemaal vrij. "Ik heb altijd met lange haren gereden. Weet je hoe ze me vroeger noemden? Winnetou. Zo voelde ik mezelf ook."

De haren zijn nog steeds lang, zij het uitgedund. Er valt een mist van weemoed over de arduinen held van le beau monde, als hij zegt: "Oud worden, ik weet echt niet hoe dat moet."

Hij wil het ook niet weten. "Toen mijn vader en moeder opgebaard lagen, ben ik niet opgedaagd om hen een kruisje te geven. Ik kon het niet, afscheid nemen doet mij te veel zeer."

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234