Woensdag 03/03/2021

InterviewPascal De Decker

Oud, arm en huurder? Dan ben je drie keer de pineut

null Beeld Joren Joshua
Beeld Joren Joshua

Tachtigers die bijklussen als oppas, toiletdame of therapeut, om toch maar de huishuur te kunnen betalen. Wie oud, arm én huurder is, moet vaak creatief zijn om het einde van de maand te halen, zo leert het nieuwe boek van socioloog Pascal De Decker. ‘En corona heeft het allemaal nog erger gemaakt.’

‘Man (81) zoekt vrouw om samen woning te huren. Alleen wonen is veel te duur.’ Een zoekertje in de krant maakt het onderzoeksonderwerp van socioloog Pascal De Decker (1958, KU Leuven) en journalist Emma Volckaert meteen concreet. Woonkosten zijn voor heel wat oudere huurders problematisch hoog. Om rond te komen, klussen ze bij of zoeken ze naar ‘illegale’ manieren om de huishuur te drukken. “Het gaat om kleine overlevingsstrategieën die als enig doel hebben iets minder arm te zijn”, zegt De Decker. 

Pascal De Decker: ‘In het OCMW van Gent krijgen ze de laatste drie jaren steeds meer uit huis gezette bejaarde huurders over de vloer die niet meer weten van welk hout pijlen te maken.’    Beeld RV
Pascal De Decker: ‘In het OCMW van Gent krijgen ze de laatste drie jaren steeds meer uit huis gezette bejaarde huurders over de vloer die niet meer weten van welk hout pijlen te maken.’Beeld RV

Wat was de aanleiding voor dit onderzoek?

Pascal De Decker: “We deden eerder al onderzoek naar de woonervaringen van ouderen die naar de kust verhuisden en naar die van bejaarde plattelandsbewoners. Het ging telkens om mensen uit de brede middenklasse met een eigen woning. We vroegen ons af hoe de andere kant van het sociaal-economisch spectrum eruitziet. Hoe wonen armere ouderen in stedelijk gebied? We bezochten 32 respondenten. Allemaal huurders, met een gemiddelde leeftijd van 71 jaar, van wie de meerderheid alleenstaand is.”

De huurders die jullie spraken hebben een pensioen van gemiddeld 1.200 euro. Het leeuwendeel gaat naar huurgeld. Sommige ouderen kiezen er daarom voor om wat bij te verdienen.

“Het gaat steeds om kleine extraatjes. De 75-jarige Lucia woont in een sociale assistentiewoning, maar heeft een klein inkomen omdat ze schulden afbetaalt. Ze werkt ’s nachts als toiletdame. Haar vrijwilligersvergoeding gebruikt ze om de maand door te komen, en om te sparen voor een nieuwe ijskast. Net zoals de 66-jarige Clara. Zij krijgt maandelijks 130 euro als oppas bij Familiehulp. Tot de zeventiende van elke maand leeft ze van haar pensioen, daarna schakelt ze over op haar ‘tweede inkomen’.

“De 61-jarige Marleen geeft dan weer therapielessen. Haar pensioen bedraagt 1.180 euro en haar huur klokt af op 874 euro. Ze bevindt zich in een vicieuze cirkel: ze woont in een grote woning omdat ze haar therapieruimte nodig heeft. Ze wacht op een sociale woning, maar zolang ze die niet krijgt, kan ze niet anders dan die bijverdienste in stand houden. Haar chronische ziekte en ingedeukte wervel ten spijt.”

Sinds de start van de pandemie is bijverdienen toch zo goed als onmogelijk geworden?

“Klopt. De coronacrisis zorgt ervoor dat kwetsbare ouderen het nog moeilijker hebben. Niet alleen het financiële luik weegt zwaarder door, ook hun emotionele leven kreeg een knauw. Hoewel eenzaamheid al voor corona een groot probleem was. De pandemie wordt aangehaald als motor van een eenzaamheidsplaag, maar de mensen die wij spraken, waren voordien al erg eenzaam. Zoveel verschil heeft het voorbije jaar voor hen nu ook weer niet gemaakt.”

Om het einde van de maand te halen, gaan sommige huurders zelfs over tot sociale fraude?

“Met de term sociale fraude zou ik toch voorzichtig omspringen. Het gaat om kleine overlevingsstrategieën die als enig doel hebben iets minder arm te zijn. We spraken met de 67-jarige Anne-Marie, wier zoon niet met zijn vriendin wil samenwonen. Hij staat ingeschreven bij zijn moeder en betaalt er haar maandelijks 200 euro voor. De vriendin in kwestie is weduwe. Als zij zou samenwonen, verliest ze haar verhoogd kindergeld en weduwepensioen. De zoon kan de moeder dan niet langer dat financiële ruggensteuntje geven. Wonen zou onbetaalbaar worden voor Anne-Marie. Uiteraard voelt zij zich schuldig omdat ze haar zoon belemmert in zijn vrijheid, maar er is geen andere weg. 

“Dat schipperen tussen samenwonen en een uitkering verliezen, is bij veel arme ouderen een wankele evenwichtsoefening. Ik neem het voorbeeld van een zestigjarige thuisloze vrouw die niet wil gaan samenwonen met haar vriend omdat ze dan allebei hun uitkering verliezen. Ze verblijft niet meer dan twee dagen per week bij hem. De overige nachten slaapt ze bij kennissen op de zetel. Verre van ideaal, zeker voor een hart- en nierpatiënte. Het is de prijs van de liefde die mensen met een uitkering betalen.”

Zijn er nog andere manieren om de huishuur naar beneden te krijgen?

“Een garage doorverhuren of een kamer onderverhuren aan studenten gebeurt ook wel eens. Maar studenten zijn luxekoten gewoon. Ze willen niet meer in een aftands huis gaan zitten waar ze een keuken en badkamer moeten delen met een bejaarde huisgenoot.”

Wie zit er eigenlijk in de minst benijdenswaardige positie: private of sociale huurders? 

“De huurprijs in de sociale huur is inkomensgerelateerd en ligt doorgaans een stuk lager dan op de private huurmarkt. Maar senioren die een sociale woning willen, moeten vaak jaren op een wachtlijst staan. Ondertussen zoeken ze noodgedwongen op de private huurmarkt. Dat is vaak een hele strijd, aangezien verhuurders sneller kiezen voor een huurder met een hoger inkomen. Liegen over een inkomen is al te vaak een noodzakelijk kwaad.

“Zo’n 29 procent van de sociale huurders houdt na de huurlast onvoldoende over om het einde van de maand op een comfortabele manier te halen. Bij de private huurders is dat de helft. Zij ervaren niet alleen meer betaalbaarheidsproblemen dan sociale huurders, maar leven ook met de constante stress dat ze uit hun woning kunnen worden gezet en geen betaalbaar alternatief zullen vinden. Huurzekerheid is beperkt tot maximaal negen jaar, maar heel wat contracten hebben een kortere duur. 

“Verhuizen op hoge leeftijd zorgt soms voor schrijnende situaties. We zagen een tachtigjarige man die zijn woning moest verlaten, maar die ondanks de urgentie van de situatie niet op zoek ging naar een nieuwe woning. Hij had er vertrouwen in dat ‘ze’, de stadsdiensten, wel iets zouden vinden voor hem. In het OCMW van Gent krijgen ze de laatste drie jaren steeds meer uit huis gezette bejaarde huurders over de vloer die niet meer weten van welk hout pijlen te maken.”

Een bejaarde krijgt hulp van een thuiszorgmedewerkster. Heel wat ouderen kunnen op helemaal niemand rekenen. Beeld ROBIN UTRECHT
Een bejaarde krijgt hulp van een thuiszorgmedewerkster. Heel wat ouderen kunnen op helemaal niemand rekenen.Beeld ROBIN UTRECHT

Gepensioneerde huurders betalen zich blauw aan huurgeld. Toch is liefst 80 procent van de woningen in Vlaanderen matig tot zwaar onaangepast aan hun noden, blijkt uit onderzoek.

“Dat percentage is hemeltergend hoog, maar hoeft niet te verwonderen. Woningen worden gebouwd voor jonge en vitale mensen. 

“De afgelopen vijftien jaren zijn er enorm veel appartementen bijgebouwd in Vlaanderen. We hadden daar de opportuniteit om die nieuwbouwprojecten niet alleen af te stemmen op de noden van de actieve bevolking, maar ook op die van ouderen. Die kans hebben we jammer genoeg laten liggen. We zouden ook bestaande woningen kunnen aanpassen door deuren te verbreden, hoogteverschillen te nivelleren en bereikbaarheid van de straat te optimaliseren. Maar je hoort me al komen: zulke structurele ingrepen doorvoeren bij bestaande woningen is onbegonnen werk.”

En de overheid neemt hier geen duidelijke stelling in?

“Er bestaat geen uniforme wetgeving. Een algemene verordening lijkt ons een plausibele oplossing. Een uniform bouwkundig voorschrift waar elke projectontwikkelaar zich aan moet houden: werk hoogteverschillen weg, let op de plaatsing van stopcontacten, zorg dat de deuren voldoende breed zijn voor een rolstoel... Zo’n concrete standaardisering hoeft trouwens nauwelijks een impact te hebben op de kostprijs van een nieuwbouw.”

Niet alleen de woningen zelf zijn onaangepast. Ook onze openbare ruimte is niet afgestemd op de noden van ouderen? 

“Het komt erop neer dat het Vlaamse woon- en ruimtelijk model zoals het na de Tweede Wereldoorlog is gebouwd, de facto gemaakt is voor gezinnen met kinderen. Voor actieve mensen dus, die probleemloos trappen nemen en makkelijk met de auto van A naar B bollen.

“De Vlaamse openbare ruimte is een behoorlijke wanorde. Het bekendste voorbeeld is die afschuwelijke lintbebouwing langs steenwegen. Vlaanderen is een plek met overal woningen en ertussen een lappendeken van open ruimte. Veel mensen, ook ouderen, wonen op plaatsen die enkel met de auto te bereiken zijn. Te voet naar de bakker gaan, is er zelden bij. De dokter woont niet om de hoek en zo’n brede steenweg oversteken om een koffie bij een vriend te gaan drinken, is met een rollator geen pretje. 

“Voor ouderen is zo’n geïsoleerde woonomgeving erg nefast. Als ze problemen met verplaatsingen ondervinden, zijn recreatieve en intellectuele bezigheden de eerste die ze laten vallen. De buitenwereld komt zo nog meer verderaf te staan.”

De overheid houdt vast aan ‘ageing in place’: we wonen zo lang mogelijk in ons eigen ‘kot’ door een beroep te doen op een informeel zorgnetwerk van familie en buren. Maar dat netwerk blijkt maar losjes aan elkaar te hangen?

“Ageing in place houdt in dat wanneer je niet meer voor jezelf kan zorgen, mensen uit je onmiddellijke omgeving die zorg kunnen verstrekken. Maar bijna de helft van de Vlaamse ouderen woont alleen en kan dus al niet rekenen op de zorg van een inwonende partner. Zo’n 57 procent krijgt hulp van de kinderen, nog eens 27 procent steunt op de kleinkinderen. Dat betekent ook dat vier op de tien ouderen niet kunnen of willen rekenen op hulp van de kinderen. Bij ouderen in armoede ligt dat cijfer nog hoger. Eerder onderzoek wees uit dat zij minder familiale contacten hebben dan mensen die niet in armoede leven.

“Zelfs een handig personenalarmsysteem vereist een eigen netwerkje. Sommige respondenten uit ons onderzoek hebben gewoon geen contactpersonen om op te geven. Er is niemand die voor hen zorgt. Een ouderenbeleid dat informele zorg als basis neemt, ontkent de realiteit waarin veel ouderen leven en houdt het risico in dat veel kwetsbare, arme ouderen niet de nodige zorg ontvangen.”

Pascal De Decker: 'Zo’n brede steenweg oversteken om een koffie bij een vriend te gaan drinken, is met een rollator geen pretje. Voor ouderen is een geïsoleerde woonomgeving erg nefast.' Beeld Harold Versteeg | Hollandse Hoog
Pascal De Decker: 'Zo’n brede steenweg oversteken om een koffie bij een vriend te gaan drinken, is met een rollator geen pretje. Voor ouderen is een geïsoleerde woonomgeving erg nefast.'Beeld Harold Versteeg | Hollandse Hoog

Bovendien wil of kan niet iedereen die mantelzorg op zich nemen?

“De hulp van kinderen aan ouders is de laatste drie decennia sterk afgenomen. Kinderen gaan verder van hun ouders wonen. Even binnenspringen om boodschappen af te zetten wordt moeilijker. Ouderen die in de Kempen wonen kunnen sneller op mantelzorg van hun kinderen rekenen dan leeftijdsgenoten in de Westhoek. In de Kempen zijn er meer werkmogelijkheden, waardoor kinderen sneller geneigd zijn in de buurt te blijven wonen.

“Mantelzorg brengt bovendien onvermijdelijk stress met zich mee. Soms zijn de taken fysiek belastend. Soms is er netwerkstress tussen familieleden, bijvoorbeeld over de taakverdeling, maar ook relatiestress tussen de hulpbehoevende en de mantelzorger komt vaak voor. De meeste mantelzorg wordt bovendien opgenomen door de ‘sandwichgeneratie’: vijftigers en vroege zestigers die professioneel nog actief zijn, op de kleinkinderen passen én voor hun (schoon)ouders zorgen. Geen evidente combinatie.”

Jullie stellen voor om formele thuiszorg toegankelijker en betaalbaarder te maken?

“De babbel met de zorgverstrekkers wordt vaak als de grootste meerwaarde van thuiszorg gezien. We spraken met de 84-jarige Albert die recent zijn vrouw had verloren. Je zag zijn gezicht opklaren als het autootje van de thuisverpleegkundige kwam aanrijden. Maar voor sommige ouderen is thuiszorg onbetaalbaar, zelfs wanneer het ziekenfonds het grootste deel achteraf vergoedt. Vijf euro om je rug te wassen en in te smeren? Past niet in het budget. Voor anderen is de aanvraag te complex. De 82-jarige Agnes wou graag een ramenwasser inschakelen, maar ze had geen idee hoe ze die persoon kon vinden. Ze beseft dat het internet haar kan helpen, maar ze heeft geen computer.”

Ook alternatieve woonvormen zouden de woonomstandigheden van ouderen kunnen verlichten?

“Als je in ons land vraagt waar mensen zich zien wonen als ze oud zijn, staan eigen woning en het woon-zorgcentrum op plaats één en twee. Simpelweg omdat we andere woonformules niet kennen. Het woonmodel in België is geijkt op de eengezinswoning met tuin. De verappartementisering is een recenter fenomeen. Maar collectieve oplossingen voor woonproblemen hebben we nooit omarmd. In een sociaal woonblok zou collectieve zorg nochtans makkelijk te organiseren zijn. In de Gentse wijk Meulestede bestaat er een soortgelijk project: negen huurappartementen met dichtbij een diensten- en wijkgezondheidscentrum.”

Welke oplossingen schuiven jullie nog naar voor?

“Huurcontracten van senioren van onbepaalde duur maken, zowel op de private als sociale verhuurmarkt, is een optie. Dat model bestaat in Nederland en Duitsland. Verhuurders die in die constructie stappen, krijgen zware fiscale kortingen.  

“Maar ook een meer overkoepelende oplossing is nodig. Een Vlaamse taskforce Wonen en Zorg kan de beleidsdomeinen wonen en welzijn op een structurele manier verbinden. De vergrijzingspiek zit er nog aan te komen. We kunnen niet gewoon afwachten.”

Pascal De Decker en Emma Volckaert, Oud, arm en huurder, uitgeverij Gompel & Svacina, 234 p., 29 euro.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234