Maandag 18/10/2021

Otto-Jan & Pieter Ham

Otto-Jan Pieter Ham 'Ik ben de rationele, Otto-Jan de emotionele. Wij houden elkaar in balans' De broers Ham zijn elk in een ander land geboren: de Belg is volgens zijn broer meer Nederlander, terwijl de Nederlander een volbloed Belg is. De ene Ham woont al een dozijn jaren in het buitenland, de andere blijft vaker thuis en is een vertrouwde stem voor StuBru-luisteraars. Ze zien elkaar zelden, maar zijn des te meer aan elkaar gehecht.

"Het is gek. Toen we daarnet afscheid van elkaar namen na de fotosessie, realiseerde ik me dat ik hem wellicht weer voor minstens een jaar niet zie. Hij vertrekt voor vier jaar naar China. Dat weet ik nog maar enkele dagen. Het is allemaal heel snel beslist. Ja, wij hebben een bijzondere band. Mijn broer is altijd een beetje het afwezige familielid geweest omdat hij voor zijn achttiende vertrokken is en eigenlijk nooit meer is teruggekeerd.

"Hij is als puber vertrokken naar Brazilië. Toen hij terugkwam, was hij echt onhebbelijk. Maar dat lag ook aan ons, de thuisblijvers. Wij hadden verwacht dezelfde Pieter terug te zien, zonder rekening te houden met de geweldige impact die dat jaar op zijn ontwikkeling had gehad. Hij had van de zelfstandigheid mogen proeven en wou die niet meer afgeven. Gelukkig is het contact de laatste jaren enorm verbeterd. Het keerpunt is gekomen toen mijn zus kinderen kreeg. Toen is hij enorm naar de familie toe gegroeid.

"Pieter is vier jaar jonger. Hij is dus mijn kleine broer, maar als er bij ons gevoetbald werd, zat hij in de eerste ploeg en ik in de C. Als we gingen tennissen, versloeg hij me. Pieter was in alles beter. Ook op school. Vroeger was ik jaloers op hem. Nu ben ik gewoon trots. Eigenlijk beschouw ik hem nu een beetje als mijn grote broer. Als ik zie hoe hij de dingen aanpakt, dan kijk ik echt naar hem op. Je moet het maar doen. Hij is altijd op zichzelf aangewezen. Zoals nu weer, hij vertrekt met zijn vrouw en een klein dochtertje naar China. En daar moet hij zijn hele leven weer opbouwen.

"Onze telefoongesprekken verlopen altijd volgens hetzelfde stramien. Het eerste halfuur is voor de trivialiteiten en voor het voetbal - we zijn allebei vurige aanhangers van PSV - daarna gaat het naar de essentie. Als hij vraagt hoe het met me gaat, laat hij niet los voor hij weet hoe het echt met me gaat. Ik herinner me die keer dat ik hem huilend opbelde van op de parking van MTV in Amsterdam, waar ik toen werkte. Ik wist dat mijn relatie met mijn toenmalig lief niet meer gered kon worden en hij was de enige met wie ik daarover kon praten. Hij wou de feiten op een rij en maakte meteen een nuchtere analyse: 'Oké, dan is het gedaan. Ik boek nu een ticket voor je naar Egypte. Dan kun je hier even op adem komen.' Voor ik het wist was ik onderweg. De afstand zorgt ervoor dat hij overal anders tegenaan kijkt. Hij is van nature zakelijk en nuchter.

"Hij is de enige van ons gezin die niet geboren is in Nederland, en ironisch genoeg is hij de grootste Hollander van ons allemaal. Toen hij terugkwam uit Brazilië was hij opeens een Hollander. En toen hij in Den Haag ging studeren, ging hij nog Nederlandser praten. Ik had het daar heel moeilijk mee. Ondanks het feit dat ik tegen hem ook zo praat. En tegen mijn zus, mijn ouders en mijn hond. En ook tegen de kinderen van mijn zus. Terwijl die in België wonen en hier geboren zijn. Pieter heeft ook wel de Nederlandse nationaliteit en eigenlijk heeft hij niets meer met België. Zijn vrouw is Nederlandse, zijn dochter en euh... hij ook. Maar qua mentaliteit zijn noch hij, noch ik Hollands. Wij zijn Belgen. Of ook weer niet. We vallen tussen wal en schip.

"Pieter heeft ooit mijn leven gered. We zaten nog op de lagere school. We waren alleen thuis en we hadden een konijn dat los door het huis liep, Dippie. Het knaagde overal aan, ook aan de elektriciteitskabels. Ik wou met mijn broer een nummer opnemen met een muzieksetje dat ik van mijn grootmoeder had gekregen. Pieter was toen echt nog heel jong. Ik wou het verlengsnoer in de verdeelstekker pluggen, maar ik raakte een stukje kabel aan en bleef hangen. Een heel raar gevoel. Je verkrampt helemaal. Je kunt echt niets meer. Ik hoorde de stroom door mijn lijf vloeien.

Mijn broer heeft toen onbewust die verdeelstekker met die kabel uit mijn handen geslagen. Mocht ik daar anderhalve minuut hebben aan gehangen, dan was ik dood geweest.

"Ik heb er een litteken aan mijn hand aan overgehouden. Er kwam echt rook uit mijn vingers. Zonder het zelf te beseffen heeft Pieter toen mijn leven gered. Dat voorval is een metafoor, omdat hij nog altijd de lont uit het kruitvat haalt als ik het pad kwijt ben (lacht)."

"Op mijn zeventiende ben ik hier vertrokken, met een uitwisselingsprogramma naar Brazilië. Nu ben ik bijna dertig en ik ben nooit meer echt naar huis teruggekeerd. Ik ben toen gaan studeren in Den Haag, na mijn studie ben ik vertrokken naar de Caraïben en vervolgens ben ik in hotels in China, Egypte, Bangkok en Nederland aan de slag gegaan. Daardoor was mijn broer lange tijd een halve vreemde voor me. Intussen zijn we gelukkig naar elkaar toe gegroeid. Als ik in België kom, trekken we vaak samen op. Dan merk ik dat sommige mensen naar hem opkijken. Ik ook, hij is mijn grote broer. Hij weet altijd waar er iets te beleven valt en krijgt van alles geregeld. Otto-Jan springt ook makkelijk een vliegtuig op en dan tracht ik hem mijn hele leven te tonen. Ik voorzie daarbij ruimte voor fotomomenten, zodat hij met de obligate foto's van de piramides kan terugkeren, maar even goed vlammen we samen op de scooter door Bangkok.

"Door samen op te trekken, begonnen we op een gegeven moment te merken dat we elkaar heel graag hebben, hoe verschillend we ook zijn. Ik werk in vijfsterrenhotels en daar loop ik er altijd piekfijn uitgedost bij. Het is mijn taak om de rijke gasten tot in het oneindige te dienen. Soms heb ik het gevoel dat ik toneel speel. Ik loop constant met een 'business-smile' op het gezicht. Mijn broer kent die ook wel. Hij zal ook wel eens geen zin hebben om een presentatie te doen of om een programma te maken waar alle idioten naar bellen. Ik bel niet, maar ik luister wel. Ik zat in Bangkok toen hij met One Night Stand begon en het uurverschil kwam me toen heel goed uit. Ik begon er mijn dag met een Vlaams avondprogramma. Als wij met elkaar bellen, durven we ook te leuteren. Maar ik bel hem ook op om zijn mening te weten als het over zaken gaat.

"Met Skype kun je niet meer echt ver weg zijn. Soms is hij ergens onderweg in België en zit ik op de ene of andere Thaise markt, terwijl we het over de meest alledaagse dingen hebben, dingen waar je het over zou hebben als hij in Ternat zou wonen en ik in Dilbeek. Zonder de moderne technologie zou onze band nooit zo hecht kunnen zijn. Nu vertrek ik weer met vrouw en mijn pasgeboren dochtertje voor vier jaar naar China. Het afscheid is niet zo hartverscheurend, omdat we weten dat we elkaar via Skype nog zien. Maar op echt emotionele momenten is zo'n digitale verbinding natuurlijk niet genoeg. Als er een familielid in het ziekenhuis belandt, bijvoorbeeld. Dan is Otto-Jan ook altijd de persoon die ik bel om te weten of ik meteen een vlucht moet boeken of niet. Sommige beslissingen zijn zeer emotioneel. Ik ben van de twee meer de rationele - de rechter hersenhelft - en hij is de emotionele, linker hersenhelft. We hebben elkaar nodig om de dingen een beetje in balans te brengen.

"Ik ben echt trots op hem. Vooral omdat hij het allemaal op zijn manier doet. Hij houdt zich niet aan de regels. Op school was dat ook al zo. Daardoor kreeg hij het vaak aan de stok met de leraars. Maar intussen is hij er het grootste voorbeeld van dat je niet altijd moet doen wat de wereld van je verwacht om succesvol te zijn. Nu ja, wat is succes? In de wereld waarin ik vaak vertoef, zal men zeggen: veel geld, een groot huis en een mooie auto. Daarom ook heb ik Otto-Jan nodig: om niet te verzinken in de wereld van posh and luxury. Hij kan erom lachen. Maar wel op een goeie manier.

"Onze ouders zijn allebei Nederlanders. Bijna 30 jaar geleden zijn ze voor het werk van onze pa naar België gekomen. Mijn zus, Otto-Jan en ik zijn helemaal vervlaamst. Als je in het buitenland woont, krijg je vaak de vraag: wat is voor jou thuis? Ik zeg altijd zonder na te denken: België. Ik ben hier geboren, ik ben hier naar school geweest. Maar als we het over sport hebben, dan is oranje mijn kleur. Vroeger als de Rode Duivels tegen Nederland speelden, waren onze vrienden voor de Belgen en stonden wij met ons tweetjes voor de Hollanders te supporteren. Wel grappig."

Otto-Jan

• Geboren op 17 november 1978 in het Nederlandse Son

• Woont met vriendin Iris en hond Julia in Ternat

• Presenteert al meer dan tien jaar op Studio Brussel

• Maakt radio, tv en theater

• Heeft nooit kunnen voetballen, ondanks vele pogingen

• Geboren op 1 oktober 1982 in Etterbeek

• Woont sinds kort in Peking met vrouw en dochter van 3 maanden

• Na de middelbare school in Ternat, haalde hij zijn Bachelor in Hotel Management

• Haalde tussen de bedrijven door een MBA bij de universiteit Nyenrode

• In Azië en het Midden-Oosten gewerkt voor Hilton Hotels International en overgestapt naar Sofitel Luxury Hotels & Resorts

• Houdt van voetbal en speelt graag golf

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234