Maandag 22/07/2019

Oscars worden Europacup

Joel en Ethan Coen zegevieren, andere Amerikanen bijten in het zand

Sinds zondagavond behoren Ethan en Joel Coen tot het selecte clubje filmmakers die ooit met drie aparte Oscars voor dezelfde film naar huis mochten. Voor hun bikkelharde neo-noir-thriller No Country for Old Men, in totaal goed voor vier Oscars, kregen ze elk een beeldje als producent (voor beste film), als regisseur en als scenarist (voor beste adaptatie). Maar er kwamen ook veel Oscarbeeldjes in Europese handen terecht. door Jan Temmerman

In het verleden hebben slechts enkele filmmakers, zoals Billy Wilder (voor The Apartment), Francis Ford Coppola (voor The Godfather Part II), James L. Brooks (voor Terms of Endearment) en James Cameron (voor Titanic), met drie persoonlijke Oscars het pand mogen verlaten. De Coenbroers hadden dat record zelfs kunnen breken indien ze ook de Oscar voor beste montage hadden binnengehaald, al stond die nominatie op naam van ene Roderick Jaynes. Dat is namelijk een pseudoniem dat de broers sinds hun debuutfilm Blood Simple voor hun montagewerk gebruiken. Opmerkelijk detail: indien ze die montage-Oscar effectief gewonnen hadden, dan zou de naam van Roderick Jaynes hoe dan ook op het beeldje (één en geen twee!) gegraveerd worden, want zo wil het reglement het nu eenmaal. Oscar houdt blijkbaar niet van filmmakers die graag naamspelletjes spelen. Anderzijds zijn de Coenbroers wél het eerste duo om allebei als regisseur bekroond te worden sinds Jerome Robbins en Robert Wise hen dat voordeden met hun regie-Oscar voor West Side Story uit 1961.

Met vier Oscars (drie voor de Coenbroers en een voor acteur Javier Bardem) is No Country for Old Men de grote overwinnaar van deze tachtigste editie geworden. Er waren drie (veeleer technische) Oscars, namelijk beeldmontage, klankmontage en klankmixage, voor de actiefilm The Bourne Ultimatum.

Daniel Day-Lewis was de gedoodverfde favoriet als beste acteur voor zijn fenomenale vertolking in There Will Be Blood en hij haalde effectief zijn tweede Oscar binnen. Het eerste beeldje kreeg hij indertijd voor zijn rol in My Left Foot. Voor de fotografie van There Will Be Blood werd Robert Elswit gelauwerd.

Bij de actrices waren de bekroningen minder voorspelbaar. Tilda Swinton won voor Michael Clayton, alhoewel Cate Blanchett voor I'm Not There in de categorie beste vrouwelijke bijrol de grootste favoriete was. Als beste actrice leek Julie Christie de grootste kanshebster voor haar rol in Away from Her, maar daar was het de Franse actrice Marion Cotillard die de Oscar mee naar huis mocht nemen voor haar vertolking van Edith Piaf in de biopic La Môme/La Vie en Rose.

Gevolg: de vier acteerprijzen gingen dit jaar allemaal naar Europeanen, enerzijds een Ierse en Spaanse acteur en anderzijds een Engelse en Franse actrice. Die totale afwezigheid van Amerikaanse sterren was in het verleden nog maar één keer voorgevallen, namelijk in 1965. Toen werd Rex Harrison bekroond als beste acteur voor My Fair Lady, Julie Andrews als beste actrice voor Mary Poppins, Peter Ustinov voor de beste mannelijke bijrol in Topkapi en de Russische actrice Lila Kedrova voor beste vrouwelijke bijrol in Zorba the Greek.

Van haar kant heeft Marion Cotillard, die voor haar Piafvertolking dit jaar reeds de Golden Globe, de Bafta en de César kreeg, zelf ook Oscargeschiedenis geschreven. Zij is nu de enige Franse actrice die een Oscar won met een rol in een Franse film. Eerder werd Simone Signoret weliswaar ook al bekroond als beste actrice, maar dat was voor haar vertolking in de Britse film Room at the Top uit 1959. Juliette Binoche kreeg eveneens een Oscar voor beste bijrol in de film The English Patient uit 1996.

In het verleden werden door de Academy nog maar twee Oscars uitgereikt voor vertolkingen in een 'vreemde' taal, namelijk aan Sophia Loren als beste actrice in La Ciociara (Two Women) en aan Roberto Benigni als beste acteur in La Vita è Bella (Life is Beautiful).

Behalve voor de vier acteerprijzen stond er tijdens deze tachtigste Oscareditie nog opvallend veel ander Europees talent op het podium van het Kodak Theatre, zoals de Italiaanse componist Dario Marinelli voor de muziek van Atonement, het Iers-Tsjechische duo Glen Hansard en Marketa Irglova voor het liedje 'Falling Slowly' uit de film Once, de Italiaanse art director Dante Ferretti voor Sweeney Todd, de Britse kostuumontwerpster Alexandra Byrne voor Elizabeth: the Golden Age, de Britten Suzie Templeton en Hugh Welchman voor de korte animatiefilm Peter & the Wolf en ten slotte de Franse regisseur Philippe Pollet-Villard voor zijn kortfilm Le Mozart des pickpockets, die daarmee de Oscardroom van de Vlaamse regisseur Guido Thys voor Tanghi Argentini aan diggelen sloeg.

Coenbroers hadden vierde persoonlijke Oscar kunnen binnenhalen voor beste montage, die nominatie stond op naam van Roderick Jaynes, hun pseudoniem bij montagewerk

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden